Viervoeters op de weg!

Toen ik begin september samen met Jetske De Waadhoeke doorkruiste, waarschuwde ik haar op zeker moment dat we met een beetje geluk tussen een kudde schapen terecht zouden komen. Jetske keek me wat ongelovig aan. Op dat moment had ze ook wel gelijk met haar scepsis, want meer dan een los op de weg lopende geit kwamen we die dag niet tegen …

Achteraf bekeken waren we die dag niet westelijk genoeg gereden alvorens we op de Sédyk terechtgekomen waren. Aafje en ik waren een paar weken later nog maar net aan de tweede etappe van die dag begonnen, toen we wel met die kudde werden geconfronteerd …

Terwijl ik stapvoets naderde, stelden twee schapen zich demonstratief achter het veerooster midden op de weg op. Even leken ze te overleggen of ze ons vrije doorgang zouden verlenen of niet. Het beraad viel gunstig uit, want na korte tijd stapten de dames in slow motion opzij …

Met een rustig gangetje zetten we de rit voort. De meeste schapen bleven keurig op het schapenpaadje naast de weg lopen, maar af en toe moest ik toch even voorzichtig aandringen om verder te kunnen rijden …

Niet veel later zag ik een stipje op de dijk stilaan dichterbij komen. Toch maar even het zijraampje naar beneden schuiven, dat maakt de foto’s een stuk helderder dan door de licht getinte voorruit …

Een stoere wandelaar liep bepakt en bezakt met flinke pas over de kruin van de dijk. Dit leek me een ervaren wandelaar. Wie weet, misschien was hij bijna aan de finish van een ruim 500 km lange wandelroute van Denemarken naar de Afsluitdijk …

Weer wat verderop stond een beregeningsinstallatie te sproeien op een akker. Dat is opvallend eind september, maar ik vermoed dat er gesproeid wordt om de oogst gemakkelijker uit de grond te kunnen halen zonder dat er al teveel harde kluiten klei meekomen …

Dijkcoupure 12-14

We kijken nog eens bij een volgende dijkcoupure, die vinden we aan de Alddyk 12-14. Aan de weg staan een paar duidelijk genummerde brievenbussen en in een hok zit een konijn dat eieren schijnt te leggen …

De wanden van deze coupure zien er een stuk beter uit dan die van de eerste dijkcoupure die we hebben bekeken …

De oude boerderij die erachter staat, lijkt zijn beste tijd wel te hebben gehad …

Op het erf staan langs de muur diverse oude gebruiksvoorwerpen, waar vast nog wel een paar aardige tuinornamenten tussen te vinden zijn …

Maar daar waren we niet voor gekomen. Het was ons om de oude dijkcoupure te doen, en die ziet er nog heel aardig uit …

Jetske had intussen alweer een beestje gevonden om even aan te kunnen halen, ditmaal was het een geit. Die geit leek meer aandacht te krijgen dan deze dijkcoupure. Maar eerlijk is eerlijk, ze heeft er een mooie fotoserie van gemaakt. Nadat ze zich van het dier los had weten te rukken, vervolgden we onze weg in de richting waarin de weg op onderstaande foto’s verdwijnt …

Toeren op de Zündapp

Terwijl ik nog boven op de dijk rond drentelde, stond Jetske alweer aan de voet van de Waddendijk om een foto te maken van ‘de Slikwerker’ …

Toen ik even later zelf door het hek liep, zag ik voor het eerst op één van de kooien met stenen een groot paneel met een tekst in het Bildts over de twee banken op de dijk. Hoewel ik het verhaal over het monument gisteren al heb verteld, neem ik het hier voor de volledigheid nog even mee …

Monumint Anita Andriesen 1957-2008.

“Op de seedyk binne twee banken delset as andinken an Anita Andriesen. Andriesen waar ’n prominint Bildts politika en in hur funksje fan deputeerde fan de provînsy Fryslând worde sij de groate inspirator en drivende kracht achter ’t provînsjale streekplan dat de naam kreeg ‘Om de kwaliteit fan de romte’. Dy naam fine jou ok werom op een fan de banken. Andriesen het hur altyd sterk maakt foor de rúmtlike kwaliteit fan ôns provînsy. As ’t even kon, kwam se graag met hur gesin op dut plakky, boven an ‘e dyk, om eventsys út te waaien. De banken biede ’n sitplak an mînsen die’t geniete wille fan de rust en de skoanhyd fan ’t Wad en ’t Bildtse lând dat fan baide banken is te anskouwen. De banken binne soa delset dat je fan ’t úsicht geniete kinne èn nander sien kinne, en op dy manier is ’t monumint ok ’n trefplak foor de kommende en gaande besoeker.”

Jetske was aan de andere kant van de hekken intussen in gesprek geraakt met twee mannen die net hun brommer op de standaard hadden gezet. Brommers …? Jawel, deze twee vrienden maken regelmatig op hun Zündapps een ritje door de provincie. De man in de blauwe jas had deze Zündapp al op zijn zestiende in zijn bezit. Toen er een auto kwam, werd de brommer verkocht, maar de oude liefde bleef. Vele jaren later kreeg hij zijn originele Zündapp volledige gerestaureerd als verjaardagscadeau terug van zijn kinderen…

Zelf heb ik vanaf mijn zestiende ook een paar jaar een Zündapp gehad. Jammer genoeg heb ik daar geen foto van in mijn archief zitten. Wat dat betreft heeft Jetske het beter voor elkaar. Zij heeft niet alleen een mooie serie gemaakt van deze beide senioren bij hun brommers, maar in het betreffende logje toont ze ook een foto van Jetske op haar Puch

Na dit tweede treffen bij Zwarte Haan zetten we koers naar Paesens-Moddergat.

Nederlandse landgeiten bij Earnewâld

De Nederlandse landgeit bepaalde eeuwenlang het gezicht van de geitenstapel in ons land. Het ras is goed aangepast aan ons klimaat. Door kruising met meer productieve buitenlandse rassen heeft de Nederlandse landgeit op het punt van uitsterven gestaan. In de vijftiger jaren van de vorige eeuw waren er nog maar enkele exemplaren overgebleven. Vanaf die tijd heeft een groeiende groep enthousiaste fokkers het ras voor uitsterven behoed. Er zijn nu ongeveer 2000 geiten en 200 bokken ingeschreven in het stamboek van de Landelijke Fokkersclub Nederlandse Landgeiten (LFNL).

Rond Earnewâld kun je op verschillende plaatsen Nederlandse landgeiten aantreffen rond met rietkragen omzoomde petgaten. Dit welwillende exemplaar stond vorige week samen met een aantal soortgenoten aan de Dominee Bolleman Van der Veenweg

160408-1413x




160408-1415x




160408-1416x