Langs it Swynzerpaad

Aafje bleek al een stuk dichterbij te zijn dan ik had gedacht. Toen we elkaar tegenkwamen, stelde ik voor om samen nog even terug te lopen over het Swynzerpaad (kaartje OpenStreetMaps), dat slingerend door de natte weilanden gaat. Van mijn fotomaatje Jetske wist ik al: bij het hek ligt een brede greppel en een sloot waar eigenlijk altijd wel íets te zien is …

In de verte wees de kerktoren ons richting Easterlittens. Zo ver was Aafje dus niet gelopen, vertelde ze. Terwijl we daar stonden, waggelde er iets verderop een eend met zeven donkere, pluizige kuikens door het gras. Vanaf mijn lage standpunt zag ik ze ineens één voor één verdwijnen—alsof ze gewoon oplosten. Pas toen ik weer opstond, snapte ik het: ze waren in de greppel beland. Tijd voor hun eerste zwemles …

Achter ons kwamen ondertussen een paar zwanen rustig onze kant op drijven. Tegen de tijd dat ze dichtbij genoeg waren, zag ik al hoe laat het was: voorjaar in de kop. En niet alleen daar …

– maar goed, dat verhaal komt nog. Eerst de echte primeurtjes …

Een scholekster op het Wad

Langzaam rolde ik over het Smidspaed. Een stukje verderop stond een scholekster op het dijkje langs de strekdam …

Hij liet me niet echt dichtbij komen, maar ik had geluk. Nadat hij was opvlogen, streek hij een stuk verderop neer op het spiegelende Wad. Daar gaf hij me de kans om nog wat mooie plaatjes te schieten …

Tussen Skrok en Skrins

Na verloop van tijd hadden we het eerst wel bekeken in de vogelkijkhut bij Skrok (OpenStreepMap). Het was voor ons allebei een aangename kennismaking geweest. Best kans dat we hier nog eens terugkomen ….

Bij het verlaten van de hut stonden we meteen recht tegenover een mooie wandelpad, het Swynzerpaad, dat door de weilanden in de richting van Easterein (OpenStreetMap) loopt. In de verte is de kerktoren van dat dorp te zien. Naast het pad is mooi te zien hoe hoog het water hier in de sloten staat. Dat zorgt een stukje verderop al voor wat plasdrasland, waar veel weidevogels van houden …

Nadat we hier voldoende foto’s hadden gemaakt, zijn we in de auto gestapt om verder wat rond te kijken in het weidelandschap Skrok en Skrins. Uiteindelijk kwamen we bij de vogelkijkhut ‘Skrins’ (OpenStreetMap). Ter plekke herkende Jetske de hut als de plaats waar ze vorig jaar ook eens was geweest. Deze vogelkijkhut is voor mij wat minder handig te bereiken dan die bij Skrok …

Bij Skrok konden we de auto bij wijze van spreken voor de deur parkeren. Hier moesten we eerst een flinke kuier van bijna 200 m maken om bij de hut te komen. Morgen neem ik jullie mee naar binnen …

Bij de vogelkijkhut ‘Skrok’

Voorgaande jaren gingen Jetske en ik in het vroege voorjaar meestal naar de Ryptsjerksterpolder of de Surhuizumermieden om de eerste teruggekeerde weidevogels te fotograferen. Omdat ik die dag slechte benen had en omdat het me bij de Mieden wat was tegengevallen, opteerde ik voor een rustig ritje elders door het Friese weidegebied. Jetske stelde daarop voor om naar Skrok en Skrins te gaan. In die omgeving had ze vorig jaar goede ervaringen opgedaan …

We begonnen bij de vogelkijkhut Skrok (OpenStreepMap) aan de oever van de kunstmatige plas Swyns in het Friese oude weidegebied ten oosten van Wommels. Er staat een mooie ruime vogelkijkhut van Natuurmonumenten. Meerdere kijkopeningen op verschillende hoogten bieden aan de west- en noordkant mooi zicht op de plas …

