De ‘Poerdersramp’ bij Westhoek

De derde etappe voerde ons van Koehool naar het 3 kilometer verder gelegen Westhoek (Google Maps). Dat was eigenlijk mijn doel voor die dag. Tijdens het vergaren van informatie over de omgeving had ik onlangs ergens gelezen, dat de kwelder bij Westhoek een fijne plek was om vogels te fotograferen …

Voordat we aan die kwelder toe kwamen, werden we hier boven op de zeedijk nog eens geconfronteerd met een monument. In het laatste blogje over Paesens vertelde ik al dat zo ongeveer elk dorp in deze streek wel een monument heeft voor een vissersramp op de Waddenzee. Dit monument is een herinnering aan de zogenaamde ‘Poerdersramp’ die zich hier op 25 september 1935 heeft voltrokken …

Op die dag gingen 14 mannen uit Leeuwarden gezellig een dagje vissen op de Waddenzee. Toen ze van wal staken in hun twee gehuurde roeiboten was het prachtig weer. De leuke dag veranderde echter in een drama, toen er plotseling een zware storm opstak terwijl ze op het Wad aan het poeren waren. Poeren is een bijzondere manier van vissen met lange lijnen, veel meer weet ik daar niet van …

De mannen, die in roeiboten het water op waren gegaan, waren stuurloos. Er werd wel geprobeerd om de mannen te redden, maar zelfs de Harlinger reddingboot kon het water niet op. Omwonenden van de Ouwedyk en Koehool konden de situatie al snel niet langer aanzien en zij gingen zelf het water op om de mannen te redden. Ondanks verwoede reddingspogingen verloren 4 van de Leeuwarder vissers het leven …

Voor de moedige mannen die het water op gingen om de wanhopige mannen op het Wad te redden, werd door Streekbelang Oost- en Westhoek een gedenkteken opgericht. Het monument werd op 25 september 2010 – precies 75 jaar na de ramp – onthuld in het bijzijn van een aantal nabestaanden. Het is een kunstwerk van Marco Goldenbeld uit Sint Jacobiparochi. Het is een stuk golvend staal waarin de HD 6 (het reddingsschip waarmee de mannen het water op gingen) is te zien …

Genoeg geschiedenis, morgen dalen we af naar de kwelder.

Paesens, uitzicht vanaf de dijk

Vandaag het laatste logje van deze 24-delige serie over de rit die ik begin september samen met mijn fotomaatje langs het Wad heb gemaakt. We begonnen die dag bij Firdgum en we eindigden in de omgeving van Paesens-Moddergat. Ik had jullie nog wat foto’s beloofd, die ik had gemaakt terwijl we over de brug van de opera terugliepen naar het dorp. Die was ik na de koffie met gebak op het terras helemaal vergeten, bij deze alsnog …

Over de brug lopend, zag ik dat er in de verte iemand stond te vliegeren. Nou ja, er werd een poging gedaan om een vlieger op te laten. Maar als je hem hier op de dijk niet omhoog krijgt, vergeet het dan maar …

Nee, veel wind was er niet, het was prima weer voor een wandeling over de dijk langs het monument van de Vissersramp van 1883. In de nacht van 5 op 6 maart van dat jaar voltrok zich tijdens een zware storm een vreselijk ramp voor de vissersgemeenschap Paesen-Moddergat. De complete vloot van 22 aken en blazers was uitgevaren. 17 van de schepen zijn vergaan, 83 bemanningsleden bleven achter op zee …

Een stukje verderop staat het beeld ‘de Fiskersfrou’ van beeldhouwer Hans Jouta. ‘De Fiskersfrou’ is een eerbetoon aan de vrouwen van Paesens-Moddergat, die na de ramp van 1883 voor een zware taak stonden: de zorg voor de kinderen en rond zien te komen van een karig inkomen. In februari 2013 heb ik eens een fotoserie van ‘de Fiskersfrou’ in de sneeuw gemaakt …

Het zal zeker niet mijn laatste bezoek aan Paesens-Moddergat geweest zijn, want dat is en blijft een fijne plek om zo nu en dan eens even naar toe te gaan. En eerlijk is eerlijk, ik vind de Peazemerlânnen leeg en ongerept (zoals op de onderstaande foto uit augustus 2012) een stuk mooier dan met het openluchttheater dat er in september stond …

Tot slot: zouden jullie het erg vinden als ik nog ‘ns een serie van een tripje langs het Wad voorbij laat komen?

