Een monumentale boom

Terug bij de auto, die op de bijgaande foto’s steeds keurig buiten beeld staat, ben ik eerst even neergestreken op een van de bankjes, die voor mijn gevoel al sinds mensenheugenis rond die boom staan …


Op zonnige (zon)dagen was het hier in mijn kinderjaren vaak gezellig druk, wanneer mensen vanuit Drachten e.o. een fietstochtje maakten. Er stond dan altijd een ijscokar waar vrijwel geen fietser of wandelaar aan voorbij leek te kunnen gaan zonder een versnapering te nemen. Toen ik er deze week was, zag ik een bordje bij de boom en de bankjes staan. Toen ik het opschrift las, herinnerde ik me ineens dat het een bijzondere boom is … *

Vanaf morgen neem ik jullie een paar dagen mee naar de andere kant van het onderstaande bos. Daar ergens ligt namelijk het Weinterper Skar met de dobbe waar ik jarenlang wekelijks minstens eenmaal per week te vinden was. Dat was afgelopen vorige week dinsdag na ruim 2,5 jaar een herontdekking…


*Wilhelmina was Koningin der Nederlanden van 1898 tot 1948

IJsbaan de Wite Mar

Nog zo’n plekje waar ik al enige tijd niet meer in mijn uppie naar toe gewandeld ben, is de Wite Mar (Google Maps) tussen Olterterp en Beetsterzwaag. Het Witte Meer, zoals de naam in het Nederlands luidt, is een bosmeertje dat zijn naam te denken heeft aan de witte zandlaag die de bodem bedekt …


Het grootste deel van het jaar is het er lekker rustig. Als je er in voorjaar of zomer op een bankje gaat zitten, hoor je rondom vooral het gekwinkelier van vogels en het gekwaak van de vele kikkers die zich in en rond het water ophouden. Ook komen er ca 20 verschillende soorten libellen en waterjuffers voor rond het meertje. Maar de Wite Mar is veel meer, het is vooral ook de mooiste ijsbaan van Fryslân


De Wite Mar is bij hoog water amper een meter diep en heeft een lengte van ongeveer 250 m en een breedte van 150 m. De bomen die aan alle kant rondom het ven staan, maakt er in echte winters een prachtige ijsbaan van, waar je als schaatser maar zelden last hebt van tegenwind. En ik kan het weten, want ik heb er meerdere rondjes geschaatst …

‘IJsclub iisnocht’ uit Beetsterzwaag werd al in 1875 opgericht. Bij de oprichting telde de vereniging 47 leden die ieder één gulden en zestig cent contributie afdroegen. Nu, bijna 150 jaar later, telt de vereniging ruim 700 leden …


In 2019 heeft de ijsclub het initiatief genomen om een 160 m lange steiger aan te leggen langs de westelijke over. Dat maakt het voor de schaatsers makkelijker om op het ijs te komen, zonder dat het ijs langs de kant wordt vertrapt. Voor wandelaars is er daarmee een mooie nieuwe wandelroute ontstaan …

Terwijl ik er vorige week lekker op een zonnig bankje wat zat te mijmeren, trok er op enig moment een rilling over mijn rug. Het hondje en de wandelaars waren al lang weer uit zicht verdwenen. Ik was weer helemaal alleen bij de Wite Mar. Maar was ik wel alleen …?

Bij het Witte Meer

Zoals ik gisteren al vertelde, had ik gehoopt even lekker in de zon op één van de vele bankjes langs de ijsbaan te kunnen zitten, maar dat viel even lelijk tegen. Alle bankjes stonden met hun pootjes in het water. Het eerste bankje viel meteen al af …

Er was overigens ook wat nieuws te zien: er lag een vlonderpad langs de rechteroever van het Witte Meer. Hoe lang het er ligt, weet ik niet, want zo vaak kom ik hier tegenwoordig niet meer …

Terwijl ik mijn zoektocht naar een rustpuntje voortzette, liet Jetske met haar opwaaiende blonde kuif mooi zien, dat we hier voor de luwte niet naar toe hadden hoeven gaan …

Gelukkig had ik mijn hoge wandelschoenen aangetrokken ’s ochtends. Stapje voor stapje waadde ik na enige tijd toch maar voorzichtig naar een bankje. Daar kon ik, met het hoofd lekker in de zon en mijn voeten in het koele water, vooral mijn bovenbenen even tot rust laten komen …

Nadat ik voor mezelf een notitie had vastgelegd om in de loop van voorjaar of zomer nog eens terug te komen om het vlonderpad te verkennen, maakten we ons op voor de kuier terug naar de auto.

