In balans

De scholekster (strânljip in het Fries) is een stevige zwart-witte steltloper met opvallende rode ogen, die zich in ons land vooral in het noorden en westen ophoudt. Al sinds halverwege de jaren tachtig gaat het net als met veel andere trekvogels niet goed met de scholekster. Broedvogels brengen vooral in het intensief gebruikte boerenland te weinig jongen groot, terwijl overwinteraars kampen met voedselgebrek door overbevissing van mosselbanken in het Waddengebied en het verdwijnen of ongeschikt worden van droogvallende platen in het Deltagebied, aldus de Vogelbescherming.

Scholeksters staan niet bekend als voorbeeldige nestbouwers, meer dan een rommelig kuiltje is het nest vaak niet. Echt kieskeurig m.b.t. de plek van het nest zijn ze ook niet. Ze nestelen ook steeds vaker op platte daken in dorp en stad. Als ze in het buitengebied een nest (en jongen) hebben, staat een van de ouders vaak op de uitkijk op een paaltje. Net als grutto’s zijn het wat dat betreft echte paalzitters. Het lijkt ze daarbij geen enkele moeite te kosten om perfect in balans te blijven …

Heibel in de polder

Een paar scholeksters scharrelden zij aan zij door het plas-dras gebied in de Jan Durkspolder …

Op enig moment leken ze ’t allebei op hetzelfde hapje voorzien te hebben …

Dat leverde ogenblikkelijk heibel in de polder op …

Ze vlogen elkaar letterlijk in de haren veren …

Lang duurde de strijd niet, want een gevulde maag leverde het niet op …

En dus gingen ze al snel ieder hun weg, waarna ik mijn plekje op de eretribune kon verlaten …

Weerzien met het strand

Nadat we ons hadden geïnstalleerd in ons stulpje voor de komende week, zijn we in de loop van de middag op pad gegaan om datgene te doen waarvoor we eigenlijk waren gekomen: het strand weer eens zien en de zee weer eens horen …

Om dat te bereiken moest ik meteen flink aan de bak, want om zee en strand weer te kunnen zien, moesten we bij één van de strandopgangen eerst een knap stukje klimmen om de duinenrij te overwinnen. Eenmaal boven lagen zee en strand in hun volle omvang aan onze voeten …

Met amper 15 graden op de thermometer was het bepaald geen strandweer, maar dat vond ik helemaal niet zo erg. Dankzij de regen van dag ervoor en het uitblijven van de zon nadien, lag het strand er lekker hard bij en dat maakte het lopen een stuk makkelijker dan het rulle zand dat we later in de week zouden treffen …

Onder een stemmig grijs wolkendek wierp Oerol in de verte zijn schaduw vooruit met de bouw van een indrukwekkende stellage op het strand …

Aan de vloedlijn stapten heel toepasselijk een paar scholeksters heen en weer. Waarom dat toepasselijk is …? Wel, de scholekster heet in het Fries ‘strânljip’. Als we dat letterlijk vertalen, dan is dat een ‘strandkievit’, want strand is in het Fries ‘strân’ en de kievit heet in het Fries ‘ljip’ …  😉

Daarachter wierp de kolkende watermassa voortdurend grote plakken schuim op het strand …

Voordat we het strand weer achter ons lieten, was een eenzame meeuw bereid om nog even voor me te poseren …

Scholeksters, echte paalzitters

De afgelopen weken heb ik al diverse keren één of meerdere scholeksters gezien, maar steeds zaten ze op een plekje dat in mijn ogen niet fotogeniek genoeg was. Toen ik vanmiddag over de Tjongervallei reed, trof ik een koppeltje aan dat wel op een plekje naar mijn zin zat …





Nadat ik mijn auto in de berm had laten uitrollen en het linker raampje naar beneden liet glijden om wat foto’s te kunnen maken, leek één van de vogels me luidruchtig op het bordje op de dampaal te willen wijzen …





Of ik maar uit de buurt wilde blijven, leek hij me toe te roepen. Even was ik bang dat beide vogels er vandoor zouden gaan, maar dat bleek gelukkig wat mee te vallen …





Omdat het autoportier gesloten bleef, leek de schreeuwlelijk – ik neem aan dat het ’t mannetje was – na een tijdje gerustgesteld, maar hij bleef wel degelijk een rood oogje in het zeil houden …





De vogel op de andere dampaal, ik ga er gemakshalve maar vanuit dat dit het vrouwtje was, bleef al die tijd lekker liggen op het behoorlijk hellende vlak van de scheef in de grond staande paal …




Slimme vogels, die scholeksters

Boeren en loonbedrijven zijn de afgelopen dagen weer alom bezig geweest met het maaien en hakselen van de eerste snee gras. Helaas vallen daarbij ook dit jaar weer slachtoffers onder weidevogels. Bij het Friese dorp Westergeest werden behalve diverse vogels ook een aantal konijnen en een reekalfje het slachtoffer van maaimachine en hakselaar. En dat voor het tweede jaar op rij op hetzelfde stuk land … 😦





Op het land van de Maatschap Meijer uit Surhuisterveen kwamen in voorgaande jaren ook regelmatig reekalfjes om het leven bij het maaien. Om dat te voorkomen, gaat er met ingang van dit voorjaar voordat Meijer begint met het maaien van het gras een groep vrijwilligers door het land op zoek naar verscholen reeën en reekalfjes. Ook (jonge) weidevogels en konijnen krijgen op deze manier de tijd om een goed heenkomen te zoeken. Pas als het land wordt vrijgegeven, gaat de maatschap over tot maaien …





Je zou zeggen, dat zo’n kruidig en bloemrijk weiland een prachtig plekje is om een nestje te bouwen en wat jongen goed verscholen groot te brengen … Zo niet voor scholeksters … Die gekke vogels nestelen overal waar het ze maar uitkomt. In de stad zijn platte daken met een laagje grind favoriet, en op het platteland zoeken ze -net als veel kieviten- bij voorkeur een plekje op een kale akker …





Deze scholekster heeft zijn kamp letterlijk op een steenworp afstand van dat kleurrijke weiland hierboven opgeslagen op een stuk maïsland. Het voordeel hiervan is dat het nestje makkelijk te vinden en te markeren is, zodat de boer er makkelijk met zijn machines omheen kan werken. Nadeel lijkt me dat eieren en jonkies nogal makkelijk ten prooi vallen aan roofvogels en andere predatoren …