Grutsk op ús beammen

Omabaard vroeg gisteren: “Wat stelt het bouwwerk rechts op de foto voor …?”
Eigenlijk vertelt het verhaal zichzelf d.m.v. twee Friestalige bordjes die er bij staan. Om het jullie op deze stralende junidag niet al te moeilijk te maken, heb ik er gemakshalve maar even een vertaling van gemaakt. Maar eerlijk is eerlijk, het origineel klinkt ook hier een stuk beter …

Trots

Bedacht en gemaakt door een
groepje inwoners van De Tike

Wij zijn erg blij met en
trots op onze bomen

Trots

Wakker worden
met de kop vol zweet en hars
uit een groene droom
van takken blad
en boom
en bij de koffie
nog steeds denken
dat het niet zo ging
echt niet zo was

Maar dan
in ‘t monster van blik en wielen
op naar ‘t werk
die leegte van de kale koppen
de schrik van weg die schaduw en
weg die stammen
houten tranen
gebroken bomen
gezaagd zonder afscheid

Maar deze grote jongen
van hout van hier
van u van mij
blijft bont en blij bij ons
de reus die roept en schreeuwt het uit
geeft iedereen een kus
zo trots.

Andries de Jong / juni 2019
(Vertaling: Jan K. alias Afanja / juni 2020)

Het zal intussen duidelijk zijn … Er sneuvelt wel eens een boom die je lief is, b.v. door storm, ziekte of ouderdom. Een groepje inwoners van het dorp De Tike gaf een boom uit hun dorp een tweede leven. Dit kunstwerk, dit bouwwerk, dit project of hoe je het wilt noemen, staat aan het eind van het doodlopende weggetje Doktersheide (Google Maps) aan de westkant van de Leijen. De Tike ligt verscholen achter de bomen aan het eind van de vaart op de onderstaande foto. Ergens daarginds zal de boom hebben gestaan …

Boerenzwaluwen en een rietgors

Vandaag sluit ik de fotoserie over de fotokuier met mijn fotomaatje in het Weinterper Skar en bij de Leijen af.. Eerst nog maar even een rustgevende blik door één van de kijkluikjes in de hut over de Leijen. Het water lag er mooi bij onder een vriendelijk gebroken wolkendek …

Daarna richtte ik de blik opnieuw door de open deur naar de achterstaande wand. Daar namen de twee boerenzwaluwen alle tijd om voor me te poseren, zoals de witte kwikstaart dat eerder al had gedaan …

Zodra de zwaluwen gevlogen waren, liep ik naar buiten om te zien of er achter de schutting ook nog wat te fotograferen viel. Dat viel niet eens tegen. Helemaal niet toen Jetske zich even later weer bij me voegde. Terwijl ik doorschoof naar het noordelijke luikje in de schutting, ging Jetske voor het zuidelijk luikje staan. Vrijwel meteen verscheen er een rietgors, waar ik welgeteld één foto van kon maken. Maar de mooiste vangst aan de andere kant van de schutting was toch wel de jonge zwaluw die een stukje verderop op een tak zat …

Ik sluit af met een vrolijke foto van mijn fotomaatje. Dit beeld zegt alles over hoe de sfeer tijdens deze zonnige gezamenlijke fotokuier was …

Een leeg zwaluwnest

De Leijen (Google Maps) is één van de kleinste meren van Fryslân. Zoals veel wateren hier in de buurt is het ontstaan door de turfwinning. Het is een ondiep meertje met een aantal kleine eilandjes, sommige daarvan zijn waarschijnlijk restanten van de legakkers, waarop de turf werd gedroogd …

Nadat ik me enige tijd had gelaafd aan de aanblik van het meer, besloot ik eens rond te kijken in de hut. Jetske stond – nog steeds zwaar bepakt – rechts van me foto’s en een filmpje te maken van een bosrietzanger. Zodra ze merkte dat ik naar haar keek, zei ik: “We zijn er hoor .., je mag je rugzak wel even afdoen en neerzetten …”
“Je hebt gelijk,” zei ze even later, “dit voelt toch wel beter …”    😉

Mijn goede daad weer gedaan hebbend, richtte ik mijn blik naar links omdat ik daar vanuit een ooghoek beweging meende te zien. En dat bleek ook wel te kloppen. Net als vorig jaar zaten er weer een paar zwaluwen op de wand langs het vlonderpad …

Meteen vroeg ik me af of we mogelijk de route naar een nest met jongen blokkeerden. Een rondblik door de hut leerde al snel dat er hoog in een van de hoeken van de hut een nest zal. Er klonk geen geluid uit, maar zekerheidshalve maakte ik even bovenhands een foto om te zien of er mogelijk jongen in zaten. Dat bleek niet het geval …

