Dobbers in de Overtuin

Mijn onderdanen waren gisterochtend absoluut niet in de stemming om nogmaals een tripje naar Beetsterzwaag te maken. Toen mijn fotomaatje Jetske en ik er vrijdag waren, prikte de zon af en toe vriendelijk door de wolken heen. Het weer werkte zaterdag niet echt stimulerend, het was bewolkt en er stond een stevige wind. Ik besloot eerst maar rustig wat aan mijn weblog te werken …

Aan het begin van de middag stelde ik Aafje voor om toch nog maar even naar de Overtuin te rijden. Na mijn verslag over de ontmoeting van Jetske en mij met beeldhouwster Floor van der Leun was Aafje ook wel nieuwsgierig geworden …

Floor was blij verrast om te zien dat ik me even na tweeën meldde bij de vijver: ‘Do hast it dus dochs helle … moai!‘ Zij en Aafje raakten al snel in gesprek, zodat ik wat foto’s en videoshots kon maken van de installatie zoals hij nu in de vijver dreef. Floor was tevreden over de manier waarop de installatie in de vijver lag. De dobbers deden wat er van ze werd verwacht: ze wuifden elegant heen en weer in wind en water…

Floor had daar als enige rond de vijver niet te klagen over aanloop en ze kreeg vooral leuke en positieve reacties, vertelde ze. Ook Aafje had zich prima vermaakt. Zij vond het alleen jammer dat Floors man Roelof er niet was, want daar had Aafje zich – benieuwd naar de familierelatie – wel op verheugd. Desondanks was het leuk er even te zijn en het eindresultaat te zien …

Toen het tegen drieën zachtjes begon te regenen, hebben we afscheid genomen van Floor. De bui die ons even later op de terugweg noopte om toch maar even te schuilen in een tunnel, hebben maar voor lief genomen. Zo heeft de Joiny voor het eerst nattigheid gevoeld.

Een vergeten etappe

In mijn enthousiasme bij het beschrijven van het tochtje van Aafje en mij samen vorige week heb ik een etappe overgeslagen. Dat maak ik bij deze nog even goed, al was het maar omdat we er langs een van mijn favoriete vennetjes kwamen …

Door de bossen van Olterterp rijdend, kwamen we na ongeveer 6,5 km aan bij het kleine ven bij Heidehuizen. Dat is altijd een fijn plekje voor een tussenstop. Er staat welgeteld één bankje bij het vennetje, en dat was nog vrij ook, een zeldzaamheid met zulk mooi weer …

We nestelden ons gezellig op het bankje om ons tijdelijk onder te dompelen in de omgeving. Met uitzondering van diverse vogelgeluiden was het er heerlijk stil. Langs de oever was het een komen en gaan van jagende libellen, die geen moment stil bleven hangen of zitten …

Na een klein halfuurtje stapten we weer op om onze weg te vervolgen. Via de Poostweg zetten we via het smalle bruggetje over It Alddjip koers naar het Weinterper Skar …

– de rest is geschiedenis

Schaduw genoeg, maar niet overal

Nadat ik wat foto’s had gemaakt vanaf het bruggetje over het Verbindingskanaal en van het werk van de boer, vervolgden we ons tochtje in zuidelijke richting …

In het lommerrijke gebied ten zuiden van Drachten zijn rond veel weilanden schaduwrijke plekjes te vinden. Deze koeien tussen Drachten en Olterterp hadden de pech om in deze warme periode in een weiland te staan waar aan weerszijden geen bomen staan …

Voor hen was er geen andere optie dan maar zo weinig mogelijk te doen door in de buurt van de op zonne-energie aangedreven waterpomp te gaan liggen. Het moest niet mogen …

De geur van hooi, toen en nu

Maandag hebben Aafje en ik voor het eerst sinds vorig jaar augustus weer eens samen een ritje gemaakt. Aafje op de fiets en ik op de Joiny, het kon nu tenslotte weer. Bij het bruggetje over het Verbindingskanaal ten zuiden van Drachten vroeg ik Aafje om even te stoppen …

Er zijn bruggetjes in de omgeving die een mooier uitzicht bieden, maar hier hoort een kijkje naar beide kanten over het water. Op de zuidelijke oever was een boer aan het werk om het hooi in mooie rijen op het land te leggen, zodat het in de loop van de dag binnen gehaald kan worden …

Toen we er 2,5 uur later op de terug weer langs kwamen, was de boer inderdaad bezig om het hooi van het land te halen. Kennelijk was er een kink in de kabel gekomen, want hij was bovenop de grote balenpers geklommen om een of ander euvel te verhelpen. We bleven even staan om een paar foto’s te maken en de heerlijke hooilucht nog eens op te snuiven. Het is een geur die we allebei van jongs af aan kennen, en die nog altijd een nostalgische heimwee oproept. Ik hoef bij die geur mijn ogen maar even te sluiten, dan ben ik 60 jaar terug in de tijd, toen hooien er nog heel anders uitzag …

