‘De Jonge Trijntje’ is weer thuis

Aan de overkant van de Drachtstervaart waren een paar dekzwabbers aan het werk op een skûtsje. En dat was niet zomaar een skûtsje, het was ‘De Jonge Trijntje’

Beurtschipper Jan Martens Jagersma uit Frieschepalen liet in 1909, in de periode van gedwongen schaalvergroting, een nieuw skûtsje bouwen bij Van der Werff aan het Buitenstvallaat in Drachten. Dit skûtsje werd vernoemd naar zijn enige dochter Trijntje. Hiermee onderhield Jan tot 1920 een geregelde vaste wekelijkste beurtdienst tussen Drachten en Groningen en omstreken …

Jan Pieters Wijkstra uit Leeuwarden kocht het skûtsje in 1920. De tweede naam van het skûtsje werd ‘Risico’, omdat het een periode was waarin het voor velen riskant was om een groter schip aan te schaffen. Jan Pieters bleef er eigenaar van tot ongeveer 1961-1967. Zoals vele Wijkstra’s zal ook Jan Pieters veel turf hebben vervoerd uit de venen. Het skûtsje werd verkocht en ging richting België. In 1968 voer het skûtsje verder als recreatievaartuig onder de naam ‘Zwerver’

Haiko van der Werff, de achterkleinzoon van Jan Oebeles, zette het bedrijf aan het Buitenstvallaat per 1 januari 2001 voort onder de naam ‘Scheepsbouw O.H. van der Werff’. Het (ver)bouwen van een skûtsje was altijd al een droom geweest van Haiko …

In 2010 werd een geschikt skûtsje gevonden in Zwolle. Meer dan een roestbak, die rijp was voor de sloop, was het niet. Maar toen het bleek te gaan om de uit België teruggekomen Bûtenstfallaatster ‘Zwerver’, besloot Haiko het skûtsje te kopen. Na een ongeveer vier jaar durende restauratie was de cirkel rond en ligt ‘De Jonge Trijntje’ weer thuis op het Buitenstvallaat in Drachten. Een authentiek skûtsje, op de originele wijze gebouwd, op de plaats waar het ruim 100 jaar geleden van de helling het water in is gegleden …

Het hele restauratieproces van ‘De Jonge Trijntje’ is stapsgewijs in beeld gebracht in een videoproductie. De voertaal is weliswaar vooral Fries, maar ik denk dat de beelden voor zich spreken. Je moet er een half uurtje voor gaan zitten, maar de liefhebbers van oude scheepsbouwtechnieken met ijzer en hout zullen het er graag voor over hebben …

Ik sluit af met een foto die ik in februari 2021 heb gemaakt van de vastgevroren Jonge Trijntje in de Drachtstervaart bij de passantenhaven in het centrum van Drachten. Daarnaast zie je en foto van het skûtsje ‘Hendrika’, dat als blikvanger op een rotonde in Drachten-noord ligt. Ook dit skûtsje is opgekalefaterd als leerwerkproject onder leiding van scheepsbouwer Oebele Haiko van de Werff …

Scheepsbouw O.H. van der Werff

Scheepsbouw O.H. van der Werff in Buitenstvallaat heeft een lange geschiedenis. De werf op het Buitenstvallaat is de laatste van de 4 werven, die Drachten telde in de hoogtijdagen van de skûtsjebouw. Dit was de enige Drachtster werf aan open water, waar al vroeg grotere schepen konden worden gebouwd …

Het leek Aucke Gerrijts in 1710 een prima plek om een scheepswerf te beginnen. Maar vijf jaar later verkocht Aucke zijn nieuwe werf en begon een werfje aan de pas gegraven Noorderdwarsvaart aan de andere kant van Drachten. Het bedrijfje bij het Bûtenstfallaat kwam daarna regelmatig in andere handen. In 1843 werd Haike Pieters van der Werff er werfbaas. Sindsdien is de werf in handen gebleven van de scheepsbouwfamilie Van der Werff

Sinds 2001 wordt de werf geleid door Oebele Haike (Haiko) van der Werff. Naast nieuwbouw vindt er ook reparatie en onderhoud plaats aan pleziervaartuigen. In de afgelopen jaren is gewerkt en gebouwd aan diverse schepen en skûtsjes …

