De blanke top der duinen

Je kunt het op de onderstaande foto niet zien. Jetske die de dijk was afgedaald aan de zeezijde, kon het bij gebrek aan zoomlens ook niet zien. Maar er was die dag echt wel iets bijzonders te zien. Ik had het bij mijn weten nog niet eerder gezien, en ik heb er ook even over moeten denk wàt ik nu eigenlijk had gezien …

Op de onderstaande foto’s zien we behalve een paar zeilboten ook het Aardgaswinningscomplex Ameland Westgat 1. Maar wat zien we op de horizon als ik de 600 mm zoomlens ten volle benut? Ik heb daar zoals gezegd even over moeten denken. Ik dacht in eerste instantie aan een luchtspiegeling, maar dat is het niet …

We staan op ruim 11, 5 km van Westgat 1 op de zeedijk ten oosten van Wierum. Ik weet dat ’t Oerd op de oostkant van Ameland een uitgestrekt laag gebied is. Ik kan daarom alleen maar tot de conclusie komen, dat we achter de zeilboten – maar vóór het gasplatform – de blanke top der duinen en de groene begroeiing van it Oerd op Ameland zien …

De vuurtorens en wat andere bebouwing op de eilanden zijn vaak goed te zien vanaf het vasteland. De duinen van Ameland heb ik hier vandaan voor het eerst gezien. Het maakt wel duidelijk hoe helder het die dag was. Daarom ter afsluiting vanaf de kruin van de dijk nog een laatste rondblik over de Waddenzee van west naar oost, van de kerktoren van Wierum tot Peazens-Moddergat in de verte …

Het uitzicht verveelde nog lang niet en het was nog steeds lekker weer. Maar het was desondanks tijd om af te dalen van de dijk en op weg naar huis te gaan. De auto stond tenslotte niet echt op geschikt plakje om lang te parkeren …

Het was weer een mooie en gezellige toegift op mijn verjaardag, met dank aan Aafje en Jetske.

Reizigers en ander volk

Het is op de pier van Holwerd in zekere zin wel vergelijkbaar met een station. Er zijn voortdurend reizigers en ander volk aanwezig …

Op de pier kun je behalve reizigers ook vaak kijkend publiek zien. Geen wonder, want het is een mooie plek om uit te kijken over het Wad. Daarnaast bieden de komende en gaande veerboten en de vele reizigers, die dagelijks op- of afstappen, voortdurend afleiding …

Rust bij ‘it Timpeltsje’

Na een aantal dagen met wat gezellige drukte rond mijn verjaardag, begin ik de nieuwe week in alle rust met een foto van een favoriet plekje: het Tempeltje van Ids. Ik heb de foto vrijdagmiddag gemaakt tijdens een tochtje met Aafje en fotomaatje Jetske langs het Wad.

Het Tempeltje is een van de landschapskunstwerken van Ids Willemsma. Het staat op de kruin van de Zeedijk bij Marrum. Het is volgens de kunstenaar een presenteerblad dat de Waddendijk optilt en presenteert. Door de gelijkenis met een Grieks-Romeinse tempel wordt het in de volksmond aangeduid als De TimpelDe Timpel fan Ids en als It timpeltsje op de seedyk … 

Meer informatie: De Timpel fan Ids – Wikipedia

Dobbers in de Overtuin

Mijn onderdanen waren gisterochtend absoluut niet in de stemming om nogmaals een tripje naar Beetsterzwaag te maken. Toen mijn fotomaatje Jetske en ik er vrijdag waren, prikte de zon af en toe vriendelijk door de wolken heen. Het weer werkte zaterdag niet echt stimulerend, het was bewolkt en er stond een stevige wind. Ik besloot eerst maar rustig wat aan mijn weblog te werken …

Aan het begin van de middag stelde ik Aafje voor om toch nog maar even naar de Overtuin te rijden. Na mijn verslag over de ontmoeting van Jetske en mij met beeldhouwster Floor van der Leun was Aafje ook wel nieuwsgierig geworden …

Floor was blij verrast om te zien dat ik me even na tweeën meldde bij de vijver: ‘Do hast it dus dochs helle … moai!‘ Zij en Aafje raakten al snel in gesprek, zodat ik wat foto’s en videoshots kon maken van de installatie zoals hij nu in de vijver dreef. Floor was tevreden over de manier waarop de installatie in de vijver lag. De dobbers deden wat er van ze werd verwacht: ze wuifden elegant heen en weer in wind en water…