Een eerste rondblik in westelijke richting leerde, dat de grutto’s ook hier (nog) ver van de hut bij elkaar in het water stonden. Verder waren er o.a. een paar scholeksters, maar de grootste schoonheden paradeerden op niet te lange afstand voor de hut heen en weer …

Die zijn voor morgen …

Grijstinten zat op ’t Wad

Zoals ik gisteren al schreef, biedt de palenrij ook regelmatig mooie doorkijkjes. Zo zag ik die dag tussen de palen door in de verte een groepje wadwandelaars voortploeteren …


Vanuit Paesens-Moddergat worden al sinds 2008 het jaar rond diverse wadlooptochten georganiseerd. Het moet een fascinerende ervaring zijn, maar helaas is het voor mij niet meer weggelegd …

Van de wadlopers verlegde ik de aandacht naar een dode vogel, die vlak bij de palenrij lag. Het lijkt een scholekster die met een groet afscheid heeft genomen. Mooi laten liggen …


Verderop scharrelden wat levende vogels hun maaltje bijeen. Je zou verwachten, dat het steltlopers zijn, maar inzoomend ontdekte ik dat het ganzen waren. En zo is er altijd wat op ’t Wad …

We hadden er ongetwijfeld nog veel meer foto’s kunnen maken, maar het werd tijd om dit bliksembezoek aan het Wad af te ronden. Enkele mensen schreven in een reactie, dat ze het jammer vonden dat het zulk grijs weer was, maar ik was er blij mee. Het Wad is in fotografisch opzicht altijd mooi. Daarom sluit ik deze serie af met een beeldvullende plaat van het Wad, die talloze tinten grijs bevat …

Een groot evenwichtskunstenaar

Ik sluit deze serie over de weidevogels af met een paar al wat oudere foto’s van de scholekster. Je kunt hem herkennen aan zijn zwartwitte kostuum, zijn rode ogen en de lange, sterke snavel. De scholekster heeft rozerode poten, waarvan hij er vaak maar eentje toont. Als je een scholekster op een dampaal ziet staan, dan staat hij vrijwel altijd op één poot …

De scholekster is de vierde van ‘de grutte fiif fan de Fryske greiden’ oftewel de vierde van ‘de big five van de Friese weilanden’. Een typische weidevogel is het overigens niet. Scholeksters broeden vooral in natuurgebieden en boerenland in het noorden en westen van ons land. Maar het zal de oplettende stadsbewoner niet zijn ontgaan dat ze ook steeds meer de stad opzoeken. Steeds vaker broeden ze op platte daken. Wil je de scholekster in stad of dorp helpen, dan kun je terecht bij ‘Scholekster op het dak’

De scholekster is de eerste in de rij van de afgelopen dagen, die nu eens niet zijn eigen naam roept. Hem hoor je vaak luidkeels en schel ‘(te)-piet (te)piet’ roepen …

In balans

De scholekster (strânljip in het Fries) is een stevige zwart-witte steltloper met opvallende rode ogen, die zich in ons land vooral in het noorden en westen ophoudt. Al sinds halverwege de jaren tachtig gaat het net als met veel andere trekvogels niet goed met de scholekster. Broedvogels brengen vooral in het intensief gebruikte boerenland te weinig jongen groot, terwijl overwinteraars kampen met voedselgebrek door overbevissing van mosselbanken in het Waddengebied en het verdwijnen of ongeschikt worden van droogvallende platen in het Deltagebied, aldus de Vogelbescherming.

Scholeksters staan niet bekend als voorbeeldige nestbouwers, meer dan een rommelig kuiltje is het nest vaak niet. Echt kieskeurig m.b.t. de plek van het nest zijn ze ook niet. Ze nestelen ook steeds vaker op platte daken in dorp en stad. Als ze in het buitengebied een nest (en jongen) hebben, staat een van de ouders vaak op de uitkijk op een paaltje. Net als grutto’s zijn het wat dat betreft echte paalzitters. Het lijkt ze daarbij geen enkele moeite te kosten om perfect in balans te blijven …