Terug naar de Blaustirns

In de zon en uit de wind werd het rond het middaguur flink warm op en rond het bankje aan de oostkant van het Weinterper Skar. Daarom stelde ik na verloop van tijd voor om voor het tweede deel van onze dag een wat frisser plekje op te zoeken. Na kort overleg besloten we weer eens een kijkje te nemen bij de vogelkijkhut de ‘Blaustirns’ op de oever van de Leijen bij Doktersheide …

Onderweg sprak ik het vermoeden uit dat de kijkhut best eens gesloten zou kunnen zijn i.v.m. het coronavirus. Eenmaal ter plekke bleek dat inderdaad het geval te zijn. Maar het hek naar het toegangspad stond open en dus besloten we in elk geval die kant even op te lopen. Ook al zouden we aan het eind van het vlonderpad alleen maar even van het uitzicht kunnen genieten …

Langs het pad konden we onze camera’s meteen weer laten klikken. Een uurtje eerder hadden we de echte koekoeksbloem voor de lens gehad, hier zorgde de dagkoekoeksbloem voor roze tinten tussen het riet. Slechts enkele meters verderop stond de gele lis. Hij zat ruim onder allerlei klein grut, zoals diverse vliegen en kevers. Wat daar op die rechter knop zit, kan ik niet goed thuis brengen. ’t Lijkt op een pas uitgeslopen libel, maar daarvoor is het volgens mij te klein. Kortom: wie het weet, mag ’t zeggen …

We vervolgden onze weg langs het rietveld waar het eerder dit jaar gemaaide riet weer frisgroen omhoog reikte. Langs de oever van de Leijen en rond de tweedelige boom waar de koekoek kort zat te roepen, was een mooi oud rietkraagje blijven staan …

Uiteindelijk bereikten we het vlonderpad, we naderden ons doel. Nog een paar meter …, zodra we het bosje voorbij waren, zouden de hut in beeld krijgen …

– wordt vervolgd –

Mijn eerste waterhoen

Zo, we zijn weer een persconferentie verder. Langzaam, maar zeker worden de teugels wat gevierd. Stapje voor stapje komt er meer ruimte om ons leven binnen de anderhalvemetersamenleving op te pakken. “We mogen vertrouwen hebben, maar moeten waakzaam blijven,” aldus onze Premier in Crisistijd. Voor mij persoonlijk betekenen de versoepelingen die in juni ingaan nog geen verruimingen. Maar gelukkig kunnen we hier nog steeds rustig de natuur in, en dat probeer ik ook nog steeds een paar maal per week te doen …

Maandag heb ik weer even een ritje naar de Jan Durkspolder gemaakt. Ook ditmaal was het er weer heerlijk rustig. Er stond zelfs geen auto geparkeerd bij het paadje naar de grote vogelkijkhut. En dus besloot ik voor het eerst sinds het begin van het coronatijdperk maar weer eens in de hut te kijken …

Hoewel het echt een grote hut is, waarin je prima met een man of 4 op anderhalve meter van elkaar kunt zitten, zit ik er momenteel toch liever niet tegelijk met anderen. Het voelde goed om er voor het eerst sinds een paar maanden weer van het vertrouwde uitzicht te genieten …

Ik zat er nog maar net, toen ik links van de hut een zwarte vogel door het water zag stappen. Vermoedelijk een meerkoet, dacht ik, maar toen ik er goed naar keek, zag ik dat het een waterhoen was. En het was niet zomaar een waterhoen … Het klinkt misschien raar, maar in bijna 15 jaar bloggen, was dit het eerste waterhoen dat ik voor de lens kreeg. Een primeur dus …

Tot mijn grote verdriet bleef het beperkt tot één goede foto, want het dier stapte naar de kant en verdween daar tussen gele lissen. ’t Had zo mooi kunnen zijn …

 

