In gesprek in de Ecokathedraal

Nadat we de betonnen iglo van binnen en van buiten hadden bekeken, vervolgden we onze dwaaltocht door de Ecokathedraal. Daarbij liepen onze wegen vanaf hier tijdelijk uiteen …

Als ik me niet vergis liep Anna het pad tegenover de iglo op. Omdat daar een paar tempelachtige constructies op een heuvel liggen, noem ik dit deel wel eens de ‘Tempelberg’ …

Zelf koos ik een andere richting. Het pad dat ik volgde, komt uiteindelijk uit aan de achterkant van die tempelberg. Naast een vrijwel altijd wat glibberige trap ligt daar een gestaag afbrokkelend hellende vlak …

Via dezelfde weg keerde ik even later terug naar het belangrijkste pad dat zich van voor tot achter door de Ecokathedraal slingert. Korte tijd later trof ik Jetske weer …

We raakten in gesprek met een vrijwilliger van de Ecokathedraal die zich voor de gelegenheid net zo fleurig had gekleed als ik. De man, die bezig was met het verwerken van snoeimateriaal, kon boeiend vertellen over het werk en de ontwikkelingen in de Ecokathedraal. Omdat het langer duurde dan goed is voor mijn benen, besloot ik er na enige tijd maar even bij te gaan zitten. Na mijn verklaring dat dit even nodig was vanwege mijn MS, zetten we het gesprek enkele meters verder voort. Dat is het mooie van de Ecokathedraal, er is eigenlijk altijd wel een plekje waar je even wat rust kunt pakken.

Natuurlijk moest de bosaardbei die vlak naast me bleek te groeien ook even op de foto. Intussen was Anna ook weer afgedaald. Terwijl ze geleidelijk dichterbij kwam, maakte ze wat foto’s van ons gespreksgroepje …

– wordt vervolgd –

Een introducee in de Ecokathedraal

Deze week neem ik jullie weer eens mee op een dwaaltocht door de Ecokathedraal bij Mildam. Ik ben daar tenslotte niet voor niets twee keer naar toe geweest in oktober. De eerste keer was ik er – zoals meestal – alleen. De tweede keer werd ik vergezeld door twee fotograferende dames. Kijk, daar komen ze net aan, mijn fotomaatje Jetske en haar zus Anna …

Al toen Anna mij in juli 2017 had meegenomen naar een plekje waar de uiterst zeldzame grote vuurvlinder zich liet zien, beloofde ik als wederdienst om haar op mijn beurt eens mee te nemen naar de Ecokathedraal. Zoals de vaste volgers weten, gooide de uiterst pijnlijke kwaal Acnes sindsdien regelmatig roet in het eten bij het maken van uitstapjes. Zo ook hiermee. Nu ik langzaam maar zeker weer de oude begin te worden, stelde Jetske onlangs voor om eens met z’n drieën naar de Ecokathedraal te gaan. Zo gezegd, zo gedaan …

Nadat we onder de ‘Porta Celi’ waren door gewandeld, richtten we ons eerst op het meest recente grote bouwwerk in de Ecokathedraal: de betonnen iglo. Deze iglo is net als de ‘hemelpoort’ en alle andere bouwwerken in de Ecokathedraal opgebouwd uit los op elkaar gestapelde betonnen stoeptegels en ander bestratingsmateriaal …

Omdat ik de iglo intussen al van binnen en van buiten ken, heb ik hem ditmaal maar eens wat hogerop bekeken. Er waren nu tenslotte twee vrouwen bij de hand die me na een val eventueel naar de weg zouden kunnen slepen. Nadat ik weer veilig met beide voeten op de bosbodem stond, nam Jetske de gelegenheid te baat om de iglo eens van binnen te bekijken …

– wordt vervolgd –

‘Klein Efeze’

Wist u dat er mensen zijn die jaar in jaar uit een vliegreis boeken om Efeze te bezoeken? Maar dat is toch raar om voor een verzameling stoffige stenen en wat gebroken pilaren zo’n stuk te vliegen …?

