Rondblik over ’t Wad

Na bijna twee weken naderen we het einde van deze serie over Paesens-Moddergat en Wierum, twee oude vissersdorpen aan de Waddenzee. Tijd voor een laatste rondblik over ’t Wad bij Wierum …

Terwijl Jetske was afgedaald naar de waterlijn, zocht ik een zo hoog mogelijk punt om in alle rust te genieten van deze prachtige plek. Bij de kijker die op de kruin van de dijk staat, stond daarvoor een mooi, maar wiebelig opstapje (zie hier de actiefoto die Jetske van dit moment maakte) met daarop een toepasselijke handgeschreven tekst:

“Dêr ’t de dyk it lân omklammet lyk in memme-earm har bern” (Daar waar de dijk het land omhelst gelijk een moederarm haar kind), zo begint de tekst van het oude Friese lied ‘It heitelân’.

Kijkend naar de bovenstaande foto, zou je bijna zeggen dat die tekst hier op de zeedijk bij Wierum geschreven moet zijn. Kijk maar eens hoe mooi die gebogen dijk als een beschermende arm om Wierum heen ligt.
Ik eindig vandaag waar ik deze serie op 25 maart ben gestart, bij een oude palenrij

De wjirmdolster

“En de vrouwen dan …?” schreef ik gisteren aan het eind van mijn logje.

Wel, aan de vrouwen van Paesens-Moddergat werd in 2008 een standbeeld opgedragen op initiatief van dorpsbelang Paesens-Moddergat. Het beeld ‘Fiskersfrou’ (foto hieronder links) van Hans Jouta is een eerbetoon aan de vrouwen van Paesens-Moddergat, die na de ramp van 1883 voor een zware taak stonden: de zorg voor de kinderen en rond zien te komen van een karig inkomen …

Bij de kerk van Wierum staat ook een standbeeld van Hans Jouta: ‘de wjirmdolster’, de pierensteekster …

In de achttiende en negentiende eeuw staken Friese vissersvrouwen pieren (wjirmen) op het wad. De vrouwen hadden bij het pieren steken hoge laarzen en een witte broek aan, een dracht die zeker in die tijd voor vrouwen nogal ongebruikelijk was. De broek was ruim uitgesneden om ruimte te laten voor de rok en onderrok die de vrouwen in hun broek droegen (foto bovenaan rechts) …

De vrouwen liepen gewapend met emmer en greep het wad op om zeepieren te steken. Die pieren werden door de mannen weer als aas gebruikt. Niet alleen moesten de pieren worden gedroogd en op een bepaalde manier aan de vislijn worden geregen, ook moest de gevangen vis worden schoongemaakt en verkocht, soms zelfs helemaal tot in Leeuwarden. En dan moesten ze natuurlijk ook nog voor de kinderen en voor de eigen voorraad zorgen. Daar waar de mannen vaak op zee bleven, stierven veel vrouwen in het kraambed. De bevalling was veelal een inspanning die hun door zware arbeid geteisterde lichamen niet meer konden verdragen. Veel jonge kinderen overleden vaak samen met hun moeder …

Bron: http://www.dorpwierum.nl

De ene ramp is de andere niet

Als je bij de kerk van Wierum staat, dan kan het monument dat daar op de zeedijk staat je niet ontgaan. Het monument is in 1968 tot stand gekomen op initiatief van de vereniging Dorpsbelang Wierum en is gemaakt door G.J. de Weert …

“Hé, nog een monument voor die vissersramp zeker,” liet Jetske zich ontvallen toen we de trap beklommen. Boven aangekomen ontdekte ze echter dat de ene ramp de andere niet is. De grote ramp bij Paesens-Moddergat voltrok zich in de nacht van 5 op 6 maart 1883. Een vergelijkbare ramp deed zich hier ruim 10 jaar later voor met de vissersvloot van Wierum. Op 1 december 1893 voeren 17 vissersschepen uit, slechts 4 daarvan keerden teug. 22 Vissers, variërend van 19 tot 80 jaar, bleven die nacht op zee achter …

En de vrouwen dan …?

Twee dorpen verderop

Nadat Jetske en ik Paesens-Moddergat ’s ochtends vanaf de oostkant binnen waren gereden, verlieten we het dorp ’s middags aan de andere kant. Jetske nam plaats achter het stuur, waarna ik haar via Nes in westelijke richting naar het enkele kilometers verderop gelegen oude vissersdorp Wierum gidste …

Wierum ligt vlak tegen de Waddenzeezeedijk, die in een bocht om het dorp heen loopt. De dorpskern van Wierum ligt op een terp die in de vroege middeleeuwen is opgeworpen op een kwelderwal. Omdat de terp bijna in zee kwam te liggen, werd hij regelmatig geteisterd door wind en water van het Wad. Uiteindelijk verdween het noordoostelijke deel van de rechthoekige terp in zee …

Op de terp staat de Mariakerk. De oorspronkelijke kerk werd rond 1200 gebouwd en stond in het midden van het dorp. Door de eerdere genoemd stormen is hij uiteindelijk aan de rand van het dorp tegen de Zeedijk komen te liggen. De windvaan op de kerktoren, in de vorm van een aak, herinnert aan het visserijverleden van het dorp. Op de eerste foto is goed te zien dan het grootste deel van de kerk in de 20e eeuw is vervangen door nieuwbouw. Alleen de zadeldaktoren met de westzijde van de kerk zijn nog in de oorspronkelijk staat gebleven …

Over het visserijverleden van Wierum de komende dagen meer …