In een nat bos

Bij It Alddjip waren we snel uitgekeken, daarom overlegden we bij de auto waar we vervolgens naar toe zouden gaan. Nadat ik had voorgesteld om even naar Bakkeveen te rijden, kwam Jetske met een kaartje op haar mobieltje op de proppen. Een stip op de kaart duidde een plekje aan, waar iemand al heel wat mooie vogel- en eekhoornfoto’s had gemaakt, vertelde Jetske. Ik bekeek het kaartje eens en ik wist meteen waar het was …

Een kwartiertje later liepen we ter plekke het bos in. Het werd een wandeling door een nat bos, maar gelukkig waren de paden droog. Op basis van een herkenningspunt op de kaart had ik vooraf ingeschat, dat het te voet wel te doen was. Maar dat viel die dag tegen. Dat is de pest met MS, je weet nooit hoe lang je onderdanen willen meewerken aan je plannen. Er restte me op dat moment geen andere optie dan onderweg eerst maar eens een tijdje op een boomstronk langs het pad te gaan zitten …

Omdat we het aangewezen plekje waarschijnlijk al voorbij waren, besloten we na een korte pauze maar rechtsomkeert te maken en terug te keren naar de auto. Onderweg kon ik echter de verleiding niet weerstaan om nog even een pad naar rechts te nemen. Dat pad leidde naar het Witte Meer, ook wel bekend als de ijsbaan van Beetsterwaag. Ik was blij om de container en de bankjes in zicht te krijgen. Daar zouden we even lekker kunnen zitten …

(G)een torentje

Vanaf het gedenkteken voor de tramslachtoffers aan de Sweachsterwei liepen we over het fietspad in noordelijke richting naar het riviertje it Alddjip of Koningsdiep …

Ik had gehoopt, dat we vanaf het uitkijktorentje een blauwe waas van de onder water staande graslanden van Van Oordt’s Mersken zouden kunnen zien. Maar hoe we ook om ons heen keken, het torentje stond er niet meer. Er stond wel een bordje …

Thuis ben ik even mijn fotoarchief ingedoken om foto’s van een eerder bezoek aan dat plekje op te zoeken. Het was maar een bescheiden torentje, zoals je op deze foto uit juni 2012 kunt zien …

Maar zoals ik me al meende te herinneren, kon je vanaf dat torentje wel mooi over een boomsingel in de verte heen kijken. Maar helaas, het torentje is niet meer en op straffe van een boete van pakweg € 100 kun je er ook maar beter vandaan blijven …

Tramongelukken bij ’t Goddeloze Tolhek

Zaterdag vertelde ik al, dat Jetske en ik vrijdag vanwege de stevig, frisse wind besloten ons programma om te gooien. Jetske vertelde dat Van Oordt’s Mersken ten zuiden van de A7 tussen Heerenveen en Drachten nog goeddeels onder water stond. Omdat we toch naar de ‘boshoek’ wilden, stelde ik voor om dan eerst maar naar het uitkijktorentje langs de Sweachstersterwei tussen Lippenhuizen en Beetsterzwaag te rijden. Misschien zouden we daar vandaan wat van de natte graslanden kunnen zien …

Vlak naast de parkeerplaats aan de Sweachstersterwei ligt een klein gedenkteken (Google Maps). Het herinnert aan twee heftige tramongelukken die hier zijn gebeurd met de stoomtram van de NTM, de Nederlandse Tramweg Maatschappij, die in zijn bloeitijd grote delen van de provincie Friesland bestreek.

De verhalen kende ik al, maar ik heb ze hier nog niet eerder gedeeld. Omdat we er nu opnieuw tegenaan liepen, was dit het eerste onderwerp van de dag …

Beetsterzwaag, 9 september 1897 – Twee inwoners van Lippenhuizen overreden.

