Met Jetske naar de grutto’s

Het is weer woensdag en dat betekent, dat ik de dag toch weer begin met de stand van zaken in coronatijd. De social distancing maatregelen lijken hun vruchten af te werpen. Voor zover ik heb gezien en uit de media heb vernomen, is het hier Fryslân de afgelopen weken op straat, in plantsoenen en in de natuur erg rustig geweest. Als gevolg van de maatregelen lijkt er heel voorzichtig een zekere stabilisering in zicht te komen van het aantal mensen dat met corona op de IC moet worden opgenomen. Ook m.b.t. de beschermingsmiddelen schijnt het er nu ook beter voor te staan. In de Friese ziekenhuizen lijkt alles langzaam maar zeker in de juiste plooien te zijn gevallen …

Dat merkt ook mijn fotomaatje in ziekenhuis Tjongerschans. Het was dan ook een prettige verrassing, toen ze me vorige week voor het eerst sinds het ingaan van de intelligente lockdown uitnodigde om maar weer eens samen op pad te gaan. Jetske wilde namelijk graag de grutto fotograferen, en ik mocht haar daarbij naar de juiste locatie gidsen. Maar dan wel met inachtneming van de coronamaatregelen natuurlijk. ‘Samen apart’ noemde Jetske het. Ieder in de eigen auto reden we naar de Mieden onder de rook van de zuivelfabriek in Gerkesklooster-Stroobos …

Op de bovenstaande foto’s zie rechts in de verte onze auto’s. Daar klapten we recht voor het plas-drasgebied onze stoelen uit op zeker 3 meter afstand van elkaar. Omdat ik de laatste weken altijd alleen op pad ben eigenlijk niemand tegenkom, moet ik daar nog steeds aan wennen, maar Jetske is daarin terecht heel stringent en consequent. Ik hoefde maar op te staan om een dropje presenteren, dan nam ze de benen om 50 meter verderop in de berm te gaan zitten …  😉

In de inleiding bij het filmpje schreef ik eergisteren al, dat het een feest was om al die (weide)vogels daar te zien en te horen. Maar nog mooier vond ik het eerlijk gezegd om daar weer met mijn fotomaatje te zitten. Het is in de loop van de afgelopen 13 jaar zo vertrouwd geworden om een paar maal per maand samen op pad te zijn, dat ik het de afgelopen weken echt als een gemis heb ervaren …

Terwijl we als vanouds samen zaten te fotograferen, was het ook goed om tussen de bedrijven door weer echt wat bij te praten. Jetske heeft gisteren een aantal fraaie close-ups en een prachtig filmpje van de zo gewenste grutto op haar weblog gezet: ‘Grutto’s in De Mieden’

Kennismaking met het rietland

Het is weer woensdag en dat betekent, dat ik de dag weer begin met de stand van zaken in coronatijd. De social distancing maatregelen lijken langzaam maar zeker effect te krijgen. Hier in Fryslân is het de afgelopen weken op straat, in plantsoenen en in de natuur erg rustig. En de meeste mensen houden goed rekening met de afspraak om minstens anderhalve meter afstand van elkaar te houden. “Maar,” zo zei onze Premier in Crisistijd gisteravond, “we moeten dit volhouden …”

Als gevolg van de maatregelen lijkt er heel voorzichtig een zekere stabilisering in zicht te komen van het aantal mensen dat op de IC moet worden opgenomen. Na het opschalen van de IC en door meer capaciteit vrij te maken voor de overige coronapatiënten valt in de Friese ziekenhuizen alles langzaam maar zeker in de juiste plooien. Maar we zijn er nog niet! Om de instroom van patiënten behapbaar te houden voor het zwaar onder druk staande medisch en verzorgend personeel zullen we ons nog maandenlang en misschien wel langer aan social distancing moeten houden, vrees ik …

In normale tijden zou er vandaag weer een fijne fotokuier met mijn fotomaatje op het programma staan. Maar ja, zo lang niet bekend is of ze mogelijk een milde of asymptomatische vorm van corona bij zich draagt, houdt Jetske zich verre van mij. Het wachten is op de doorbraak van grootschalig testen, voordat daar enig zicht op komt. Daarom neem ik jullie vandaag mee op een eerdere fotokuier die Jetske en ik samen hebben gemaakt. Begin november 2006 nam Jetske me mee naar het rietland van haar zwager in de Weerribben …

Het was een prachtige dag met fotogenieke wolkenpartijen van voortdurend om ons heen trekkende buien. Zodra we uit de auto stapten, verscheen de eerste van vele regenbogen die dag. Tijdens de wandelingen werden we o.a. verrast door mooie oude molentjes en een paar ranke reeën in het rietland …

Tussen de bedrijven door vertelde Jetske die dag hoe ze al van jongs af aan regelmatig met haar vader – die rietsnijder was – het rietland in trok. In geuren en kleuren introduceerde ze begrippen als trilveen, snit en andere zaken waar ik in de loop der jaren nader kennis mee zou maken. Maar hoofdzaak was en bleef het fotograferen …

