Naar it Swartfean

Op verkenning langs onbekende wegen en paden in de gemeente, kwam ik in augustus terecht op It Swartfean. Het is een pad tussen Drachten en de Leijen waar ik nog niet eerder was geweest. Op zich is dat ook niet zo gek, want het is niet meer dan een half verhard doodlopend pad waar maar enkele huizen langs staan …

Ergens halverwege het pad is een afslag naar rechts in de richting van het dorp Rottevalle. Ik besloot echter rechtdoor te gaan om te kijken wat er aan het eind van het doodlopende pad te zien is. Nadat het pad een stukje verderop een haakse bocht naar links had gemaakt, liep ik onder de hoogspanningsleiding door, die 5 km zuidelijker langs ons huis loopt …

Aan het eind van het doodlopende pad stond een boerderij met zo te zien een half open stal. Daar wachtte me niet echt een warm welkom. In tegendeel, er stonden een paar bordjes die niks aan duidelijkheid te wensen lieten. Na een snelle blik aan de andere kant van de bosjes heb ik rechtsomkeert gemaakt…

Opnieuw kruiste ik de hoogspanningsleiding, nu richtte ik de blik naar het noorden. Halverwege het pad nam ik ditmaal de afslag naar links in de richting van Rottevalle. Daar heet het pad De Bosk …

– wordt vervolgd

Roestige handel aan de muur

Toch wel wat teleurgesteld over wat we bij de Leijen hadden aangetroffen, vervolgden we onze rit weer. We hadden geen andere keuze, want we waren nog maar halverwege. Bij Eastermar vroeg ik Jetske om even te stoppen. Bij een boerderij staat daar een oud, scheef hangend schuurtje waar al decennia lang een paar nog wat oudere, roestige reclameborden aan hangen. Die moesten nu toch eindelijk maar eens op de foto …

Het grootste bord is een origineel vroeg 20e-eeuws emaille reclamebord voor Gargoyle Mobiloil, met het iconische rode Gargouille-logo boven de dikke zwarte ‘Mobiloil’-letters op een witte achtergrond. De onderste tekst luidt ‘Vacuum Oil Company Ltd,’ waarmee het bord wordt geïdentificeerd als een echte Britse uitgave van Vacuum Oil Company Ltd, de voorganger van Mobil. Dit ontwerp is een van de meest herkenbare en blijvende beelden in vroege autoreclame, bedoeld voor tentoonstelling in garages, tankstations en werkplaatsen. Het bord toont periode-slijtage, met glazuurverlies, roest en randdegradatie die sterk wijzen op langdurig werk. Er schijnt een levendige handel te zijn in deze borden. Over het bordje van Shell hoef ik verder geen woorden vuil te maken …

Een ‘gargoyle’ is in het Frans een ‘gargouille’, en dat is in het Nederlands een ‘waterspuwer’. Zo’n waterspuwer is een uitmonding van een goot, vergaarbak of waterbekken met het doel water af te voeren. Zelf ken ik gargouilles nog het best van oude gebouwen, zoals kerken en kastelen in Frankrijk. Het zijn vaak sinister gebeeldhouwde figuren als de duivel, monsters en roofvogels (bron: Waterspuwer Wikipedia) …

Een origineel interieur

De eigenaar van het oude huisje – laat ik hem Jan noemen, zo heette hij tenslotte – nam ons tot slot nog even mee naar binnen. Daar kregen we van onder tot boven een rondleiding door het prachtige optrekje. Jan vertelde hoe hij stapsgewijs het hele huis onder handen neemt. Ik beperk het hier tot een paar foto’s van het voorhuis. Een wand en het plafond waren weer voorzien van een nieuw laagje met de originele kleuren …

Hoewel ze de tand des tijds niet hebben doorstaan zonder hier en daar wat glazuurverlies te hebben geleden, vind ik ook de originele tegeltjes op een paar van de wanden de moeite waard. Het is de bedoeling om het voorhuis in originele staat te laten. Het woongedeelte zit in het achterhuis, daar heb ik echter geen foto’s van gemaakt. Er is tenslotte ook nog zoiets als privacy …

Blij verrast met zoveel spontane gastvrijheid bedankten we Jan, voordat Jetske en ik ons ritje vervolgden. Als er in de toekomst ontwikkelingen zijn rond het oude boerderijtje, ben ik van harte welkom om nog eens te komen rondkijken, aldus de eigenaar. Met de belofte dat ik binnenkort even een visitekaartje bij hem in de brievenbus doe, namen we afscheid. Natuurlijk verwijs ik de eigenaar t.z.t. ook naar ‘Schrijven met licht’, want Jetske is op dit soort fotografie net wat beter toegerust dan ik …

