Het raadsel van de mummies

Er liggen niet alleen menselijke mummies in de kelder. Aan de zuidkant van het gewelf staan enkele op elkaar gestapelde kisten, waarin de resten van zes onderzochte mummies zijn ondergebracht. Op deze kisten staat een kleiner kistje, met daarin een gemummificeerde kat. Het dier is hier ooit in deze toestand aangetroffen. Veel vlees zit er niet meer op de botten, maar verder is het opmerkelijk goed bewaard gebleven …

Al sinds mensenheugenis worden er ook dode vogels in de grafkelder opgehangen. Een van de oudste exemplaren, een gemummificeerde haan, is momenteel uitgeleend aan het Natuurmuseum Fryslân voor de tentoonstelling ‘Mummie Mysteries’. Die samenwerking tussen het museum en de Nicolaaskerk heeft ook geleid tot een bijzonder experiment.

Want hoe het precies mogelijk is dat lichamen in deze kelder mummificeren, blijft een raadsel. En daarbij gaat het niet alleen om de elf menselijke lichamen, maar ook om dieren – zoals een haan, een papegaai en een spreeuw …

De droge lucht in de kelder en de aanwezigheid van twee ventilatiegaten spelen ongetwijfeld een rol, maar bieden geen volledige verklaring. Daarom is men een nieuw experiment gestart. In februari zijn een dode haan, twee kauwtjes en een houtsnip vanuit de collectie van het museum naar de grafkelder gebracht.

Daar hangen ze nu – stil, afwachtend bijna – terwijl bezoekers met eigen ogen kunnen volgen of en hoe het proces van mummificatie zich opnieuw voltrekt ….

Ingetogen en vol vragen gaan we weer naar boven. Hoeveel onderzoek er ook is gedaan, het Wonder van Wieuwerd is nooit ontrafeld. En dat is maar goed ook …

Wat overblijft is een plek waar geschiedenis, geloof en mysterie nog altijd dicht tegen elkaar aan liggen. En juist dat maakt de Nicolaaskerk in Wiuwert zo’n bijzondere bestemming: klein van formaat, maar groot in verhalen …

.– Slot

In de grafkelder met mummies

Goed, we hebben lang genoeg rondgedwaald en getalmd. Tijd om af te dalen naar de grafkelder …

Wat zou ons daar beneden te wachten staan. Ik ben hier ooit eerder geweest, maar mijn herinneringen aan de mummies zijn vaag en fragmentarisch. Mogelijk was het tijdens een schoolwerkweek in de jaren zeventig. Of ik het me goed herinner, weet ik eigenlijk niet eens meer …

We daalden een trapje met zeven treden af. Ik telde ze bijna automatisch. Met elke stap leek het licht van boven wat verder weg te raken. Het werd stiller, koeler ook. Beneden gekomen trok ik de deuren van de kelder open. Een koude windvlaag kwam ons meteen tegemoet, huiveringwekkend …

In 1609 werd het koor van de Nicolaaskerk in opdracht van de adellijke familie Walta verhoogd. Onder dat verhoogde koor liet men een grafkelder aanleggen, bedoeld als familiegraf. De Walta’s bezaten destijds een groot deel van de omliggende landerijen en woonden in een kasteel vlak bij de kerk …

In 1765 deden timmerlieden hier bij toeval een ontdekking die hen de schrik van hun leven bezorgde. De lichamen in de kisten bleken niet te zijn vergaan, maar ingedroogd en gemummificeerd. Vanaf dat moment volgden onderzoeken elkaar op. Rond 1800 werden zelfs enkele kisten overgebracht naar de universiteit van Franeker voor verder onderzoek. Buiten de kelder vielen de lichamen echter al snel uiteen tot stof …

Zo ging veel verloren. Van de oorspronkelijke elf mummies zijn er nog slechts vier over. In de loop der tijd zijn verschillende verklaringen geopperd – van extreme uitdroging en bodemgassen tot aardstralen of zelfs een wonder. Een sluitend antwoord is er nooit gevonden. Voorlopig blijft het dus een raadsel …

Om me heen kijkend, zag ik de opgehangen vogels – ook zij langzaam ingedroogd. Het is een vreemd gezicht. De kelder lijkt nog altijd zijn stille raadselachtige werk te doen …

.- wordt vervolgd

Wiuwert en de sekte der labadisten

Voordat we naar de grafkelder met de mummies gaan, nemen we eerst nog even een kijkje bij de expositie boven de kelder. In de vitrines zijn diverse archeologische vondsten rond de kerk te zien. Daarnaast gaat het er over de geheimzinnige sekte van de labadisten.