Vruchtbaar Fries vijverwater

Langzaam komt er zowel bij ons als in de ons omringende landen een eind aan de lockdown. De kinderen t/m 12 jaar gaan weer naar school, er mag weer mondjesmaat gesport worden en de kapper is weer open. En zo gaan we als het goed is stapje voor stapje verder. Maar eerlijk is eerlijk, ik ben er niet gerust op hoe het zich de komende tijd zal ontwikkelen. Hopelijk weet iedereen zich te gedragen, want ik zou de komende tijd de zorgverleners op de ic en andere corona-afdelingen zo graag een paar weken rust en vakantie gunnen. Maar als ik hoor hoe lichtzinnig en onnadenkend sommige mensen met de coronaproblematiek omgaan … brrrrr …

Mijn fotomaatje werkt intussen vrijwel helemaal weer volgens haar normale rooster. En dat betekent dat wij in principe weer om de 14 dagen samen op pad gaan om een fotokuier te maken. Vorige week waren we o.a. in Speelbos Sparjebird. Die serie onderbreek ik op deze tussenliggende ‘zorg-woensdag’ even voor een korte terugblik op het begin van onze vriendschap. Zelf blikte Jetske gisteren op haar weblog terug op haar opleiding en carrière in de zorg: ’12 mei – Dag van de Verpleging’

Nadat Jetske en ik in december 2006 een vierde gezamenlijke fotokuier hadden gemaakt, was het tijd om Aafje en Jetske eens aan elkaar voor te stellen. In de kerstvakantie van 2006 diende zich daarvoor een mooie gelegenheid aan. Zoals Jetske in reactie op mijn logje over haar vijver al schreef, was ik indertijd één van de mensen die Jetske en haar eega motiveerden om van hun zitkuil een vijver te maken …

Toen dat besluit eenmaal was genomen, vatte Jetske meteen de koe bij de horens. Voortvarend nam ze schep en andere gereedschappen en materialen ter hand om de zitkuil tot een royale vijver te kneden. Maar als je een grote bak met water hebt, dan heb je nog geen vijver. Daar heb je bacteriën en andere levende organismen voor nodig.

Omdat Jetske en haar eega letterlijk tegen de grens van Fryslân en Overijssel wonen, maar dan toch net aan de verkeerde kant, stelde ik voor om hen van wat levend Fries water uit onze vijver te voorzien. Ook toen was het biologisch evenwicht in onze vijver namelijk al heel goed. En dus togen Aafje en ik op 29 december 2006 samen naar de Kop van Overijssel voor de overdracht van Fries vijverwater …

En kijk eens waar dat uiteindelijk in heeft geresulteerd … het is van voor tot achter en van links tot rechts een prachtige vijver geworden. Ik schreef zaterdag dan wel plagerig: “Maar wij hebben salamanders in de vijver, en die heb ik bij Jetske nog niet kunnen ontdekken …”. Maar daar staat dan weer tegenover dat Jetske bij haar vijver libellen en waterjuffers ziet, waar ik bij onze vijver alleen maar van kan dromen …

Niet alleen de vijver heeft het overigens goed gedaan. Kijk ook eens naar dat kleine mannetje in zijn rode jas, dat op de laatste foto in de serie van drie zo aandachtig toekijkt bij deze plechtige handeling. De zoon van Jetske en haar echtgenoot is intussen een boomlange kerel,  die tegenwoordig studeert aan de VU in Amsterdam.   🙂

Bloemen in de Ecokathedraal

Terugblikkend op de afgelopen periode, ontdekte ik nog een fotoserie die ik begin april in de Ecokathedraal bij Mildam heb gemaakt. Daar heb ik me in de eerste weken van de corona-lockdown een paar maal teruggetrokken om in alle rust buiten te kunnen zijn …

Normaal gesproken staan vooral de bouwwerken van los op elkaar gestapelde stenen, tegels en stoepranden centraal in mijn fotoseries over de Ecokathedraal. In deze serie wijk ik eens van dat patroon af om jullie te laten zien hoe mooi wilde voorjaarsbloeiers de Ecokathedraal momenteel kleur geven. Loop maar even mee

In de oudere delen ligt op verschillende plaatsen een kleurige en fleurige deken langs het pad en rond de bouwwerken. Je kunt er o.a. bosanemonen (boskanemoanen), speenkruid (bûtergieltsjes), grote sneeuwroem (grutte stjerblom) en gele dovenetel (giele dôvenettel) vinden …

