Optrekjes in ‘de Alde Feanen’

Nadat we de zeearend twee keer in zijn boom hadden zien zitten, kwamen we tijdelijk in een soort van bewoonde wereld terecht. Dat er hier en daar wat huisjes in ‘de Alde Feanen’ staan, wist ik wel. Heel lang geleden heb ik wel eens in dit gebied gevaren en geschaatst. Dat er zoveel tweede woningen staan, variërend van simpele optrekjes tot riante paleisjes, was nieuw voor me …

Als je het hart van nationaal park ‘de Alde Feanen’ op de kaart bekijkt, dan zie je dat het een wirwar is van grote en kleinere sloten en plassen. Daar tussen liggen nog verschillende oude legakkers, stukjes moerasbos en kleine eilandjes. Met rollend vervoer kun je hier niks en ook lopend kom je niet ver, want er is nergens een weg of pad te bekennen …

De huisjes hebben allemaal een adres, dat begint met ‘Alde Feanen’ gevolgd door een nummer en zijn dus alleen per boot bereikbaar. Die optrekjes komen overigens geen van alleen in de verkoop. Elk huisje staat op een plek waar in de tijd van de vervening een arbeidershuisje stond. Door vererving kunnen die huisjes nog steeds blijven staan. Voor zover ik van onze gids heb begrepen, is overdracht op iemand anders niet mogelijk …

Omdat ik tijdens de rondvaart na verloop van tijd geen idee had waar we zaten, is een naam van een huisje als verwijzing naar het meertje waaraan het staat wel handig …

– wordt vervolgd

En weer vlogen ze weg

Net als bij Skrok dobberden er hier bij Skrins ook veel knobbelzwanen op het water. ik vermoed, dat we een deel van deze zwanen vanmorgen bij Skrok hebben zien wegvliegen …

Ook hier begon een groot deel van de zwanen na enige tijd aan een vliegende start over het wateroppervlak. Eenmaal los maakten de zwanen ook hier een ruime bocht, waarna ze weg leken te vliegen in de richting van Skrok. Gelukkig kregen ze geen van allen een klap van de molen, toen ze langs de boerderij vlogen …

Dat was voor ons ook het sein om te vertrekken. Jetske had de hut alvast verlaten en was nog even naar de voorkant ervan gelopen, waar een paar mooie oude knotwilgen stonden. Ik volgde haar even later, waarna we nog een tijdlang lekker in de luwte bij de picknicktafel achter de hut hebben gezeten om wat te eten en te drinken …

Het uitzicht bij Skrins

Na de pittige wandeling lukte het nog net om de trap naar de vogelkijkhut te beklimmen. Ik was dan ook blij dat ik kon gaan zitten, toen we eenmaal in de hut waren. Daarmee heb ik meteen het grootste voordeel van deze vogelkijkhut bij Skrins genoemd. De hut is een stuk kleiner, maar in tegenstelling tot de hut bij Skrok, kun je hier perfect voor de kijkopeningen zitten …

En dan komen we ook meteen bij het grootste nadeel van deze hut. Als je naar buiten kijkt, is meteen duidelijk dat de plas met de vogels wel erg ver weg is. Gelukkig hebben we de grutto’s, en vooral de kluten en scholeksters eerder al wat beter kunnen bekijken …

Een boer reed regelmatig achter de vogelkijkhut langs met een trekker met giertank, waarvan hij de geurende lading steeds in een weiland verderop dumpte …

Ganzen in tegenlicht

Nadat Jetskes’ schoenen weer schoon genoeg waren om ermee verder te kunnen reizen, reden we een klein stukje verder. Daar namen we een kijkje aan de andere kant van de weg, waar we zicht hadden op de noordelijke plas van de Jan Durkspolder. Terwijl ik naar het hek liep, ging Jetske net terug om haar andere camera te halen …

Ik houd vooral ’s winters van dit plekje, al was het maar vanwege het dan vaak mooie grijsblauwe beeld van de silhouetten van de twee windmotoren verderop in de polder. Steunend op het hek, hebben we een tijdlang genoten van de drukte op het wateroppervlak. Toen de wind even wegviel, leek het bijna voorjaar …

Op de zeedijk bij Wierum

Nadat we samen een tijdje van het uitzicht over dit deel van het Wad hadden genoten, besloot Jetske even verderop te kijken. Daar zijn op de kwelder onlangs de rijshoutdammen hersteld om de kwelder te behouden en te versterken…

Dat was na de eerdere fotosessie bij Peazens-Moddergat wat teveel van het goede voor mijn onderdanen. Ik stelde me tevreden met de eerste rij palen in de verte …

Daarna heb ik mijn camera eens op de peilschaal peilschaal gericht, die aan de voet van de dijk in de Waddenzee staat. Het is al een oudje, want ‘Waterschap Fryslân’ heet volgens mij al sinds 2004 ‘Wetterskip Fryslân’ …

En verder heb ik er nog enige tijd gewoon staan genieten van het uitzicht. Het was er zo mooi en zo stil, alsof ik er alleen op de wereld was. Omdat hier geen bankje op de dijk stond, heb ik me node van het uitzicht los moeten rukken om af te dalen naar het dorp …

Vlak voordat ik me om wilde draaien, verscheen de lange man ook nog even op dijk. Toch leuk om hem op die mooie dag aan het Wad tweemaal te treffen …

– wordt vervolgd

Rijsdammen bij Holwerd

In het laatste deel van deze 9-delige serie over ons ritje langs de Waddenzee gaat het over de rijsdammen, die ten westen van de pier van Holwerd in het kweldergebied staan.

De rijsdammen werden vanaf eind negentiende en begin twintigste eeuw gebruikt om land uit zee te winnen. De waterdoorlatende takkendammen zorgden voor afname van de stroomsnelheid, waardoor slibdeeltjes sneller bezonken en het land dus sneller kon worden ingepolderd. Wie meer over de rijsdammen wil weten, kan hier terecht: ‘Rijsdammen, rotsen in de branding van palen en hout’

Ik houd van het lijnenspel dat die rijsdammen samen vormen. Ver weg liepen er tussen de rijsdammen honderden foeragerende vogels. Langzaam uitzoomend verdwenen de vogels in het niets en resteerde uiteindelijk een minimalistisch beeld van het Wad …

Bergeenden bij de walvis

Van de kwelder Westhoek reden we naar de pier van Holwerd. Jetske parkeerde auto aan het eind van de pier, daar tuurden we samen enige tijd over het water. Veel was er niet direct te zien, daarom besloten we eerst eens een kop koffie te drinken. We liepen langs ‘de Walvis’ van beeldhouwer Anne Woudwijk uit Drachten naar het restaurant …

Onder het genot van koffie met gebak was het goed toeven op het terras. We zijn hier al onder uiteenlopende omstandigheden geweest, realiseerden we ons. Vorig jaar waren we erbij, toen een groep kayakkers de Waddenzee op ging. In februari 2018 zagen we er in arctische omstandigheden grote ijsschotsen voorbij drijven in het ijzig koude water …

Deze keer waren we er op een mooie, rustige vrijdag die na de koffie nog even tijd bood voor een fotosessie aan de waterkant. Vanaf de kade begon ik een paar bergeenden te fotograferen, die niet ver bij ons vandaan slobberend door het slik liepen. Tijdelijk lieten ze steeds hun sporen achter. Na enige tijd ben ik gaan uitzoomen om zoek te gaan naar minimalistische beelden van de bergeenden op het in de zon glanzende Wad …

= morgen nog wat laatste minimalistische beelden van het Wad …