Bij de zweefvliegclub

Op 29 mei 2004 meldde ik me aan het begin van de middag aan de poort van de vliegbasis Leeuwarden. Daar heeft zweefvliegvereniging de Friese Aero Club haar uitvalsbasis. In een klein konvooi volgden we de leader of the pack naar de plaats van handeling …

Omdat er sprake leek te zijn van een dubbele boeking van groepen, was er in het eerste deel van de middag maar één toestel voor ons beschikbaar. Dat betrof het lesvliegtuig met hulpmotor, later op de middag zou onze groep ook gebruik kunnen maken van het echte zweefvliegtuig …

Onder het aloude luchtvaartmotto ‘safety first’ offerde ik me al snel op om een vluchtje te maken met de Super Dimona. Ik had tenslotte nog nooit gevlogen, daarom leek die hulpmotor me wel een veilig idee. Er waren nog een paar mensen die er zo over dachten. Voordat de eerste kandidaat omhoog kon, moest de motor van de Dimona echter eerst nog aangeslingerd worden met behulp van de piloot zijn auto …

Het was geen geruststellende gedachte dat het vliegtuig op die manier gestart moest worden, maar volgens de piloot was dat deugd. “Het is niet anders dan bij een startprobleempje met je auto als gevolg van een lege accu,” zo redeneerde hij …

Nadat de eerste twee deelnemers met een brede lach vertelden over hun vlucht en hoe mooi ze het hadden gevonden, was het mijn beurt. Nadat ik me met enigszins knikkende knieën in de cockpit had gehesen en een plekje voor mijn benen had gevonden, gespte ik me grondig vast …

  • wordt vervolgd