Op zoek naar druppels

Gistermorgen heb ik weer eens een tijdje met druppels zitten spelen in de tuin …

Nu de bladeren van mijn favoriete druppelplant bij de vijver zijn verdwenen, moest ik op zoek naar alternatieven …

Ik sluit af met een foto waarop de heksenbol niet alleen in een druppel is te zien, maar ook op de achtergrond …

Rust in de Alde Feanen

Nadat ik twee weken geleden enige tijd in de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder had gezeten, heb ik op weg terug naar huis nog een korte tussenstop gemaakt bij de parkeerplaats aan de Feantersdyk bij de Earnewarrepoel (Google Maps)

In de Jan Durkspolder viel al niet veel te beleven, hier was het helemaal rustig. Maar dat vond ik helemaal niet erg. De temperatuur was op dat moment al opgelopen tot bijna 20°C, zodat het geen straf was om daar even lekker wat weg te mijmeren …

Een gezellig kwebbelende spreeuw

Woensdag liet ik hier al wat foto’s zien van een chagrijnige spreeuw bij de lege pindakaaspot. Maar er zit ook regelmatig een spreeuw heel gezellig te kwebbelen in een van de bomen …

Van zo’n gezellige kwebbelsessie heb ik als vervolg op ‘It getsjotter fan de protter’ (Het gekwebbel van de spreeuw) nog maar eens een videootje gemaakt …

Op de begraafplaats – epiloog

Voor wie na het logje van gisteren denkt, dat het alleen maar kommer en kwel is op de kleine begraafplaats op de terp bij Nes, zo erg is het nu ook weer niet …

Er liggen ook nog genoeg mooie, goed onderhouden graven van ruim 100 jaar oud, zoals o.a. het onderstaande rijtje van de dynastie van de Bottema’s uit Aldeboarn …

Ik was intussen terug gescharreld naar de ingang van de begraafplaats. Daar staat een bankje dat uitzicht biedt over de begraafplaats. Ik was blij dat ik weer even kon zitten. De toch niet zo erg hoge terp, had me meer kracht gekost, dan ik vooraf had ingeschat. Vanaf het bankje ging mijn blik automatisch naar de grote steen, die onder een glazen plaat naast het pad ligt…

Het blijkt te gaan om de laatste brokstukken van de grafsteen van Reyner van der Elburg, die het klooster dat hier tot het begin van de 17e eeuw heeft gestaan, bestuurde van 1526 tot 1546. Gelukkig staat er een bordje met tekst en uitleg naast de brok steen, want de glasplaat boven de steen is zo vies en vuil, dat er van de steen niets te zien is. Ik zou de beheerder van de begraafplaats daarom willen adviseren om het goede voorbeeld m.b.t onderhoud te geven door die glasplaat regelmatig even schoon te maken …

Terwijl Jetske nog wat rond scharrelde tussen de grafstenen, bleef ik op het bankje zitten om kracht te verzamelen voor de kuier naar de auto. En dat was nodig ook, zou later blijken. Nadat Jetske korte tijd later bij me was komen zitten, hebben we nog wat zitten praten over de begraafplaats. Maar uiteindelijk kwam toch het moment om terug te lopen naar de auto. De eerste 50 m tot voorbij het hek ging dat nog wel, maar daarna was het plotseling helemaal op. Ineens had ik aan mijn stok niet meer genoeg en had ik de steun van mijn fotomaatje aan de linkerzijde even hard nodig. Gelukkig stond de auto niet ver weg. Nogmaals dankjewel voor je steun weer, Jetske …

Intussen gaat het alweer een stuk beter, ik ben deze week zelfs al even aan de wandel geweest in de Deelen. Weliswaar maar een klein stukje, maar dat ging prima. Prettig weekend!

Stukjes en beetjes in Nes

Terwijl mijn fotomaatje en ik vrijdagmiddag enige tijd rond struinden op de begraafplaats van Nes (Google Maps), viel het ons op dat er veel vernielde of verwaarloosde graven lagen. En dat was niet alleen ons opgevallen, bij elk van die graven stond een bordje met het verzoek om contact op te nemen met de beheerder …

Ik heb me verder niet verdiept in de ouderdom van de graven, daar kwam ik op dat moment niet aan toe. Niet omdat de tranen me bijna in de ogen stonden bij zoveel stukjes en beetjes grafsteen, maar omdat mijn benen me in de steek begonnen te laten …

Nadat ik een rondje om de klokkenstoel had gemaakt, ben ik van de top van de terp afgedaald naar het omringende paadje. Daar realiseerde ik me, dat de terp net wat te hoog was voor de combinatie van mijn MS en de nog verse zenuwbeknelling in mijn onderrug …

– morgen de epiloog

Bij de klokkenstoel van Nes

Nadat ik vorige week maandag een eerste kuier naar de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder had gemaakt, ben ik vrijdag weer even op pad geweest met mijn fotomaatje Jetske. Ik stelde voor om even een kijkje te nemen op de begraafplaats met de witte klokkenstoel van Nes (Google Maps). Niet dat het zo’n spectaculaire begraafplaats is die je beslist gezien moet hebben, maar hij is klein en er staat een bankje. En dat zijn voor mij momenteel weer heel belangrijke ingrediënten. Ruim voordat we er zijn, rijst de tot Watertorenhotel omgebouwde watertoren in de verte op …

Nes is een dorp in de gemeente Heerenveen dat, gescheiden door de A32, ten oosten van Akkrum ligt. Eeuwenlang was het een heel klein dorpje. Zo’n 20 jaar geleden had Nes nog altijd maar ca. 200 inwoners. Sinds de bouw van een nieuwe woonwijk op een kunstmatig eiland rond de eeuwwisseling, is het dorp snel gegroeid tot ruim 1000 inwoners nu …

De begraafplaats ligt vlak ten zuidoosten van het dorp op een hooggelegen terp. De terp, waarop de klokkenstoel staat, is een overblijfsel van het Nesserklooster. Dit klooster is rond 1243 door de Ridderlijke Duitsche Orde gesticht. De kloosterlingen zijn erg belangrijk geweest voor Nes en omgeving. Het klooster had er vele gronden in eigendom. Het klooster is aan het begin van de 17e eeuw verdwenen. De kloosterkerk is wel langer blijven bestaan. Toen ook de kerk in verval raakte, is ook deze afgebroken. De terp was oorspronkelijk veel groter, maar is na 1850 grotendeels afgegraven …

In de klokkenstoel hangt een luidklok uit 1950 met een onder-diameter van 90 cm. en een gewicht van 480 kg. De tekst op de kok luidt:

oer de deaden, goeden en kweaden, bidt myn brounzen lûd foar ’t lêst: jow har, God, de iivge rêst

‘over de doden, goeden en kwaden, bidt mijn bronzen geluid voor het laatst: Geef hen, God, de eeuwige rust’

– morgen nog wat stukjes en beetjes

Bron: akkrum.net

Een chagrijnige spreeuw

Vorige week donderdagochtend zat ik op het terras, toen er een spreeuw neerstreek op het landingsplatform van de pindakaaspot. Terwijl we oog in oog tegenover elkaar zaten, keek hij me met een chagrijnige blik aan, alsof hij wilde zeggen: “Hé lullo, wanneer krijgen we eens een nieuwe pot pindakaas …”

Daar vond ik het nog te vroeg voor. “Je wacht nog maar even,” seinde ik terug. Daarna keurde hij me geen blik meer waardig …