Morgen bekijken we het skûtsje ‘De Jonge Trijntje’, dat er voor anker lag. ‘De Jonge Trijntje’ is hier in 1909 is gebouwd door de ‘oerpake’ Jan Oebeles van de huidige hellingbaas Oebele Haiko van der Werff. De volledige geschiedenis van de werf op Buitenstvallaat kun je hier lezen: van 1710 tot heden

– wordt vervolgd

De sluiswachterswoning

De sluiswachterswoning, indertijd ook wel verlaatmeesterswoning genoemd, is in 1893 gebouwd in opdracht en naar standaardontwerp van de Provinciale Waterstaatsdienst. De woning staat georiënteerd op de sluis: de uitbouw van de voorgevel staat direct aan het vroegere jaagpad (tegenwoordig verbreed en bestraat) dat de woning scheidt van de sluiskolk in de Drachtstervaart. Aan de achterzijde ligt een ruime tuin. Dit is het aanzien van de sluiswachterswoning vanaf de klapburg …

De sluiswachterswoning is van cultuurhistorisch belang, omdat het een essentieel onderdeel is van het enige waterstaatkundig complex in de Drachtster Compagnonsvaart dat bewaard is gebleven. De woning is een voorbeeld van de gestandaardiseerde dienstwoning van de Provinciale Waterstaat. De sluiswachterswoning is geklasseerd als Rijksmonument

Tegenwoordig heeft kunstenares Margreet Boonstra haar domicilie in de sluiswachterswoning. Margreet behoort tot de ‘Noordelijke Realisten’, ze werkt voornamelijk buiten ‘en plein air’. “Dit alles ter plekke, alla prima. Direct werk in olieverf op doek”, schrijft Margreet op haar website

We vervolgen onze kuier door Buitenstvallaat en naderen het laatste huis: de woning van scheepsbouwer O.H. van der Werff. Daar duiken we echt de geschiedenis in …

– wordt vervolgd

De klapbrug bij de sluis

Behalve de sluiswachterswoning en de boerderij is ook de klapbrug of ophaalbrug een beeldbepalend element voor Buitenstvallaat …

Hoewel hij onlosmakelijk deel uitmaakt van het aanzien van Buitenstvallaat, heeft de smalle ijzeren ophaalbrug uit ca 1935 over de sluiskolk geen monumentenstatus …

Zicht op het westelijk deel van de sluiskolk vanaf de klapbrug, met aan het eind de Nije Drait, de toegang tot de rest van de Friese wateren …

– wordt vervolgd

Buitenstvallaat – Sluis I

Buitenstvallaat of Buitenstverlaat (Fries: Bûtenstfallaat) was van origine een buurtschap ten westen van Drachten. Vallaat of verlaat is een ander woord voor sluis. Buitenstvallaat is dus de buitenste sluis. Eeuwenlang was het een afgelegen gehucht. Sinds de snelle uitbreiding van Drachten vanaf het eind van de vorige eeuw is de buurtschap echter omgeven door een industrieterrein, de jachthaven en een woonwijk …

In totaal werden er in de Drachtster Compagnonsvaart over een afstand van ca. 6 km drie sluizen aangelegd: Buitenstvallaat (Sluis I), Buurstervallaat (Sluis II) en Ureterpvallaat (Sluis III). Deze eerste sluis van het Buitenstvallaat werd in 1642 gebouwd …

De sluis werd opnieuw opgebouwd in 1893. Om te komen tot de voltooiing van het net van provinciale waterwegen heeft de provincie de waterloop overgenomen. De herbouw van de sluis en bijbehorende sluiswachterswoning werd uitgevoerd in opdracht van de Provinciale Waterstaat Friesland. De walmuur ‘beneden’ de sluis werd in 1899 verlengd met een houten walsbeschoeiing …

De vloer van de sluis bestaat uit gewapend beton. De sluiswanden zijn opgemetseld uit klinkers en voorzien van pantserbetonnen afdekkingen met ijzeren hoekprofielen en pantserbetonnen hoekverstevigingen van de sluishoofden. ‘Sluis I’ in Buitenstverlaat is een rijksmonument

