Een bankje bij ’n bruggetje

Eenmaal voorbij de imposante eik, zagen we rechts van het pad een mooi groot ven liggen …

Van tussen de bomen maakte ik een paar foto’s van de weerspiegelingen … wat een heerlijke rust …

We liepen verder en zagen daarbij ook weer water glinsteren aan de andere kant van het pad …

We passeerden een bruggetje waar aan de andere kant een klein bankje op het pad staat …

Het oude, verweerd bankje was een mooie plekje om even te genieten van het uitzicht. Daarna zijn we omgekeerd om de terugweg te aanvaarden, want de accu van Whilly stond intussen op 60% …

– wordt vervolgd

Een kikker langs het pad

Nadat we een tijdlang lekker op de libellenvlonder hadden gezeten, vervolgde we onze tocht. Om dichter bij de Dellebuursterheide te komen, moesten we een stukje door het bos. Whilly liet hier zien dat hij ook best een stukje kan klimmen …

We kwamen uit bij een lang pad, dat in noordelijke richting langs de heide in de naar een paar andere vennetjes voerde. Voordat we die kant op gingen, besloten we hier eerst even een broodje te eten. Bij gebrek aan een bankje maakte Jetske het zich gemakkelijk op een al jaren geleden omgevallen boom …

Voordat we aan de broodjes toe waren, dook Jetske echter naar het gras. In eerste instantie zag ik niet waar ze mee bezig was, maar toen ik eens wat beter keek, zag ik dat ze een kikker had gevonden. Het was weliswaar geen mooie blauwe heidekikker, maar toch een leuk beestje …

Na het intermezzo met de kikker waren we dan toch aan onze broodjes toe. Omdat Jetske een pak tweedrank had meegenomen, hoefden we niet eens op water en brood te leven …

Daarna begonnen we aan het lange rechte pad naar het noorden. De kuilen vermijdend, had Whilly weinig problemen met dit pad. En dat was maar goed ook, want lopend zou ik er niet aan zijn begonnen. Dan was ik nog even bij de vlonder gebleven, om daar vandaan stukje bij beetje terug te gaan naar de auto …

Aan het eind van het pad werd onze weg i.v.m. de vogelbroedtijd versperd door een afsluitboom met een bord. Er zat niets anders op dan naar links te gaan. Dat was geen straf, want daar was het ook mooi. Wat te denken van deze majestueuze eik, om maar eens wat te noemen …

– wordt vervolgd

Winterjuffers en een ringslang

Onze camera’s draaiden nog bepaald geen overuren daar aan de Catspoele. We keken o.a. uit naar levendbarende hagedissen, kikkers en ringslangen. Hoewel het intussen alweer lekker warm begon te worden in de luwte, ontbrak het nog aan zonnebaders op de droge pollen rond de vlonder …

Omdat de vlonder ook wel ‘de libellenvlonder’ wordt genoemd, keek ik ook alvast uit of er al waterjuffers of libellen te zien waren. Dat viel niet tegen, vóór de vlonder hingen enkele juffers aan boven het water uitstekende rietstengels. Volgens Obsidentify gaat het om bruine winterjuffers. Daar ben ik weer blij mee, want die ontbraken nog in mijn archief …

Toch nog onverwachts zag ik een ringslang rechts voor de vlonder verschijnen. Met een gedempt, maar duidelijk hoorbaar ‘Ringslang … ringslang …,’ , waarschuwde ik Jetske en de andere fotografen. Hij zwom prachtig van oost naar west voor de vlonder langs. Zo kregen we alle vier de kans om een paar foto’s te maken …

Zodra de slang aan de linkerkant tussen het struweel verdween, keerde de rust terug. Tijd om snel even de gemaakt foto’s te checken …

– wordt vervolgd

Aan de rol met Jetske en Whilly

Vrijdag stond er weer een fotokuier met fotomaatje Jetske op het programma. Omdat ik al dagenlang slechte benen had, stelde ik voor om Whilly maar eens mee te nemen de natuur in. Het mooie droge weer maakte het mogelijk om meteen maar voor een pittig parkoers te kiezen. Op het parkeerterreintje tussen het Diakonievene en de Dellebuursterheide (OpenStreetMap), zette ik onder toeziend oog van Jetske Whilly in elkaar …