Ook die derde dag hebben we ons weer prima vermaakt. Wind, wolken en zon maakten het rietland een lust voor het oog. Voortdurend wisselden de in de wind wuivende rietpluimen van kleur en vorm …

Terwijl ik aan het eind van de middag huiswaarts reed, verscheen er al na enkele minuten weer een mooie regenboog. Voordat ik de snelweg op draaide, zette ik de auto nog even in de berm om ook deze regenboog nog even vast te leggen. Een regenboog aan het begin en aan het eind van de dag, hoe mooi wil je het hebben …

Lieve Jetske, fijn fotomaatje op afstand,

Het is mooi weer, en dus zal ik vandaag wel weer even ergens een kort fotokuiertje maken. Vele malen liever was ik weer eens even samen op pad gegaan, maar helaas …, jij en de vele andere zorgverleners binnen en buiten de ziekenhuizen staan nog steeds voor een immense klus. Aan jullie inzet en toewijding ligt het niet, dat weet ik zeker. Maar vooral het gebrek aan veilige beschermingsmiddelen voor jullie als zorgverleners blijft zorgelijk. Pas daarom de komende tijd behalve op jullie patiënten vooral ook goed op jezelf en elkaar. Werkze en heel veel sterkte de komende tijd! Blijf gezond!

Fotomaatje op afstand

Tien dagen geleden heb ik hier een Ode aan onze zorgverleners gebracht. Vandaag doe ik dat in zekere zin nog eens. En sterker nog; vanaf nu ben ik van plan om dat op iedere woensdag te doen. Mijn fotomaatje Jetske is één van de vele verpleegkundigen die er alles aan zullen doen om mensen die getroffen worden door het virus er doorheen te slepen. De komende woensdagen staat Jetske hier centraal …

Ik was bijna een jaar aan het bloggen, toen ik in augustus 2006 een bijzondere reactie kreeg: “Je maakt prachtige foto’s, Jan. Neem jij wel eens iemand mee op je fotokuiers? Nu de kinderen uit de luiers zijn, heb ik een oude hobby opgepakt: fotografie. Van digitale fotografie en fotobewerking heb ik echter geen kaas gegeten. Misschien zou jij me het nodige kunnen leren op dit vlak …,” luidde het belangrijkste deel van de inhoud …

We wisselden een aantal mailtjes, waarin Jetske haar leerpunten met me deelde. Daarnaast heb ik Jetske er nadrukkelijk op gewezen dat ik MS had en dat eventuele fotokuiers daarom maar zelden lang zouden zijn. Daar was Jetske zich goed van bewust, maar dat leek haar geen probleem. In september maakten we een eerste afspraak voor een fotokuier bij Jetske in de Weerribben …

Drie weken later kwam Jetske bij mij voor een fotokuier in wat toen mijn favoriete locatie was: de pingoruïne of dobbe in het Weinterper Skar. Van die fotokuier zien jullie vandaag wat foto’s. Terwijl Jetske wat rondstruinde aan de waterkant, ging ik diep door de knieën om wat macro’s te maken. Ik geloof dat daar in zekere zin Jetskes’ latere liefde voor macro’s is gelegd, maar dat terzijde. Tegenwoordig is het andersom en maakt Jetske tijdens onze gezamenlijke fotokuiers de meeste macro’s, omdat ik steeds minder goed overeind kan komen …

Vanaf het begin werd de tijd op onze gezamenlijke dagen nuttig besteed. Fotograferen hoefde ik Jetske niet meer te leren, dat was al snel duidelijk. Na de kuier en een lichte lunch zaten we vaak samen achter de pc waar ik Jetske het nodige heb getracht bij te brengen op het vlak van fotobewerking en bestandsbeheer. En tussen de bedrijven door leerden we elkaar in gezellige gesprekken langzaam maar zeker wat beter kennen …

Om een lang verhaal kort te maken: in die dagen werd de basis gelegd voor wat is uitgegroeid tot een bijzondere vriendschap, die intussen bijna 14 jaar duurt. Nog steeds gaan we 1 of 2 keer per maand samen op stap, de ene keer in Fryslân, de andere keer in de Kop van Overijssel. Onder normale omstandigheden zouden we vandaag samen op pad gegaan zijn. Maar de omstandigheden laten het niet toe. Ook al zouden we op twee meter afstand van elkaar lopen, dan nog zou Jetske niet het risico willen lopen om mij te besmetten. Dat ze zelf in deze hectische tijd in de Tjongerschans intussen besmet is geraakt, is zeker niet denkbeeldig …

Lieve Jetske, lief fotomaatje op afstand,
Als ik vandaag in mijn uppie ergens een fotokuiertje maak – en dat zal toch wel? – dan zal ik zeker even aan jou en je vele collega’s denken. Jullie staan nog steeds voor een immense klus. Aan jullie inzet en toewijding zal het niet liggen. Maar hoe het met jullie eigen bescherming en zaken als beademingsapparatuur zit, is een tweede. Pas daarom de komende tijd behalve op jullie patiënten vooral ook goed op jezelf en elkaar. Zonder jullie redden we het niet. Nogmaals heel veel sterkte de komende tijd!