‘It rûkt mar wer lekker,’ zei ik, toen de boer even later naar ons toe kwam lopen. ‘Dat kin ek hast net oars no, mei sok moai waar en sa’n prachtich stik lân …,’ antwoordde hij lachend. Hij had moeten kiezen vertelde hij, een vrije dag nemen of tijd in zijn hobby steken. Het was het laatste geworden, want dat was tenslotte hobby en het leverde nog wat geld op ook. We hoefden geen medelijden met hem te hebben, lachte hij. Met airco en stereo muziek aan boord was het goed uit te houden. Gerustgesteld namen we afscheid en ging ieder zijns weegs …

De kampen ‘Oranje’ en ‘Ybenheer’

Toen ik een paar weken geleden een rit door en rond het Fochteloërveen maakte met Aafje, kwamen we langs twee voormalige kampen uit de tijd van de Tweede Wereldoorlog en daarna: kamp Ybenheer en kamp Oranje aan de Veenweg bij Fochteloo (kaartje OpenStreetMap)

Bij beide kampen maakten we een tussenstop om er een kort kuiertje te maken. Terwijl Aafje zich op de tekst van de informatiepanelen richtte, maakte ik hier en daar een foto …

Beide kampen zijn aangelegd als werkkampen voor de Duitse Arbeidsdienst. Na de oorlog werd kamp Oranje gebruikt voor het opsluiten van NSB’ers, vanaf die tijd heet het ‘Oranje’. Daarna is het kamp onder andere bewoond door vrijwilligers die in Nederlands-Indië wilden vechten, repatrianten uit Nederlands-Indië en Zuid-Molukkers …

Vanaf het voorjaar 1942 tot oktober van dat jaar was Ybenheer een werkkamp voor Joodse mannen. Begin oktober ’42 werden de mannen lopend opgejaagd naar kamp Westerbork. Daarna gingen ze linea recta door naar de vernietigingskampen …

In 1951 kwamen 4000 Zuid-Molukse militairen overhaast met hun gezinnen op dienstbevel tijdelijk naar Nederland. De mannen werden ontslagen en kwamen met hun gezinnen terecht in afgelegen barakkenkampen, waaronder Ybenheer en Oranje. Onder de tweehonderd Molukkers die in 1951 deze kampen gingen bewonen, waren leerplichtige kinderen die niet genoeg Nederlands kenden om naar een Nederlandse school te kunnen. Daarom kwamen er een school en later ook een kleuterschool …

Veel meer dan her en der wat betonnen resten is er niet meer te zien van de beide kampen. Maar met de informatie rondom, een aantal fijne bankjes en rondom zingende vogels in bomen en struiken langs de verharde paden vonden we het best de moeite waard …

– Informatie over de beide kampen is hier te vinden: Wandelroute voormalige kampen Oranje en Ybenheer, bij Fochteloo

Grijs boven ’t Fochteloërveen

Het was kil en grijs toen Aafje en ik op Bevrijdingsdag ’s ochtends na de koffie in de auto stapten. En het werd er in het Fochteloërveen niet op, maar een mens wil wel eens wat …

Jaren geleden maakten we er samen nog wel eens een wandeling, maar sinds er halverwege de weg door het veen ‘een knip’ is aangebracht, is dat er niet meer van gekomen. Aafje was blij verrast om weer eens wat wollegras of veenpluis te zien …

In en boven dit soort plassen zou het nu al flink moeten wemelen van het leven, daar was echter op die koude Bevrijdingsdag geen sprake van. Wij hielden het op die open vlakte ook niet lang vol, want er stond een koude wind …

Langs it Swynzerpaad

Aafje bleek al een stuk dichterbij te zijn dan ik had gedacht. Toen we elkaar tegenkwamen, stelde ik voor om samen nog even terug te lopen over het Swynzerpaad (kaartje OpenStreetMaps), dat slingerend door de natte weilanden gaat. Van mijn fotomaatje Jetske wist ik al: bij het hek ligt een brede greppel en een sloot waar eigenlijk altijd wel íets te zien is …

In de verte wees de kerktoren ons richting Easterlittens. Zo ver was Aafje dus niet gelopen, vertelde ze. Terwijl we daar stonden, waggelde er iets verderop een eend met zeven donkere, pluizige kuikens door het gras. Vanaf mijn lage standpunt zag ik ze ineens één voor één verdwijnen—alsof ze gewoon oplosten. Pas toen ik weer opstond, snapte ik het: ze waren in de greppel beland. Tijd voor hun eerste zwemles …

Achter ons kwamen ondertussen een paar zwanen rustig onze kant op drijven. Tegen de tijd dat ze dichtbij genoeg waren, zag ik al hoe laat het was: voorjaar in de kop. En niet alleen daar …

– maar goed, dat verhaal komt nog. Eerst de echte primeurtjes …