Weer en warmte in 2017

Gisteren heb ik hier de blik gericht op de neerslag in 2017, vandaag kijken we naar het temperatuurverloop. Wat in de onderstaande grafiek meteen opvalt, is dat de gemiddelde temperatuur alle maanden aanzienlijk hoger is uitgevallen dan het langjarig gemiddelde over de periode 1971-2000. Alle maanden …? Nee, alleen januari bleef als wintermaand nog dapper weerstand bieden …

Landelijk kwam de gemiddelde temperatuur in januari 2017 uit op 1,6ºC, maar in ons tuintje bleef het kwik steken op 1,1ºC. Het was de koudste januarimaand sinds 2010. Op 7 januari zorgde langdurige ijzel voor grootschalige gladheid. In de tweede helft van de maand ging het landschap schuil onder een dikke laag ruige rijp. Schaatsers tussen de berijpte rietkragen leverden prachtig plaatjes op …

Na enkele dagen was het alweer gedaan met het winterweer. In ons tuintje ben ik uiteindelijk niet verder gekomen dan 6 ijsdagen (max. temp. lager dan 0,0 °C), normaal zijn dat er gemiddeld 11. In totaal heb ik 40 vorstdagen (min. temp. lager dan 0,0 °C) kunnen noteren, tegen normaal ca. 63 …

In de rest van het jaar bleven de temperaturen ruim boven de gemiddelde waarden (zie ook de eerste grafiek). Vooral mei, juni en oktober verliepen erg warm. De hogere gemiddelde temperaturen kwamen naar mijn idee voor een belangrijk deel tot stand door hogere minimumtemperaturen. Wat verder opvalt, is dat 2017 vooral een groter aantal warme dagen kende (max. temp. 20,0 °C of hoger), terwijl in onze omgeving het aantal zomerse en tropische dagen (gelukkig) juist wat lager lag. Stranddagen met een temperatuur rond de 23 graden bevielen me begin juni uitstekend op Terschelling …

Uiteindelijk is de gemiddelde temperatuur in ons tuintje in 2017 uitgekomen op 10,7°C tegen een langjarig gemiddelde van 9,1 °C over de periode 1971-2000. Het KNMI in De Bilt kwam uit op 10,9 °C, tegen normaal ca.9,8 °C. Ja … het begint toch echt knap warm te worden langzamerhand …

Henk Jonkvorst vroeg donderdag: “Het schijnt ook een bovengemiddeld zonnig jaar te zijn geweest, maar ik weet eigenlijk niet of een weerstation ook zon-uren bijhoudt.”
Het gemiddelde weerstation meet geen zonneschijnduur, daarvoor is een pyranometer nodig, en die heb ik niet. Voor informatie daarover ben ik aangewezen op het KNMI, en dat weet te melden dat 2017 met landelijk gemiddeld 1764 uur zon zeer zonnig was. Normaal is 1644 uur. Veel maanden waren zonniger dan normaal, vooral januari en maart sprongen eruit. December was de enige echt sombere maand. Voor mijn gevoel heb ik de zon intussen al zeker twee maanden niet meer echt gezien of gevoeld …

Om de een of andere reden heb ik zelf niet het idee dat 2017 extreem zonnig was. Enerzijds zal dat te maken hebben met het feit dat ik vorig jaar veel minder dan anders op pad ben geweest. Anderzijds heb ik het gevoel dat echt heel zonnige en warme dagen relatief weinig voorkwamen in 2017, en dat we vooral te maken hadden met wisselende bewolking. Dit alles voor wat het waard is.

Vreemd licht in de lucht

Er hing gisteren een vreemd licht in de lucht, de weinige wolkjes die er waren kregen een gouden randje …

Wanneer er geen wolkjes waren, hing er voortdurend een oranje gloed rond de zon …

Geen moment werd de lucht zo mooi helder blauw als de voorgaande dagen …

Al ruim 2 uur voor zonsondergang kleurde de zon alsof hij op het punt stond achter de horizon te verdwijnen …

De oorzaak van dit alles: rookwolken afkomstig van de grote natuurbranden die al dagenlang woeden in Spanje en Portugal, en zand of stof uit de Sahara zijn met een zuidwestelijke wind vooral door toedoen van orkaan Ophelia naar onze regionen gevoerd. Hoog in de lucht deed dit alles verwoede pogingen om de zon bij ons te verduisteren …

(V)luchtige mijmeringen

Weet je wat op zo’n mooie dag aan zee ook zo’n fijne bezigheid is …?
Lekker achterover liggen en de voorbij zwevende meeuwen aan het blauwe zwerk nakijken …

Daar lag het in elk geval een stuk lekkerder dan op de behandeltafel in de Pijnpoli van ziekenhuis Nij Smellinghe gisteren. En het nakijken van die meeuwen was ook een stuk fijner dan het naar binnen voelen dringen van een lange injectienaald in mijn rechterflank …

In Fryslân zeggen we dan: it moat earst op syn slimst ear’t it better wurdt ... (het moet eerst op zijn ergst, voordat het beter wordt). Voorlopig houd ik me maar weer hoopvol vast aan de gedachte, dat men me daar misschien dan toch eindelijk van die gemene buikpijn af kan helpen …

Wie weet, misschien lukt het over enige tijd zelfs weer om gewoon een spijkerbroek met riem te dragen … Ik wacht het eerst maar weer af. Over een week hoop ik een eerste indicatie over het effect van deze behandeling te kunnen geven …

Te water!

Op deze warme woensdag lijkt een serie verfrissende zeegezichten me wel een goede keuze. Op de vrijdag van onze vakantie op Terschelling was het weliswaar wat minder warm dan vandaag, maar het was toch wel warm genoeg om me (heel) even lekker in zee te laten zakken …

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Vormen, lijnen en structuren in het zand

Ook op dag vijf van onze vakantie op Terschelling scheen de zon weer volop. Omdat we toch in de buurt waren, besloten we nog maar eens naar het strand te gaan …

Het meest rulle zand zoveel mogelijk vermijdend, vonden we na een korte wandeling ergens ten westen van paal 8 weer een lekker plekje tegen de duinenrij …

Lang in de zon liggen luieren is er tegenwoordig niet meer bij, nadat mijn benen weer wat waren hersteld van de wandeling op weg naar ons plekje, begon de onrust weer te kriebelen …

Wat rondstruinend over het strand ben ik met de camera in de aanslag op zoek gegaan naar vormen, lijnen en structuren die wind en water in het zand hadden gecreëerd …

Menigeen zal het niks vinden, maar ik kan echt genieten van deze voortdurend veranderende creaties der natuur …

Een tegenvallende vliegshow

Zoals op de voorgaande foto’s al te zien was, was het niet echt druk op het Terschellinger strand – om maar eens een understatement te gebruiken – maar voor de oplettende toeschouwer viel er zo af en toe toch wel wat te zien …

Terwijl ik op ons gerieflijke plekje tegen de duinrand wat om me heen lag te kijken, begon op zeker moment niet zo gek ver bij ons vandaan iemand een joekel van een kite uit te vouwen …

“Nu zullen we het beleven,” dacht ik, en ik ging er eens goed voor zitten …

Dan maar liever de lucht in … up, up and away …

Dat viel echter lelijk tegen … Korte tijd later zag ik de man, met de kite losjes op zijn rug bijeen gehouden, wat mismoedig in oostelijke richting weglopen …