De grafheuvel Van Boelens

Nadat ik het poortje heb geopend, is de kleine begraafplaats, die is gesticht door schatrijke en notabele Ambrosius Ayzo van Boelens (1766-1831). toegankelijk. Het verhaal gaat dat hij het liefst in een kerk begraven had willen worden, maar dat mocht sinds 1825 niet meer. Hij heeft deze kleine begraafplaats waarschijnlijk gesticht om niet begraven te hoeven worden tussen de gewone burgerij …

Nadat ik mijn camera aan het gietijzeren hek had gehangen, begon ik diep voorover gebogen hier en daar een steen te ontdoen van de herfstbladeren. Al snel begonnen mijn rug en mijn bovenbenen tegen me samen te spannen. Daarom heb ik uiteindelijk niet alle stenen schoon geveegd. Nadat ik mijn rug weer wat had gerecht, ben ik wat foto’s gaan maken. Om te beginnen de steen van de stichter Ambrosius Ayzo van Boelens. Hij had geen hoge adellijke titel, maar wist zich vooral een plaats tussen de notabelen te verwerven vanwege zijn grote rijkdom. Hij schopte het uiteindelijk tot lid van de Tweede Kamer en werd in 1831 grietman van Opsterland. Hij liet in de omgeving honderden hectares bos met vijverpartijen aanleggen. Olterterp en Beetsterzwaag daar het huidige prachtige natuurgebied aan hebben overgehouden …

Zo goed en zo kwaad als het ging bewoog ik me tussen de twaalf graven die er binnen de krap bemeten begraafplaats liggen. Er liggen veertien personen begraven, onder wie twee kinderen. De kleine Ambrosius Aizo van Boelens, een kleinzoon van Ambroisus Ayzo, werd maar een jaar oud. Hij deelt zijn graf met Akke de Boer, zij was mogelijk een dienstbode en is de enige niet-Boelens op de begraafplaats. Het andere kind, ook een jongetje, stierf drie dagen na zijn geboorte naamloos. Hij ligt bij zijn 37-jarige moeder Gerridina Frederike Johanna Jacoba de Blecourt, vrouw van Georg Hendrik van Boelens …

De familienaam Van Boelens is inmiddels uitgestorven. De vrouwen in de familie zorgden wel voor nageslacht, maar die dragen een andere achternaam. Het spoor loopt naar verluidt dood bij Anna Francina Sandberg. Zij liet in haar testament opnemen dat bij haar overlijden de Stichting Annette van Boelens moest worden opgericht en dat haar zuster Berendina haar deel middels uitkoop kon ontvangen. Om die uitkoop te kunnen financieren moest de pas opgerichte Stichting Annette van Boelens geld lenen. De hoge successierechten en de crisis van de dertiger jaren leidden in 1934 uiteindelijk tot de verkoop van alle landgoederen. Die kwamen in het bezit van een verzekeringsmaatschappij, het huidige Aegon …

De kleine begraafplaats bleef eigendom van de Annette van Boelensstichting. Van de vrijkomende rente worden tot op de dag van vandaag beheer en onderhoud betaald. Pas toen ik thuis her en der wat zat te lezen over de grafheuvel van de Van Boelens, ontdekte ik dat er maar één grafsteen is waarop het familiewapen van de Van Boelens te zien is. Laat ik nou net geen foto hebben van het betreffende graf van Ambrosius’ zoon Boelardus Augustinus. Er zit niets anders op dan dat ik ooit nog eens terug ga om dat gemis goed te maken. En dat zal ik dan zeker niet met tegenzin doen, want het is een fijn plekje om eens in alle rust wat te mijmeren …

Bron: De krant van toen

Een ode aan de wolf

Gisteren vertelde ik al, dat ik het ‘hartfilmpje’ had gevonden op het oude, adellijke landgoed van de familie Van Boelens in Olterterp. Het originele landhuis is in 1907 vervangen door het huidige optrekje. Tegenwoordig heeft de provinciale natuurbeschermingsorganisatie It Fryske Gea haar hoofdkwartier in dit stijlvolle landhuis, dat ook in een prachtige parktuin ligt …

