De ekster en de kat

Het zijn luidruchtige herrieschoppers, die ik zeker in het voorjaar liever niet in de tuin heb, maar mooi zijn ze wel. Ik heb het over de ekster in zijn glanzende zwart-witte kostuum, waar ook nog een gedistingeerd vleugje blauw in is verwerkt …

Toen ik vorige week een ommetje in de buurt maakte, zag ik een ekster in het speeltuintje rond scharrelen. Hij leek zich volstrekt niet aan mijn aanwezigheid te storen en liet me rustig dichterbij komen, zodat ik een aardige fotoserie kon maken …

Toen er een kat op het toneel verscheen, leek de ekster hem even uit te dagen. Maar zodra de kat aan een sprint was begonnen om die nare plaaggeest naar de strot te vliegen, sloeg de ekster zijn vleugels uit. Vanuit een boom liet hij even later zijn spottende “Èkèkèkèk …” door het speeltuintje klinken. De kat bleef wat beteuterd achter …

Zomerse tussenbalans

Tot dusver doet het lang aanhoudende warme zomerweer nog geen al te grote aanslag op mijn lichaam. Dat is in eerdere warmere perioden wel eens anders geweest. Dat het nu een draaglijke warmte is, heeft alles te maken met het feit dat we dankzij de ligging van hogedrukgebieden gelukkig steeds te maken hebben met een bijna on-nederlandse droge warmte. Oftewel: het is niet van dat plakkerige weer …

De zomerstop op het weblog bevalt me daarbij uitstekend. Lekker in de relatief koele schaduw van de hazelaar liggend of zittend, krijg ik zo af en toe eens gezelschap aan de rand van de vijver. Zo komt er bijvoorbeeld regelmatig een merel om even te badderen of wormen te zoeken. Ook een buurtkat komt zo af en toe eens langs. Die moet ik in de gaten houden, want volgens mij komt die vooral voor de vissen …

Met de insecten in de tuin schiet het nog altijd niet op. Zo af en toe zie ik eens een vlinder – meestal een witje – fladderen, maar even poseren is er ondanks de weelderig bloeiende ijzerhard en de vlinderstruik niet bij. Dan maar even een foto van een passerende zweefvlieg …

Om niet helemaal te verstoffen en te verstijven heb ik een paar maal een ritje met wat korte tussenstops gemaakt. Voor echte fotokuiers is het me te warm en dat is met vrijwel steeds dat toch 150 gram wegende Tens-apparaat aan een bandje rond mijn hals ook niets waard nu.

Tijdens één van die tussenstops heb ik wel ontdekt waar een groot deel van de insecten tegenwoordig zit … op en rond de boerderij blijkbaar …   😉

Ik sluit af met het relatief koel aandoende beeld van een foeragerende lepelaar in de Jan Durkspolder. Een groot deel van de plaatselijke kolonie liet zich daar vanuit de grote vogelkijkhut goed bekijken …

Zo, en nu duik ik met het oog op de naderende hittegolf mijn hangmat weer in, want mijn zomerstop zal zeker nog een week voortduren. Tot een uur of drie lekker in de schaduw met Radio Tour en als het daarna op het terras te zonnig en te warm wordt, nestel ik me in de nog steeds relatief koele woonkamer lekker voor de Tour op tv. Want wat is het spannend en wat kan het nog mooi worden …

Tot later, blijf koel.

Een waakzaam gruttokoppel

Terwijl ik met een rustig gangetje Poppenhuizen-Warniahuizen passeerde, zag ik al vanaf enige afstand een grutto boven de weg cirkelen. Toen ik de auto in de berm had laten uitrollen, zag ik al snel wat vermoedelijk de oorzaak van de drukte was: op de dam rechts van de weg lag een kat op de loer. Je kunt hem nog net tussen het fluitenkruid zien liggen …









Mijn aanwezigheid werd kennelijk ook niet echt op prijs gesteld, want het duurde niet lang voordat de grutto ook luid roepend over mij heen kwam vliegen. Een paar maal voerde hij een schijnaanval uit …









Korte tijd later streek hij in het lange gras van het weiland neer …









Toen pas zag ik iets verderop in het weiland nog een grutto staan, die net met zijn of haar kopje boven het lange gras uitstak …









Luid roepend begonnen ze met elkaar te communiceren …









Tja, en dan ga je toch denken of daar misschien ergens jonge grutto’s tussen het lange gras scharrelen …









Terwijl één van de grutto’s regelmatig het luchtruim koos om mij en eventuele andere indringers op afstand te houden, heb ik het tafereel een half uurtje gadegeslagen. Omdat ik toen nog geen jongen had gezien, en de kans om ze alsnog onder ogen te krijgen me niet al te groot leek, heb ik mijn weg maar vervolgd …