Moeraskartelblad en meer moois

Afgelopen vrijdag zijn Jetske en ik weer samen op pad geweest. Drachten was ditmaal de uitvalsbasis. We waren het er al snel over eens dat het maar weer eens een weidevogeldagje moest worden. Maar ik stelde wel voor om eerst even een kijkje te nemen in het Weinterper Skar …

Dat er het nodige vocht in het gebied is opgeslagen, was goed te zien aan de slenk waar het kristalheldere water vlot doorheen stroomde …

Er groeide een grote hoeveelheid rode planten met lange stelen en kleine roze bloemetjes. Jetske pakte Obsidentify erbij om uitsluitsel te krijgen over de naam van de plant. Het blijkt te gaan om moeraskartelblad, waarschijnlijk een ver familielid zijn van het hier al langer bekende en veel kleinere heidekartelblad

We liepen in de richting van het blauwgrasland langs het noord-zuid pad. Daar hoopten we al een enkele vroege brede orchis te vinden, maar dat was wat optimistisch gedacht. We liepen een stukje in zuidelijke richting naar het alweer van afstand lonkende ‘Afanja-bankje’ …

Terwijl ik mijn onderdanen even rust gaf op het bankje, scharrelde Jetske rond met de ‘Merlin Bird app’ om te kijken of er nog interessante vogeltjes te horen waren. Dat leek nogal tegen te vallen, maar er vloog wel een ooievaar in glijvlucht over ons heen …

Op weg terug naar de auto zagen we nog een vlinder. Fladderen even dachten we dat het een witje was, maar Jetske zal al gauw dat het een oranjetipje was. Het beestje streek neer op een paardenbloem en bleef daar net lang genoeg zitten om ons beide een paar foto’s te laten maken …

Vervolg van ’n licht winters ritje

Ik had nog maar net de deur van de vogelkijkhut achter me dichtgetrokken, toen ik iets verderop een paar vogels tussen de wilgentakken zag. De eerste herkende ik al snel als een koolmees. Bij de tweede duurde het wat langer. Het was me al snel duidelijk dat het een klein vogeltje was, maar het duurde even voordat hij zo in een wilg ging zitten, dat ik het kenmerkende geel-zwarte petje van het goudhaantje herkende …

Hem herkennen was één ding, hem vervolgens ook nog op de foto krijgen, was weer een tweede. Het kleine snelle vogeltje bleef maar van tak naar tak schieten. Ik heb talloze foto’s gemaakt, maar er zat niet één scherpe foto bij. En ik ben bang dat dat niet alleen aan mij lag, maar ook aan mijn camera …

Ook van de rest van de dag heb ik heel wat onscherpe foto’s linea recta naar de prullenbak moeten verwijzen. Zoiets heeft mijn camera me onlangs ook al eens geflikt, dus ik ben bang dat er sprake is van serieuze scherpstellingsproblemen. Maar gelukkig bleven er nog genoeg bruikbare foto’s over, zoals deze van het deels ondergelopen land achter de Hooidammen (Google Maps). Hier kan vaak al snel geschaatst worden, maar er stond nu gek genoeg maar weinig water op het land …

Terug in de omgeving van Oudega en Earnewâld kwam ik langs een weiland, waar behalve een stuk of wat schapen ook een ooievaar op zoek was naar een lekker hapje. Mogelijk doet hij een poging om hier te overwinteren …

De earste earrebarre

Zoals de grote zilverreiger in de Jan Durkspolder zijn kostje bijeen gaarde met vissen, was de eerste ooievaar die ik dit jaar zag, een kilometer verderop op zijn manier ook bezig om zijn maaltje bijeen te scharrelen …


Parmantig stapte hij een stuk door het weiland. Even later liep hij voorover gebogen verder. Met scherpe blik tastte hij het grasland af op zoek naar lekkers …

Zo nu en dan prikte hij even snel en fel met zijn scherpe snavel in de grond. Een vette hap heb ik hem niet zien vangen, maar omdat ik al snel in de weg stond en ruimte moest maken, heb ik hem niet lang kunnen observeren …