De labadisten waren een zeventiende-eeuwse religieuze gemeenschap die zich in Wiuwert vestigde. De naam komt van de Franse predikant Jean de Labadie, die een vrij radicale geloofsopvatting had en via orde, tucht en vroomheid eenwording met God wilde bereiken. Toen hij in 1669 uit de kerk werd gezet, stichtte hij zijn eigen gemeenschap: de labadisten

Na omzwervingen door Duitsland streek de groep in 1675 neer in het Friese Wiuwert. Zij vestigden zich op het familielandgoed Walta-State, waar ze in hun eigen onderhoud konden voorzien. De labadisten geloofden dat God niet in stenen kerken woonde, maar in het hart van de gelovige. Bezittingen werden gedeeld, kinderdoop en de zondagse rust werden verworpen. Wie zich aansloot, moest afstand doen van alles wat werelds was. Toch was de gemeenschap opvallend veelzijdig: onder de leden bevonden zich kunstenaars, geleerden en denkers, zoals Anna Maria van Schurman, de eerste vrouwelijke student van Europa, en de natuuronderzoekster Maria Sibylla Merian

Na het overlijden van Jean de Labadie ontstond er in de loop der tijd verdeeldheid binnen de gemeenschap. De strenge levenswijze en de hiërarchische structuur begonnen steeds meer op een sekte te lijken, en langzaam brokkelde de eens zo vurige beweging af. In 1732 kwam er in Friesland definitief een einde aan de labadisten …

In de kelder van de Nicolaaskerk in Wiuwert liggen nog altijd vier mummies, die nog steeds verbazingwekkend goed bewaard zijn gebleven. Maar de conditie van de mummies is over de eeuwen wel achteruit gegaan. Eén van de mummies zou de labadist Goudsmit Stellingwerf zijn, die zich in de kelder wilde laten bijzetten. Hij ligt er nog het meest vrij gaaf bij tegenwoordig …

En dan staan we voor de ingang van de met mysteries omgeven grafkelder. In 1765 kregen enkele timmerlieden hier de schrik van hun leven toen zij tijdens werkzaamheden bij toeval een aantal opmerkelijk goed bewaarde lichamen aantroffen. Volgens het verhaal renden ze in paniek de kerk uit. Wat zij precies zagen, en hoe deze lichamen zo goed geconserveerd konden blijven, is tot op de dag van vandaag niet volledig verklaard – en misschien is dat maar goed ook …

– spannend, hè …

Geen merels, wel koolmezen?

Voor het eerst sinds jaren lijken we dit voorjaar geen jonge merels in de tuin te krijgen. Ons paartje had er dit jaar voor gekozen om nu eens geen gebruik te maken van een nest in de pergola boven de vijver. Ze maakten in plaats daarvan een nieuw nest in de klimop langs de vijver. Dat vond ik meteen al geen goed plan, omdat het een kwetsbaar plekje is.

Die vrees bleek onlangs uit te komen, toen ik op een ochtend een nog kaal jong mereltje op het terras vond. Waarschijnlijk is hij slachtoffer geworden van een van de buurtkatten. Bij het nest was het stil. En dat is het sindsdien gebleven … 😢

Ik heb mijn hoop nu gevestigd op de koolmezen. Zaterdagmiddag leek er weer een koppeltje serieus belangstelling te hebben voor het nestkastje aan de hazelaar. Zou mooi zijn als het wat wordt …

Nazorg bij de merels

De meest brutale jonge merel ging al snel op verkenning. Aan het eind van de ochtend zag ik hem nog net even op de schutting naar de buren van nummer 9 staan. Een moment later zag ik hem daar naar beneden fladderen. In het rommelige hoekje daarachter zou hij eerst wel even veilig zitten …

De jonge merel die ik het eerst in beeld had gekregen, bleef rustig in de haagbeuk zitten wachten tot hem weer wat werd gebracht. Na verloop van tijd werd hij door pa in de richting van de bamboe gelokt. Nummer drie zat daar al een tijdje, die had een mooi plekje op het egelhuis gevonden. De laatste jonge merel bleef tot ver in de middag op het nest zitten …

