Bij ‘de Wynwachter’

Half juni reed ik over de Bûtendiken tussen Smalle Ee en De Veenhoop, toen ik in de verte een vreemde structuur zag staan. Wat kon dat nou zijn, vroeg ik me af … het leek wel een muziektent …

Niet veel later las ik ergens in de lokale of regionale media dat er op woensdag 1 juli een uitkijktoren geopend zou worden bij de Wide Mûntsegroppe en het nieuwe meer bij Oudega. Halverwege het roemruchte ritje met Jetske, dat onlangs wat te vroeg eindigde met een lege accu, hebben we even een kijkje genomen bij dit nieuwe bouwwerk …

Architect Nynke-Rixt Jukema kreeg voor het ontwerp van deze toren de opdracht mee om een uitkijktoren te ontwerpen die ook als vogelkijkhut kon dienen èn die vanaf het water zichtbaar was als baken. Daarnaast bestond de wens om de uitkijktoren te laten aansluiten op de fietsroutes richting de veerponten bij De Veenhoop en het Gaastereiland in Drachten …

Vanuit die gedachte koos Nynke-Rixt al snel voor het thema ‘skûtsjes’. Het dak van de toren staat symbool voor gestreken (gevouwen) zeilen. De naam ‘Wynwachter’ (‘de Windwachter’) is passend aan de toren. “Ik wilde niet letterlijk een skûtsje op palen zetten, maar wel een bouwkundige vertaling ervan. Wat je ziet is een achthoekige toren die refereert naar de acht windrichtingen van de kompasroos. De wind heb je nodig bij het varen op een skûtsje. Daarnaast zie je de romp en het ‘gevouwen’ dak is het zeil dat typerend is voor skûtsjes.”

Tijdens de werkzaamheden zijn in het gebied oude boomstammen gevonden. Tijdens archeologisch onderzoek kwam naar voren dat de stammen zeker 4.000 tot 6.000 jaar oud moeten zijn. “Aan mij de vraag, ondanks dat de toren al klaar was, het hout in de toren te verwerken,” zegt Jukema. Het was een uitdaging en de ontwerpster wilde het een speciale plek bieden in plaats van er tegenaan te plakken. “We hebben 49 blokjes uit het hout gehaald en hebben daar een telraam van gemaakt. Elk blokje staat voor een eeuw ….”

De naam van de toren is bedacht door Karen Bies, inwoonster van Oudega. De naam ‘Wynwachter’ is een verwijzing naar de acht windrichtingen. De toren houdt de wacht, aan de rand van het dorp en het water. Het is ook een baken voor de schepen …

Ik vind deze mooie uitkijktoren op de rand van land en water een aanwinst voor de gemeente Smallingerland. Ik was er begin oktober voor het eerst, maar het zal vast zeker niet de laatste keer geweest zijn. Dat kan echter nog wel even duren. De ‘Wynwachter’ staat op 500 meter van de weg, zodat ik er alleen op de Joiny naar toe kan. En dan moet je ook nog even een spiraaltrap op. Maar dat is ’t waard. Je kunt er goed zitten en hebt uitzicht naar alle kanten … 👍

’t Laatste skûtsje is weer thuis

Het skûtsje De Roerdomp werd uiteindelijk teruggevonden in Zuid Frankrijk. Tijdens een vakantie in Spanje scrolde Douwe Tadema uit Twijzel, op zoek naar verloren skûtsjes, wat door Google Streetview. In een kanaaltje in Narbonne zag hij een schip dat verdacht veel weg had van een skûtsje. Door in te zoomen kon hij nét het unieke registratienummer lezen. Dat nummer bleek later exact overeen te komen met dat van De Roerdomp …

De eigenaar, de Fransman Eric Weller, had het schip omgebouwd tot woonschip en was er zeer aan gehecht. Verkopen wilde hij niet, maar een ruil zag hij wel zitten. Douwe Tadema en zijn broer Geale (beiden nauw betrokken bij het skûtsjesilen en verbonden aan It Doarp Eastermar) vonden uiteindelijk een geschikte aak. Ze knapten die volledig op en maakten zo de deal rond. Weller heeft het schip zelf terug gevaren naar Frankrijk, een tocht door maar liefst 247 sluizen …

Sinds kort ligt De Roerdomp weer in Drachten, op de werf waar hij meer dan negentig jaar geleden het water in ging. Het schip wordt volledig gestript en opnieuw opgebouwd om weer geschikt te worden voor de wedstrijdzeilerij. Volgens kenners is de basis nog altijd uitzonderlijk goed: strak gebouwd, herkenbaar als een echte Bûtenstfallaatster en in opvallend gave staat …

Het zal me niks verbazen als dit straks een prijswinnend skûtsje wordt. Ik probeer het te volgen.