Bevrijdingsdag in beperkte vrijheid

Alles is raar dit jaar. Zelfs onze 75e Nationale Bevrijdingsdag zullen we dit jaar zoveel mogelijk in eigen huis en tuin moeten vieren. Het wordt een viering in beperkte vrijheid. Geen festivals, geen optochten met oude legervoertuigen en geen vuurwerk. Van alle evenementen die dit jaar niet door kunnen gaan, steekt dit eigenlijk nog het meest. Niet zozeer omdat dit voor mij persoonlijk de belangrijkste feestdag van het jaar is, maar vooral vanwege het feit dat het mogelijk/waarschijnlijk een definitieve streep door de rekening is voor de laatste geallieerde veteranen die nogmaals over zouden komen voor de feestelijke viering van de vrijheid …

Ik vier Bevrijdingsdag hier vandaag op bescheiden wijze met een paar vrolijke oranje bloemen. De foto’s van de goudsbloemen hierboven heb ik onlangs in de tuin van mijn fotomaatje gemaakt. De klappertjes hieronder staan momenteel zachtjes wiegend in de wind in onze tuin te pronken …

Ondanks alle beperkingen wens ik jullie allen een fijne Bevrijdingsdag. Laten we het op waardige wijze vieren. En wat mij betreft doen we allemaal mee met het initiatief van Claudia de Breij, dat intussen ook is omarmd door het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Om 16:55 uur (vijf voor vijf) laten we met ramen en deuren open allemaal ‘Zing, Vecht, Huil, Bid, Lach, Werk en Bewonder’ van Ramses Shaffy uit de luidsprekers klinken …

De achttien dooden

Vandaag, 4 mei, is de Nationale Dodenherdenking in Nederland. Alle burgers en militairen die sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog (10 mei 1940) in oorlogssituaties of bij vredesoperaties in Nederland of waar ook ter wereld zijn omgekomen worden vandaag herdacht. De herdenking zal er als gevolg van de Coronamaatregelen anders en vooral leeg uitzien. Maar ook in deze Coronatijd nemen we om 20:00 uur twee minuten stilte in acht.

Het lied ‘De achttien dooden’ is een gedicht dat Jan Campert (1902-1943) schreef naar aanleiding van de executie van achttien verzetsstrijders die op 13 maart 1941 plaatsvond op de Waalsdorpervlakte. Het is een bekend gedicht geworden over het Nederlands verzet in de Tweede Wereldoorlog …

Bij het voormalig kamp Westerbork staat een monument ter nagedachtenis aan de journalist, dichter, schrijver en verzetsman Jan Campert. Campert heeft rond de twintig joden naar België helpen ontsnappen. Op 21 juli 1942 werd hij samen met zijn helper, de Bredase journalist Martien Nijkamp, vlak over de grens bij Baarle-Nassau gearresteerd, toen ze de 21-jarige jood Frans van Raalte naar België probeerden te smokkelen. Van Raalte pleegde nog dezelfde dag in gevangenschap zelfmoord …

Campert zat enige tijd gevangen in Breda, in kamp Haaren en in kamp Amersfoort. Uiteindelijk kwam hij via concentratiekamp Buchenwald in november 1942 in het Duitse concentratiekamp Neuengamme terecht. Volgens de officiële verklaring in zijn medische dossier is hij daar op 12 januari van dat jaar op veertigjarige leeftijd overleden aan borstvliesontsteking …

‘De achttien dooden’ werd in maart of april 1943 door de Utrechtse student scheikunde Geert Lubberhuizen uitgebracht als rijmprent met een tekening van Fedde Weidema. Het pamflet werd in ruime kring verspreid en verkocht, en kreeg tijdens kort na de Tweede Wereldoorlog grote bekendheid. Weidema tekende onder het pseudoniem Coen van Hart een compositie van een dode te midden van de symbolen van Nederland. Een vlinder, bloemen, de zon en het silhouet van een stad; met de ruïnes van de oorlog en het prikkeldraad van de onderdrukking …

De bovenstaande prent heeft in mijn tienerjaren lang op mijn slaapkamer op zolder gehangen.