Terug naar de basis

Korte tijd later kwam de vliegbasis weer in zicht …

De piloot lijnde de Dimona mooi op voor de landingsbaan, waarna we een voorbeeldig zachte landing maakten. Rustig rolden we naar de hangar waar een deel van ons gezelschap stond te wachten. Na een vlucht van 29 minuten was ik weer veilig terug op de grond …

Zoals op de foto linksonder te zien is, kon ik nog lachen toen we het eindpunt naderden. Op de middelste foto is goed te zien, dat we onderweg heel wat insecten zijn tegengekomen. Dat zullen er tegenwoordig vast minder zijn. Dat ik toch zoveel foto’s heldere foto’s heb kunnen maken, is te danken aan het schuifluikje in de kap van de cockpit op de rechter foto. Nadat ik de draagband van mijn camera goed om mijn rechterhand had gewikkeld, kon ik zonder hinderlijke vliegen en reflecties van het glas van de cockpit direct in de buitenlucht fotograferen …

Het was een bijzondere belevenis waar ik mooie herinneringen aan bewaar. En wat minstens even mooi is, ik heb er een prachtige oorkonde ter gelegenheid van mijn luchtdoop aan overgehouden.

Sindsdien heb ik niet meer gevlogen. Tot nu toe zijn we altijd gekomen waar we naar toe wilden zonder te hoeven vliegen. En ik zie dat eerlijk gezegd ook niet meer veranderen …

Leeuwarden van boven

We naderden stilaan het eind van mijn eerste en tot dusverre laatste luchtreisje boven Fryslân …

We volgden enige tijd de loop van het Van Harinxmakanaal om zo met een ruime bocht ten westen van Leeuwarden om de stad heen te vliegen. Ik ben niet bekend genoeg in Leeuwarden om de onderstaande foto’s van een zinvolle nadere toelichting te kunnen voorzien. Alleen die ene donkere pilaar, die in het centrum van Leeuwarden oprijst, kan ik van een naam voorzien. Dat is de Achmeatoren. Met zijn hoogte van 114,6 meter is het ’t hoogste gebouw van Fryslân. De toren is vanuit een groot deel van de provincie te zien …

Voordat we afbogen in noordoostelijke richting kon ik nog net een laatste blik op het prachtige licht boven het Wad werpen …

  • wordt vervolgd

Leeuwarden in zicht

Terwijl rechts naast ons de Panhuyspoel uit beeld verdween, zagen we vlak voor ons het met plassen doorsneden rietland ‘Reid om’e Krite’ ten noordoosten van Earnewâld …

Even later vlogen we even parallel aan de Wâldwei (N31), de weg tussen Drachten en Leeuwarden. De weg is nog net te zien onderaan de foto linksonder. Aan de situatie aan de Alde Lunewei aan de overkant van het water is weinig veranderd. Op de boerderij links wordt nog steeds geboerd en het oude boerderijtje tussen de bomen is nog steeds niet ingestort. Het enige wat ter plekke veranderd is, is dat de N31 sinds 2007 verdubbeld is.

In de verte zagen we even een luchtballon zweven (middelste foto). Tussen de vlekken van de vliegjes op de cockpit door zag ik Leeuwarden intussen snel naderen (foto rechtsonder) …

Met de onderstaande foto ben ik nog steeds erg blij. Ik kan wel genieten van dat lapjespatroon van de landerijen met in de verte de plassen van natuurgebied de Groote Wielen

Ineens gingen de patronen van het platteland over in die van de stad. Vanuit zuidoostelijke richting vlogen we over de dorpjes Hempens en Teerns, die intussen volledig ingekapseld zijn door de grote stad …

Op een veldje in Teerns werd een luchtballon opgelaten. Dat was het laatste snippertje platteland dat ik tijdens deze vlucht te zien kreeg …

  • wordt vervolgd

Van Leeuwarden naar Drachten

Al snel lieten we Leeuwarden achter ons en kwamen we op voor mij bekender terrein, omdat ik er regelmatig een ritje en/of een fotokuiertje maak …

Eerst kwam rechts van ons het watersportdorp Earnewâld in beeld met linksboven de Jan Durkspolder (foto linksonder). Vrijwel op hetzelfde moment zag ik in de verte het meertje De Leijen voor me liggen (foto midden). Aan de rechterkant vlogen we even later langs de Smalle Eesterzanding, de toegangspoort naar Drachten over het water (foto rechtsonder) …

