De Nicolaaskerk in Wiuwert

De Nicolaaskerk in Wiuwert is, zoals ik gisteren al schreef, vooral bekend om de grafkelder met zijn mysterieuze mummies. Maar wie alleen daarvoor komt, mist eigenlijk de helft. Ook boven de grond heeft deze kleine kerk verrassend veel te vertellen.

Zo is de noordzijde nog grotendeels authentiek en al meer dan duizend jaar oud – een stille getuige van eeuwen die hier bijna tastbaar voorbij zijn gegaan. Binnen wacht een bijzonder interieur: de kerk behoort tot de tien best bewaarde originele protestantse kerkinterieurs in Fryslân, daterend uit het einde van de achttiende eeuw …

Het meubilair draagt daar sterk aan bij. De rijk gebeeldhouwde preekstoel, compleet met trap, achterschot en klankbord, trekt meteen de aandacht. Het fijn uitgewerkte houtsnijwerk op de panelen laat zien hoeveel vakmanschap hier ooit in is gestoken. Zelfs het doophek voegt zich naadloos in dat geheel van ingetogen maar verfijnde schoonheid. En dan is er nog het orgel – voor zo’n kleine kerk verrassend rijk uitgevoerd …

De kerk had oorspronkelijk een éénklaviers orgel, dat in 1788 werd gebouwd door orgelbouwer R. Knol uit het Oost-Friese Norden. In 1860 werd daar door L. van Dam en Zonen uit Leeuwarden een tweede klavier aan toegevoegd. Vooral de geschilderde houten gordijnen en de fraai gesneden balustrade met houtsnijwerk maken het geheel bijzonder en geven het orgel een bijna theatrale uitstraling….

Bij het verhoogde koor, waar tegenwoordig een doorlopende expositie van o.a. diverse archeologische vondsten en over de Labadisten te zien is, hangt boven de ingang naar de grafkelder een opvallend stuk houtsnijwerk – alsof het de bezoeker alvast voorbereidt op wat daaronder verborgen ligt …

– morgen meer …

Terug in Wiuwert

Vorig jaar maart reden Jetske en ik langs het Friese dorpje Wiuwert, op zoek naar weidevogels. Toen bleek dat Jetske de mummies in de Nicolaaskerk nog nooit had gezien, stelde ik voor om daar even te stoppen. We kwamen echter op de bonnefooi, en de kerkdeur bleef die dag gesloten. We spraken af om later nog eens terug te komen.

In de tussentijd ontdekte Jetske dat een van haar collega’s wel eens rondleidingen gaf in de kerk. Een mooie ingang, vonden we, om het bezoek een volgende keer beter te plannen …

En zo stapten we vorige week vrijdag rond half twaalf alsnog binnen. Voor een rondleiding waren we nog wat vroeg, vertelde de koster. Hij had op dat moment bezoek, maar we mochten gerust zelf wat rondkijken. Dat lieten we ons geen twee keer zeggen.

We vonden er zelfs de sleutel van het Noormannenpoortje, dat op de foto hieronder dichtgemetseld te zien is. En natuurlijk gingen we naar de grafkelder, die achter het rooster linksonder te zien is – stil bewaard – alsof de tijd hier een andere maat hanteert …

De Nicolaaskerk dateert uit omstreeks 1200. Het is een eenbeukig bakstenen gebouw waarvan de rondbogige vensters aan de noordzijde verraden dat de oorsprong in de 12e of 13e eeuw ligt. Later werden van de rondbogen spitsbogen gemaakt en werden de zuid- en oostmuur opnieuw opgebouwd. De kerk kreeg vooral bekendheid door de mummies die er in de 17e eeuw werden aangetroffen …

morgen meer …

Het mysterie van Wiuwert

Vanmiddag vroeg matroos Beek in een reactie op mijn weblog of ik wel eens bij de mummies in Wiuwert was geweest. Die vraag kon ik bevestigend beantwoorden, maar dat is al zeker 40-50 jaar geleden. Maar toevallig stond er nog wel een blogje in concept klaar over de kerk van Wiuwert. Daarom vandaag even een extra editie …

Toen ik begin maart samen met fotomaatje Jetske op zoek was naar weidevogels in de buurt van Wommels, kwamen we langs de kerk. Op de terugweg stelde ik voor om daar even een tussenstop te maken. Je weet maar nooit, misschien was de deur van de kerk open. Zoals zo vaak, kwamen we ook hier echter weer voor de dichte deur. We hebben wel afgesproken om er nog eens naar toe te gaan tijdens openingstijd …

Die dag hebben we het gelaten bij een snel rondje om de kerk. De zuidgevel van de kerk, waarvan het oudste deel uit de 12e-13e eeuw stamt, ziet er prima uit. Aan de noordkant is het een ander verhaal, daar lijkt een steunbeer het (weer) begeven te hebben. Bij Omrop Fryslân is te lezen dat daar al langer en vaker problemen mee zijn geweest. ‘De kerk verzakt, maar de mummies zijn niet in gevaar …’

Toch nog maar eens een kijkje bij de mummies nemen, voordat het eeuwenoude raadsel is oplost.

‘In 1765 zijn twee timmerlieden met het interieur van de Nicolaaskerk bezig wanneer ze besluiten stiekem een kijkje te nemen in de kelder. Wat ze daar aantreffen? Elf doodskisten. Na het openen van de eerste kist, rennen ze gillend het pand uit. Maar nieuwsgierigheid neemt de overhand en zodoende keren de mannen terug … ‘ Van (NPO – 3 op Reis)

Grafkelders op Brongergea

Het kleine kerkhof van Brongergea wordt gedomineerd door de familiegrafkelder van de Van Limburg Stirums. Wanneer je door het ijzeren hek het kerkhof op loopt, sta je meteen voor het van zijmuren voorziene, gebogen toegangspad van de grafkelder … 

Charles L. A. J. graaf van Limburg Stirum (1877-1931) had in het begin van de 20e eeuw opdracht gegeven tot de bouw van deze kelder. Hij was in 1901 getrouwd met Maria de Blocq van Scheltinga en woonde vanaf 1910 op “Oranjewoud”, het buiten dat ze had geërfd … 

In de noord-oostelijke hoek van het kerkhof van Brongerga bevindt zich de familiegrafkelder van de Van Scheltinga’s. De grafkelder op zich is minder opvallend. Op enige afstand zien we de beluchtings-pijpen op wat we een soort grafheuvel zouden kunnen noemen …

Opvallend is wel de asymmetrische sluitsteen, waarop een naam ontbreekt. Het familiewapen evenwel geeft aan, dat dit de familiegrafkelder van de Van Scheltinga’s is ….

Het buiten Oranjewoud kwam door vererving aan jhr. Martinus de Blocq van Scheltinga, de oudste zoon van haar neef jhr. Hans Willem de Blocq van Scheltinga. Opnieuw woonde er op Oranjewoud een Van Limburg Stirum, want jhr. Martinus de Blocq van Scheltinga was in 1926 getrouwd met Cecilia Johanna gravin van Limburg Stirum. Zij was een ver familielid van Charles graaf van Limburg Stirum. Toen zij overleed in 1953 werd zij niet bijgezet in een der grafkelders. Zij kreeg een apart graf op Brongergea ongeveer tussen beide grafkelders in …

Ik sluit af met de ontluchtingspijp op de grafkelder van de Van Scheltinga’s. Graaf Charles vond het kennelijk een veilig idee voor het geval dat hij ten grave gedragen zou worden, voordat hij zijn laatste adem had uitgeblazen …

– wordt vervolgd