We hadden nog mooi de tijd om een bezoekje aan Wierum te brengen. Dat is er in de loop der jaren eigenlijk een beetje ingeslopen: vanuit Peazens eerst nog even naar Wierum, en dan pas braaf richting huis. Het was er rustig toen we het Tsjerkeplein opdraaiden. Alleen dat roze kinderjasje midden op het plein viel op, en niet zo’n beetje ook. Intrigerend, op z’n zachtst gezegd. Als het van een dorpskind was, zou het vast wel weer opduiken bij de rechtmatige eigenaar. Maar stel je voor dat het van een kleine toerist was… die zou het straks toch best fris kunnen krijgen. Je gaat er vanzelf allerlei scenario’s bij verzinnen …

Terwijl ik achter Jetske aan liep richting de dijk, zag ik haar blauwe jack prachtig weerspiegeld in de ramen van de boerderij aan het Tsjerkeplein. Zo’n moment waarop je ineens denkt: wacht even! Ik kon nog net op tijd vragen of ze even wilde blijven staan voor een foto – wat meestal neerkomt op “nog één dan” – gevolgd door nog twee …


We passeerden de Mariatsjerke, met daarvoor het beeld van ‘De wjirmdolster’, die er zoals altijd onverstoorbaar bij staat. Daarna staken we de weg over om voor de derde keer die dag de dijk te beklimmen. Deze keer luxe: een trap in twee schuifjes. Halverwege wachtte het plateau met het Vissersmonument en de ankers – een plek waar je vanzelf even stil blijft staan – al is het maar om de benen even te laten rusten …





Morgen bekijken we de wereld hier vanaf de kruin van de dijk. Vandaag vond ik het wel mooi geweest — we moeten tenslotte ook iets overhouden om naar uit te kijken.