Vanaf Beetsterzwaag waren twee mannen uit Lippenhuizen op weg naar huis. Ze hadden in het hooi gewerkt en een lange dag gehad. Dat de mannen oververmoeid waren geweest, dat was wel duidelijk. Later werd gezegd dat de twee mannen ook een slokje teveel op hadden, want wie gaat er anders ook tussen de tramrails liggen.
Van de aankomende tram zijn ze niet wakker geworden, ze hadden waarschijnlijk als een roos geslapen. Beide mannen P.v.d.L en S.K zijn door de tram overreden en op een verschrikkelijke manier om het leven gekomen. Het is voor de nabestaanden een groot drama geweest, dat valt te begrijpen. Het publiek was na het ongeval van mening dat de machinist niet goed uitgekeken had, want het was heldere maan en je kon wel honderd meter ver zien. De chef van de politie, Pool uit Beetsterzwaag, heeft daarop direct de stoomlocomotief weer terug laten rijden naar de plek van het ongeval. Hij is zelf voorop gaan staan en liet een manspersoon tussen de rails plaats nemen. Steeds kwam de tram dichterbij maar zelfs op vijf meter afstand kon hij nog niet zien of er iemand op de rails lag. Daarmee was het bewijs geleverd dat het trampersoneel geen schuld had.
Aan beide kanten van de weg stonden grote bomen en die gaven grote schaduwen over de rails, vandaar dat het personeel van de tram de mannen niet gezien hadden. Ze konden dan ook niet schuldig bevonden worden van het ongeval.

Uit ‘de Woudklank’ van 24-10-2010

Lippenhuizen, 28 februari 1907 – Enorme stoomwolken en kermende slachtoffers.


Een stoomtram ontspoorde bij het Goddeloze Tolhek tussen Lippenhuizen en Beetsterzwaag. Werklieden van de Nederlandse Tramweg Maatschappij (NTM) raakten over hun hele lijf verbrand door de gloeiend hete stoom die van alle kanten uit de locomotief spoot. Drie van hen overleefden het drama niet.

Johannes Roorda, werkmeester bij de NTM, vertrok die bewuste donderdag in 1907 met een goederentram uit Heerenveen. Met zeven man aan boord reed hij naar Sumar om een rijtuig van een paardentram op te halen. Het was dringen op de krappe locomotief. Jan van der Wal en Hendrik van der Zwaag besloten daarom bij Gorredijk de reis te vervolgen op een van de goederenwagons.
De mannen zochten een plekje bovenop zakken meel en kisten spek. Achteraf was het hun redding …

Op het moment dat de tram rond negen uur het Goddeloze Tolhek passeerde, ging het mis. De locomotief ontspoorde in volle vaart, knalde tegen een eikenboom en kantelde. Hete stoom spoot aan alle kanten naar buiten. Assistent-machinist Reijenga raakte lichtgewond en kwam gelijk in actie om zijn zwaar verbrande collega’s te redden. Hij trok zijn baas Roorda uit de cabine en sleepte Jan Wesseling, Roelof van der Meer en Willem Comello weg bij de briesende machine. Alle mannen zaten onder de brand- en schroeiplekken. Van der Zwaag en Van der Wal hadden geluk. De een had een stijve nek door een vallende meelzak. De ander miste slechts een schoenzool.

De meest kordate omstander was boer Ids Hilverda. Het ongeluk gebeurde vlak voor zijn boerderij terwijl hij rustig aan de koffietafel zat. Toen hij zag dat er geen dokters in de buurt waren, ondernam hij zelf actie. Hij molk snel een koe om met de melk de brandwonden van de slachtoffers te verzachten.

Bakker Wolter Hoogeveen uit Lippenhuizen was ook een van de getuigen. Toen hij de slachtoffers bloedend en kermend van de pijn naast de gecrashte locomotief zag liggen, rende hij naar de tapperij bij het tolhuis. Gewapend met een fles brandewijn snelde hij terug naar de gewonden om de pijn te verzachten …

Brigadier Luite Duursma rapporteerde dat hij op de plek van het ongeluk een “afgekookte huid van een hand” had gevonden. Hij bracht het lapje vel naar de griffier van de arrondissementsrechtbank in Heerenveen. Comello (46) en Van der Meer (34) bezweken de volgende dag aan hun verwondingen. Roorda (39) overleed twee weken na het drama.

