Drie monniken onderweg

Enige tijd geleden liet ik hier al eens enkele foto’s zien van een paar van wilgentenen gemaakte baltsende kraanvogels, die bij De Veenhoop aan de rand de Kraanlânnen staan. Aan de Kleasterkampen bij Smalle Ee wijst een kleine wirwar van borden erop dat er ook hier wat te zien is …

Deels achter de boomwal verscholen ligt een wat hoger gelegen weiland. In het kader van het project WOODlandart is ook daar een fraai kunstwerk van wilgentenen verschenen. Op de oude kloosterheuvel staan sinds enige tijd drie van wilgentenen vervaardigde monniken die onderweg zijn. Net als de kraanvogels bij De Veenhoop zijn ook deze monniken bij Smalle Ee een verwijzing naar het verleden …

In de 13e eeuw stond op deze zandrug een Benedictijner klooster. Door dit klooster werd Smalle Ee een belangrijke plaats waar veel kennis en bestuurservaring bijeen kwam. Zo was tot ongeveer 1600 onder andere het grietenijbestuur (het huidige gemeentebestuur) in Smalle Ee gevestigd. Dit verklaart ook de huidige gemeentenaam Smallingerland, die afgeleid is van Smalle Ee als bestuurscentrum.

Toen in 1580 alle kloosters in Fryslân werden afgebroken, werd Smalle Ee een onbeduidend dorp. Niet veel later vestigde de grietman Van Haersma zich in Oudega. Zeven generaties Van Haersma hebben vervolgens vanuit Oudega de grietenij Smallingerland bestuurd. In de loop der tijd streefde het steeds verder groeiende Drachten Oudega voorbij. Uiteindelijk werd in 1831 het gemeentebestuur voorgoed verhuisd naar Drachten …

De monniken zijn het project van De Wilgen, Smalle Ee en Buitenstvallaat. De Trije Mûntsen Underweis zijn ontworpen door beeldhouwer Jitze Sikkema en uitgevoerd met de hulp van vele enthousiaste dorpsgenoten en de kunstenaars Derk den Boer en Fokke Veurman gemaakt van lichte geschilde wilgentenen en donkerbruin gekleurde, ongeschilde wilgentenen die in de buurt zijn gekapt.

Trije mûntsen ûnderweis

By Smelle Ie binne trije mûntsen ûnderweis …




– letter mear –

Een zacht deinende rozenkever

‘Het tilt nog altijd niet op van de insecten in ons tuintje’, om maar eens een goed frisisme te gebruiken. Liggend in de hangmat heeft dat zo zijn voordelen, want daar ben ik deze week nog niet één keer gestoord door een insect. En ook in huis hebben we nog geen last gehad van gezoem of ander hinderlijk gedrag van insecten. Maar dat ik in de tuin echt mijn best moet doen om wat voor de lens te krijgen, stoort me wel …

Deze Johanneskever – ook wel rozenkever genoemd – leek zich op zoek naar wat verkoeling op een warme dag te hebben vastgehaakt aan een blad, dat zacht deinend boven de rand van de vijver hing. Of dat nou zo’n handig plekje was, betwijfelde ik, want het zijn allerminst behendige insecten, die meer schuifelen dan lopen. Die twijfel bleek overbodig, want korte tijd later vloog hij weg …

Facetogen in beeld

Vorige week was er op een zonnig moment dan toch eindelijk weer een insect bereid om even voor me te poseren. Nu heb ik eerlijk gezegd liever een ander insect voor de lens dan zo’n ordinaire huis-, tuin- en keukenvlieg, maar ook in de fotografie moet je nu eenmaal de tering naar de nering zetten …

De vlieg – hij lijkt nog het meest op een dambordvlieg – zat op de grijze afvalcontainer waar ik mijn camera mooi op kon laten rusten. Omdat hij bovendien heel gewillig bleef zitten kon ik hem mooi scherp in beeld brengen …

Wat zijn ’t van dichtbij een vreemde monstertjes, hè. Die grote oogbollen, die bestaan uit duizenden facetjes. In feite zijn het allemaal individuele zeshoekige oogjes die ieder een lensje hebben. En dan dat slordige hechtwerk waarmee de linker- en rechterhelft van het kopje bijeen lijken te worden gehouden … wonderlijk …

Een vuurjuffer in de tuin

Begin juni schreef ik al, dat ik in ons tuintje dit jaar nog maar weinig mooie insectenfoto’s heb kunnen maken. Daarin is ruim drie weken later nog maar weinig verbetering opgetreden. De komende dagen zal ik de hoogtepuntjes van de schrale oogst tot nu toe de revue laten passeren …

Om te beginnen één van mijn favorieten: de vuurjuffer. Voorgaande jaren een vaste bezoeker, die zich regelmatig liet zien bij de vijver. Dit jaar is deze vuurjuffer (gekiekt op 14 mei 2018) tot dusver de enige juffer die zich in mijn bijzijn in ons tuintje heeft vertoond dit jaar …

De plomp en ’t pompeblêd

Gebroederlijk naast de waterlelie bloeit ook dit jaar de gele plomp (giele plomp in het Fries) weer in onze vijver. De gele plomp is de nationale plant van de provincie Fryslân. Het blad van de gele plomp, in het Fries pompeblêd genoemd, staat in het rood afgebeeld op de Friese vlag. Dus voor wie nog altijd in die veronderstelling verkeerde: er staan geen hartjes op de Friesche vlag, maar pompeblêden …

“It Pompeblêdsje” is nog weer heel wat anders. Dat is “een oprechte Friesche kruidenlikeur, getrokken van talrijke natuurzuivere kruiden volgens oud-familie recept. Deze Friesche Kruidenbitter heeft een heilzame, opwekkende werking en is te bekomen bij de echte slijterij,” aldus het etiket. En lekkerrrr … hmmm …

Maar goed, daar ging het hier niet om. De bloem van de gele plomp oogt in eerste instantie misschien wat simpel, zeker wanneer hij net vanuit de diepte is opgedoken. Maar zodra hij zijn stevige bloembladeren opvouwt, komt er een ingenieus ogend kleinood tevoorschijn. Lekker op het terras zittend kan ik daar elk jaar weer van genieten. Komende week zou dat weer moeten lukken, want de onderstaande bloem staat nu volop te pronken en een tweede knop is net opgedoken …

De ielstikel en de swanneblom

Wat er rond onze vijver zoal bloeit, hebben we nu wel gezien. Tijd om de blik eens op de vijver zelf te richten, want ook daarin bloeit wel het een en ander. Om te beginnen, niet bloeiend, maar wel een mooie blikvanger: de krabbenscheer (ielstikel in het Fries) …

Maar het pronkstukje is toch wel de witte waterlelie (swanneblom in het Fries) …

Met 4 of 5 bloemen die mooi na elkaar bloeien, doet hij ook dit jaar weer goed zijn best …

Een tweede poging om te laten zien wat voor insect in het hart van de waterlelie de dood heeft gevonden, heb ik maar achterwege gelaten. De kans om mijn toch al wankele evenwicht te verliezen en met camera en al te water te raken was me net wat te groot …