Bij Bote’s grote grutto

‘Vogels kun je niet melken.’

Om die zin draait het in de anderhalf uur durende documentairefilm over boer Bote de Boer, zijn gezin en de weidevogels. Het is een zin die blijft hangen. Misschien juist omdat hij zo nuchter klinkt, bijna achteloos – en ondertussen alles zegt.

Bote leeft voor de vogels die broeden op zijn land. Dat voel je in alles. Met hart en ziel zet hij zich in voor hun behoud, ook als dat zichtbaar ten koste gaat van het rendement van zijn melkveebedrijf. Natuur- en vogelliefhebbers lopen met hem weg. Ik begrijp dat wel …

In 2000 kochten Bote en zijn vrouw Astrid een melkveebedrijf net buiten Tjerkwerd. Op zo’n vijftig hectare land houden ze ongeveer negentig koeien. Toen Bote de weidevogels langzaam zag verdwijnen, besloot hij het anders te doen. Twintig hectare werd ingericht als agrarische natuur, met oude greppels, een hoger waterpeil, kruidenrijk grasland en een latere maaidatum …

Maar binnen zijn eigen gezin wringt het. Zijn zoon, die het bedrijf moet overnemen, ziet dat ‘vogeltjesland’ liever verdwijnen. ‘Domme ideeën,’ zegt hij. ‘Wat?’ vraagt zijn vader. ‘Alles.’ Het hele levenswerk van Bote samengevat in één hard woord. Bote zegt niets meer. Hij staat in zijn oranje-rode overall voor het raam en wrijft met zijn grote handen over zijn kale hoofd. Een klein gebaar, maar het komt binnen.

Ik moest onwillekeurig denken: dit is niet alleen het verhaal van één boer en zijn zoon. Dit is, in het klein, het verhaal van de Nederlandse landbouw van de afgelopen decennia …

En met resultaat. Het land langs de weg tussen Bolsward en Workum groeide uit tot wat inmiddels bekendstaat als ‘Bote’s Paradijs’. Jaarlijks broeden er zo’n tachtig tot negentig paartjes grutto’s. Dat zijn aantallen waar je stil van wordt, zeker als je weet hoe schaars ze op veel andere plekken zijn geworden. In 2023 kregen Bote en Astrid voor hun inzet de Gouden Grutto van Vogelbescherming Nederland …

Maar uiteindelijk gaat het niet alleen om vogels. Wanneer Bote bij de bank aanklopt voor financiering van een nieuwe stal, blijkt hoe weinig zijn inspanningen in dat systeem waard zijn. De weidevogels tellen niet mee; het gaat om cijfers, om rendement. De aanvraag wordt afgewezen.

Daar zit Bote dan, gevangen tussen twee werelden. Aan de ene kant zijn liefde voor de weidevogels, aan de andere kant zijn gezin en de toekomst van het bedrijf. Zijn zonen willen verder boeren, maar wel op een manier die wél geld oplevert. Met strak grasland, efficiëntie en zonder weidevogels …

Over hun leven en keuzes werd de docufilm ‘Vogels kun je niet melken‘ gemaakt. Na de bioscooprelease in 2024 was hij ook te zien bij 2Doc en hij staat nog altijd op NPO Start. Het is niet alleen inhoudelijk een interessante film, hij is ook erg mooi gemaakt.

Bote zit in een spagaat. Hij houdt van zijn weidevogels maar uiteraard ook van zijn gezin. Hij wil ook zijn zonen de kans bieden om te kunnen boeren. Wat mij betreft echt het kijken waard: ‘Vogels kun je niet melken’

Het blijft me bezighouden. Je kunt vogels niet melken. Maar wat is het ons waard dat ze er nog zijn?

