Een gaai op ’t duivennest

Ook zonder dat er in het intussen bekende hoekje in de tuin pinda’s voor het grijpen liggen, laten de gaaien zich af en toe mooi zien …

De kleinste van de twee gaaien die regelmatig even komen buurten, ontdekte onlangs het duivennest in de hazelaar. Nadat hij de situatie even van bovenaf in ogenschouw had genomen, daalde hij af naar het nest, waar hij zich zogezegd even lekker nestelde …

Man, vrouw, mees

Vandaag begin ik met een paar foto’s die ik drie weken geleden van de hazelaar heb gemaakt. Dat is tenslotte een beeldbepalend, ’s zomers zelfs dominant onderdeel van onze tuin. Gisteren kon je hem door een druppel heen nog op zijn kop zien staan.

Vandaag gaat het me om de bloeiwijze van de hazelaar. De hazelaar is een zogenaamde naaktbloeier: hij bloeit voordat de bladeren aan de boom of struik verschijnen. Voor de bestuiving is de hazelaar afhankelijk van de wind. Aan de hazelaar zitten de mannelijke en de vrouwelijke bloeiwijzen apart. De mannelijke bloei kent iedereen wel, dat zijn de opvallende langwerpige, geelwitte katjes die vaak al in januari vrolijk hangen te wapperen …

De vrouwelijke bloemetjes zijn een stuk minder bekend. Het zijn kleine rode bloempjes, die zo onopvallend zijn dat veel mensen ze nog nooit gezien hebben. Staand onder onze hazelaar valt het ook niet mee om ze met het blote oog te zien, daarvoor hangen ze al bijna te hoog. Om ze goed te tonen, komt de macrolens er eigenlijk aan te pas, maar ook daarvoor hangen de bloempjes te hoog. Ik volsta daarom met een uitsnede van de eerste foto …

En de mees …?

Dat is de koolmees die ik zaterdagochtend in de hazelaar kon fotograferen. Op die foto is mooi te zien dat de kleur van de katjes al flink is veranderd. Ook kun je zien dat de structuur van de katjes een stuk opener is dan op de eerste foto. Na de passage van Ciara is het meeste stuifmeel er intussen wel uitgewaaid …

Stormschade en oude druppels

Het is hier vandaag nog niet echt droog geweest, toch heb ik me tussen de buien door even in de tuin gewaagd om te kijken of er nog een aardig plaatje te scoren was. Dat viel weer lelijk tegen. Het waait nog steeds zo hard dat er geen druppel aan een takje of twijgje blijft hangen. De enige druppels die ik kon kieken, waren die op een paar door regen en wind gevelde krokussen. De komende dagen maar eens zien hoe veerkrachtig krokussen zijn … …

En dan prijs ik me in zekere zin toch weer gelukkig dat mijn weblogs uit de periode maart 2005 – juni 2010 verloren zijn gegaan op het wereldwijde web. De foto’s uit die periode bevinden zich namelijk nog steeds veilig in mijn eigen digitale archief. In donkere tijden als de huidige is het altijd fijn om daar af en toe even op terug te kunnen vallen …

En dus kan ik jullie vandaag laten meegenieten van een paar druppels die op 11 februari 2007 aan een sierlijk krullend takje onder de pergola hingen. Het kan niet missen of we moeten toen een stuk minder wind hebben gehad dan deze week …

De maan op zijn mooist

Zoals bij menigeen bekend, lokt het zachte weer me de laatste tijd dagelijks vele malen even de tuin in. Zo ook woensdag tegen het vallen van de avond. Zodra ik de deur opende, werd ik verrast door de maan die me vriendelijk toelachte. Ik maakte meteen rechtsomkeert om camera en statief even in stelling te brengen op het terras …

De atmosferische omstandigheden waren blijkbaar optimaal, want ik heb zonder noemenswaardig kwaliteitsverlies verder kunnen inzoomen dan me ooit eerder is gelukt. De onderstaande uitsneden van de maan heb ik zo uit de camera kunnen halen zonder dat ik ze op de pc hoefde te croppen. Alleen contrast en kleurstelling heb ik wat bijgewerkt …

