Skûtsjesilen – inleidende perikelen

Al zo lang ik me kan herinneren worden er in de noordelijke bouwvak in Fryslân zeilwedstrijden gehouden met oude vrachtschepen, de skûtsjes (spreek uit als ‘skoetsjes’). In de eerste twee weken trekt er onder auspiciën van de SKS (Sintrale Kommisje Skûtsjesilen) een vloot van 14 skûtsjes door de provincie, die iedere dag (behalve op zondag) de strijd met elkaar aanbinden. De schepen vertegenwoordigen ieder een dorp of stad uit de provincie Fryslân. Deze schepen moeten ooit echt als vrachtschip hebben gediend en de schipper moet afkomstig zijn uit een oude schippersfamilie.

Sinds 1981 is er een tweede organisatie die zeilwedstrijden met skûtsjes organiseert, de IFKS. De IFKS (Iepen Fryske Kampioenskip Skûtjesilen) organiseert een open Fries kampioenschap. De IFKS-vloot bestaat uit 53 schepen uit het hele land, die in de laatste week van de noordelijke bouwvak dagelijks in 4 klassen de strijd met elkaar aangaan. Als weer en wind meewerken, dan kun je bij de IFKS van 10:00 uur ’s ochtends tot ca. 16:00 uur ’s middags genieten van de skûtsjes.

Toen ik me tijdens onze laatste gezamenlijke fotokuier in Jetskes’ bijzijn liet ontvallen, dat ik ijs en weder dienende op 6 augustus weer eens naar het skûtsjesilen op het Tjeukemeer wilde, vroeg Jetske me of ze dan wel mee mocht, want dat wilde ze toch ook wel eens meemaken. En dus pikte ik Jetske donderdag even na tienen op om samen naar het skûtsjesilen bij Echten te gaan. Onderweg daar naar toe, zei ik tegen Jetske dat ik er een hard hoofd in had of er wel gezeild zou kunnen worden, want er stond geen zuchtje wind. Bij het Tjeukemeer aangekomen, werd mijn vrees bevestigd: de schepen in de B- en C-klasse lagen met gestreken zeilen doelloos te dobberen op het meer, hun wedstrijden waren intussen wegens een gebrek aan wind afgelast …





Zwaar bepakt met camera’s, koelbox en stoeltje togen we vanaf de parkeerplaats naar de oever van het Tjeukemeer bij Echten. Omdat we mooi op tijd waren, hadden we al snel een mooi plekje gevonden …





Wat zeg ik … een mooi plekje? Wis en waarachtig, we zaten op de eerste rang bij het Veenpolder gemaal …





Het was alleen jammer dat er (nog) niet gezeild kon worden. Jetske tastte met haar verrekijker regelmatig de horizon af, maar op het meer viel voorlopig weinig te beleven …





Maar desondanks hoefden we ons niet te vervelen, want verschillende vogels die zich vlak voor ons op en rond de golfbrekers ophielden, zorgden in eerste instantie voor voldoende afleiding …





Visdiefjes vlogen af en aan en deden regelmatig vruchteloze pogingen om een visje te vangen. Dat deed ook een aalscholver, die na elke duik weer hard moest werken om zijn veren droog en in de plooi te krijgen …





Ook een paar mantelmeeuwen waren niet te beroerd om zo af en toe even voor ons te poseren op de stenen …





Ook Tsjûke en March (over hen zal ik binnenkort nog wel eens wat meer vertellen) tuurden vruchteloos over het water. Hoewel … zag ik dat nu goed …? Jawel, in de verte waren een paar skûtsjes met gehesen zeilen te zien …





Terwijl Jetske zich bezig hield met een distelvlinder, die op de bloem van het leverkruid was neergestreken, ontstond er wat reuring op de intussen goed gevulde publieke tribune …





Jawel, het was zo ver. Heel voorzichtig kwam er een briesje over het meer, de skûtsjes in klasse A-klein waren aan het inzeilen en zochten een plekje achter de startlijn …