Een A2-rit over de A7*

Ditmaal was de MS niet de oorzaak van mijn gedwongen time out, maar diezelfde MS zorgde wel voor een verlenging ervan.

In de nacht van maandag 29 februari op dinsdag 1 maart werd ik om 6 uur ’s ochtends wakker met een loopneus. Dat dacht ik tenminste … Toen ik een lamp had aan gedaan, bleek dat toch net even wat anders te zijn. Ik had een bloedneus, en een flinke ook, want het bloed bleef maar stromen. Aafje, die ruw wakker geworden, snel behulpzaam was toegeschoten, besloot na enige tijd om de dokterswacht maar te bellen. Met telefonische ondersteuning van de dokterswacht lukte het uiteindelijk om de bloeding te stelpen.

Tot mijn grote schrik begon mijn neus vorige week vrijdag ’s middags rond 15:00 uur opnieuw te bloeden. Nadat ik enige tijd vruchteloos had geprobeerd om de bloeding weer te stelpen, heb ik met de nodige moeite Aafje maar geappt op haar werk. Aafje heeft vanaf haar werk de huisarts gebeld. Een kwartiertje later was ze thuis, mooi op tijd om de deur te openen voor de huisarts. De (vervangende) huisarts kreeg het, ondanks de forse tampon die hij in mijn neus had gedrukt, ook niet klaar om de bloeding tot staan te brengen, daarom besloot hij uiteindelijk maar om een ambulance te bellen, zodat een KNO-arts er naar kon kijken.

Omdat intussen de weekenddiensten waren ingegaan, moest ik naar de voor half Fryslân dienstdoende kno-arts, die op dat moment in Heerenveen zetelde. En zo vertrok ik rond 17:00 uur met een A2-rit* in de ambulance naar ziekenhuis Tjongerschans in Heerenveen. Toen we de A7 op draaiden, vroeg ik aan de broeder of we zekerheidshalve niet beter met toeters en bellen konden rijden. “Ach, dat is nou jammer, die zijn stuk,” luidde het met een vette knipoog gegeven antwoord … 😉

160307-1417x
Op zich was het best aardig om na ruim 57 jaar weer eens een ritje in een ambulance te maken naar de Tjongerschans in Heerenveen. Eerlijk is eerlijk, ik kan me er niet zo gek veel meer van herinneren, maar het verhaal gaat dat ik op 20 augustus 1958 onderweg van Echten naar Heerenveen in een ambulance ben geboren … 🙂

In het ziekenhuis was het ook best gezellig. Bij de spoedeisende hulp werd ik opgevangen door de sympathieke verpleegkundige Pytsje, die me gezelschap hield totdat de KNO-arts verscheen. Dat bleek gelukkig ook een erg gezellige en humoristische man te zijn. En wat minstens zo belangrijk is: hij maakte ook een kundige en deskundige indruk.

Terwijl ik de twijfelachtige eer had om als eerste op tamelijk bloederige wijze in de gloednieuwe behandelkamer te worden behandeld, verschenen achtereenvolgens ook Aafje en Jetske op de plek des onheils. Aafje had ik uiteraard wel verwacht, maar Jetske toch zeker niet. Maar helemaal gek was het toch ook weer niet, Jetske werkt tenslotte al jarenlang in de Tjongerschans, en er ontgaat haar maar weinig … Op dat moment wist ik één ding wel zeker: mij kon niets meer overkomen …

150106-1245x

Tja, en daarna heb ik kleine 72 uur met drie tampons in mijn rechter neushelft rondgelopen. Toen het de huisarts maandagmiddag was gelukt om de grootste tampon eindelijk uit mijn neus te verwijderen, dacht ik het ergste wel te hebben gehad, maar dat viel nog lelijk tegen. Er bleven nog twee tampons achter die vanzelf zouden moeten oplossen. Dat duurde vervolgens nog een paar dagen, waardoor ik nog enkele dagen met pijnlijke bijholten en een kop vol snot en gestolde bloedresten rond liep.

Intussen begin ik weer aardig de oude te worden, maar het valt niet mee om weer op gang te komen. Vroeger stond er dan na enkele dagen vaak wel een vriendje voor de deur: “Het is mooi weer, kom je buiten spelen …?” In later jaren belde er nog wel eens een vriend of een (oud-)collega om me weer over de drempel te trekken. De laatste jaren ben ik daarvoor meer en meer op mezelf aangewezen en dat maakt het met een steeds meer weigerend lijf niet altijd even gemakkelijk.

Maar niet getreurd, ik ben er weer en de komende dagen probeer ik de dagelijkse draad des levens rustig weer op te pakken. Mijn blogrondjes zullen nog even moeten wachten, want ik moet eerst maar weer eens wat zonlicht en frisse lucht opdoen.

——

* Een A2-rit houdt in dat er geen sprake is van direct levensgevaar, maar waarbij er wel sprake kan zijn van (ernstige) gezondheidsschade. De ambulance moet daarom wel zo snel mogelijk ter plaatse zijn. Er kan soms gebruik gemaakt worden van optische- en geluidssignalen. Bij een spoedgeval zonder direct levensgevaar is er binnen dertig minuten een ambulance aanwezig.