Ter afsluiting heb ik de maan nog even laten vervagen achter de hazelaar …

Hoe en wat 2019 – 5

Wij waren er begin mei een weekje tussenuit. Op zich best lekker, maar in weerkundig opzicht hadden we het wel beter kunnen treffen. De maximumtemperaturen schommelden in die week rond de 11-12 graden met een positieve uitschieter van 13,1 ºC op 2 mei. Slechts één zonsondergang was het bekijken en fotograferen waard …

Het bleef de hele maand aan de frisse kant, zo af en toe komt dat ook nog voor in tijden van klimaatopwarming. De maximumtemperatuur reikte in mei niet verder dan 21,6 ºC. Dat was de warmste van maar 4 warme dagen, dat zijn dagen met een maximumtemperatuur boven de 20 graden. De gemiddelde temperatuur kwam uit op 11,8 ºC, en dat is precies gelijk aan het gemiddelde temperatuur van mei in de periode 1971-2000. Met maar 14 mm neerslag was mei een droge maand …

De vogels trokken zich van de weersomstandigheden niks aan. Het werd gezellig in onze tuin. De koolmezen kregen het steeds drukker naar mate hun jongen groeiden, ze vlogen voortdurend af en aan. hoog in de hazelaar begon ‘ons vaste koppeltje’ houtduiven avances te maken en een nest te bouwen.

Mijn fotomaatje wist me op een met 16 graden allerminst warme dag weer eens mee te tronen naar de Jan Durkspolder. Daar hadden zowel een lepelaar als ik een mazzeltje: hij een lekker hapje, ik een mooie foto …

Winterkoning bij de krabbenscheer

Ook in de vijver lag de waterspiegel er gisterochtend volkomen roerloos bij. Een mooie gelegenheid om even een blik te werpen op de ‘verdronken’ krabbenscheer. Ik blijf het boeiend vinden om te zien hoe die wonderlijke waterplanten in het najaar naar de bodem zakken, om in het voorjaar weer naar de oppervlakte te komen …

Toen ik daar zo stond, hoorde ik ineens een geluid dat ik nog niet eerder in onze tuin had gehoord. Ik kende het echter wel … volgens mij had ik het al eens bij mijn fotomaatje Jetske in de tuin gehoord. Het leek me de roep van een winterkoninkje. Terwijl ik me op de hazelaar richtte, hoorde ik even later niet alleen het wat tikkende geluid weer, maar toen herkende ik ook het kenmerkende staartje van de winterkoning. Hij zat onder in de hazelaar …

Natuurlijk had hij een plekje in fel tegenlicht uitgekozen. Het zijn dan ook geen wonderschone plaatjes geworden, maar omdat het ’t eerste portret van een winterkoning in eigen tuin betreft, kan het wat lijden vind ik. Daar komt nog bij, dat hij op de laatste foto net een sprongetje teveel omhoog maakte, waardoor hij een gescalpeerde indruk maakt, maar een kniesoor die daar op let …

 

Hoog in de hazelaar

Hoog in de hazelaar zijn de meeste bladeren intussen weggewaaid. Daarmee komt net als voorgaande jaren ook nu het duivennest dat daar in voorjaar en zomer is gebouwd weer tevoorschijn …

Ons duivenkoppeltje heeft het nest van vorig jaar ditmaal als basis gebruikt. Dat blijkt een goede keuze te zijn geweest, want in tegenstelling tot voorgaande jaren is het nu eens een stevig en stabiel bouwwerk geworden. En dat is maar goed ook, want hoewel het door ’t dichte bladerdek van de hazelaar moeilijk te zien was, zijn er afgelopen zomer zeker drie, maar waarschijnlijk vier jongen groot gebracht …

Daarmee heeft de hazelaar voor dit jaar zijn werk wel weer gedaan. In het heetst van de zomer heeft hij volop schaduw gebracht in ons tuintje. Daarnaast bood zijn dichte bladerdek een veilig plekje voor het jonge duivengezin. Als ik dan nog even inzoom op de laatste bladeren die nu nog aan de hazelaar hangen, zien we dat de katjes voor volgend jaar alweer klaar hangen. Laat maar komen dat voorjaar …     😉