Anita’s favoriete uitwaaiplekje

Bij Zwarte Haan staan twee lange roestvrijstalen zitbanken van 7,5 meter op de Waddendijk, die zijn ontworpen door de architect Gunnar Daan. Met mijn rug naar het vasteland zittend, heb je vanaf de ene bank zicht op de andere, met daarachter de uitgestrektheid van het Wad. Samen vormen de twee scheef tegenover elkaar staande banken een ontmoetingsplek en een monument ter nagedachtenis aan de Friese PvdA-politica Anita Andriesen

Anita Andriesen was een politica naar mijn hart, zo rood als een kreeft en altijd recht door zee. Ze was gedeputeerde voor de PvdA in de provincie Fryslân en heeft veel voor de provincie betekend. De bank waar ik op ben gaan zitten draagt de tekst “Om de kwaliteit fan de romte”. Deze titel is ontleend aan het provinciale streekplan ‘Om de kwaliteit fan de romte’ uit 2007, dat voor een belangrijk deel Anita’s werk was …

Anita Andriesen overleed op 3 december 2008 op 51-jarige leeftijd op een steenworp afstand hier vandaan, in haar woonplaats Oudebildtzijl, aan de gevolgen van kanker. Voor Anita en haar gezin was dit een favoriet ‘uitwaaiplekje’

Voor Aafje en mij had deze plek al sinds 2001 een bijzondere betekenis, omdat hier de as is uitgestrooid van een lieve vriendin, die net als Anita Andriesen op veel te jonge leeftijd aan kanker is overleden. Sinds deze prachtige banken er staan, vind ik het helemaal een fijn plekje eens even wat te mijmeren en te genieten van het weidse uitzicht …

Morgen hebben we hier een ontmoeting met een paar pelgrims.

Industrieel erfgoed in De Deelen

De eerste baggelmachines werden rond 1900 in gebruik genomen. De machine die hier in De Deelen staat is hier naartoe gehaald door de in deze serie al eerder genoemde firma De Leeuw. Voordat het apparaat naar De Deelen kwam, werd het nog tot 1933 gebruikt in de Rottige Meenthe. Dat laatste was een leuke twist in het verhaal voor mijn fotomaatje, want de Rottige Meenthe behoort meer tot haar rayon. 🙂

In totaal stonden er drie van dergelijke machines in De Deelen. Tegenwoordig is daar nog één exemplaar van over. ,,De familie De Leeuw wilde de laatst overgebleven baggelmachine als oud ijzer verkopen. Ze konden het alleen met de opkoper niet eens worden over de prijs”, vertelde boswachter Roel Vriesema in mei 2019 in de Heerenveense Courant. Nadat deze baggelmachine in 1968 de laatste vracht veen naar boven gehaald om er turf van te maken, bleef de machine hier liggen en zakte hij steeds schever in het petgat …

Toen Staatsbosbeheer in de jaren zeventig eigenaar werd van De Deelen, kreeg ze er ook deze oude machine bij. Sindsdien is er veel gedacht, gepiekerd en gebrainstormd over de vraag wat er met het gevaarte moest gebeuren, zoals het weer rechtop zetten en/of er een kunstwerk van maken. Omdat het apparaat inmiddels in te slechte staat verkeerde, kon het niet meer gerestaureerd worden. Daarom is in 2019 besloten om de baggelmachine op te takelen en hem dan weer rechtop te zetten en te verankeren in een ijzeren corset …