Het was maar goed dat ze eerst allemaal wat in de buurt bleven. Buiten onze tuin was de situatie af en toe ronduit dreigend. Alsof ze geroken hadden dat er jonkies zijn, verschenen er meteen op dinsdagochtend al een kraai en een paar eksters in de tuin van de buurvrouw scheef achter ons. Zowel die vogels als één van de katten van de buren – een echte jager – heb ik de afgelopen dagen al meermaals weg moeten jagen …

Ik sta er echter niet alleen voor. Ook de ouders zijn voortdurend attent. Zodra er echt gevaar dreigt, kondigt pa of ma merel dat meestal luidkeels aan. Na de luide en strijdvaardige alarmfase lijken ze met een zachtere roep een jong naar een veiliger plekje te dirigeren …

Het nestje in de pergola boven de vijver is intussen leeg. Maar het is nog niet vergeten en verlaten. Regelmatig zie ik één van de merels er nog in duiken. Deze eerste leg was erg vroeg, wie weet, misschien wordt er binnenkort nog eens gebruik van gemaakt …

De ekster en de kat

Het zijn luidruchtige herrieschoppers, die ik zeker in het voorjaar liever niet in de tuin heb, maar mooi zijn ze wel. Ik heb het over de ekster in zijn glanzende zwart-witte kostuum, waar ook nog een gedistingeerd vleugje blauw in is verwerkt …

Toen ik vorige week een ommetje in de buurt maakte, zag ik een ekster in het speeltuintje rond scharrelen. Hij leek zich volstrekt niet aan mijn aanwezigheid te storen en liet me rustig dichterbij komen, zodat ik een aardige fotoserie kon maken …

Toen er een kat op het toneel verscheen, leek de ekster hem even uit te dagen. Maar zodra de kat aan een sprint was begonnen om die nare plaaggeest naar de strot te vliegen, sloeg de ekster zijn vleugels uit. Vanuit een boom liet hij even later zijn spottende “Èkèkèkèk …” door het speeltuintje klinken. De kat bleef wat beteuterd achter …

Zomerse tussenbalans

Tot dusver doet het lang aanhoudende warme zomerweer nog geen al te grote aanslag op mijn lichaam. Dat is in eerdere warmere perioden wel eens anders geweest. Dat het nu een draaglijke warmte is, heeft alles te maken met het feit dat we dankzij de ligging van hogedrukgebieden gelukkig steeds te maken hebben met een bijna on-nederlandse droge warmte. Oftewel: het is niet van dat plakkerige weer …

De zomerstop op het weblog bevalt me daarbij uitstekend. Lekker in de relatief koele schaduw van de hazelaar liggend of zittend, krijg ik zo af en toe eens gezelschap aan de rand van de vijver. Zo komt er bijvoorbeeld regelmatig een merel om even te badderen of wormen te zoeken. Ook een buurtkat komt zo af en toe eens langs. Die moet ik in de gaten houden, want volgens mij komt die vooral voor de vissen …

Met de insecten in de tuin schiet het nog altijd niet op. Zo af en toe zie ik eens een vlinder – meestal een witje – fladderen, maar even poseren is er ondanks de weelderig bloeiende ijzerhard en de vlinderstruik niet bij. Dan maar even een foto van een passerende zweefvlieg …

180719-1500x

Om niet helemaal te verstoffen en te verstijven heb ik een paar maal een ritje met wat korte tussenstops gemaakt. Voor echte fotokuiers is het me te warm en dat is met vrijwel steeds dat toch 150 gram wegende Tens-apparaat aan een bandje rond mijn hals ook niets waard nu.

Tijdens één van die tussenstops heb ik wel ontdekt waar een groot deel van de insecten tegenwoordig zit … op en rond de boerderij blijkbaar …   😉

180718-1145x

Ik sluit af met het relatief koel aandoende beeld van een foeragerende lepelaar in de Jan Durkspolder. Een groot deel van de plaatselijke kolonie liet zich daar vanuit de grote vogelkijkhut goed bekijken …

180713-1137x

Zo, en nu duik ik met het oog op de naderende hittegolf mijn hangmat weer in, want mijn zomerstop zal zeker nog een week voortduren. Tot een uur of drie lekker in de schaduw met Radio Tour en als het daarna op het terras te zonnig en te warm wordt, nestel ik me in de nog steeds relatief koele woonkamer lekker voor de Tour op tv. Want wat is het spannend en wat kan het nog mooi worden …

Tot later, blijf koel.