Op zoek naar Bote’s gruttoland

Tegen het einde van een toch al mooie dag had ik nog één wens. Het lag niet bepaald op de route naar huis, maar ik wilde nog graag het gruttoland van boer Bote zien te vinden. Alleen: waar begin je zo’n zoektocht? Ik wist niet veel meer dan dat hij ergens in de buurt van Tjerkwerd moest wonen, en dat er een grote grutto van cortenstaal in een van zijn weilanden zou staan.

In Tjerkwerd hielden we een paar wandelaars staande. Misschien konden zij ons verder helpen. ‘No jimme treffe it, ik bin Bote syn sweager,’ antwoordde een van hen. ‘Jimme moatte in lyts stikje werom ride, dêrnei twa kear nei links en dan oer de brêge fuortendaliks nei rjochts, oer in smel kronkeldykje …’

Het smalle weggetje bracht ons uiteindelijk bij drie boerderijen. Behalve wat jongvee was er weinig leven te bespeuren. En van een grote grutto van cortenstaal? Geen spoor. Op dat moment bedacht ik me dat ik misschien beter naar Bote’s grutto had kunnen vragen dan naar zijn boerderij.

Er zat niets anders op dan terug te keren naar de doorgaande weg. We hadden nog maar net besloten om dan maar een stukje zuidwaarts over de N359 te rijden, toen het ineens gebeurde. Daar, midden in het land, stond hij — de grote grutto. Alsof hij al die tijd al op ons had staan wachten …

– Wie boer Bote is …? Dat zal ik hier morgen haarfijn uit de doeken doen …

In het Fochteloërveen

Een dag nadat ik mijn eerste roerdomp had gefotografeerd, hoopte ik stiekem op nóg een primeur. Met dat idee in mijn achterhoofd ging ik op pad met mijn oud-studiegenoot Andries, die me had uitgenodigd voor een rit langs en door het Fochteloërveen (kaartje OpenStreetMap).

Andries woont praktisch tegen het gebied aan. Voor hem is het dagelijkse kost om hier rond te struinen, altijd op zoek naar wat er zich laat zien. Als vogelaar is hij goed te vergelijken met mijn fotomaatje Jetske – iemand die nét even meer ziet, nét even eerder hoort. Dat beloofde wat …

Het Fochteloërveen zelf helpt daar ook een handje bij. Dit uitgestrekte Natura 2000-gebied van zo’n 2500 hectare, op de grens van Fryslân en Drenthe, is een van de laatste plekken in Nederland waar nog levend hoogveen voorkomt. Op sommige plekken ligt het veen nog metersdik. Het landschap oogt open en stil, maar schijn bedriegt, er leeft meer dan je in eerste instantie zou denken.

Volgens Andries is het gebied een paradijs voor reptielen, met alle drie de Nederlandse slangensoorten: de gladde slang, de adder en de ringslang. En alsof dat nog niet bijzonder genoeg is, komen hier in de zomer slangenarenden jagen. Ook kraanvogels en zelfs zeearenden broeden in het gebied …

Tijdens de rit, die door afwisselende landschappen voerde, diende zich na een tijdje het eerste succes zich al aan. Tussen het riet en de lage begroeiing lieten zich al snel twee soorten zien die voor mij allesbehalve vanzelfsprekend zijn: de blauwborst (foto linksonder) en de tapuit (foto 2 en 3 hieronder). Twee soorten die ik pas een paar keer eerder had kunnen vastleggen. De tapuit staat op de rode lijst als ‘bedreigd’, en nu zat hij daar gewoon. Het voelde alsof de dag nog maar net begonnen was, terwijl hij nu al niet meer stuk kon …

Na een eerste verkenning langs de noordkant van het gebied stuurden we via een zuidelijke lus richting de Bruustinger Plas (kaartje OpenStreetMap). Op zo’n honderd meter afstand lonkte een vogelkijkhut, maar we besloten lekker buiten te blijven …

