Bij het Witte Meer

Zoals ik gisteren al vertelde, had ik gehoopt even lekker in de zon op één van de vele bankjes langs de ijsbaan te kunnen zitten, maar dat viel even lelijk tegen. Alle bankjes stonden met hun pootjes in het water. Het eerste bankje viel meteen al af …

Er was overigens ook wat nieuws te zien: er lag een vlonderpad langs de rechteroever van het Witte Meer. Hoe lang het er ligt, weet ik niet, want zo vaak kom ik hier tegenwoordig niet meer …

Terwijl ik mijn zoektocht naar een rustpuntje voortzette, liet Jetske met haar opwaaiende blonde kuif mooi zien, dat we hier voor de luwte niet naar toe hadden hoeven gaan …

Gelukkig had ik mijn hoge wandelschoenen aangetrokken ’s ochtends. Stapje voor stapje waadde ik na enige tijd toch maar voorzichtig naar een bankje. Daar kon ik, met het hoofd lekker in de zon en mijn voeten in het koele water, vooral mijn bovenbenen even tot rust laten komen …

Nadat ik voor mezelf een notitie had vastgelegd om in de loop van voorjaar of zomer nog eens terug te komen om het vlonderpad te verkennen, maakten we ons op voor de kuier terug naar de auto.

In een nat bos

Bij It Alddjip waren we snel uitgekeken, daarom overlegden we bij de auto waar we vervolgens naar toe zouden gaan. Nadat ik had voorgesteld om even naar Bakkeveen te rijden, kwam Jetske met een kaartje op haar mobieltje op de proppen. Een stip op de kaart duidde een plekje aan, waar iemand al heel wat mooie vogel- en eekhoornfoto’s had gemaakt, vertelde Jetske. Ik bekeek het kaartje eens en ik wist meteen waar het was …

Een kwartiertje later liepen we ter plekke het bos in. Het werd een wandeling door een nat bos, maar gelukkig waren de paden droog. Op basis van een herkenningspunt op de kaart had ik vooraf ingeschat, dat het te voet wel te doen was. Maar dat viel die dag tegen. Dat is de pest met MS, je weet nooit hoe lang je onderdanen willen meewerken aan je plannen. Er restte me op dat moment geen andere optie dan onderweg eerst maar eens een tijdje op een boomstronk langs het pad te gaan zitten …

Omdat we het aangewezen plekje waarschijnlijk al voorbij waren, besloten we na een korte pauze maar rechtsomkeert te maken en terug te keren naar de auto. Onderweg kon ik echter de verleiding niet weerstaan om nog even een pad naar rechts te nemen. Dat pad leidde naar het Witte Meer, ook wel bekend als de ijsbaan van Beetsterwaag. Ik was blij om de container en de bankjes in zicht te krijgen. Daar zouden we even lekker kunnen zitten …

(G)een torentje

Vanaf het gedenkteken voor de tramslachtoffers aan de Sweachsterwei liepen we over het fietspad in noordelijke richting naar het riviertje it Alddjip of Koningsdiep …

Ik had gehoopt, dat we vanaf het uitkijktorentje een blauwe waas van de onder water staande graslanden van Van Oordt’s Mersken zouden kunnen zien. Maar hoe we ook om ons heen keken, het torentje stond er niet meer. Er stond wel een bordje …

Thuis ben ik even mijn fotoarchief ingedoken om foto’s van een eerder bezoek aan dat plekje op te zoeken. Het was maar een bescheiden torentje, zoals je op deze foto uit juni 2012 kunt zien …

Maar zoals ik me al meende te herinneren, kon je vanaf dat torentje wel mooi over een boomsingel in de verte heen kijken. Maar helaas, het torentje is niet meer en op straffe van een boete van pakweg € 100 kun je er ook maar beter vandaan blijven …

Tramongelukken bij ’t Goddeloze Tolhek

Zaterdag vertelde ik al, dat Jetske en ik vrijdag vanwege de stevig, frisse wind besloten ons programma om te gooien. Jetske vertelde dat Van Oordt’s Mersken ten zuiden van de A7 tussen Heerenveen en Drachten nog goeddeels onder water stond. Omdat we toch naar de ‘boshoek’ wilden, stelde ik voor om dan eerst maar naar het uitkijktorentje langs de Sweachstersterwei tussen Lippenhuizen en Beetsterzwaag te rijden. Misschien zouden we daar vandaan wat van de natte graslanden kunnen zien …

Vlak naast de parkeerplaats aan de Sweachstersterwei ligt een klein gedenkteken (Google Maps). Het herinnert aan twee heftige tramongelukken die hier zijn gebeurd met de stoomtram van de NTM, de Nederlandse Tramweg Maatschappij, die in zijn bloeitijd grote delen van de provincie Friesland bestreek.

De verhalen kende ik al, maar ik heb ze hier nog niet eerder gedeeld. Omdat we er nu opnieuw tegenaan liepen, was dit het eerste onderwerp van de dag …

Beetsterzwaag, 9 september 1897 – Twee inwoners van Lippenhuizen overreden.