Het ‘préhistorische hartfilmpje’ was in werkelijkheid een stenen kunstwerk van de Drachtster beeldhouwer Anne Woudwijk. Woudwijk was kennelijk al enige tijd bezig met de (terugkeer van) de wolf naar ons land, voordat daar echt sprake van was. De titel van het kunstwerk is ‘Wanneer de maan het landschap verandert, huilen de wolven’. Samen met nog twee andere kunstwerken, die Park Huize Olterterp in één rechte lijn verbinden met de natuurgebieden het Ketliker Skar en de Lendevallei vormt het een ‘Ode aan de wolf’...

Het tweede kunstwerk uit deze serie heb ik in 2003 al eens gefotografeerd in het Ketliker Skar, toen ik er toevallig langs kwam. Eigenlijk zou ik die plek nog eens weer moeten opzoeken. Op de rechterhelft van dit monument is een roedel om elkaar heen draaien wolven te zien. De linkerhelft vraagt om nader onderzoek. Maar ik heb geen idee van de exacte locatie, dus het is maar de vraag of het nog wel bereikbaar is voor mij. …

De locatie van het derde deel van deze ‘Ode aan de wolf’ heb ik intussen gevonden. Dat ligt in Jetskes’ rayon, dus daarover moeten we nog maar eens in overleg. Morgen eerst een tweede spoor waar ik door het weerzien met het ‘hartfimpje’ op werd gezet.

Préhistorisch hartfilmpje

Tijdens mijn omzwervingen in de contreien van Olterterp trof ik op het oude adellijke landgoed van de familie Van Boelens bij Huize Olterterp ooit een préhistorisch hartfilmpje aan. Ik heb het maar eens tevoorschijn gehaald, voordat het binnenkort weer wordt bedekt door herfstbladeren …

Klikken om te vergroten mag ook vandaag nog een keer …

Een ‘vergeten’ ramp

Op 3 februari 1945 reed de tram van de NTM (Nederlandsche Tramweg Maatschappij) in bedaard tempo vanuit Olterterp-Beetsterzwaag in de richting van Drachten. Aan boord was een lading boomstammen en een aantal passagiers. Het waren dwangarbeiders uit Groningen, die door de Duitsers in de bossen van Beetsterzwaag te werk waren gesteld om hout te kappen. Dat hout werd gebruikt voor verdedigingswerk in de stad Groningen …

De Groninger mannen reisden dagelijks met de Drachtster tram naar de bossen. Op die noodlottige 3e februari 1945, had één van de arbeiders zijn 9-jarige zoontje Gerrit meegenomen. Het zou een leuk uitje zijn voor de jongen. Maar dat pakte heel anders uit …

Terwijl de tram over It Súd (Google Maps) reed, werden de stoomlocomotief en de tram plotseling onder vuur genomen, vermoedelijk door een of twee Spitfires van de Engelse luchtmacht. In de nadagen van de oorlog schoot de geallieerde luchtmacht op bijna al het gemotoriseerd verkeer om de Duitsers dwars te zitten …

De gevolgen waren verschrikkelijk. De hete stoom spoot vanuit de kapot geschoten locomotief naar buiten. De arbeiders zochten in paniek dekking en de 9-jarige jongen werd door zijn vader uit de tram gezet. Gewonden werden bij de aanwonende boeren in huis gebracht en zo goed en zo kwaad als het ging verzorgd. Uiteindelijk vertrokken enkele boerenkarren met de slachtoffers naar het ziekenhuis in Heerenveen …

