Een zeldzaamheid: de grote vuurvlinder

Al een jaar of tien heb ik tijdens de gezamenlijke fotokuiers in De Weerribben samen met Jetske in juli-augustus regelmatig uitgekeken naar de grote vuurvlinder. De grote vuurvlinder (Lycaena dispar batava) is een ernstig bedreigde vlindersoort, die in ons land alleen voorkomt in drie laagveengebieden in Noordwest-Overijssel en Zuidoost-Friesland: De Weerribben, De Wieden en de Rottige Meente.

“De grote vuurvlinder is gezien aan de Hoogeweg en bij het witte bruggetje waar je kunt parkeren,”  gonsde er half juli over het vlindernetwerk. Deze mare bereikte mij via een zuster van Jetske, die zelf ook al een tijdlang had uitgekeken naar de grote vuurvlinder. En meer nog: ze was zelfs bereid om mij tot gids te dienen …

En zo zoefde ik 18 juli samen met Anna over ’s heren wegen in de Kop van Overijssel, op zoek naar de grote vuurvlinder. Lang hoefden we niet te zoeken. Zoals vogelaars in groten getale op een bijzondere vogel afkomen, zo doen vlinderkenners dat bij de grote vuurvlinder. De twee neergehurkte fotograferen, afkomstig uit Zuid-Holland, maakten slechts na enig aandringen spaarzaam ruimte voor ons en voor de vóór ons lopende Engelsman …

Maar uiteindelijk lukte het toch om wat foto’s te maken van de eerste grote vuurvlinder die ik in het wild te zien kreeg, een vrouwtje …

Het eerste wat me opviel was dat deze grote vuurvlinder eigenlijk helemaal niet zo groot was. Eigenlijk was ze amper groter dan haar nichtje de kleine vuurvlinder, en ook qua kleur en tekening leek ze daar toch wel op …

Wat ik eigenlijk nog opvallender vond, was dat deze vlinder in tegenstelling tot de meeste andere vlinders die ik ken heel lang heel rustig op één en hetzelfde plekje op de kattenstaart bleef zitten. Hoeveel fotograferen er ook rondliepen en hoe dicht ze haar ook benaderden met hun toeters, de vlinder bleef zitten waar ze zat …

Om nieuwkomers ook de kans te geven wat foto’s te maken van dit exemplaar van de grote vuurvlinder, vervolgden Anna en ik onze weg. Op een stuk hooiland aan de andere kant van het bruggetje wemelde het van een andere zeldzame vlindersoort hoorden we, de zilveren maan, die komt in het volgende logje voorbij …

Met de grote vuurvlinder ben ik overigens nog niet klaar. Ik heb nu wel een vrouwtje kunnen fotograferen, maar een mannetje heb ik nog niet in de collectie. En die is nog veel mooier, zoals te zien is op de onderstaande foto, die Jetske in juli 2008 heeft gemaakt. Omdat ze toen nog geen weblog had, kreeg ik indertijd de primeur …

Zwanen in herfst en winter

Dit zwanenkoppel dobberde afgelopen dinsdag op een grijze herfstdag rustig in het natuurgebied de Rottige Meente …





Op dezelfde plek zag ik in februari 2003 op een zonnige winterdag het onderstaande zwanenkoppel tussen het ijs dobberen …





Het zou wel aardig zijn om te weten of de zwanen op de eerste foto nakomelingen zijn van de zwanen op de tweede en derde foto, misschien zijn het zelfs wel dezelfde zwanen … Maar ja, zie onder water maar eens een ring af te lezen …




Weerzien met de Rottige Meente

Toen Jetske en ik dinsdag in de Rottige Meente van de parkeerplaats naar de vogelkijkhut liepen, wist ik al vrijwel zeker dat ik daar eerder was geweest. En dat werd even later bevestigd met het uitzicht vanuit de vogelkijkhut over de Rottige Meente …





Ik dacht dat het wel een jaar of 20 geleden zou kunnen zijn, maar dat was gelukkig wat overdreven. In mijn fotoarchief ontdekte ik al snel dat ik er was geweest op 22 februari 2003. Ook toen maakte ik in mijn vrije tijd al regelmatig fototochtjes, dit was op een mooie winterse zaterdagmiddag …