En nu rust dat machtige stuk industrieel erfgoed hier als een grote bonk roest in een verborgen petgat in De Deelen. Roemloos en statusloos, want het ding is praktisch onvindbaar en heeft geen enkele monumentale status. Eigenlijk is dat natuurlijk heel raar. Hier in Fryslân en in de Kop van Overijssel zijn naar schatting tientallen baggelmachines in bedrijf geweest. Samen zijn ze gezichtsbepalend geweest voor het landschap dat we er tegenwoordig aan overgehouden hebben. Treurig dat SBB zelfs nog geen eenvoudige, goed zichtbaar bordje langs het fietspad heeft geplaatst. Je zou bijna denken, dat ze niet willen dat het gezien wordt …

Ik heb altijd gedacht dat dit de laatste baggelmachine van ons land was, maar er schijnt nog een (in werkende staat verkerende) baggelmachine in museum De Ronde Venen in het Utrechtse Vinkeveen te staan. Daar heb ik op internet echter geen enkel bewijs voor gevonden. De laatste mij bekende baggelmachine is daarom de ruïne van dit exemplaar in De Deelen. Hij heeft zijn werk gedaan en mag verder in alle rust wegroesten …

102.000 stenen

In het kader van de Nationale Dodenherdenking neem ik jullie vandaag net als vorig jaar op 4 mei weer even mee terug naar Kamp Westerbork bij het Drentse Hooghalen. Op de appèlplaats van het voormalige Kamp Westerbork is een monument ter herinnering aan de 102.000 Joden en Roma die tijdens de Tweede Wereldoorlog vanuit Nederland werden gedeporteerd en niet meer levend teruggekeerd zijn …

De rechthoekige stenen zijn allemaal voorzien van een symbool. De stenen met een roestvrijstalen davidsster gedenken de Joden die naar Midden- en Oost-Europa werden gedeporteerd en daar vermoord werden. 213 stenen dragen een vlam en verwijzen naar de omgebrachte Roma. Enkele tientallen stenen hebben geen symbool en verwijzen naar omgekomen verzetsstrijders …

Het hoogteverschil tussen de stenen moet benadrukken dat er voor ieder slachtoffer een eigen steen is neergezet. Daarnaast maakt het hoogteverschil tussen de stenen de omvang van het getal 102.000 zichtbaar. De stenen zijn geplaatst in de vorm van de kaart van Nederland, om te onderstrepen dat de Joodse gevangenen van kamp Westerbork uit alle delen van Nederland afkomstig waren …

Vanavond om 20:00 uur is het twee minuten stil en herdenken wij allen – burgers en militairen – die in het Koninkrijk der Nederlanden of waar ook ter wereld zijn omgekomen of vermoord sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, in oorlogssituaties en bij vredesoperaties …

RTV Drenthe zendt vanavond om 19.20 uur in het kader van de Dodenherdenking een speciaal herdenkingsprogramma uit, dat is opgenomen in kamp Westerbork.

Bronnen: www.kampwesterbork.nl en wikipedia.

Tabaksfabriek Erven Fokke v/d Meulen

Op de laatste foto van gisteren was op de achtergrond nog net een stuk van de gerestaureerde tabaksfabriek van de  firma Erven Fokke v/d Meulen te zien. Dit was lang het vlaggenschip van de Drachtster tabaksindustrie. In Drachten waren vroeger tientallen bedrijfjes waar pijp- en pruimtabak werd gefabriceerd, daarnaast werden er ook veel sigaren gemaakt …

De tabaksfabriek annex pakhuis is rond 1902 gebouwd in opdracht van de fa. Fokke van der Meulen. In de fabriek werd de beroemde pruimtabak “Drachtster Kei” vervaardigd. Tot in de jaren 60 van de vorige eeuw was ‘Drachtster Kei’ een begrip. Maandelijks werd er voor de liefhebbers zo’n 1000 kilo pruimtabak gefabriceerd …

Later nam de vraag naar pruimtabak geleidelijk af. In 1990 werd de productie gestaakt en de merknaam ‘Drachtster Kei’ werd verkocht aan Douwe Egberts. Daar bleef van het ooit vermaarde merk al snel niets meer over. Vanwege de geringe belangstelling werd de ‘Drachtster Kei’ uiteindelijk uit de handel genomen …

