Z1392 – codenaam SM-O

Vandaag, 4 mei, is de Nationale Dodenherdenking in Nederland. Geen dag voor frivoliteiten, Daarom heb ik vandaag gekozen voor het verhaal van de inzittenden van één van de vele Wellington-bommenwerpers, die boven Fryslân zijn neergehaald in de Tweede Wereldoorlog. De afdaling naar de grafkelder met de mummies schuift door naar woensdag.

De avond viel vroeg op 3 februari 1943. Boven Engeland steeg een Wellington-bommenwerper op van RAF-basis Lindholme, zijn donkere romp haast onzichtbaar tegen de winterlucht. Aan boord: vijf jonge mannen, allen van Poolse afkomst, vliegend onder Britse vlag. Hun doel lag ver weg, boven Hamburg. Een stad die die nacht opnieuw het dreunen van motoren en het vallen van bommen zou horen. Het toestel, Z1392 met de codenaam SM-O, maakte deel uit van het 301ste Poolse Squadron – een eenheid gevormd door mannen die hun eigen land verloren hadden, maar niet hun wil om te vechten … 

Na de aanval keerden ze huiswaarts, over het donkere landschap van Noord-Nederland. Boven de Friese velden werd de stilte bruut doorbroken. Een Duitse nachtjager, gevlogen door Unteroffizier Alois Oost, vond zijn doel. Rond 21.37 uur werd de Wellington geraakt. Wat daarna volgde, duurde slechts minuten … 

Het toestel stortte neer tussen Drogeham en Oostermeer. Een enkeling was getuige geweest van wat zich daarboven had afgespeeld. Eén van hen beschrijft later dat het toestel als een weggeworpen fakkel over Drogeham zeilde, om vervolgens te pletter te slaan in een weiland aan de Boskwei (Bosweg), ten oosten van het Bergummermeer.

Vier van de vijf bemanningsleden kwamen om het leven: Eugeniusz Lesisz, Bronisław Kozłowski, Henryk Gzell en Antoni Kowalski. Slechts één man, Roman Seredyn, wist zich met zijn parachute te redden. Zijn vrijheid was van korte duur – al snel werd hij gevangengenomen en afgevoerd naar krijgsgevangenschap …  

De doden kregen aanvankelijk een rustplaats dichtbij de plek waar ze vielen, op de begraafplaats van It Heechsân (Hoogzand-Oostermeer). Bijna twintig jaar later, in 1962, werden zij overgebracht naar het Poolse ereveld in Breda, waar zij rusten tussen landgenoten die vochten voor de bevrijding van Nederland. Toch bleef hun verhaal hier verankerd … 

Bij de Groene Toren in It Heechsân staat een sobere zwarte steen. Geen groot monument, geen overweldigend eerbetoon — maar stil, vastberaden. De inscriptie is eenvoudig en krachtig:

‘Za waszą i naszą wolność’
Voor uw en onze vrijheid

Vier namen. Eén datum. En een herinnering die zich niet laat wegvagen uit het Friese landschap, waar lucht en aarde elkaar die avond voor altijd hebben geraakt …

Bron: https://www.europeremembers.com/

Een besneeuwd kerkhof

Het meest noordelijke punt van ons ritje door de sneeuw in Fryslân werd het kerkhof rond de groene toren van It Heechsân (kaart OpenStreetMap). Ik heb daar in het verleden wel eens vaker wat over verteld. Deze keer gaf de sneeuw de begraafplaats een heel ander aanzien …

Het is hier wel vaker gezegd, ik houd ervan om zo nu en dan eens over een oude begraafplaats te struinen. Er hangt vaak een bijzonder sfeertje. Nu er een laagje sneeuw lag, was dat helemaal het geval. De sneeuw liet het tussen de deels witte grafstenen met de zwarte randjes nog stiller zijn dan normaal …

’t Was weer grijs weer

Er rust dit jaar tot nu toe geen zegen op de gezamenlijke fotokuiers met mijn fotomaatje. Een enigszins zonnige dag hebben we samen nog niet meegemaakt dit jaar. Ook zaterdag mocht dat weer niet zo zijn. Tot tien uur ’s ochtends was het vrij zonnig, daarna trok de lucht weer dicht en hing er opnieuw een loodgrijs wolkendek boven het landschap …

Ik had gehoopt dat we wat fotogenieke boomwallen konden fotograferen in de Fryske Wâlden. Die boom- of houtwallen vormen samen een mooi coullissenlandschap, dat vooral in het voorjaar de moeite waard is. Voordeel van zo’n ritje was dat ik betrekkelijk weinig zou hoeven te lopen, want mijn benen hebben toch wel een tikje meegekregen van het virus dat me onlangs plaagde. Eenmaal buiten Drachten was echter al snel duidelijk, dat dit weer ons geen foto’s van mooie Friese landschappen zou opleveren …