Behalve het grote verschil in het weer op de eerste en de tweede foto valt vooral het gebrek aan begroeiing op de legakkers op, dat zijn de stroken land in het water waar vroeger het uitgebaggerde veen op te drogen werd gelegd om er turven van te maken. Omdat ik op die dag in februari 2003 de camera ook nog wat verder naar westen heb gericht, is te zien dat de begroeiing door bomen vanaf die kant toen al begon op te rukken …





Omdat ik eind 2002 ben begonnen met het vastleggen van de weercijfertjes in onze tuin, kan ik zelfs nog precies vertellen dat het de nacht daarvoor 5,7 ºC had gevroren, en dat de maximum temperatuur op zaterdag 22 februari 2003 opliep tot 5,4 ºC. Het liep tegen het eind van de koudste winter die we sinds de laatste Elfstedentocht van 1997 hadden gehad …





Het KNMI schrijft over de winter van 2002-2003: “Met in De Bilt een gemiddelde temperatuur van 2,4 °C over de drie wintermaanden tegen een langjarig gemiddelde van 3,3 °C was de winter koud. Een koude winter was sinds de winter van 1996/97 niet meer voorgekomen. Opvallend was dat alle drie de wintermaanden koud verliepen. Reeds in de eerste helft van december beleefden we een vorstperiode. Deze werd gevolgd door een periode met kwakkelweer waarbij het soms zeer glad was door ijzelvorming. Rond de Kerst was het zeer zacht. In januari viel de winter voor de tweede keer in. Van 4 tot en met 11 januari vroor het tijdens de nachten lokaal streng (temperatuur lager dan –10, 0 °C) …”





Voor vandaag sluit ik af met een paar foto’s van de fraaie patronen in het ijs, die ik in februari 2003 heb gemaakt vanuit deze vogelkijkhut in de Rottige Meente. Woensdag liet ik hier een paar foto’s zien van een zwanenkoppel, dat vlak bij de vogelkijkhut in een vaart voort dobberde. Toeval of niet, maar ook op die bewuste zaterdagmiddag in februari 2003 heb ik hier wat foto’s van een paar zwanen gemaakt. Die zal ik jullie hier morgen voorschotelen …




Herfst in de Rottige Meente

Nadat de zwanen uit beeld waren verdwenen, liepen Jetske en ik dinsdag via een door struikgewas omgeven paadje naar de vogelkijkhut aan de rand van het natuurgebied de Rottige Meente …





Daar nestelden we ons op de eerste verdieping samen voor één van de kijkgaten …





Dat leverde dit mooie, maar grijze uitzicht over de Rottige Meente op …





Door wat meer in te zoomen, werden de herfsttinten van de bomen op de legakkers zichtbaar. Niet eens zo gek ver bij ons vandaan was een grote zilverreiger neergestreken in een boom. De foto’s van zijn vlucht en de landing in de boomtop zijn vanwege onscherpte helaas niet door de ballotage gekomen …





De close-up van die zilverreiger is het aanzien gelukkig wel waard. Wonderlijk, dat zo’n grote vogel zo lang, zo roerloos op een dunne tak in een boomtop kan zitten …





En al die tijd wist ik bijna zeker dat ik hier al eens eerder was geweest. “Volgens mij is het al bijna 20 jaar geleden, maar ik weet bijna zeker dat ik eens in een winter in deze vogelkijkhut heb gezeten,” zei ik tegen Jetske.

Intussen ben ik gisteren in mijn rijk gevulde fotoarchief gedoken om daar bewijs voor te vinden. En jawel, ik ben er inderdaad eerder geweest. Ten bewijze daarvan zal ik in het weekend een paar foto’s tonen, die ik daar op 22 februari 2003 heb gemaakt.

Zwanen in de Rottige Meente

Het was een dag zoals we ze de laatste dagen al veel hebben gehad: grijs en grauw, en af en toe regende het lichtjes. Desondanks besloten mijn fotomaatje en ik gisteren om er maar even op uit te trekken voor een gezamenlijke fotokuier …





Jetske stelde voor om een ritje te maken naar de Rottige Meente, een natuurgebied op de grens van de provincies Fryslân en Overijssel. Daar zouden we dan een kuiertje maken naar een vogelkijkhut





Onderweg naar die hut kwamen we langs een vaart, waar een paar knobbelzwanen ons meteen de rug toekeerden om vervolgens langzaam in zuidwestelijke richting bij ons vandaan te dobberen …





Nadat we een paar foto’s hadden gemaakt van de elegante dieren, vervolgden we onze weg naar de vogelkijkhut …