– wordt wellicht vervolgd –

Smallingerlands oudste gebouw

Wie hier regelmatig meeleest zal zich herinneren, dat het er in juni eindelijk van gekomen is om het oudste gebouw van de gemeente Smallingerland op te zoeken. Tot mijn spijt was het boerderijtje omgeven door bomen en struiken, waardoor ik toen geen foto heb kunnen maken waarop de voorgevel met het jaartal 1668 in zijn geheel te zien was. Daar kwam vorige week zaterdag verandering in …

Vanwege het aanhoudend mooie weer kwam Jetske weer een dagje met de auto naar Drachten en de fiets achterop. Tijdens de koffie spraken we af om een ritje rond de Leijen te maken – Jetske op de fiets, ik op de Joiny. We hadden Drachten nog maar net verlaten, toen ik voorstelde om even een extra afslag te nemen. Ik hoopte Jetske in het voorbijgaan iets van het oude boerderijtje te kunnen laten zien. Naast het pad naar het erf hangt het onderstaande informatiepaneel over dit rijksmonument …

We hadden geluk, er liep net iemand in de tuin. Op mijn vraag of hij de eigenaar was van dit mooie oude optrekje, kreeg ik een bevestigend antwoord. Nadat ik had verteld, dat ik een paar weken eerder tevergeefs had geprobeerd een paar foto’s van de voorgevel te maken, nodigde hij ons uit om even in de tuin te komen. Daar mochten we best even een paar foto’s komen maken …

We hoefden verder eigenlijk niets te zeggen of te vragen, we hadden hier te maken met een enthousiaste man, die blij was met het huis dat hij ruim anderhalf jaar geleden had kunnen kopen. Hij excuseerde zich voor de rommel in de tuin en vertelde over zijn plannen met het huis …

Natuurlijk mochten we ook de oude lindeboom zien, die aan de zuidkant naast het boerderijtje staat. Die boom zou ongeveer net zo oud zijn als het boerderijtje. Zoals op bovenstaande foto’s te zien is, is hij helemaal hol van binnen. Dat maakt het tot een bijzondere stam met zijn omtrek van ongeveer zes meter. Jetske en ik waren zoals gezegd nog maar net onderweg, maar voor mij kon de dag al niet meer stuk …

Maar de rondgang was nog niet voorbij, we werden nog even binnen uitgenodigd …

Het oudste gebouw

Hoewel het hier gelukkig nog lang geen dertig graden is, laat de benenwagen laat me de laatste tijd weer regelmatig in de steek. Maar gelukkig kan ik er op de Joiny toch regelmatig even op uit. De afgelopen weken ben ik op zoek gegaan naar plekjes en paden rond Drachten die ik nog niet kende. Tijdens één van mijn ritjes ben ik op zoek gegaan naar het oudste gebouw van de gemeente Smallingerland. Ik wist dat het ergens ten noorden van Drachten moest staan, maar ik was er nog nooit geweest …

Het is een boerderijtje dat in 1668 is gebouwd aan Binnendyks 2 (voorheen Van Nijtap 3) in Opeinde. Het was indertijd eigendom van Wytse Taekes. In 1798 was het de grootste boerenhoeve van de buurtschap Nijtap met o.a. 13 koeien en 6 paarden. Na 1850 werd de boerderij verbouwd, ze werd verkleind en de vrijstaande hooiberging werd afgebroken. Het in traditionele stijl gebouwde keuterboerderijtje is in 1995 van binnen en van buiten gerestaureerd. Sinds 1970 is het een rijksmonument …

Tegenwoordig lijkt het een recreatiewoning te zijn, maar dat weet ik niet zeker. Op het erf moet nog een monumentale lindeboom staan, die waarschijnlijk dateert uit de bouwtijd van de boerderij. De eeuwenoude lindeboom schijnt een omvang van ongeveer zes meter te hebben. Daarmee is het waarschijnlijk de dikste boom van Fryslân. Vermoedelijk staat de boom aan de andere kant van het huis, want ik heb hem niet kunnen zien …

Bij Bote’s grote grutto

‘Vogels kun je niet melken.’

Om die zin draait het in de anderhalf uur durende documentairefilm over boer Bote de Boer, zijn gezin en de weidevogels. Het is een zin die blijft hangen. Misschien juist omdat hij zo nuchter klinkt, bijna achteloos – en ondertussen alles zegt.

