De buurtbaas eerst

Meneer merel heeft zichzelf onlangs luid schetterend benoemd tot buurtbaas  …





Zo lang hij in de buurt is van de voedertafel, die goed is voorzien van pindakaas, kruimels en een keur aan zaadjes, komt er geen mus of mees in de buurt …




In de wachtkamer

Verlekkerd zat het musje op een zacht heen en weer wiegende tak naar de voedertafel te kijken …





Ze had wel trek in een lekker hapje, maar ja … zo lang de buurtbaas zich daar bij de voedertafel ophield, kon ze maar beter even wachten …





– wordt vervolgd –