Omdat we er intussen toch in de buurt waren, stelde ik voor om eerst maar even langs It Heechsân te rijden, zodat Jetske wat foto’s kon maken van de groene toren, die ik hier in februari al heb getoond. Terwijl Jetske het informatiepaneel bij de hoofdingang van het kerkhof bekeek, liep ik even naar het bruggetje dat naar de zijingang voerde. Dat had ik tijdens mijn bezoek aan de groene toren in februari gemist …

Toen we enige tijd later na afloop van een rondje om het kerkhof en de toren allebei onze foto’s hadden gemaakt, trokken we ons terug in de auto om onder het genot van een broodje te overleggen hoe we de dag verder zouden invullen. Al pratend was al snel een alternatieve locatie bedacht. Daar loodste ik Jetske via ommelandse wegen naar toe, zodat ik mijn onderdanen nog even rust zou kunnen geven …

Een anoniem groen graf

Dat we hier in een groen landelijk gebied zitten, was niet alleen te zien aan de beeldjes van de koe, de geit en een aantal andere (boerderij)dieren op het kerkhof. Aan de noordkant trof ik ook nog een vrijwel volledige groen graf aan. Binnen een grijze omranding was dit graf bedekt met sedum. Gegevens over de overledene waren er niet te vinden …


Ik kende sedum tot nu toe vooral als dakbedekking en als tuinplant, maar het schijnt ook steeds meer te worden gebruikt op graven. Het voordeel is dat het graf zonder veel onderhoud mooi groen blijft. De planten vermeerderen zichzelf zonder dat ze in droge perioden dagelijks water moeten hebben. En last, but not least: ze filteren bovendien CO2 en stof uit de lucht, waardoor de omgeving gezonder wordt …

Dieren op het kerkhof

Tijdens mijn rondje over het kerkhof rond de groene toren van It Heechsân (Google Maps) viel het me op, dat er op diverse graven beeldjes van dieren stonden. Dat is op zich niet zo vreemd, vooral vlinders en vogeltjes zijn geliefde beeldjes op begraafplaatsen …


Op het kerkhof rond de groene toren hier op het Friese platteland was er naast vlinders en vogeltjes ook plek voor o.a. een geit, een koe, een kievit en het nodige pluimvee …

Een nachtelijk rondje

Na een heldere dag volgde op die mooie woensdag ook nog een heldere avond. Daarom ben ik ’s avonds nog eens terug gereden naar It Heechsân om nog een nachtelijke rondje om de toren en het omringende kerkhof te maken. En zo begon ik niet eens zo gek lang voor middernacht aan een laatste rondje om de toren …


Niet echt natuurlijk, want het gemiddelde kerkhof is na zonsondergang niet toegankelijk. Maar om de grijze dagen door te komen, heb ik met wat fotobewerking geprobeerd om de suggestie van een middernachtelijk rondje om de kerk te creëren …

De âlde griene toer

Oorspronkelijk stond er bij de toren een eenvoudig kerkje, dat was gebouwd van kloostermoppen (bakstenen uit die tijd). De 13e eeuwse kerk en de toren kenden toen geen vensters, geen galmgaten en ook geen siermetselwerk. De klokken hingen in een eenvoudig klokkenhuis (een z.g. klokkenstoel) buiten de toren …


In 1730 is het kerkje ingrijpend verbouwd en opnieuw met lei en lood gedekt. Ongeveer honderd jaar later, in 1835, werd een nieuwe luidklok gekocht en in de toren gehangen. Ook zijn er toen galmgaten en een klokkenbalk aangebracht. In 1868 is het kerkgebouw afgebroken, omdat het kerkje in een bouwvallige toestand verkeerde.

Het kerkje maakte plaats voor het huidige gebouwtje, dat eerst een periode als opbaarhuis (mortuarium) werd gebruikt. Het bijgebouwtje functioneert nu als berging en watertapplaats …


De toren bleef gespaard en werd niet afgebroken. De toren is rondom begroeid met klimop en ook dat heeft weer een symbolische betekenis. Het maakt niet uit of het zomer of winter is, de klimop is altijd groen. Daarom staat ook wel symbool van onsterfelijkheid. De gehechtheid aan de muur maakt de klimop tot symbool van de trouw. In 1997 is de toren gerestaureerd. Sindsdien heeft hij weer een luidklok – de oorspronkelijke klok is in de oorlog door de Duitsers gestolen. De oude groene toren is een erkend rijksmonument

De hervormde gemeente Eastermar kreeg in 1868 een paar honderd meter zuidelijker, maar nog wel in It Heechsân, een vervangende kerk. De kerk valt tegenwoordig onder de Protestantse Gemeente Eastermar, die is ontstaan uit fusie van de lokale Hervormde en Gereformeerde kerk …

– wordt vervolgd