De geur van hooi, toen en nu

Maandag hebben Aafje en ik voor het eerst sinds vorig jaar augustus weer eens samen een ritje gemaakt. Aafje op de fiets en ik op de Joiny, het kon nu tenslotte weer. Bij het bruggetje over het Verbindingskanaal ten zuiden van Drachten vroeg ik Aafje om even te stoppen …

Er zijn bruggetjes in de omgeving die een mooier uitzicht bieden, maar hier hoort een kijkje naar beide kanten over het water. Op de zuidelijke oever was een boer aan het werk om het hooi in mooie rijen op het land te leggen, zodat het in de loop van de dag binnen gehaald kan worden …

Toen we er 2,5 uur later op de terug weer langs kwamen, was de boer inderdaad bezig om het hooi van het land te halen. Kennelijk was er een kink in de kabel gekomen, want hij was bovenop de grote balenpers geklommen om een of ander euvel te verhelpen. We bleven even staan om een paar foto’s te maken en de heerlijke hooilucht nog eens op te snuiven. Het is een geur die we allebei van jongs af aan kennen, en die nog altijd een nostalgische heimwee oproept. Ik hoef bij die geur mijn ogen maar even te sluiten, dan ben ik 60 jaar terug in de tijd, toen hooien er nog heel anders uitzag …

‘It rûkt mar wer lekker,’ zei ik, toen de boer even later naar ons toe kwam lopen. ‘Dat kin ek hast net oars no, mei sok moai waar en sa’n prachtich stik lân …,’ antwoordde hij lachend. Hij had moeten kiezen vertelde hij, een vrije dag nemen of tijd in zijn hobby steken. Het was het laatste geworden, want dat was tenslotte hobby en het leverde nog wat geld op ook. We hoefden geen medelijden met hem te hebben, lachte hij. Met airco en stereo muziek aan boord was het goed uit te houden. Gerustgesteld namen we afscheid en ging ieder zijns weegs …