In de ca. 20 jaar die volgden, vielen de restanten van de oude tabaksfabriek regelmatig ten prooi aan brandstichting en vernieling. Omdat de oude fabriek één van de weinige monumentale gebouwen in Drachten is en vanwege de herinnering die het gebouw vormt aan de verloren gegane Drachtster tabaksindustrie, is het rond 1990 op de lijst van rijksmonumenten in Drachten gezet door de gemeente …

Er volgde een jarenlange soap rond het pand, dat gestaag verder in verval raakte en verloederde. Lang dreigde sloop van het karakteristieke pand. Diverse miljoenen kostende plannen gingen over tafel om vervolgens weer een stille dood te sterven. Uiteindelijk is het oudste en meest kenmerkende deel van de fabriek behouden gebleven en gerestaureerd …

Het gebouw is behouden, maar daar is het ook wel mee gezegd. Als onderdeel van één of ander packagedeal werd het gebouw aan de voor- en achterkant ingeklemd tussen nieuwbouw. De voorkant van het pand is vanaf de Zuidkade maar nauwelijks meer te zien …

Het eindresultaat van het behoud van de tabaksfabriek is niet honderd procent, maar het proces er omheen heeft wel de drastische sloop van waardevolle historische panden in Drachten een halt toegeroepen. De dreigende sloop van het gebouw was rond 1990 namelijk de directe aanleiding voor de oprichting van de cultuurhistorische stichting ‘Smelne’s Erfskip’. Het enige wat nog echt van de oude fabriek is overgebleven, is het originele bord op de gevel. …

De achttien dooden

Vandaag, 4 mei, is de Nationale Dodenherdenking in Nederland. Alle burgers en militairen die sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog (10 mei 1940) in oorlogssituaties of bij vredesoperaties in Nederland of waar ook ter wereld zijn omgekomen worden vandaag herdacht. De herdenking zal er als gevolg van de Coronamaatregelen anders en vooral leeg uitzien. Maar ook in deze Coronatijd nemen we om 20:00 uur twee minuten stilte in acht.

Het lied ‘De achttien dooden’ is een gedicht dat Jan Campert (1902-1943) schreef naar aanleiding van de executie van achttien verzetsstrijders die op 13 maart 1941 plaatsvond op de Waalsdorpervlakte. Het is een bekend gedicht geworden over het Nederlands verzet in de Tweede Wereldoorlog …

Bij het voormalig kamp Westerbork staat een monument ter nagedachtenis aan de journalist, dichter, schrijver en verzetsman Jan Campert. Campert heeft rond de twintig joden naar België helpen ontsnappen. Op 21 juli 1942 werd hij samen met zijn helper, de Bredase journalist Martien Nijkamp, vlak over de grens bij Baarle-Nassau gearresteerd, toen ze de 21-jarige jood Frans van Raalte naar België probeerden te smokkelen. Van Raalte pleegde nog dezelfde dag in gevangenschap zelfmoord …

Campert zat enige tijd gevangen in Breda, in kamp Haaren en in kamp Amersfoort. Uiteindelijk kwam hij via concentratiekamp Buchenwald in november 1942 in het Duitse concentratiekamp Neuengamme terecht. Volgens de officiële verklaring in zijn medische dossier is hij daar op 12 januari van dat jaar op veertigjarige leeftijd overleden aan borstvliesontsteking …

‘De achttien dooden’ werd in maart of april 1943 door de Utrechtse student scheikunde Geert Lubberhuizen uitgebracht als rijmprent met een tekening van Fedde Weidema. Het pamflet werd in ruime kring verspreid en verkocht, en kreeg tijdens kort na de Tweede Wereldoorlog grote bekendheid. Weidema tekende onder het pseudoniem Coen van Hart een compositie van een dode te midden van de symbolen van Nederland. Een vlinder, bloemen, de zon en het silhouet van een stad; met de ruïnes van de oorlog en het prikkeldraad van de onderdrukking …

De bovenstaande prent heeft in mijn tienerjaren lang op mijn slaapkamer op zolder gehangen.