De nu 94-jarige Jan Talsma was een 17-jarig ventje uit de streek en zag het bloedbad met eigen ogen. “Ik hoorde de salvo’s, zag de vliegtuigen en de kogels die opspatten van de stenen in de straat. Mijn vader leerde mij dat ik in dat soort gevallen in een greppel moest duiken, maar het had gevroren de greppels waren ijskoud, dus ik ging achter een boom staan. Toen ik in de wagon ging kijken, zag ik een enorm bloedige toestand. Gewonde mannen, mannen die uit de wagon waren gesprongen, geraakt waren en mannen zonder ledematen, het was afschuwelijk,” weet Talsma zich nog goed te herinneren …

Er waren uiteindelijk 7 doden te betreuren, onder wie de vader van Gerrit. De gewonden herstelden voor een deel, maar de psychische schade was groot …

Vreemd genoeg is er nooit enige moeite gedaan om deze schokkende gebeurtenis vast te leggen. Voor Tjitske en Jan van der Horst, die een Bêd & Brochje (B&B) runnen op de plek des onheils, is het onbegrijpelijk dat er geen enkel monument of een herinnering aan die gebeurtenis bestond. ‘Alsof die tramramp in de doofpot is gestopt’, zegt Van der Horst. Het echtpaar wist samen met de historische vereniging ruim 75 jaar na dato een monument op te richten met daarop de namen van de gevallenen en een korte tekst over de toedracht van de ramp.

Meer hierover: RTV Noord


Vanavond om 20:00 uur is het in het kader van de Nationale Dodenherdenking twee minuten stil en herdenken wij allen – burgers en militairen – die in het Koninkrijk der Nederlanden of waar ook ter wereld zijn omgekomen of vermoord sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, in oorlogssituaties en bij vredesoperaties. Opdat jong en oud deze en vergelijkbare gebeurtenissen nooit vergeten …

Sst … even Piet hearre

Mijn interesse voor het weer is al van jongs af aan aangewakkerd door een tweetal Friese weermannen. Eerst was er Hans de Jong, de onderwijzer uit Gorredijk, die in 1960 van zijn hobby zijn werk wist te maken. Behalve van een aantal landelijke media werd hij ook de vaste weerman bij Omrop Fryslân, dat toen nog door het leven ging als de RONO (Regionale Omroep Noord en Oost). Al zo lang ik me kan herinneren, was Hans de Jong rond 12:30 uur te gast, terwijl we aan tafel zaten. “Sst … even Hans hearre …”

In 1985 werd Hans de Jong bij Omrop Fryslân opgevolgd door Piet Paulusma. Net als Hans de Jong was Piet Paulusma een autodidact. Een Teleac-cursus meteorologie lag aan de basis van zijn kennis en kunde. Daarna volgden jaren van zelfstudie naast zijn werk als manager facturering bij de PTT. In de eerste jaren werd Piet niet echt voor vol aangezien door meteorologen bij het KNMI en vergelijkbare instituten. In Fryslân was dat al snel wel het geval. “Sst … even Piet hearre …”

In 1996 werd Piet ook de vaste weerman van SBS. Dagelijks trok hij naar een buitenlocatie in ons land om zijn weersverwachting met het publiek te delen. Zijn definitieve doorbraak kwam in de winter van 1996-’97 in de aanloop naar de Elfstedentocht van 4 januari 1997. Driemaal werd hij sindsdien uitgeroepen tot weerman van het jaar. Bij SBS sloot Piet zijn weerbericht elke dag af met het Friestalige “Oant moarn …” Bij Omrop Fryslân beëindigde Piet zijn berichten steevast met: “Wy moatte moarn mar wer ris yn it waar sjen …”

In 2007 maakte Piet bij Omrop Fryslân een serie programma’s over weer en fotografie. Voor iedere aflevering konden foto’s worden ingezonden en werd een portret gemaakt van één van de inzenders. Die eer viel mij in oktober 2007 te beurt. Die dag ben ik een aantal uren op pad geweest met een verslaggever en cameraman, daarbij zijn o.a. opnamen bij ons thuis gemaakt en in de omgeving van Olterterp …