Een A2-rit over de A7*

Ditmaal was de MS niet de oorzaak van mijn gedwongen time out, maar diezelfde MS zorgde wel voor een verlenging ervan.

In de nacht van maandag 29 februari op dinsdag 1 maart werd ik om 6 uur ’s ochtends wakker met een loopneus. Dat dacht ik tenminste … Toen ik een lamp had aan gedaan, bleek dat toch net even wat anders te zijn. Ik had een bloedneus, en een flinke ook, want het bloed bleef maar stromen. Aafje, die ruw wakker geworden, snel behulpzaam was toegeschoten, besloot na enige tijd om de dokterswacht maar te bellen. Met telefonische ondersteuning van de dokterswacht lukte het uiteindelijk om de bloeding te stelpen.

Tot mijn grote schrik begon mijn neus vorige week vrijdag ’s middags rond 15:00 uur opnieuw te bloeden. Nadat ik enige tijd vruchteloos had geprobeerd om de bloeding weer te stelpen, heb ik met de nodige moeite Aafje maar geappt op haar werk. Aafje heeft vanaf haar werk de huisarts gebeld. Een kwartiertje later was ze thuis, mooi op tijd om de deur te openen voor de huisarts. De (vervangende) huisarts kreeg het, ondanks de forse tampon die hij in mijn neus had gedrukt, ook niet klaar om de bloeding tot staan te brengen, daarom besloot hij uiteindelijk maar om een ambulance te bellen, zodat een KNO-arts er naar kon kijken.

Omdat intussen de weekenddiensten waren ingegaan, moest ik naar de voor half Fryslân dienstdoende kno-arts, die op dat moment in Heerenveen zetelde. En zo vertrok ik rond 17:00 uur met een A2-rit* in de ambulance naar ziekenhuis Tjongerschans in Heerenveen. Toen we de A7 op draaiden, vroeg ik aan de broeder of we zekerheidshalve niet beter met toeters en bellen konden rijden. “Ach, dat is nou jammer, die zijn stuk,” luidde het met een vette knipoog gegeven antwoord … 😉

160307-1417x
Op zich was het best aardig om na ruim 57 jaar weer eens een ritje in een ambulance te maken naar de Tjongerschans in Heerenveen. Eerlijk is eerlijk, ik kan me er niet zo gek veel meer van herinneren, maar het verhaal gaat dat ik op 20 augustus 1958 onderweg van Echten naar Heerenveen in een ambulance ben geboren … 🙂

In het ziekenhuis was het ook best gezellig. Bij de spoedeisende hulp werd ik opgevangen door de sympathieke verpleegkundige Pytsje, die me gezelschap hield totdat de KNO-arts verscheen. Dat bleek gelukkig ook een erg gezellige en humoristische man te zijn. En wat minstens zo belangrijk is: hij maakte ook een kundige en deskundige indruk.

Terwijl ik de twijfelachtige eer had om als eerste op tamelijk bloederige wijze in de gloednieuwe behandelkamer te worden behandeld, verschenen achtereenvolgens ook Aafje en Jetske op de plek des onheils. Aafje had ik uiteraard wel verwacht, maar Jetske toch zeker niet. Maar helemaal gek was het toch ook weer niet, Jetske werkt tenslotte al jarenlang in de Tjongerschans, en er ontgaat haar maar weinig … Op dat moment wist ik één ding wel zeker: mij kon niets meer overkomen …

150106-1245x

Tja, en daarna heb ik kleine 72 uur met drie tampons in mijn rechter neushelft rondgelopen. Toen het de huisarts maandagmiddag was gelukt om de grootste tampon eindelijk uit mijn neus te verwijderen, dacht ik het ergste wel te hebben gehad, maar dat viel nog lelijk tegen. Er bleven nog twee tampons achter die vanzelf zouden moeten oplossen. Dat duurde vervolgens nog een paar dagen, waardoor ik nog enkele dagen met pijnlijke bijholten en een kop vol snot en gestolde bloedresten rond liep.

Intussen begin ik weer aardig de oude te worden, maar het valt niet mee om weer op gang te komen. Vroeger stond er dan na enkele dagen vaak wel een vriendje voor de deur: “Het is mooi weer, kom je buiten spelen …?” In later jaren belde er nog wel eens een vriend of een (oud-)collega om me weer over de drempel te trekken. De laatste jaren ben ik daarvoor meer en meer op mezelf aangewezen en dat maakt het met een steeds meer weigerend lijf niet altijd even gemakkelijk.

Maar niet getreurd, ik ben er weer en de komende dagen probeer ik de dagelijkse draad des levens rustig weer op te pakken. Mijn blogrondjes zullen nog even moeten wachten, want ik moet eerst maar weer eens wat zonlicht en frisse lucht opdoen.

——

* Een A2-rit houdt in dat er geen sprake is van direct levensgevaar, maar waarbij er wel sprake kan zijn van (ernstige) gezondheidsschade. De ambulance moet daarom wel zo snel mogelijk ter plaatse zijn. Er kan soms gebruik gemaakt worden van optische- en geluidssignalen. Bij een spoedgeval zonder direct levensgevaar is er binnen dertig minuten een ambulance aanwezig.