Daar hoef je toch helemaal niet voor naar het verre Turkije …? Kijk eens wat er op een steenworp afstand van huis in het hart van de Ecokathedraal bij Mildam verborgen ligt …

Mijn ‘Klein Efeze’ … lekker dichtbij, geen selfies makende toeristen … en ’t is nog een stuk minder stoffig ook …  😉

Met Tijmen bij de Elfstedenbrug

Terwijl we Hegebeintum achter ons lieten, kwamen Tijmen en ik er al pratend achter dat de dag tot nu toe eigenlijk steeds iets met water te maken had gehad. Om de dag in stijl te eindigen, stelde ik voor om op weg terug naar huis nog even een tussenstop te maken bij het Elfstedenmonument dat is aangebracht op de Canterlandse brug (kaartje Google maps). Daar waren we weliswaar allebei al eens geweest, maar Tijmen vond het een prima plan …

Wat zou het mooi zijn om de deelnemers aan een volgende Elfstedentocht hier nog eens onder door te zien gaan. Maar de klimaatopwarming maakt die kans er helaas niet groter op. Te voet viel het ook al niet mee om eronder door te gaan, een deel van het vlonderpad was verdwenen. Nadat ik had verteld dat de andere kant van de brug in afwachting van de volgende tocht nog leeg was, liet Tijmen zich niet door de verdwenen planken weerhouden om even te kijken of dat nou wel echt zo was …

Nadat hij droog terug was gekomen, kon hij bevestigen dat ik gelijk had. Geen zoete koek meer voor deze jongeman, eerst even factchecken, luidt het devies.   😉

Op weg terug naar de auto hebben we nog even gekeken hoe de grijper bij het gemaal zijn werk deed en alle vuil voor het hekwerk weg viste, zodat het water kan blijven stromen …

Een half uurtje later kon ik Tijmen weer veilig thuis droppen. We vonden het allebei een mooi en gezellig uitje, dat zeker voor herhaling vatbaar is. We hebben afgesproken om de draad volgend voorjaar weer op te pakken.

Met Tijmen bij Hegebeintum

“Als dat de hoogste terp van Fryslân is, dan is hij toch echt niet zo heel hoog …,” zei Tijmen toen we Hegebeintum in zicht kregen. Dat deed mij, nadat ik de auto had geparkeerd, besluiten om niet meteen via het weggetje omhoog te lopen, maar eerst naar de voet van het afgegraven deel van de terp te lopen …

Aan de voet van de terp aangekomen, bleek de terp toch hoger te zijn dan Tijmen in eerste instantie vermoedde. De Waddendijk waar we eerder die dag waren, is 7.50 m hoog, de terp van Hegebeintum is 8.80 m hoog. Oorspronkelijk was de terp 9,5 hectare groot, met een doorsnee van ca. 300 meter. Tegenwoordig is de terp een stuk minder groot, alleen de kerk en enkele huizen staan er nog op. Na 1800 zijn veel terpen geheel of gedeeltelijk afgegraven vanwege de zeer vruchtbare grond, die goed kon worden gebruikt in de landbouw …

“Als jij nou omloopt, dan ga ik via de kortste weg naar boven,” zei ik met een knipoog tegen Tijmen. Ik was al halverwege, toen hij vroeg: “Durf jij dat dan wel, pake …?” Terwijl ik even op één van de boomstammetjes ging zitten, klauterde Tijmen me achterna. Kwajongens onder elkaar, zullen we maar zeggen …   😉

Boven gekomen kwamen we na een niet al te lange wandeling bij de kerk aan. Op mijn voorstel om een rondje rond de kerk te lopen, vroeg Tijmen of dat zomaar mocht, het hek zat tenslotte dicht. Keurig toch!?
Het hek draaide soepel open, nadat ik de sluiting omhoog had gedraaid …

Terwijl we aan ons rondje om de kerk begonnen, legde ik Tijmen uit dat een kerkhof of een begraafplaats vrij toegankelijk is als het hek niet op slot is. Voorwaarde is natuurlijk wel dat je je er gedraagt. Maar dat was logisch, zei Tijmen. Af en toe bleven we even staan om één van de uiteenlopende grafstenen of andere ornamenten te bekijken. Harrie lag er ook nog. Nadat we hem een stille groet hadden gebracht en ons rondje hadden voltooid, verlieten we het kerkhof …

We daalden de terp af via de gebruikelijke toegangsweg naar de terp. Die toegangsweg is sinds ongeveer anderhalf jaar voorzien van 25 stenen met de namen van invloedrijke adellijke oud-bewoners van Harsta State, het oude en voorname woonhuis ten oosten van de terp. Wij lieten de adel voor wat ze was en vervolgden onze weg naar de auto. op naar de volgende, tevens laatste stopplaats …

– wordt vervolgd –