In tegenstelling tot wat velen dachten, was het hier in het noorden gisteren opnieuw tropisch. Het was met een maximumtemperatuur van 30,3°C weliswaar ruim 5 graden minder warm dan dinsdag, maar dat was voor mij niet echt merkbaar.
Aan het begin van de avond kwam er eindelijk beweging in de atmosfeer. Tijdens de passage van een paar buien met regen en onweer daalde de temperatuur in een uurtje ruim 6 graden. Zodra het weer droog was, werd ik naar buiten gelokt door de dampende geur van de eerste regen, die door de openstaande schuifpui naar binnen zweefde …
Ik zette een klapstoeltje bij de zinken tobbe naast de vijver en ging op zoek naar fotogenieke druppels op de langwerpige bladeren van de blauwe iris. Het eerste wat ik tijdens mijn zoektocht aantrof, was een wants die beladen met druppeltjes ondersteboven over een bloemsteel naar beneden liep …
Daarna heb ik me weer helemaal gericht op de vele glinsterende druppels op de gebogen en geknakte bladeren van de iris. De laatste foto heb ik gemaakt van een solistische druppel op een blad van de gele lis. Het is een soort minimal art geworden …
Daarmee is het weerbeeld van gisteren in enkele woorden geschetst. Dat was wel even wennen na negen dagen op rij zonder ook maar een wolkje aan het zwerk …
Met dat gedruppel viel het overigens nogal tegen. De druppeltjes waren te klein om er ook maar iets mee te kunnen doen …
Dit zijn druppels uit begin april. Daarmee ben ik door mijn voorraad aan ‘verse’ druppelfoto’s heen. Voorlopig lijkt er echter nog geen regen van betekenis op komst, en dat is toch wel jammer voor tuin en natuur …
Om te voorkomen dat er hier de komende tijd alleen maar vogels voorbij komen, vandaag even wat foto’s van de traditionele voorjaarsbloeiers in onze tuin. Om te beginnen zijn daar de sneeuwklokjes, liderkes in het Fries. Veel van de sneeuwklokjes hadden het in februari niet gemakkelijk met alle regen, maar uiteindelijk richtten de meesten zich toch steeds weer fier op …
De krokussen, krookjes in het Fries, kwamen zoals altijd wat later tot bloei. Nadat de sneeuwklokjes waren overstelpt met 145 mm regen, viel er in maart tot dusver nog geen 5 mm. Dat deed de krokussen duidelijk goed, ze werden prachtig met al die zon …
Ik sluit dit rijtje af met de narcissen, die in het Fries de poëtische naam ‘titelroas’ hebben gekregen. Ook de narcissen profiteerden duidelijk van het mooie maartweer, ze staan al bijna de hele maand te pronken op het heuveltje achter de vijver. De laatste foto toont wat druppels van één van de drie minuscule buitjes die in maart over ons tuintje zijn getrokken …
Mijn interesse voor het weer is al van jongs af aan aangewakkerd door een tweetal Friese weermannen. Eerst was er Hans de Jong, de onderwijzer uit Gorredijk, die in 1960 van zijn hobby zijn werk wist te maken. Behalve van een aantal landelijke media werd hij ook de vaste weerman bij Omrop Fryslân, dat toen nog door het leven ging als de RONO (Regionale Omroep Noord en Oost). Al zo lang ik me kan herinneren, was Hans de Jong rond 12:30 uur te gast, terwijl we aan tafel zaten. “Sst … even Hans hearre …”
In 1985 werd Hans de Jong bij Omrop Fryslân opgevolgd door Piet Paulusma. Net als Hans de Jong was Piet Paulusma een autodidact. Een Teleac-cursus meteorologie lag aan de basis van zijn kennis en kunde. Daarna volgden jaren van zelfstudie naast zijn werk als manager facturering bij de PTT. In de eerste jaren werd Piet niet echt voor vol aangezien door meteorologen bij het KNMI en vergelijkbare instituten. In Fryslân was dat al snel wel het geval. “Sst … even Piet hearre …”
In 1996 werd Piet ook de vaste weerman van SBS. Dagelijks trok hij naar een buitenlocatie in ons land om zijn weersverwachting met het publiek te delen. Zijn definitieve doorbraak kwam in de winter van 1996-’97 in de aanloop naar de Elfstedentocht van 4 januari 1997. Driemaal werd hij sindsdien uitgeroepen tot weerman van het jaar. Bij SBS sloot Piet zijn weerbericht elke dag af met het Friestalige “Oant moarn …” Bij Omrop Fryslân beëindigde Piet zijn berichten steevast met: “Wy moatte moarn mar wer ris yn it waar sjen …”
In 2007 maakte Piet bij Omrop Fryslân een serie programma’s over weer en fotografie. Voor iedere aflevering konden foto’s worden ingezonden en werd een portret gemaakt van één van de inzenders. Die eer viel mij in oktober 2007 te beurt. Die dag ben ik een aantal uren op pad geweest met een verslaggever en cameraman, daarbij zijn o.a. opnamen bij ons thuis gemaakt en in de omgeving van Olterterp …
In december werden we uitgenodigd voor de afronding van de programmareeks en de prijsuitreiking van de fotowedstrijd. Eén van mijn eerste druppelfoto’s was vanwege de eigenzinnige kijk goed voor een eervolle derde prijs. Het officiële deel van het programma stelde – afgezien van de handdruk van Piet – weinig voor. Maar ik weet wel dat het na afloop in kleine kring nog lang gezellig was in het mediacafé van de Omrop …
Piet zijn verwachtingen klopten natuurlijk niet altijd, net zo min als die van andere meteorologen. En ook zijn winterverwachting kwam niet altijd uit(!) Maar veel vaker zat hij zeker regionaal wel goed met zijn verwachtingen. Piet is gisteren op 65-jarige leeftijd overleden. Hij zal gemist worden, om te beginnen door zijn familie en vrienden. Maar ook door een breed scala aan boeren, burgers en buitenlui in en daar buiten.
Nooit weer ‘Oant moarn’. Nea wer “Wy moatte moarn mar wer ris yn it waar sjen.”