’t Laatste skûtsje

In 1933 werd bij de Drachtster scheepswerf Buitenstvallaat het laatste skûtsje gebouwd. Het skûtsje, dat de naam De Roerdomp kreeg, verdween na jarenlange omzwervingen in de jaren negentig uit beeld. Er werd echter wel regelmatig naar het schip uitgekeken. Allerlei geruchten deden de ronde, zelfs dat het ergens in Afrika zou liggen …

De Roerdomp is van grote waarde voor liefhebbers van skûtsjes, skûtsjesilen en Fries maritiem erfgoed. Het skûtsje neemt een bijzondere plaats in binnen de Friese skûtsjehistorie. Alle kennis en ervaring van de scheepsbouwers kwam uiteindelijk samen in dit ene schip, waardoor het onder liefhebbers bijna een legendarische status kreeg. En het is niet alleen het laatste skûtsje dat op de Drachtster werf werd gebouwd, het is ook het zusterschip van de huidige skûtsjes van Lemmer en Earnewâld …

Onlangs werd het skûtsje teruggevonden en is het teruggekeerd naar de werf waar het is gebouwd. Hoewel het schip, dat tegenwoordig de naam De Vier Gebroeders draagt, nauwelijks meer als skûtsje te herkennen is, heb ik begin augustus toch even een kijkje genomen bij de ruim 300 jaar oude werf …

Morgen meer over dit bijzondere skûtsje …

Zwarte sterns – blauw water

Met twee kilometer verderop aan de overkant van de Leijen het paviljoen, zaten we in de vogelkijkhut ‘Blaustirns’ nog steeds rustig te wachten op de dingen die zouden komen. Als ze zouden komen tenminste …

En ze kwamen! Niet in groten getale, maar mem zei altijd: ‘Wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd’. Na een tijdje vloog er meerdere een zwarte stern boven het blauwe water voor de vogelkijkhut langs …

Nu eens vloog de vogel te ver weg, dan weer vloog hij onvoorspelbaar uit beeld. Maar uiteindelijk lukte het me toch twee keer om een aantal mooie foto’s te maken van een passage. De onderstaande serie was voor mij toch wel het toefje slagroom op de dag …

En zo reden we, anderhalf uur nadat we via de fietsbrug aan de Zuiderhogeweg waren vertrokken, Drachten via het skûtsje ‘Henderika’ aan de Noorderhogeweg weer binnen …

Einde van een prachtige dag, waarop we alles er weer uit hebben weten te halen. Dankjewel, Jetske.

Terug in de haven

Ruim 2,5 uur nadat we waren vertrokken, voeren we opnieuw langs Hotel Princenhof …

Rechts ligt de camping met een aantal ligplaatsen, waar op dat moment o.a. een skûtsje afgemeerd lag. Links ligt het eerste deel van de jachthaven, daar legde de excursieboot aan bij de steiger die daarvoor gereserveerd is …

Met dank aan de gids en de schipper verlieten we de excursieboot ‘de Blaustirns’. Het was de eerste keer dat ik er een excursievaart had geboekt, maar ik denk niet dat het de laatste keer zal zijn …

We liepen langs een jonge vrouw die met haar hele hebben en houden aan bagage op de wal stond. Op een bootje waren twee mensen bezig. Zul je net zien dat je huisje onbereikbaar is, omdat je bootje dienst weigert …

Terug bij de auto besloten we nog even naar een plekje met zicht op de Jan Durkspolder te rijden. Daar aten we onze broodjes op en dronken we wat frisdrank. Bijna 20 km in ruim 2,5 uur, een tijd waarin we ogen en oren tekort kwamen. Het was echt mooi en leerzaam om de Alde Feanen zo vanaf het water te beleven …

Passage van een skûtsje

In het logje van gisteren werden we ingehaald door twee skûtsjes die samen op één motor voeren. Er voer echter ook een skûtsje onder zeil in ‘de Alde Feanen’ …

Dit is de ‘Doeke van Martena’ een skûtsje dat in 1906 gebouwd is bij Van der Werff aan het Buitenstvallaat. De ‘Doeke van Martena’ is met zijn lengte van 14,92 m één van de kleinste skûtsjes in de IFKS-vloot en heeft als thuishaven Drachten. Misschien waren ze die dag met een groepje passagiers op het water. Het was in ieder geval mooi om ze onder zeil voorbij te zien komen …

– wordt vervolgd

Inhaalmanoeuvre van 2 skûtsjes

Terwijl ik me nog eens omdraaide naar de oversteekplek van de fietspont, zag ik dat twee aan elkaar gekoppelde skûtsjes achter ons aan kwamen …

Ze leken nogal haast te hebben. Het duurde niet lang, voordat ze aan een inhaalmanoeuvre begonnen. Het linker skûtsje was de ‘Lytse Earnewâldster’, op het andere skûtsje heb ik geen naam kunnen ontdekken …

Ze zagen er allebei tiptop uit, goed in de lak en zo te zien allebei met een nieuwe mast. Alsof ze zo van de werf kwamen na groot onderhoud …

– wordt vervolgd