Wachtkamer met oude helden

Vorige week verscheen er ineens zo nu en dan een vlekje voor mijn linkeroog. Hing er een haar voor mijn ogen? Nee, want wegvegen bracht geen verandering. Vooral achter de pc was het vervelend en soms zelfs hinderlijk. Omdat het poetsen van zowel leesbril als beeldscherm geen verbetering bracht, hebben we maandag de huisarts maar eens gebeld. Daar kon ik dinsdagmiddag terecht. Nadat de huisarts de situatie in ogenschouw had genomen, vertrouwde hij het niet, temeer omdat ik vertelde dat er intussen 3 vlekjes zaten. Hij dacht niet direct aan een netvliesloslating, maar hij durfde het ook niet uit te sluiten. Daarom nam hij meteen de telefoon ter hand om een afspraak te maken bij een oogarts in het plaatselijke ziekenhuis. Dankzij dat telefoontje van arts tot arts, kon ik woensdagmiddag al bij de oogarts terecht …


En zo betraden we woensdag weer eens een nieuwe wachtruimte in ziekenhuis Nij Smellinghe, ditmaal bij de poli oogheelkunde. Er hingen weliswaar mooie kleurige platen van oude helden als Elvis Presley, James Dean, Marilyn Monroe en Ray Stevens aan de muren, ik zat toch niet lekker. Mijn oude vriend Johan heeft eens een netvliesloslating gehad, en daar zat ik allerminst op te wachten. Ik vond het dan ook niet erg, dat ik al snel werd geroepen voor een intake en vooronderzoek door een verpleegkundige …


Niet veel later zat ik ook al bij de oogarts zelf op de stoel. Na uitgebreide bestudering van beide ogen onder een bundel fel licht, luidde de diagnose dat het in principe een onschuldige aandoening betreft. De vlekjes zullen waarschijnlijk na verloop van tijd vanzelf weer verdwijnen. Maar het blijft een puntje van aandacht, dat dan weer wel. Minder goed nieuws was dat mijn netvlies slijtage vertoont. Maar voorlopig hoef ik me ook daarover geen zorgen te maken, zei de oogarts. Het zijn van die dingen waar je zelf verder toch geen invloed op kunt uitoefenen. “Gewoon gezond blijven eten en drinken, meer kun je er zelf niet aan doen,” aldus de oogarts. Met nog enigszins getroebleerde ogen reden we toch wel opgelucht huiswaarts …