Hoe meer bekende (water)wegen en locaties ik zag en herkende, hoe mooier ik het begon te vinden. Hieronder zien we het dorpje De Wilgen, dat in de loop der jaren in feite aan Drachten is vastgegroeid …

Dan komen de kenmerkende lijnen van de meest westelijke Drachtster woonwijk de Sanding in beeld …

Op de onderstaande foto zien we op de bovenste helft de wijk Himsterhout. Op de onderste helft van de foto zien we rechts van het riviertje de Drait de woonwijk De Trisken, waar ik van 1987 tot 1995 in een klein appartementje heb gewoond …

Zodra we het riviertje de Drait overgestoken zijn, vliegen we boven de gelijknamige wijk. Ik had tijdens de vlucht even wat moeite om het te herkennen, maar op de middelste van de onderstaande foto’s is ons huis voor het eerst – tamelijk anoniem – te zien …

Ik sluit dit deel af met een foto van het winkelcentrum en de sporthal in onze wijk. De sporthal wordt momenteel gesloopt om te worden vervangen door nieuwbouw. Op de foto is ook wijkcentrum It Fallaet te herkennen, één van de locaties waar ik tijdens mijn arbeidzame leven als sociaal-cultureel werker regelmatig actief was …

  • wordt vervolgd

Up, up and away

Tot op dat moment had ik altijd het standpunt gehuldigd, dat ik wel vleugels gehad zou hebben als het nodig was geweest om te vliegen. Dat ik nog eens via het poollicht in een vliegtuigje zou opstijgen vanaf de vliegbasis Leeuwarden, had ik dan ook nooit verwacht …

Maar het kwam er wel van. Nadat de piloot de checklijst had afgewerkt en we allebei een headset hadden opgezet, taxiden we naar de startbaan …

Daar gingen we dan … Sneller dan verwacht waren we los van de grond. Up, up and away …

Het voordeel van de motorzwever was dat we niet afhankelijk waren van thermiek. De piloot had me vooraf gevraagd of ik nog een bepaald doel had om naar toe te vliegen. Dat was nog lastig. Enerzijds leek een korte vlucht boven de Waddenzee me wel mooi, anderzijds zou ik ook ons eigen huis en onze eigen omgeving wel van boven willen zien. Ik koos voor het laatste. Daarom vlogen we met een ruime bocht over Leeuwarden heen om daarna in zuidoostelijke richting te koersen. Hieronder wat foto’s van Leuwarden …

  • wordt vervolgd

Bij de zweefvliegclub

Op 29 mei 2004 meldde ik me aan het begin van de middag aan de poort van de vliegbasis Leeuwarden. Daar heeft zweefvliegvereniging de Friese Aero Club haar uitvalsbasis. In een klein konvooi volgden we de leader of the pack naar de plaats van handeling …

Omdat er sprake leek te zijn van een dubbele boeking van groepen, was er in het eerste deel van de middag maar één toestel voor ons beschikbaar. Dat betrof het lesvliegtuig met hulpmotor, later op de middag zou onze groep ook gebruik kunnen maken van het echte zweefvliegtuig …

Onder het aloude luchtvaartmotto ‘safety first’ offerde ik me al snel op om een vluchtje te maken met de Super Dimona. Ik had tenslotte nog nooit gevlogen, daarom leek die hulpmotor me wel een veilig idee. Er waren nog een paar mensen die er zo over dachten. Voordat de eerste kandidaat omhoog kon, moest de motor van de Dimona echter eerst nog aangeslingerd worden met behulp van de piloot zijn auto …

Het was geen geruststellende gedachte dat het vliegtuig op die manier gestart moest worden, maar volgens de piloot was dat deugd. “Het is niet anders dan bij een startprobleempje met je auto als gevolg van een lege accu,” zo redeneerde hij …

Nadat de eerste twee deelnemers met een brede lach vertelden over hun vlucht en hoe mooi ze het hadden gevonden, was het mijn beurt. Nadat ik me met enigszins knikkende knieën in de cockpit had gehesen en een plekje voor mijn benen had gevonden, gespte ik me grondig vast …

  • wordt vervolgd