– wordt vervolgd, want we waren nog op zoek naar een tweede primeur deze week …

IJs aan de Hogeweg

We lieten de woudreuzen aan De Baars achter ons en daalden in westelijke richting af van 12.50 m naar -0,50 m aan de oostkant van De Weerribben. Daar stopten we voor een korte fotosessie aan de Hogeweg (kaart OpenStreetMap)

Aan de Hogeweg staan o.a. de spinnenkopmolen de Wigter en een mooie maalvaardige tjasker. Vandaag richtten we onze camera ’s echter op een paar van de pittoreske vervenershuisjes aan de weg. Op de sloot langs de oostkant van de weg lag nog een eerste dun laagje ijs. Daarachter stond een van de kleine vervenershuisjes. Mijn moeder is voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog in een vergelijkbaar huisje opgegroeid met haar ouders en 7 broers en zusters aan een andere Hoge Dijk. Ik vind dat nog steeds onvoorstelbaar …

Aan de overkant van de weg staat achter een wat bredere gracht een vervenershuisje met daarachter een schuur of stal. Ik denk, dat we dit een keuterboerderijtje mogen noemen …

Graan, aardappelen en kool

Soms vallen het landschap en de wolken erboven heel mooi samen …

Achter de dijkcoupure bij de Alddyk 12 -14 was een boerderij afgebroken. Twee stappen voorbij de coupure om een paar foto’s maken waren voldoende om een vrouw uit een stacaravan tevoorschijn te laten komen. Ze bleek niet gediend te zijn van ongevraagd bezoek achter de oude dijk. Dat was voor ons het sein om onze reis te vervolgen. Als het zo moest, hoefde het voor ons niet meer … 😜

In Peazens bleek geen plaats voor ons te zijn. Er bleek een of andere happening te zijn georganiseerd, waardoor er geen parkeerplekje meer vrij was. We besloten daarom voor een laatste stop nog even door te rijden naar Holwerd. Onderweg passeerden we onder andere akkers met graan, aardappelen en kool …

Achter twee dijken

Bij de Alddyk 22 – 24 zagen we dat er ook achter de oude dijk en de dijkkoupure graan stond. Ik kon het niet nalaten om even om het hoekje te gluren …

Er stonden een paar bloeiende klaprozen tussen de graanhalmen. Voor een echte close-up stonden ze te ver weg, maar ik vond dit ook al heel mooi …

Tot slot nog een laatste blik op de langgerekte akker met graan, die zich uitstrekt tot de Waddendijk, die op dit punt ca. 1.250 m verderop ligt …

Hooibalen en hokkelingen

Direct naast van het haventje van Smalle Ee ligt een deel het erf van de boer aan de overkant van de Bûtendiken. Hier stalt de boer vaak een deel van zijn materieel. Die dag stonden er een paar oude trekkers en o.a. een wagen met pakjes hooi …

Als ik hier met de auto langs kom, rijd ik meestal zo door, maar het was voor ons samen nu wel even de moeite waard. Die oude trekkers en de pakjes hooi zonder dat foeilelijke plastic doen me toch weer even weer terugdenken aan mijn jongste jaren rond de boerderij. Aan de overkant van de weg werden de pakjes hooi van een tweede wagen afgeladen in de schuur. Krachtpatserswerk …

Een stukje verderop langs de Bûtendiken stond een veel modernere trekker met een wagen half in de berm aan linkerkant van de weg. Rechts kwam net de boer aanlopen, die zijn hokkelingen naar het weiland had gebracht …

Zoals dat hoort te gaan met hokkelingen, kwam de hele ca. twaalf koppen tellende kudde achter de boer aan. Even stonden ze beteuterd toe te kijken, toen de boer het hek vast maakte. Daarna dropen ze teleurgesteld af …

Zodra ze ons zagen, leken ze de boer echter vergeten te zijn. In bedaard tempo kwam de hele club op ons af om zich aan de andere kant van de sloot in een lange rij voor ons op te stellen. Na een alleszins hartelijke begroeting vervolgden wij onze weg …