– wordt vervolgd

’t Begin van de Drachtstervaart

Ik ga nog maar even verder met foto’s van mooie of bijzondere plekjes in en rond Drachten. Bevonden we ons de afgelopen dagen bij het Zuiderend en de Zuiderdwarsvaart, we gaan nu naar het uiterste westen van Drachten. De foto hieronder is gemaakt in oostelijke richting vanaf de brug in de Werf bij het Buitenstvallaat (Google Maps). Aan de horizon ligt 3,5 km verderop het centrum van Drachten …

Enkele dagen geleden schreef ik in het logje ‘Bij de Forten’ al dat de basis voor het huidige Drachten ligt bij het graven van de Drachtstervaart en de beide Dwarsvaarten. De omgeving van Noorder en Zuider Dragten bestond uit veen. Van dit veen werd turf gemaakt en dat werd door heel Nederland vervoerd. De beste manier om het te vervoeren was via het water, maar dat was via natuurlijke waterwegen moeilijk te realiseren. Daarom werd in 1641 begonnen met het uitgraven van een vaart: de Drachtstervaart, voluit: de Drachtster Compagnonsvaart

De vaart mocht beginnend bij Buitenstvallaat worden uitgegraven door Passchier Hendriks Bolleman, een koopman uit Den Haag. Voor het graven van de vaart werden naar verluidt 800 arbeiders tewerkgesteld. Dat de twee dorpjes na het graven van de vaart snel naar elkaar toe groeiden, blijkt wel uit het feit dat er bij de brug in Drachten al rond 1643 een school was gebouwd …

Het graven en de exploitatie van de vaart had nogal wat voeten in aarde. In ‘Vier eeuwen turfwinning’ valt te lezen: ‘Bolleman verplichtte zich om tussen de Smalle Ee en het hoogveen in oostelijke richting een kanaal te graven, tussen de beide dorpjes door, met dwars daarop een vaart naar het noorden en naar het zuiden. De aanleg van bruggen en sluizen was daarin begrepen. In ruil hiervoor zou Bolleman een kwart van het veen met de ondergrond ontvangen, alsmede het veen dat bij het graven van het kanaal vrijkwam. Van iedere praam turf van veertig voet lengte mocht hij een afvaartgeld heffen van acht stuivers, van kleinere pramen vijf stuivers 35. Het kanaal moest binnen een jaar gegraven zijn. Naast Bolleman nam nog een aantal Hagenaars in de onderneming deel. Omdat net als eerder bij de Burmaniasloot ook in dit geval de Hogeweg doorgraven moest worden, kwam er wederom verzet van andere grietenijen. In 1649, toen de vaart al lang in bedrijf was, werd Bolleman door de Staten van Friesland een octrooi verleend. Door tegenstanders werd hiertegen een procedure gestart die zij uiteindelijk in 1655 verloren …’

In de loop der jaren zijn verschillende mensen eigenaar geweest van de Drachtstervaart. De eerste eigenaar was Passchier Hendriks Bolleman, maar omdat hij in 1653 failliet ging, werd de boel verkocht aan Feyo van Heemstra en Isbrandus Ecofeen tot Bergclooster. In 1674 werd Sjoerd van Aylva de eigenaar. In 1754 ging het eigendom over op Douwe Aukes en Sijtske Wiegers. Pas in 1858 werden de inwoners van Drachten eigenaar van hun vaart …

– wordt vervolgd

Een mooi optrekje

Voorbij de tunnel rijden we in de richting van ziekenhuis Nij Smellinghe, maar voordat we daar zijn passeren we aan de linkerkant van de weg dit pronkstukje (Google Maps)

Deze mooie oude boerderij uit 1900 is het oudste en mooiste gebouw in dit deel van Drachten. In de directe omgeving staan verder nog twee huizen uit de jaren ’30 van de vorige eeuw. Zoals we in het logje ‘Bij de Forten’ hebben gezien, wilde men wat er een stukje zuidelijker leefde en woonde liever niet zien …

Morgen neem ik jullie van het zuiden mee naar het uiterste westen van Drachten.