De tram ontspoorde waarschijnlijk doordat Roorda te snel reed. Maar uit de rapportages bleek dat ook de toestand van de rails niet al te best was. Het ongeluk zorgde in heel Friesland voor veel beroering. Koningin Wilhelmina gaf f 50,- aan de nabestaanden en er werd een steuncomité opgericht om geld en goederen in te zamelen voor de gezinnen van de slachtoffers …

Tolgaarder Roel van der Schaaf maakte na het ongeluk een gedenkteken in de vorm van een ijzeren hoepel met zwarte stenen. In 1983 kwam er op initiatief van Geart van der Zwaag, kleinzoon van Hendrik, een nieuw monument. Het kunstwerk met vier gebogen rails, ontwerp van Hans Snoek, herinnert nog elke dag aan het tramdrama van 1907.

Uit ‘de Leeuwarder Courant’ van 1 maart 2007

Meer over de NTM in deze omgeving kun je hier lezen: Gorredijk historie – de Tram (aanbevelenswaardig vanwege het mooie filmpje over de stoomtram in de jaren 1936-1947).

Uitzwaaidag

Nadat Aafje in de jaren ’80 bijna negen jaar in het Bonifatiushospitaal in Leeuwarden had gewerkt, maakte ze in 1989 de overstap naar Revalidatie Friesland. Voor deze mooie organisatie heeft ze ruim 31 jaar op verschillende plekken diverse functies bekleed.

De laatste 5 jaar was dit gedurende 36 uur per week haar werkplek, direct onder het pannendak in de uiterste zuidoost hoek van het statige oude gebouw. Zij en haar kamergenoot hadden er – zoals het hoort in een gebouw als dit – hun eigen zithoek voor representatieve doeleinden. Veel ruimte om er van het uitzicht is er niet, zoals je kunt zien. Maar als je er even bij kunt, dan krijg je ook een mooi zicht over de tuin en de overtuin van Lyndenstein …

Formeel krijgt Aafje pas volgend jaar februari AOW, maar met aftrek van overuren en vakantie-uren kan ze er al voor de kerstdagen een punt achter zetten. In de loop van het jaar was al snel duidelijk dat van een pensioensfeestje niets terecht zou komen. Zelfs een koffietafel of een soort staande en gaande receptie was niet mogelijk. Veel meer dan deze week min of meer toevallig passerende collega’s gedag zeggen, zit er niet in. Vier uitzwaaidagen dus, waarvan dinsdag de eerste en meest officiële was …

Toen Aafje en haar collega Taco een jaar of vijf geleden samen deze kamer toebedeeld kregen, hadden ze allebei eerst de nodige bedenkingen. Er was geen fijn daglicht en met name de dreigende warmte ’s zomers maakten het niet direct aanlokkelijk. Maar het pakte verrassend goed uit. Ja, het was er ’s zomers wel eens wat warm heet, maar wat belangrijker was: Aafje en haar collega kregen een prima klik. Omdat Huize Lyndenstein leeg loopt in de lockdown, is Taco sinds gisteren thuis aan het werk. Dinsdagmiddag was ik getuige van hun exitgesprek. Daar komt in de privésfeer zeker nog eens een vervolg op, is afgesproken …

Daarna volgde enkele deuren verderop het meer officiële moment van afscheid. Op ruime afstand van elkaar zaten we even later te smullen van koffie en gebak met Aafjes’ leidinggevende van de laatste jaren en de bestuurder van Revalidatie Friesland, Peter Visch. In een genoeglijke en ontspannen sfeer schetste Visch Aafjes’ loopbaan en de betekenis die ze heeft gehad voor de ontwikkeling van de organisatie. Als dank kreeg Aafje letterlijk en figuurlijk een fraaie ‘Chapeau’

Het was als gevolg van dat vermaledijde coronavirus dan wel niet een droomafscheid, maar het was goed zoals het was. Aafje kreeg namelijk niet alleen een mooi boeket bloemen en een prachtig cadeau van de werkgever mee naar huis. Via de zijdeur verlieten we het pand in de loop van de middag. Dat was de kortste route naar de auto, en dat leek ons bepakt en bezakt als we waren wel handig in dit geval …

Een half uurtje later waren we thuis. Daar etaleerde Aafje alle cadeaus die Taco e.a. voor haar hadden verzameld eerst maar eens uit op het tapijt in de woonkamer. Wat Aafje namelijk niet wist, is dat zo ongeveer alle collega’s met wie Aafje in meerdere of mindere mate contact heeft gehad op het naderende afscheid waren gewezen. Een regen van lieve cadeaus en warme woorden daalde op Aafje neer … dankjewel allemaal …