In december werden we uitgenodigd voor de afronding van de programmareeks en de prijsuitreiking van de fotowedstrijd. Eén van mijn eerste druppelfoto’s was vanwege de eigenzinnige kijk goed voor een eervolle derde prijs. Het officiële deel van het programma stelde – afgezien van de handdruk van Piet – weinig voor. Maar ik weet wel dat het na afloop in kleine kring nog lang gezellig was in het mediacafé van de Omrop

Piet zijn verwachtingen klopten natuurlijk niet altijd, net zo min als die van andere meteorologen. En ook zijn winterverwachting kwam niet altijd uit(!) Maar veel vaker zat hij zeker regionaal wel goed met zijn verwachtingen. Piet is gisteren op 65-jarige leeftijd overleden. Hij zal gemist worden, om te beginnen door zijn familie en vrienden. Maar ook door een breed scala aan boeren, burgers en buitenlui in en daar buiten.

Nooit weer ‘Oant moarn’. Nea wer “Wy moatte moarn mar wer ris yn it waar sjen.”

Goeie Piet

Bij het Witte Meer

Zoals ik gisteren al vertelde, had ik gehoopt even lekker in de zon op één van de vele bankjes langs de ijsbaan te kunnen zitten, maar dat viel even lelijk tegen. Alle bankjes stonden met hun pootjes in het water. Het eerste bankje viel meteen al af …

Er was overigens ook wat nieuws te zien: er lag een vlonderpad langs de rechteroever van het Witte Meer. Hoe lang het er ligt, weet ik niet, want zo vaak kom ik hier tegenwoordig niet meer …

Terwijl ik mijn zoektocht naar een rustpuntje voortzette, liet Jetske met haar opwaaiende blonde kuif mooi zien, dat we hier voor de luwte niet naar toe hadden hoeven gaan …

Gelukkig had ik mijn hoge wandelschoenen aangetrokken ’s ochtends. Stapje voor stapje waadde ik na enige tijd toch maar voorzichtig naar een bankje. Daar kon ik, met het hoofd lekker in de zon en mijn voeten in het koele water, vooral mijn bovenbenen even tot rust laten komen …

Nadat ik voor mezelf een notitie had vastgelegd om in de loop van voorjaar of zomer nog eens terug te komen om het vlonderpad te verkennen, maakten we ons op voor de kuier terug naar de auto.

In een nat bos

Bij It Alddjip waren we snel uitgekeken, daarom overlegden we bij de auto waar we vervolgens naar toe zouden gaan. Nadat ik had voorgesteld om even naar Bakkeveen te rijden, kwam Jetske met een kaartje op haar mobieltje op de proppen. Een stip op de kaart duidde een plekje aan, waar iemand al heel wat mooie vogel- en eekhoornfoto’s had gemaakt, vertelde Jetske. Ik bekeek het kaartje eens en ik wist meteen waar het was …

Een kwartiertje later liepen we ter plekke het bos in. Het werd een wandeling door een nat bos, maar gelukkig waren de paden droog. Op basis van een herkenningspunt op de kaart had ik vooraf ingeschat, dat het te voet wel te doen was. Maar dat viel die dag tegen. Dat is de pest met MS, je weet nooit hoe lang je onderdanen willen meewerken aan je plannen. Er restte me op dat moment geen andere optie dan onderweg eerst maar eens een tijdje op een boomstronk langs het pad te gaan zitten …

Omdat we het aangewezen plekje waarschijnlijk al voorbij waren, besloten we na een korte pauze maar rechtsomkeert te maken en terug te keren naar de auto. Onderweg kon ik echter de verleiding niet weerstaan om nog even een pad naar rechts te nemen. Dat pad leidde naar het Witte Meer, ook wel bekend als de ijsbaan van Beetsterwaag. Ik was blij om de container en de bankjes in zicht te krijgen. Daar zouden we even lekker kunnen zitten …