Weer net niet

Of er sprake is van een vloek, weet ik niet, maar een zegen rust er zeker niet op de prachtige generatie ronderenners die ons land momenteel heeft. Vorig jaar verloor Tom Dumoulin in de Ronde van Spanje zijn leiderstrui tijdens de laatste bergetappe aan Fabio Aru. Hij verloor zoveel tijd, dat hij zelfs van het podium tuimelde. In het voorjaar raakte Steven Kruijswijk zijn koppositie in de Giro d’Italië kwijt, nadat hij in de voorlaatste bergetappe ten val kwam. Hij eindigde net naast het podium op de ondankbare vierde plek. En gisteren hebben we Bauke Mollema na afloop van de voorlaatste bergrit in de Tour de France horen verzuchten: “Ik heb ’t gewoon verneukt …” Na een ongelukkige valpartij tuimelde hij keihard van de tweede plek naar de tiende plek …









Als hij vandaag tijdens de gevaarlijke afdaling van de Col de Joux Plane of elders niet uit de bocht vliegt, dan wint Chris Froome dit jaar opnieuw de Tour de France. Voor de vierde keer in vijf jaar zal er morgen in Parijs een renner van de Sky-ploeg in het geel op de hoogste trede van het podium staan. Met dank aan onze landgenoot Wout Poels, die hem op vrijwel alle bergen trouw terzijde stond, dat dan weer wel. De Sky-ploeg, die kan beschikken over een budget van ca. 35 miljoen Euro, koopt simpelweg de allerbeste renners bij elkaar om de kopman bij te staan. Daarmee heeft de ploeg ook dit jaar weer een verstikkende deken over de Tour gelegd. We zullen ermee moeten leren leven, vrees ik. Wat rest zijn de altijd weer mooie plaatjes van het landschappelijk schoon dat Frankrijk te bieden heeft …









De wat verschoten foto’s die deze pagina vandaag sieren, heb ik op 18 juli 1984 gemaakt op de flanken van de Col de Joux Plane. Op die dag moesten de renners aan het eind van een zware bergetappe de Col de Joux Plane bedwingen, om daarna in razende vaart af te dalen naar Morzine. De voet van die laatste beklimming lag op een uurtje rijden van de camping waar we op dat moment verbleven, en dus was dit de kans om als liefhebber van de Tour voor het eerst eens een bergetappe mee te maken.

Mijn toenmalige vriendin besloot ter elfder ure toch maar niet mee te gaan, zij verkoos een zonnebad boven de Tour. En dus ging ik vroegtijdig gewapend met voldoende eten en drinken, de wereldontvanger èn mijn fotocamera alleen op pad. Tot mijn grote vreugde vond ik bijna aan de voet van de Col de Joux Plane in Samoëns een mooi plekje voor de auto. Daarna begon ik te voet aan de beklimming.

Ik heb eerlijk gezegd geen idee meer hoe lang en hoe ver ik de berg op gegaan ben, maar kijkend naar het uitzicht op de foto’s moet het toch een flink eind zijn geweest, en dat terwijl het toch een bloedhete dag was. Uiteindelijk vond ik een mooi lommerrijk plekje, waar het niet al te druk was en vanwaar ik de renners drie keer zou kunnen zien passeren …









Eerst zou ik ze in het dal kunnen zien naderen over de weg die op de onderstaande foto te zien is. Daarna zou ik ze, zoals op de onderste foto te zien is, vanuit de verte zien naderen, op weg naar de haarspeldbocht die hen en mij nog scheidde. Tot slot zouden ze dan op pakweg 1 of 2 meter voor me langs rijden op weg naar de volgende haarspeldbocht, op weg naar de top en de verlossende, maar gevaarlijke afdaling naar Morzine. Ik was er helemaal klaar voor …

Totdat mijn camera – nog voordat de reclamekaravaan was gepasseerd – begon te piepen met de mededeling dat het filmpje vol was … Op dat moment kwam ik tot de gruwelijke conclusie, dat de filmpjes die ik de dag daarvoor speciaal met het oog op dit moment had gekocht, nog in het dashboardkastje van de auto lagen …

Ik heb een tijdlang behoorlijk staan balen van mijn stommiteit, maar uiteindelijk heb ik die dag toch enorm genoten van de sfeer die de passage van de Tour met zich meebrengt. Ik weet nog, dat ik me er vooral over heb verbaasd hoe klein de meeste van die wielrenners zijn, en hoe ongelooflijk snel ze over dat steile weggetje omhoog fietsten. Sinds die dag heb ik nog meer respect voor de prestaties die die mannen elke dag opnieuw leveren.



Les Demoiselles Coiffées

Vandaag even geen macro’s van vlinders of ander klein grut. In de Tour de France staat vandaag aan de voet van de Alpen een klimtijdrit op het programma in voor ons bekend gebied. Daarom haal ik eens wat herinneringen en foto’s uit de oude doos tevoorschijn. In 1983 heb ik voor het eerst een paar weken gekampeerd op de oever van één van Europa’s grootste stuwmeren: Lac de Serre-Ponçon





Het 20 km lange stuwmeer is meer dan 29 vierkante km groot en bevat bij hoog water meer dan 1,2 miljard kubieke meter water. De stuwdam, die in de periode 1955-1961 gebouwd is bij Serre-Ponçon, is 124 m hoog en 630 m lang en wordt gebruikt voor de opwekking van elektrische energie. Een andere functie van de dam is het bedwingen van de rivier Durance, waarmee irrigatie en drinkwatervoorziening gewaarborgd kunnen worden. In het verleden (1843 en 1856) hadden zich nogal wat overstromingen voorgedaan waarbij de schade kon reiken tot de omgeving van Avignon. In 1895 werd daarom al een begin gemaakt met het onderzoeken naar mogelijkheden om de Durance in te dammen …





Tegenwoordig heeft het meer ook een toeristische functie, het is een prachtig watersportgebied. Zelf heb ik er in de zomer van 1983 voor het eerst (en meteen ook voor het laatst) op een surfplank gestaan. Met de wind in de rug was ik binnen de kortste keren aan de overkant van het meer. Daarna moest ik dus met tegenwind terug, en dat was andere koek … Uiteindelijk zat er niets anders op dan me maar -doodmoe- terug te laten slepen …





Op een aantal plaatsen is in deze streek een bijzonder natuurverschijnsel te zien: de Demoiselles Coiffées, vrij vertaald: de gekapte of gehelmde dames. Grote en kleinere rotsblokken rusten op pieken van door erosie grotendeels afgesleten bergkammen. De bizarre vormen zijn ontstaan door erosie van de relatief zachte kalksteenachtige bodem. Op de plaatsen waar grote, harde rotsblokken liggen, beschermen deze de ondergrond, waardoor deze plaatselijk minder erodeert dan de bodem eromheen. In de loop van de eeuwen zijn deze verhogingen steeds verder uitgesleten tot reusachtige, soms wel 40m hoge smalle pilaren …





Hopelijk zien we er vanmiddag tijdens de uitzending van de Tour de France wat van in beeld, maar die kans acht ik niet erg groot. Voor zo ver ik me kan herinneren, bevinden de Demoiselles Coiffées zich vooral aan de zuidkant van het meer, terwijl de tijdrit aan de noordkant wordt gehouden …





Enfin, als de Demoiselles niet te zien zijn, dan richt ik me gewoon op “Bau en Lau”, zoals Neerlands wielerhelden in bange dagen Bauke Mollema en Laurens ten Dam tegenwoordig liefkozend genoemd worden.