Maaiwerk bij Earnewâld

Waar je in de wijde omtrek ook bent, zodra er in dit jaargetijde ergens een boer begint te maaien of net gemaaid heeft, komt er een groep ooievaars op af. Vorig jaar trof ik ze ten zuidoosten van Drachten bij het Weinterper Skar, onlangs was dat het geval ten noordwesten van Drachten …

Enkele dagen voordat de hittegolf over ons heen rolde, was deze boer begin augustus een stuk hooiland langs de Bolderen bij Earnewâld aan het maaien …

Omdat het lekker weer was, ben ik even lekker in de berm gaan zitten om een tijdje te genieten van het samenspel tussen de boer en de ooievaars …

Ooievaar in kruidenrijk land

Onlangs reed ik op weg van de ijsvogels naar huis langs een prachtig nat en kruidenrijk oud weiland …

Een ooievaar struinde het land links en rechts naar lekkers happend af …

Wat een verademing om zulk land te zien als je het vergelijkt met het gemiddelde weiland tegenwoordig …

Alle begin is moeilijk

Nadat we de nodige foto’s hadden gemaakt van de ooievaars in het bosachtige deel van ‘de Lokkerij’ zijn Jetske en ik enige tijd bij het veld met de paalnesten gaan zitten …

Vooral het geklepper, dat regelmatig opklonk van één of meerdere nesten was fascinerend. Het geklepper begint vaak al, wanneer een partner naar het nest komt vliegen. Na de landing wordt er niet alleen geklepperd, maar ook stijlvol gedanst. Met de snavels dicht bij elkaar tonen de geliefden elkaar hun genegenheid. Het is niet voor niks dat ooievaars monogame partners zijn, die elkaar in principe hun leven lang trouw blijven …

Dat alles bij elkaar vroeg niet alleen om beeld, maar ook om geluid. Tijd voor een actiefilmpje …

Daarmee kom ik aan het eind van dit verrassende bezoek aan ‘de Lokkerij’. Met dank aan mijn fotomaatje!

Zo zie ik ze niet vaak

Tijdens mijn reguliere ritjes zie ik vooral rondom Earnewâld regelmatig ooievaars, maar in zo’n bosrijke omgeving als hier bij ‘de Lokkerij’ zag ik ze niet eerder. De naam ‘Lokkerij’ betekent trouwens niet dat de ooievaars hier naar toe werden gelokt. De naam houdt verband met de familie Lokken, die in de boerderij waarin nu het ooievaarsstation gevestigd is, generaties lang het boerenbedrijf uitoefende. Lokkerij betekent dus: ‘de boerderij van Lokken’

Ik vond het fascinerend om te zien hoe de ooievaars daar in het bos bouwmateriaal bijeen sprokkelen om hun boomnesten te bouwen. Dat sprokkelen is één ding, maar dan moet het spul vervolgens ook nog naar huis worden gebracht. Dat betekent in dit geval opstijgen tussen de bomen door, daarna wordt buiten het bos met een wijde boog hoogte gemaakt …

Eenmaal op de juiste hoogte keert de ooievaar met zijn vracht terug naar het bos. Vervolgens is het de kunst om strak tussen de bomen door te manoeuvreren om het bouwmateriaal uiteindelijk netjes af te leveren bij moeder de vrouw op het nest in aanbouw. Er is nog wel het nodige werk aan de winkel voor dit koppel, want meer dan een paar takjes liggen er zo te zien nog niet. Maar ze vliegen af en aan, dus ze doen wel hun best …

De meeste ooievaars op boom- en paalnesten rondom hebben het er beter voor staan. Vooral veel van de oude boomnesten zijn indrukwekkend. Aan veel van die nesten wordt al jarenlang gewerkt, en daar zijn ook al vele generaties uit voortgekomen …

Maar niet iedereen maakt zich even druk om een nest. Dit koppel stond lekker rustig naast elkaar in de zon. Het fundament ligt er, en daar lijkt het nog even bij te blijven. Misschien zijn ze ook nog simpelweg te jong om al aan broeden te beginnen. Je weet ’t niet …