Toen alles nog normaal was

Het was een mooi, maar fris weer, toen Aafje en ik op zondag 1 maart aan het begin van de middag in de auto stapten. De krokussen bloeiden gewoon alsof er niks aan de hand was …

En er was ook (nog) niks aan de hand. We passeerden achtereenvolgens de fiets- en voetgangersbruggen ‘de Slinger’ over de Zuiderhogeweg en ‘de Ring’ over de A7. Op de weg heerste de gebruikelijke zondagsrust. Dat het twee weken later ook op werkdagen gedurende langere tijd zo rustig zou zijn, konden we toen nog niet bevroeden …

Eenmaal op de plaats van bestemming kregen we het uitdrukkelijke verzoek om eerst het nieuwe uitzicht vanuit de kamers van de kleinzonen te bewonderen. Links het uitzicht in noordelijke richting, rechts dat in zuidelijke richting …

Pas toen een en ander was goedgekeurd mochten we ook de rest van het nieuwe huis bekijken. Ook dat kon onze goedkeuring wel wegdragen, waarna we met de gebruikelijke knuffel** afscheid namen …

** een knuffel … wat was dat ook weer …?

Het weervrouwtje komt naar buiten

– Virtueel naar Frankrijk 43 –

Zodra de mist aan het eind van de middag was opgelost, werd het weer lekker warm op het balkon …

Dat was voor mijn eigen weervrouwtje het teken om ook weer eens even buiten te kijken …

En dat was best de moeite waard, want de zon legde een zee van schitteringen over de oceaan …

Na het avondeten nestelde Aafje zich lekker in de zon op het balkon …

Ik ging intussen met R. en J. op avontuur aan de zuidkant van Ault. Het werd een soort kruistocht naar het verlaten en dichtgetimmerde huis op de krijtrotsen in de verte …

– wordt vervolgd –

Een visserman op het strand

– Virtueel naar Frankrijk 16 –

Op dag drie heb ik eerst eens een kijkje genomen in het atelier van de heer des huizes op de hoogste etage …

Het moet gezegd, hij had een fantastisch plekje uitgezocht met een majestueus uitzicht …

Maar ook het uitzicht vanaf het balkon mocht er even later weer zijn. Bij laag water verscheen er een visserman op het strand. In de diepte vlak voor het huis ging hij aan de slag met een emmer, een netje en een schep …

Gedurende de week werd het rond koffietijd een dagelijks terugkerende bezienswaardigheid. Wat hij precies deed, kon ik niet goed zien, daarvoor was de 3x zoom van mijn toenmalige Powershot G1 niet toereikend …

Boerenzwaluwen en een rietgors

Vandaag sluit ik de fotoserie over de fotokuier met mijn fotomaatje in het Weinterper Skar en bij de Leijen af.. Eerst nog maar even een rustgevende blik door één van de kijkluikjes in de hut over de Leijen. Het water lag er mooi bij onder een vriendelijk gebroken wolkendek …

Daarna richtte ik de blik opnieuw door de open deur naar de achterstaande wand. Daar namen de twee boerenzwaluwen alle tijd om voor me te poseren, zoals de witte kwikstaart dat eerder al had gedaan …

Zodra de zwaluwen gevlogen waren, liep ik naar buiten om te zien of er achter de schutting ook nog wat te fotograferen viel. Dat viel niet eens tegen. Helemaal niet toen Jetske zich even later weer bij me voegde. Terwijl ik doorschoof naar het noordelijke luikje in de schutting, ging Jetske voor het zuidelijk luikje staan. Vrijwel meteen verscheen er een rietgors, waar ik welgeteld één foto van kon maken. Maar de mooiste vangst aan de andere kant van de schutting was toch wel de jonge zwaluw die een stukje verderop op een tak zat …

Ik sluit af met een vrolijke foto van mijn fotomaatje. Dit beeld zegt alles over hoe de sfeer tijdens deze zonnige gezamenlijke fotokuier was …

Een leeg zwaluwnest

De Leijen (Google Maps) is één van de kleinste meren van Fryslân. Zoals veel wateren hier in de buurt is het ontstaan door de turfwinning. Het is een ondiep meertje met een aantal kleine eilandjes, sommige daarvan zijn waarschijnlijk restanten van de legakkers, waarop de turf werd gedroogd …

Nadat ik me enige tijd had gelaafd aan de aanblik van het meer, besloot ik eens rond te kijken in de hut. Jetske stond – nog steeds zwaar bepakt – rechts van me foto’s en een filmpje te maken van een bosrietzanger. Zodra ze merkte dat ik naar haar keek, zei ik: “We zijn er hoor .., je mag je rugzak wel even afdoen en neerzetten …”
“Je hebt gelijk,” zei ze even later, “dit voelt toch wel beter …”    😉

Mijn goede daad weer gedaan hebbend, richtte ik mijn blik naar links omdat ik daar vanuit een ooghoek beweging meende te zien. En dat bleek ook wel te kloppen. Net als vorig jaar zaten er weer een paar zwaluwen op de wand langs het vlonderpad …

Meteen vroeg ik me af of we mogelijk de route naar een nest met jongen blokkeerden. Een rondblik door de hut leerde al snel dat er hoog in een van de hoeken van de hut een nest zal. Er klonk geen geluid uit, maar zekerheidshalve maakte ik even bovenhands een foto om te zien of er mogelijk jongen in zaten. Dat bleek niet het geval …

– morgen meer zwaluwen –

Een kwikstaart bij de Blaustirns

Zodra we het bosje achter ons hadden gelaten zagen we de vogelkijkhut, en tot mijn grote vreugde zag ik even later dat de hut gewoon open was. Er zat geen gesloten deur voor en er waren ook geen planken voor de ingang gespijkerd, zoals dat eind 2017 op deze plek het geval was bij de voorganger van de huidige kijkhut. Sterker nog, naast de ingang hing een mooi kleurrijk koord met onderaan een vriendelijk label ‘HOI’. We voelden ons meteen welkom …

Voor twee personen was het geen probleem om de 1,5 m afstand aan te houden. Al snel zaten Jetske en ik allebei voor een van de kijkgaten op de uiteinden. Jetske zat voor het luik aan de westkant, ik zat aan de oostkant. Het luik in het midden lieten we vrij. En zo zaten we zeker op 1,5 m van elkaar. Perfect dus …

Het dreigde alleen wel erg vol te worden, toen er na enige tijd nog iemand binnen stapte. Het bleek te gaan om een toevallige passant die nieuwsgierig was naar wat er aan het eind van het pad te zien was. Hij had duidelijk geen kwaad in de zin, maar we waren wel blij dat we hem vriendelijk, maar snel weer naar buiten hadden gewerkt. In dit geval was vol echt vol …

Na bijna een jaar was het een prettig weerzien met de Leijen, want zo heet dit meertje. Voor de hut dreven zoals gebruikelijk weer veel bladeren van waterlelies op het wateroppervlak en verderop had het bomeneilandje nog altijd houvast weten te houden. Op één van de paaltjes die voor de hut in het water staan, stond een witte kwikstaart met een snavel vol lekkers voor zijn kroost. Ik had er een perfect model aan, pas nadat ik een mooie serie van hem had gemaakt, verdween hij …

– wordt vervolgd –