– morgen meer zwaluwen –

Een kwikstaart bij de Blaustirns

Zodra we het bosje achter ons hadden gelaten zagen we de vogelkijkhut, en tot mijn grote vreugde zag ik even later dat de hut gewoon open was. Er zat geen gesloten deur voor en er waren ook geen planken voor de ingang gespijkerd, zoals dat eind 2017 op deze plek het geval was bij de voorganger van de huidige kijkhut. Sterker nog, naast de ingang hing een mooi kleurrijk koord met onderaan een vriendelijk label ‘HOI’. We voelden ons meteen welkom …

Voor twee personen was het geen probleem om de 1,5 m afstand aan te houden. Al snel zaten Jetske en ik allebei voor een van de kijkgaten op de uiteinden. Jetske zat voor het luik aan de westkant, ik zat aan de oostkant. Het luik in het midden lieten we vrij. En zo zaten we zeker op 1,5 m van elkaar. Perfect dus …

Het dreigde alleen wel erg vol te worden, toen er na enige tijd nog iemand binnen stapte. Het bleek te gaan om een toevallige passant die nieuwsgierig was naar wat er aan het eind van het pad te zien was. Hij had duidelijk geen kwaad in de zin, maar we waren wel blij dat we hem vriendelijk, maar snel weer naar buiten hadden gewerkt. In dit geval was vol echt vol …

Na bijna een jaar was het een prettig weerzien met de Leijen, want zo heet dit meertje. Voor de hut dreven zoals gebruikelijk weer veel bladeren van waterlelies op het wateroppervlak en verderop had het bomeneilandje nog altijd houvast weten te houden. Op één van de paaltjes die voor de hut in het water staan, stond een witte kwikstaart met een snavel vol lekkers voor zijn kroost. Ik had er een perfect model aan, pas nadat ik een mooie serie van hem had gemaakt, verdween hij …

– wordt vervolgd –

Terug naar de Blaustirns

In de zon en uit de wind werd het rond het middaguur flink warm op en rond het bankje aan de oostkant van het Weinterper Skar. Daarom stelde ik na verloop van tijd voor om voor het tweede deel van onze dag een wat frisser plekje op te zoeken. Na kort overleg besloten we weer eens een kijkje te nemen bij de vogelkijkhut de ‘Blaustirns’ op de oever van de Leijen bij Doktersheide …

Onderweg sprak ik het vermoeden uit dat de kijkhut best eens gesloten zou kunnen zijn i.v.m. het coronavirus. Eenmaal ter plekke bleek dat inderdaad het geval te zijn. Maar het hek naar het toegangspad stond open en dus besloten we in elk geval die kant even op te lopen. Ook al zouden we aan het eind van het vlonderpad alleen maar even van het uitzicht kunnen genieten …

Langs het pad konden we onze camera’s meteen weer laten klikken. Een uurtje eerder hadden we de echte koekoeksbloem voor de lens gehad, hier zorgde de dagkoekoeksbloem voor roze tinten tussen het riet. Slechts enkele meters verderop stond de gele lis. Hij zat ruim onder allerlei klein grut, zoals diverse vliegen en kevers. Wat daar op die rechter knop zit, kan ik niet goed thuis brengen. ’t Lijkt op een pas uitgeslopen libel, maar daarvoor is het volgens mij te klein. Kortom: wie het weet, mag ’t zeggen …

We vervolgden onze weg langs het rietveld waar het eerder dit jaar gemaaide riet weer frisgroen omhoog reikte. Langs de oever van de Leijen en rond de tweedelige boom waar de koekoek kort zat te roepen, was een mooi oud rietkraagje blijven staan …

Uiteindelijk bereikten we het vlonderpad, we naderden ons doel. Nog een paar meter …, zodra we het bosje voorbij waren, zouden de hut in beeld krijgen …

– wordt vervolgd –

Zwaluwen bij de hut

Nauwelijks zichtbaar deinden de waterlelie en de gele plomp vlak voor de nieuwe kijkhut ‘Blaustirns’ op en neer. Terwijl ik zo wat over het wateroppervlak zat te turen, bekroop me ineens het gevoel dat ik bekeken werd …

Een blik zijwaarts door de opening van de hut leerde me al snel dat dat ook wel klopte. Op een van de palen van de schutting aan het eind van het vlonderpad zat een boerenzwaluw naar me te kijken. Met in zijn snavel wat nestmateriaal, zat hij wat schuchter en afwachtend om zich heen te kijken …

Ik besloot me weer om te draaien en stilletjes te blijven zitten. Het duurde niet lang voordat ik achter me even wat zacht vleugelgeruis hoorde. Nadat ik even later buiten de hut gezellig gekwetter hoorde, besloot ik nog eens in de hut rond te kijken. Jawel, in een van de hoeken werd nog hard gewerkt aan een nestje …

– wordt vast nog wel eens vervolgd –