Floor had daar als enige rond de vijver niet te klagen over aanloop en ze kreeg vooral leuke en positieve reacties, vertelde ze. Ook Aafje had zich prima vermaakt. Zij vond het alleen jammer dat Floors man Roelof er niet was, want daar had Aafje zich – benieuwd naar de familierelatie – wel op verheugd. Desondanks was het leuk er even te zijn en het eindresultaat te zien …

Toen het tegen drieën zachtjes begon te regenen, hebben we afscheid genomen van Floor. De bui die ons even later op de terugweg noopte om toch maar even te schuilen in een tunnel, hebben maar voor lief genomen. Zo heeft de Joiny voor het eerst nattigheid gevoeld.

Een vergeten etappe

In mijn enthousiasme bij het beschrijven van het tochtje van Aafje en mij samen vorige week heb ik een etappe overgeslagen. Dat maak ik bij deze nog even goed, al was het maar omdat we er langs een van mijn favoriete vennetjes kwamen …

Door de bossen van Olterterp rijdend, kwamen we na ongeveer 6,5 km aan bij het kleine ven bij Heidehuizen. Dat is altijd een fijn plekje voor een tussenstop. Er staat welgeteld één bankje bij het vennetje, en dat was nog vrij ook, een zeldzaamheid met zulk mooi weer …

We nestelden ons gezellig op het bankje om ons tijdelijk onder te dompelen in de omgeving. Met uitzondering van diverse vogelgeluiden was het er heerlijk stil. Langs de oever was het een komen en gaan van jagende libellen, die geen moment stil bleven hangen of zitten …

Na een klein halfuurtje stapten we weer op om onze weg te vervolgen. Via de Poostweg zetten we via het smalle bruggetje over It Alddjip koers naar het Weinterper Skar …

– de rest is geschiedenis

Schaduw genoeg, maar niet overal

Nadat ik wat foto’s had gemaakt vanaf het bruggetje over het Verbindingskanaal en van het werk van de boer, vervolgden we ons tochtje in zuidelijke richting …

In het lommerrijke gebied ten zuiden van Drachten zijn rond veel weilanden schaduwrijke plekjes te vinden. Deze koeien tussen Drachten en Olterterp hadden de pech om in deze warme periode in een weiland te staan waar aan weerszijden geen bomen staan …

Voor hen was er geen andere optie dan maar zo weinig mogelijk te doen door in de buurt van de op zonne-energie aangedreven waterpomp te gaan liggen. Het moest niet mogen …

De geur van hooi, toen en nu

Maandag hebben Aafje en ik voor het eerst sinds vorig jaar augustus weer eens samen een ritje gemaakt. Aafje op de fiets en ik op de Joiny, het kon nu tenslotte weer. Bij het bruggetje over het Verbindingskanaal ten zuiden van Drachten vroeg ik Aafje om even te stoppen …

Er zijn bruggetjes in de omgeving die een mooier uitzicht bieden, maar hier hoort een kijkje naar beide kanten over het water. Op de zuidelijke oever was een boer aan het werk om het hooi in mooie rijen op het land te leggen, zodat het in de loop van de dag binnen gehaald kan worden …

Toen we er 2,5 uur later op de terug weer langs kwamen, was de boer inderdaad bezig om het hooi van het land te halen. Kennelijk was er een kink in de kabel gekomen, want hij was bovenop de grote balenpers geklommen om een of ander euvel te verhelpen. We bleven even staan om een paar foto’s te maken en de heerlijke hooilucht nog eens op te snuiven. Het is een geur die we allebei van jongs af aan kennen, en die nog altijd een nostalgische heimwee oproept. Ik hoef bij die geur mijn ogen maar even te sluiten, dan ben ik 60 jaar terug in de tijd, toen hooien er nog heel anders uitzag …

‘It rûkt mar wer lekker,’ zei ik, toen de boer even later naar ons toe kwam lopen. ‘Dat kin ek hast net oars no, mei sok moai waar en sa’n prachtich stik lân …,’ antwoordde hij lachend. Hij had moeten kiezen vertelde hij, een vrije dag nemen of tijd in zijn hobby steken. Het was het laatste geworden, want dat was tenslotte hobby en het leverde nog wat geld op ook. We hoefden geen medelijden met hem te hebben, lachte hij. Met airco en stereo muziek aan boord was het goed uit te houden. Gerustgesteld namen we afscheid en ging ieder zijns weegs …