Bij de Monnikenmolen

Na de afgebroken boerderij die ik hier gisteren liet zien, kwamen we terecht bij de Monnikenmolen. Een groter verschil was nauwelijks denkbaar, want de molen stond er prachtig en goed onderhouden bij. Het is al eeuwenlang een herkenningspunt aan de rand van Sint Jansklooster. De molen dankt zijn naam aan de monniken van het kloosterconvent op de Sint Janskamp, die ooit eigenaar waren van de voorganger van deze molen.

De huidige achtkantige stellingmolen werd gebouwd in 1857, op een plek waar al eeuwenlang een standerdmolen stond. Generaties van het molenaarsgeslacht Van Benthem hielden de molen draaiende als koren- en pelmolen. Hier werd graan gemalen voor de omgeving en speelde de molen een belangrijke rol in het dagelijks leven van de streek …

Dankzij de inzet van vrijwilligers en de Stichting Vrienden van de Monnikenmolen is niet alleen het monument behouden gebleven, maar ook de kennis van het malen met windkracht en het verwerken van lokaal graan. Zo blijft een belangrijk stukje geschiedenis van Sint Jansklooster zichtbaar. Bezoekers kunnen tijdens openingstijden een kijkje nemen in de molen, graan zien malen tot meel en een pannenkoek eten in het restaurant of een kijkje nemen in het winkeltje met meelsoorten en andere producten naast de molen …

’t Laatste skûtsje is weer thuis

Het skûtsje De Roerdomp werd uiteindelijk teruggevonden in Zuid Frankrijk. Tijdens een vakantie in Spanje scrolde Douwe Tadema uit Twijzel, op zoek naar verloren skûtsjes, wat door Google Streetview. In een kanaaltje in Narbonne zag hij een schip dat verdacht veel weg had van een skûtsje. Door in te zoomen kon hij nét het unieke registratienummer lezen. Dat nummer bleek later exact overeen te komen met dat van De Roerdomp …

De eigenaar, de Fransman Eric Weller, had het schip omgebouwd tot woonschip en was er zeer aan gehecht. Verkopen wilde hij niet, maar een ruil zag hij wel zitten. Douwe Tadema en zijn broer Geale (beiden nauw betrokken bij het skûtsjesilen en verbonden aan It Doarp Eastermar) vonden uiteindelijk een geschikte aak. Ze knapten die volledig op en maakten zo de deal rond. Weller heeft het schip zelf terug gevaren naar Frankrijk, een tocht door maar liefst 247 sluizen …

Sinds kort ligt De Roerdomp weer in Drachten, op de werf waar hij meer dan negentig jaar geleden het water in ging. Het schip wordt volledig gestript en opnieuw opgebouwd om weer geschikt te worden voor de wedstrijdzeilerij. Volgens kenners is de basis nog altijd uitzonderlijk goed: strak gebouwd, herkenbaar als een echte Bûtenstfallaatster en in opvallend gave staat …

Het zal me niks verbazen als dit straks een prijswinnend skûtsje wordt. Ik probeer het te volgen.

’t Laatste skûtsje

In 1933 werd bij de Drachtster scheepswerf Buitenstvallaat het laatste skûtsje gebouwd. Het skûtsje, dat de naam De Roerdomp kreeg, verdween na jarenlange omzwervingen in de jaren negentig uit beeld. Er werd echter wel regelmatig naar het schip uitgekeken. Allerlei geruchten deden de ronde, zelfs dat het ergens in Afrika zou liggen …

De Roerdomp is van grote waarde voor liefhebbers van skûtsjes, skûtsjesilen en Fries maritiem erfgoed. Het skûtsje neemt een bijzondere plaats in binnen de Friese skûtsjehistorie. Alle kennis en ervaring van de scheepsbouwers kwam uiteindelijk samen in dit ene schip, waardoor het onder liefhebbers bijna een legendarische status kreeg. En het is niet alleen het laatste skûtsje dat op de Drachtster werf werd gebouwd, het is ook het zusterschip van de huidige skûtsjes van Lemmer en Earnewâld …

Onlangs werd het skûtsje teruggevonden en is het teruggekeerd naar de werf waar het is gebouwd. Hoewel het schip, dat tegenwoordig de naam De Vier Gebroeders draagt, nauwelijks meer als skûtsje te herkennen is, heb ik begin augustus toch even een kijkje genomen bij de ruim 300 jaar oude werf …

Morgen meer over dit bijzondere skûtsje …