Last resorts: de Jan Durkspolder

Ik was onderweg naar de Jan Durkspolder, toen ik onderweg weer eens werd opgehouden door een paar reeën. Dat overkomt me de laatste tijd weer vrij vaak op verschillende plaatsen langs deze route. Maar voor alle duidelijkheid: ik heb het nog nooit als lastig ervaren. Integendeel, prettiger oponthoud is nauwelijks denkbaar …

Eenmaal op het laatste deel van de doodlopende Westersânning is aan de linkerkant van de weg de grote vogelkijkhut van de Jan Durkspolder te zien. Hij staat aan het eind van een smalle, ca. 100 m lange landtong te midden, omringd door water …

Waar de weg overgaat in een onverhard pad laat ik de auto achter. Na een klein stukje lopen over het pad genaamd de Geau, sla ik aan het eind van de schaduwen over het pad linksaf …

Een ongeveer 100 m lang paadje slingert omgeven door knotwilgen in de richting van de kijkhut. Ergens halverwege heb ik de foto met de springbalsemien gemaakt, die hier onlangs voorbij kwam onder de titel ‘Last Resorts (2)’. Voorbij de bocht in het pad voert een houten plankier naar de vogelkijkhut …

Vanuit de hut heb je door een groot aantal kijkluikjes rondom uitzicht over de watervlakte. Dit jaar viel het aantal mooie observaties vanuit die hut wat tegen. Dat is in voorgaande jaren wel eens beter geweest, maar desalniettemin is deze vogelkijkhut mijn 2e last resort, omdat ik er na 150 m lopen altijd een droge zitplek heb …

Ditmaal viel de oogst niet tegen. In de verte, eigenlijk net wat te ver voor mijn camera, zat een flinke roofvogel in het topje van een boom. Ik ben geneigd te zeggen dat het een grauwe kiekendief is, maar het kan ook een buizerd zijn …

Ik stond net op het punt om de terugtocht te aanvaarden, toen er aan de westkant van de hut voor het eerst dit jaar een lepelaar dichtbij de hut verscheen. Erg lang liet hij zich niet zien, maar mijn dag was alweer goed …

Tot zover mijn tweede last resort.

De leppelbek is wer op syn stek

Oftewel: de lepelaar is terug op zijn plek …

Vorige week vrijdag heb ik even een ritje gemaakt naar de Jan Durkspolder. Een kuiertje naar de grote vogelkijkhut werd beloond met een aantal foto’s van de eerste twee lepelaars die terug zijn op hun zomerresidentie …

Met opwaaiende kuiven werd het verendek uitgebreid gepoetst. Een van de twee was zo slim om daarbij gebruik te maken van zijn of haar eigen windscherm …

Hoe en wat 2019 – 5

Wij waren er begin mei een weekje tussenuit. Op zich best lekker, maar in weerkundig opzicht hadden we het wel beter kunnen treffen. De maximumtemperaturen schommelden in die week rond de 11-12 graden met een positieve uitschieter van 13,1 ºC op 2 mei. Slechts één zonsondergang was het bekijken en fotograferen waard …

Het bleef de hele maand aan de frisse kant, zo af en toe komt dat ook nog voor in tijden van klimaatopwarming. De maximumtemperatuur reikte in mei niet verder dan 21,6 ºC. Dat was de warmste van maar 4 warme dagen, dat zijn dagen met een maximumtemperatuur boven de 20 graden. De gemiddelde temperatuur kwam uit op 11,8 ºC, en dat is precies gelijk aan het gemiddelde temperatuur van mei in de periode 1971-2000. Met maar 14 mm neerslag was mei een droge maand …

De vogels trokken zich van de weersomstandigheden niks aan. Het werd gezellig in onze tuin. De koolmezen kregen het steeds drukker naar mate hun jongen groeiden, ze vlogen voortdurend af en aan. hoog in de hazelaar begon ‘ons vaste koppeltje’ houtduiven avances te maken en een nest te bouwen.

