Een zacht deinende rozenkever

‘Het tilt nog altijd niet op van de insecten in ons tuintje’, om maar eens een goed frisisme te gebruiken. Liggend in de hangmat heeft dat zo zijn voordelen, want daar ben ik deze week nog niet één keer gestoord door een insect. En ook in huis hebben we nog geen last gehad van gezoem of ander hinderlijk gedrag van insecten. Maar dat ik in de tuin echt mijn best moet doen om wat voor de lens te krijgen, stoort me wel …

Deze Johanneskever – ook wel rozenkever genoemd – leek zich op zoek naar wat verkoeling op een warme dag te hebben vastgehaakt aan een blad, dat zacht deinend boven de rand van de vijver hing. Of dat nou zo’n handig plekje was, betwijfelde ik, want het zijn allerminst behendige insecten, die meer schuifelen dan lopen. Die twijfel bleek overbodig, want korte tijd later vloog hij weg …

Spin grijpt kever

Het was een waar genot om gisteren na vijf grijze en regenachtige dagen weer even buiten te kunnen zijn. Het was licht bewolkt en er stond een stevige wind uit het noordwesten. Over een bestemming voor mijn fotokuier hoefde ik niet lang na te denken. Het werd als vanzelfsprekend ook nu weer het Weinterper Skar, en dat zal niet voor het laatst geweest zijn deze week, want het wordt er nog steeds met de dag mooier …





Nadat ik even bij het veld met echte koekoeksbloemen had gekeken, heb ik de beschutting van het struikgewas langs het pad maar weer opgezocht, want het was nog knap fris in de wind. in de luwte was het goed uit te houden. En laat die luwte nu ook net het beste plekje zijn om wat macrofoto’s te kunnen maken …





Langs het zuidelijke pad werd mijn blik op een bepaald moment getrokken door een spin die een kever te pakken had. De maaltijd van de spin leek me te bestaan uit een rozenkever of johanneskever. De spin heb ik nog geen naam kunnen geven, maar hoe de spin en de kever dan ook heten, terwijl de spin in alle rust zijn maaltijd verorberde, kreeg ik alle kans had om wat macrofoto’s te maken …





Dat is de grote charme van het Weinterper Skar … Zonder ver te hoeven lopen, kom ik in deze tijd van het jaar langs het pad op pakweg 25 meter naar het noorden of 25 meter naar het zuiden op zonnige dagen altijd wel wat tegen. Nog wel …, maar niets blijft altijd zoals het eens was …