Terwijl Jetske vlot voorwaarts stapte, kreeg Whilly het meteen flink voor zijn kiezen. Om van het half verharde parkeerplaatsje af te komen, moesten we eerst over een stuk met gebroken puin, dat nog niet was gewalst of vastgereden. Maar goed, Whilly en ik bereikten samen de weg, die we meteen recht overstaken. Daar wachtte de volgende uitdaging. Het zandpad was door het droge en warme weer hier en daar bedekt met een laag stuifzand. Het viel Whilly zwaar om daar doorheen te ploegen. Nu eens naar links en dan weer naar rechts uitwijkend, zocht ik mijn weg over de hardste delen van het pad …

Na enige tijd bereikten we het eerste doel van ons ‘kuierritje’: de Catspoele in de Dellebuursterheide. Daar kon Whilly het even kalm aan doen. Rustig over het vlonderpad naar het uitkijkpunt rijden, lag hem duidelijk beter dan grind en los zand. Het was stil op de vlonder, behalve Jetske en mij was er nog een fotografe aanwezig …

Ook op en in het water was het stil. Een dodaars dook regelmatig even op of onder, en aan de overkant dobberden een paar eenden op het water. Dat was het wel zo ongeveer …

We zaten er genoeglijk. Wachtend op de dingen die hopelijk zouden komen, keken we uit over het water. Af en toe werd er een praatje gemaakt met passerende wandelaars/fotografen …

– wordt vervolgd

Het voorjaar in de bol

Nadat de beide grauwe ganzen uit het blogje van gisteren zich hadden omgedraaid, zag ik ze uit zicht verdwijnen. Ik liep naar de andere kant van de vogelkijkhut en opende daar een kijkluikje. Daar kon ik ze in open water weer oppikken. Zo te zien kwam ik niks te vroeg …

Het was duidelijk dat ze het voorjaar in de bol hadden. Hoewel … hij toch wel wat meer dan zij, zo leek het. Dat zal dan wel aan zijn rek- en strekoefeningen kort daarvoor gelegen hebben …

Nog tijdens het voorspel hief heer gans plotseling zijn kop op. En wéér kreeg ik die blik toegeworpen. Dat was voldoende om het luikje schuldbewust zachtjes te sluiten en mijn heil elders te zoeken …

Ik heb de hut stilletjes verlaten door achterdeur …

Rekken en strekken

Op een ochtend dobberden er in de luwte van de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder een paar grauwe ganzen. Op een bepaald moment verhief één van de twee – het zal het mannetje wel geweest zijn – zich met gespreide vleugels uit het water …

Hij sloeg enkele malen met zijn vleugels en liet zich daarna weer terugzakken in het water. Hij wierp een snelle blik op het vrouwtje dat nog steeds achter hem dobberde. Ze volgde gedwee, toen hij koers zette naar het open water …

Halverwege draaiden ze zich nog even naar me om. Hij keek me vervolgens met een hooghartige blik aan, alsof hij wilde zeggen: ‘Zo, ik ben klaar voor de dag. Wij gaan vandaag de voorjaarsbloemetjes eens lekker buiten zetten. En dat doen we zonder jou en je camera …’

Voorjaar in de tuin

Gisteren was het opnieuw een zonnige voorjaarsdag. Een mooie dag om in de tuin rustig bij te komen van de vrijdag, toen ik met Jetske op pad ben geweest. Tijdens een kleine rondgang door de tuin heb ik om te beginnen een foto gemaakt van de eerste frisgroene blaadjes van de kerria- of ranonkelstruik achter in de tuin …

De prunus is in enkele dagen tijd tot volle bloei gekomen. De harde wind maakte het niet gemakkelijk om er mooie foto’s van te maken, maar deze kon er wel op door. Een koolmees bracht een inspectiebezoek aan de nestkast aan de hazelaar. Een huismus leek tijdens het ochtendbad nogal te schrikken: ‘Brrr … koud nog dat water …’