Mijn fotomaatje wist me op een met 16 graden allerminst warme dag weer eens mee te tronen naar de Jan Durkspolder. Daar hadden zowel een lepelaar als ik een mazzeltje: hij een lekker hapje, ik een mooie foto …

Lepelaar met ’n mooie vangst

Woensdagmiddag heb ik samen met mijn fotomaatje enige tijd in de grote vogelkijkhut in de Jan Durkspolder gezeten. Het was er rustig. We deelden de hut met een in- en uitvliegende boerenzwaluw, die er een nestje had. Rond de hut waren in eerste instantie alleen wat eenden te zien, totdat er na enige tijd een lepelaar op het toneel verscheen …

Rustig rondstappend begon hij met zijn grote lepel over de bodem schrapend te foerageren. Het duurde niet lang, voordat hij zijn stap versnelde en zijn kop in hoger tempo van links naar rechts happend over de bodem draaide …

We wisten even niet wat we zagen. De lepelaar maakte er een prachtige show van. Al snel draafde hij min of meer dansend door het water. En niet alleen dat, met ferme vleugelslag zijn evenwicht bewarend, zocht hij ook de diepte op …

In fotografisch opzicht kwam het hoogtepunt voor mij net even later, toen de leppelbek weer ‘op normale wijze’ foeragerend voortschreed. Maar eerlijk is eerlijk: hoe mooi de vangst was, zag ik pas toen ik de beelden later op de middag op de pc bekeek. 🙂
Ik heb er maar weer een diashowtje van gemaakt …

Deze diashow vereist JavaScript.

De ljip is werom!

Terwijl enige honderden voornamelijk brandganzen zich op nogal luidruchtige wijze ophielden in het noordelijk deel van de Jan Durkspolder, was het aan de zuidkant rustig. Heel rustig …

Niet zo ver van de vogelkijkhut dobberden wat eenden op het water, verder viel er in eerste instantie weinig te zien. Heel in de verte zaten de eerste lepelaars weer op hun vertrouwde nestplaats. Die zijn dus ook al heel vroeg terug …

Terwijl ik zo wat over het water zat te turen, hoorde ik aan de oostkant van de vogelkijkhut ineens een wel heel bekend vogelgeluid. En jawel, daar zat hij … “De ljip is werom – de kievit is terug …”

Nu eens kwamen er een paar smienten langs, dan weer dobberde er een slobeend voorbij. Het maakte de kievit niks uit. Het was een genot om te zien hoe hij ruim 20 minuten heen en weer trippelde op zijn kleine drassige eilandje. En voor wie altijd heeft gedacht, dat de kievit enkel zwart-wit gekleurd is … Kijk eens wat voor mooie, kleurrijke glans er over zijn verendek ligt …

Tot slot, onder ons gezegd en gezwegen …
Het kan natuurlijk ook heel goed zo zijn dat deze kievit de afgelopen maanden in onze contreien is gebleven, want in zachte winters vliegen niet alle kieviten duizenden kilometers naar het zuiden. Voor zover ik weet, schuiven sommige exemplaren hooguit mee met de sneeuw- of vorstgrens.

Oudejaarsmijmeringen

Wat gaat zo’n jaar dan weer snel voorbij, hè … Ik ben er nog niet eens aan toe gekomen om even rustig per maand of per kwartaal terug te blikken. Sinds er in oktober een remedie is gevonden om mijn zenuwpijn met ca. 4 of 5 behandelingen per jaar tot hanteerbaar niveau te onderdrukken, heb ik weer meer energie en kan ik er weer meer op uit. Als gevolg daarvan had ik de afgelopen drie maanden eindelijk weer eens genoeg fotomateriaal om mijn weblog dagelijks te vullen.

Om toch nog op enigerlei wijze terug te kunnen blikken, heb ik 12 zeer diverse foto’s uitgezocht. Overzichtelijker dan met deze 12 maandelijkse foto’s kan ik 2018 niet weergeven, en daar laat ik het dan ook maar bij …

Afanja’s 2018 in 12 maandelijkse beelden

Ik sluit het jaar af met een woord van dank aan iedereen die het afgelopen jaar met grappige, warme, informatieve, aanvullende, meelevende, opbouwend kritische, of wat voor reacties dan ook, actief heeft bijgedragen aan mijn weblog. Zonder jullie reactie en ‘likes’ zou het bloggen een stuk minder leuk zijn.

Doen jullie voorzichtig vanavond!?
Een rustige en veilige jaarwisseling gewenst!

Diner voor twee

De meeste foto’s die ik vanuit de grote vogelkijkhut in de Jan Durkspolder maak, geven een beeld van het oostelijke en het zuidelijke deel van de plas. Onlangs heb ik eens een paar foto’s in westelijke richting gemaakt …

Daar was een juveniele lepelaar – wadend door het water – op zoek naar voedsel …

Enkele meters verderop dobberde een eend op het licht rimpelende wateroppervlak …

Zonder ’t zich bewust te zijn, vormden ze samen – parallel foeragerend – een mooi fotogeniek diner voor twee …