Het hoogste lied

Langzaam maar zeker komt het eind van een periode met uitzonderlijk mooi en vooral ook erg droog aprilweer in zicht. Voor mezelf vind ik dat eerlijk gezegd jammer, want het dragen van lichte, ruim zittende kleding komt mijn geplaagde buikwand wel ten goede. En dat betekent ook dat ik weer wat vaker en gemakkelijk op pad ben om een fotokuiertje te maken …

Om foto’s te maken hoef ik met dit weer overigens niet beslist op pad te gaan. Dagelijks komt de merel enkele keren langs om vanuit onze hazelaar het hoogste lied aan te heffen. En dat levert zo lang de bomen nog niet over een vol bladerdek beschikken best aardige plaatjes op. Het geruis van de oostenwind verhinderde helaas opnieuw een mooie geluidsopname …

’t Vergaan van de Tête-a-Tête

Ze waren mooi toen ze fris en vrolijk stonden te bloeien. Maar nu ze langzaam verkleuren, verschrompelen en vergaan zijn ze in fotografisch opzicht misschien nog wel mooier … de Narcissus ‘Tête-à-Tête’

De prunus op z’n mooist

Nadat mijn weblog de afgelopen twee weken bijna volledig in het teken stond van een verrassingsbezoek aan het Wad, is het nu tijd om tot een volgende bijzondere gelegenheid de dagelijkse ditjes en datjes hier weer de vrije loop te laten …

Om te beginnen maar even wat foto’s van de prunus die al bijna vier weken staat te pronken achter in de tuin. Ik kan me niet herinneren dat hij al eens eerder zo lang, zo mooi stond te bloeien als dit voorjaar …

Sneeuw in de tuin

“De MS flikt me weer eens zo’n typische, kille rotstreek. De ene dag ben je een hele kerel, en de volgende dag ben je zo slap als een vaatdoek …,” schreef ik vorige week woensdag op de tweede sneeuwdag.

Het was uitermate lief en sympathiek dat velen me als reactie daarop beterschap wensten, maar echt nodig is dat op zo’n moment niet hoor. Ik ben op zo’n dag ook niet echt ziek of zo, maar het is gewoon even een mindere dag. Waar een ander ’s ochtends bij de koffie even bijpraat met een collega of met zijn of haar partner, daar gebruik ik op zo’n moment mijn weblog even voor. Want ja, in zekere zin zijn jullie – mijn medebloggers – mijn collega’s. En mijn partner zit overdag op het werk met haar collega’s bij te praten …

Zo’n periode met ’t gevoel van elastiek in de benen is meestal na één dag van relatieve rust weer voorbij. Vorige week woensdag heb ik me grotendeels voor het raam vermaakt met zicht op de tuin. Maar als kind van de winter kon ik het toch niet laten om ’s middags ook nog even een klein rondje door de tuin te maken …

Lytse reade Robin

Lytse reade Robin, zo noem ik onze vast roodborstige wintergast: kleine rode Robin voor niet-Friestaligen …

Hoe zachter de winters zijn, hoe langer het duurt voordat hij zich weer laat zien, zo lijkt het. Maar vanmorgen liet hij zich dan toch weer even bewonderen op één van de voederplekjes in de tuin …

In de tuin

De kruitdampen zijn weer opgetrokken en de zon scheen vrolijk vanmorgen, tijd om voor het eerst dit jaar eens een rondje door de tuin te maken. Er is voorlopig nog niets dat op winter wijst …

Integendeel, hoewel ’t nog maar 3 januari is, kondigt het naderende voorjaar zich alweer aan. Achter in de tuin worstelen de eerste voorjaarsbloeiers zich al door het beschermende bladerdek heen …

Wat meer in het zicht staan op enkele plaatsen de campanula en de maagdenpalm (Frisselgrien in het Fries) alweer (of nog steeds, dat weet je nooit bij deze planten) te pronken met hun paarse bloemetjes. Volgens Wikipedia wordt de maagdenpalm gerekend tot de zogenaamde afweerkruiden. Het zou afweer bieden tegen hekserij …

Voorlopig lijkt nog niets te wijzen op echt winterweer, maar de geschiedenis heeft geleerd dat dat snel kan veranderen.

Hoopvol perspectief

“Vraag niet hoe ’t kan, maar profiteer ervan …”

Dat is eigenlijk het enige wat ik kan zeggen over de Qutenza-behandeling die ik bijna vier weken geleden heb gehad tegen de zenuwpijn in mijn buikwand oftewel Acnes. Het was precies zoals de verpleegkundige me na afloop van de behandeling bij het verlaten van de Pijnpoli nogmaals op het hart drukte, de eerste dagen gebeurde er niets. Maar daarna was het alsof er een warme, pijnstillende deken over mijn buik was gelegd …

Hoewel ik moet blijven opletten met strak zittende kleding en goed moet gaan zitten om in de auto geen last te krijgen van de veiligheidsgordel, is het goeddeels verdwijnen van de pijn een ferme stap voorwaarts. Alle voorgaande pogingen om me van de pijn af te helpen, boden hooguit enkele dagen verlichting. Dankzij de Qutenza ben ik nu al een paar weken grotendeels vrij van pijn en heb ik eindelijk weer wat meer bewegingsvrijheid. Nu is het een kwestie van afwachten hoe lang de pijn wegblijft, in principe kan de werking ongeveer 12 weken aanhouden …

Hoe lang de werking ook aanhoudt, de afgelopen weken heb ik in elk geval eindelijk weer eens een paar mooie fotokuiers kunnen maken. En dat hoop ik de komende tijd – ijs en weder dienende – ook te kunnen doen. We zien wel waar het schip strandt.