Bote leeft voor de vogels die broeden op zijn land. Dat voel je in alles. Met hart en ziel zet hij zich in voor hun behoud, ook als dat zichtbaar ten koste gaat van het rendement van zijn melkveebedrijf. Natuur- en vogelliefhebbers lopen met hem weg. Ik begrijp dat wel …

In 2000 kochten Bote en zijn vrouw Astrid een melkveebedrijf net buiten Tjerkwerd. Op zo’n vijftig hectare land houden ze ongeveer negentig koeien. Toen Bote de weidevogels langzaam zag verdwijnen, besloot hij het anders te doen. Twintig hectare werd ingericht als agrarische natuur, met oude greppels, een hoger waterpeil, kruidenrijk grasland en een latere maaidatum …

Maar binnen zijn eigen gezin wringt het. Zijn zoon, die het bedrijf moet overnemen, ziet dat ‘vogeltjesland’ liever verdwijnen. ‘Domme ideeën,’ zegt hij. ‘Wat?’ vraagt zijn vader. ‘Alles.’ Het hele levenswerk van Bote samengevat in één hard woord. Bote zegt niets meer. Hij staat in zijn oranje-rode overall voor het raam en wrijft met zijn grote handen over zijn kale hoofd. Een klein gebaar, maar het komt binnen.

Ik moest onwillekeurig denken: dit is niet alleen het verhaal van één boer en zijn zoon. Dit is, in het klein, het verhaal van de Nederlandse landbouw van de afgelopen decennia …

En met resultaat. Het land langs de weg tussen Bolsward en Workum groeide uit tot wat inmiddels bekendstaat als ‘Bote’s Paradijs’. Jaarlijks broeden er zo’n tachtig tot negentig paartjes grutto’s. Dat zijn aantallen waar je stil van wordt, zeker als je weet hoe schaars ze op veel andere plekken zijn geworden. In 2023 kregen Bote en Astrid voor hun inzet de Gouden Grutto van Vogelbescherming Nederland …

Maar uiteindelijk gaat het niet alleen om vogels. Wanneer Bote bij de bank aanklopt voor financiering van een nieuwe stal, blijkt hoe weinig zijn inspanningen in dat systeem waard zijn. De weidevogels tellen niet mee; het gaat om cijfers, om rendement. De aanvraag wordt afgewezen.

Daar zit Bote dan, gevangen tussen twee werelden. Aan de ene kant zijn liefde voor de weidevogels, aan de andere kant zijn gezin en de toekomst van het bedrijf. Zijn zonen willen verder boeren, maar wel op een manier die wél geld oplevert. Met strak grasland, efficiëntie en zonder weidevogels …

Over hun leven en keuzes werd de docufilm ‘Vogels kun je niet melken‘ gemaakt. Na de bioscooprelease in 2024 was hij ook te zien bij 2Doc en hij staat nog altijd op NPO Start. Het is niet alleen inhoudelijk een interessante film, hij is ook erg mooi gemaakt.

Bote zit in een spagaat. Hij houdt van zijn weidevogels maar uiteraard ook van zijn gezin. Hij wil ook zijn zonen de kans bieden om te kunnen boeren. Wat mij betreft echt het kijken waard: ‘Vogels kun je niet melken’. 

Het blijft me bezighouden. Je kunt vogels niet melken. Maar wat is het ons waard dat ze er nog zijn?

Op zoek naar Bote’s gruttoland

Tegen het einde van een toch al mooie dag had ik nog één wens. Het lag niet bepaald op de route naar huis, maar ik wilde nog graag het gruttoland van boer Bote zien te vinden. Alleen: waar begin je zo’n zoektocht? Ik wist niet veel meer dan dat hij ergens in de buurt van Tjerkwerd moest wonen, en dat er een grote grutto van cortenstaal in een van zijn weilanden zou staan.

In Tjerkwerd hielden we een paar wandelaars staande. Misschien konden zij ons verder helpen. ‘No jimme treffe it, ik bin Bote syn sweager,’ antwoordde een van hen. ‘Jimme moatte in lyts stikje werom ride, dêrnei twa kear nei links en dan oer de brêge fuortendaliks nei rjochts, oer in smel kronkeldykje …’

Het smalle weggetje bracht ons uiteindelijk bij drie boerderijen. Behalve wat jongvee was er weinig leven te bespeuren. En van een grote grutto van cortenstaal? Geen spoor. Op dat moment bedacht ik me dat ik misschien beter naar Bote’s grutto had kunnen vragen dan naar zijn boerderij.

Er zat niets anders op dan terug te keren naar de doorgaande weg. We hadden nog maar net besloten om dan maar een stukje zuidwaarts over de N359 te rijden, toen het ineens gebeurde. Daar, midden in het land, stond hij — de grote grutto. Alsof hij al die tijd al op ons had staan wachten …

– Wie boer Bote is …? Dat zal ik hier morgen haarfijn uit de doeken doen …