De ljip is werom!

Terwijl enige honderden voornamelijk brandganzen zich op nogal luidruchtige wijze ophielden in het noordelijk deel van de Jan Durkspolder, was het aan de zuidkant rustig. Heel rustig …

Niet zo ver van de vogelkijkhut dobberden wat eenden op het water, verder viel er in eerste instantie weinig te zien. Heel in de verte zaten de eerste lepelaars weer op hun vertrouwde nestplaats. Die zijn dus ook al heel vroeg terug …

Terwijl ik zo wat over het water zat te turen, hoorde ik aan de oostkant van de vogelkijkhut ineens een wel heel bekend vogelgeluid. En jawel, daar zat hij … “De ljip is werom – de kievit is terug …”

Nu eens kwamen er een paar smienten langs, dan weer dobberde er een slobeend voorbij. Het maakte de kievit niks uit. Het was een genot om te zien hoe hij ruim 20 minuten heen en weer trippelde op zijn kleine drassige eilandje. En voor wie altijd heeft gedacht, dat de kievit enkel zwart-wit gekleurd is … Kijk eens wat voor mooie, kleurrijke glans er over zijn verendek ligt …

Tot slot, onder ons gezegd en gezwegen …
Het kan natuurlijk ook heel goed zo zijn dat deze kievit de afgelopen maanden in onze contreien is gebleven, want in zachte winters vliegen niet alle kieviten duizenden kilometers naar het zuiden. Voor zover ik weet, schuiven sommige exemplaren hooguit mee met de sneeuw- of vorstgrens.

De zwaan en de kievit

Nadat ik de foto’s van de grutto en de gehoornde koeien had gemaakt, ontbrak er nog een graag geziene gast in de Friese weiden. En nee, daarmee bedoel ik niet de zwaan …

Terwijl ik in de buurt van Earnewâld wat foto’s probeerde te maken van een koppel zwanen, verscheen er plotseling een kievit in beeld. Dat is de vogel die ik bedoelde …

Net als met de grutto gaat het ook met de kievit – ljip in het Fries – slecht. Het is lang geleden dat ik zijn bekende roep regelmatig hoorde klinken …

Met dank aan het voorjaarszonnetje liet dit exemplaar mooi de kleurrijke glans op zijn ogenschijnlijk geheel zwarte verendek zien. Mijn dag was weer goed …

Jonge kievit in de wei

Gisteren had ik het genoegen weer enige tijd te worden rondgetoerd door mijn fotomaatje. Zo’n ritje als passagier bevalt me op zijn tijd wel. Het is best lekker om je ogen eens wat langer van de weg te kunnen houden en het landschap op een andere manier aan je voorbij te zien glijden. Ondanks het grijze wolkendek werd het weer een mooie en afwisselende rit …









We hadden het er net over gehad dat het ook in de Kop van Overijssel tamelijk droevig gesteld was met het aantal weidevogels, toen Jetske links van het landweggetje waarover we rustig voort hobbelden een jonge kievit ontwaarde, die onder toeziend oog van pa of ma druk bezig was om zijn kostje bijeen te scharrelen …









Het viel nog niet mee om het tweetal vanaf de passagiersplek door het geopende raam aan de bestuurderskant scherp in beeld te brengen, want de afstand was eigenlijk net wat te groot. Toch ben ik blij met deze foto’s, waarop het pluizige kuifje van het ijverige jong al te zien is …









Met dank aan Jetske voor het onbaatzuchtig delen van deze waarneming, want als ik het me goed herinner, lag haar camera op dat moment onbereikbaar achter in de auto.



Oom Hielke en de ljippen

De kievit (ljip in het Fries) is terug in het land. Maandag is het eerste kievitsei van Fryslân gevonden. De eieren mogen dit jaar wel worden gezocht, maar ze mogen niet worden meegenomen. Zelf ben ik niet echt opgevoed met de traditie van het kievitseieren zoeken, maar drie oudere broers van mijn moeder leefden er in hun jongere jaren in het voorjaar helemaal voor. Zodra de eerste kieviten werden gesignaleerd, waren die mannen zo ongeveer dag en nacht in het veld te vinden, en steevast kwamen ze dan thuis met een pet vol eieren …





Toen ik een mannetje van een jaar of twaalf was, ben ik eens een dag met twee van mijn ooms mee geweest om eieren te zoeken. Ik kan me herinneren dat de auto op een bepaald moment ergens in de berm werd gezet, waarna de gebeurtenissen in en boven een weiland zorgvuldig in ogenschouw werden genomen. Na verloop van tijd zei oom Hielke tegen mij: “Rin marris 50 flinke stappen dy kant op. en dêrnei sa’n 15 stappen nei rjochts …” (“Loop maar eens 50 flinke stappen die kant op, en daarna ongeveer 15 stappen naar rechts.”) Volgzaam en hoopvol liep ik op mijn laarzen in de aangeduide richting door het weiland. Zou ik dan eindelijk mijn eerste kievitsei vinden …?
Maar nee, zelfs met die hulp wist ik geen kievitsei te vinden. Toen mijn ooms zich even later bij me voegden, wees oom Hielke me er fijntjes op, dat ik bijna op het nestje stond … Ik had de beide eitjes verdorie wel kapot kunnen trappen. Sindsdien heb ik me niet meer aan het zoeken van kievitseieren gewaagd …





Vandaag brengen we oom Hielke, mijn moeder’s laatst levende broer naar zijn laatste rustplaats. Voor mij zal hij – samen met oom Jan en oom Siebe – voortleven als een groot eierzoeker en natuurliefhebber. Dag oom Hielke …

De earste ljip

Hoewel weinig of niets momenteel aan voorjaar doet denken, heb ik afgelopen donderdag toch ruim een week eerder dan vorig jaar mijn ‘earste ljip’ -bij de meeste lezers beter bekend als de eerste kievit of Vanellus vanellus– kunnen fotograferen …





Dinsdagmiddag had ik tijdens het kortdurende voorproefje van het voorjaar al een groepje kieviten zien vliegen, maar omdat zowel zij als ik op dat moment onderweg waren, kon ik daar nog geen foto van maken …





De kievit die ik donderdagmiddag in grijze omstandigheden aantrof in een schraal weiland, trippelde voortdurend heen en weer, regelmatig boog hij zich met wuivende kuif voorover om een hapje te eten …





Met op zijn minst een winterse week in het vooruitzicht zou het best eens kunnen dat de eerste weidevogels die hier in de afgelopen week zijn neergestreken, tijdelijk weer terug zullen keren naar zachtere oorden … en gelijk hebben ze …