Vanaf Beetsterzwaag waren twee mannen uit Lippenhuizen op weg naar huis. Ze hadden in het hooi gewerkt en een lange dag gehad. Dat de mannen oververmoeid waren geweest, dat was wel duidelijk. Later werd gezegd dat de twee mannen ook een slokje teveel op hadden, want wie gaat er anders ook tussen de tramrails liggen.
Van de aankomende tram zijn ze niet wakker geworden, ze hadden waarschijnlijk als een roos geslapen. Beide mannen P.v.d.L en S.K zijn door de tram overreden en op een verschrikkelijke manier om het leven gekomen. Het is voor de nabestaanden een groot drama geweest, dat valt te begrijpen. Het publiek was na het ongeval van mening dat de machinist niet goed uitgekeken had, want het was heldere maan en je kon wel honderd meter ver zien. De chef van de politie, Pool uit Beetsterzwaag, heeft daarop direct de stoomlocomotief weer terug laten rijden naar de plek van het ongeval. Hij is zelf voorop gaan staan en liet een manspersoon tussen de rails plaats nemen. Steeds kwam de tram dichterbij maar zelfs op vijf meter afstand kon hij nog niet zien of er iemand op de rails lag. Daarmee was het bewijs geleverd dat het trampersoneel geen schuld had.
Aan beide kanten van de weg stonden grote bomen en die gaven grote schaduwen over de rails, vandaar dat het personeel van de tram de mannen niet gezien hadden. Ze konden dan ook niet schuldig bevonden worden van het ongeval.

Uit ‘de Woudklank’ van 24-10-2010

Lippenhuizen, 28 februari 1907 – Enorme stoomwolken en kermende slachtoffers.


Een stoomtram ontspoorde bij het Goddeloze Tolhek tussen Lippenhuizen en Beetsterzwaag. Werklieden van de Nederlandse Tramweg Maatschappij (NTM) raakten over hun hele lijf verbrand door de gloeiend hete stoom die van alle kanten uit de locomotief spoot. Drie van hen overleefden het drama niet.

Johannes Roorda, werkmeester bij de NTM, vertrok die bewuste donderdag in 1907 met een goederentram uit Heerenveen. Met zeven man aan boord reed hij naar Sumar om een rijtuig van een paardentram op te halen. Het was dringen op de krappe locomotief. Jan van der Wal en Hendrik van der Zwaag besloten daarom bij Gorredijk de reis te vervolgen op een van de goederenwagons.
De mannen zochten een plekje bovenop zakken meel en kisten spek. Achteraf was het hun redding …

Op het moment dat de tram rond negen uur het Goddeloze Tolhek passeerde, ging het mis. De locomotief ontspoorde in volle vaart, knalde tegen een eikenboom en kantelde. Hete stoom spoot aan alle kanten naar buiten. Assistent-machinist Reijenga raakte lichtgewond en kwam gelijk in actie om zijn zwaar verbrande collega’s te redden. Hij trok zijn baas Roorda uit de cabine en sleepte Jan Wesseling, Roelof van der Meer en Willem Comello weg bij de briesende machine. Alle mannen zaten onder de brand- en schroeiplekken. Van der Zwaag en Van der Wal hadden geluk. De een had een stijve nek door een vallende meelzak. De ander miste slechts een schoenzool.

De meest kordate omstander was boer Ids Hilverda. Het ongeluk gebeurde vlak voor zijn boerderij terwijl hij rustig aan de koffietafel zat. Toen hij zag dat er geen dokters in de buurt waren, ondernam hij zelf actie. Hij molk snel een koe om met de melk de brandwonden van de slachtoffers te verzachten.

Bakker Wolter Hoogeveen uit Lippenhuizen was ook een van de getuigen. Toen hij de slachtoffers bloedend en kermend van de pijn naast de gecrashte locomotief zag liggen, rende hij naar de tapperij bij het tolhuis. Gewapend met een fles brandewijn snelde hij terug naar de gewonden om de pijn te verzachten …

Brigadier Luite Duursma rapporteerde dat hij op de plek van het ongeluk een “afgekookte huid van een hand” had gevonden. Hij bracht het lapje vel naar de griffier van de arrondissementsrechtbank in Heerenveen. Comello (46) en Van der Meer (34) bezweken de volgende dag aan hun verwondingen. Roorda (39) overleed twee weken na het drama.

De tram ontspoorde waarschijnlijk doordat Roorda te snel reed. Maar uit de rapportages bleek dat ook de toestand van de rails niet al te best was. Het ongeluk zorgde in heel Friesland voor veel beroering. Koningin Wilhelmina gaf f 50,- aan de nabestaanden en er werd een steuncomité opgericht om geld en goederen in te zamelen voor de gezinnen van de slachtoffers …

Tolgaarder Roel van der Schaaf maakte na het ongeluk een gedenkteken in de vorm van een ijzeren hoepel met zwarte stenen. In 1983 kwam er op initiatief van Geart van der Zwaag, kleinzoon van Hendrik, een nieuw monument. Het kunstwerk met vier gebogen rails, ontwerp van Hans Snoek, herinnert nog elke dag aan het tramdrama van 1907.

Uit ‘de Leeuwarder Courant’ van 1 maart 2007

Meer over de NTM in deze omgeving kun je hier lezen: Gorredijk historie – de Tram (aanbevelenswaardig vanwege het mooie filmpje over de stoomtram in de jaren 1936-1947).

Uitzwaaidag

Nadat Aafje in de jaren ’80 bijna negen jaar in het Bonifatiushospitaal in Leeuwarden had gewerkt, maakte ze in 1989 de overstap naar Revalidatie Friesland. Voor deze mooie organisatie heeft ze ruim 31 jaar op verschillende plekken diverse functies bekleed.

De laatste 5 jaar was dit gedurende 36 uur per week haar werkplek, direct onder het pannendak in de uiterste zuidoost hoek van het statige oude gebouw. Zij en haar kamergenoot hadden er – zoals het hoort in een gebouw als dit – hun eigen zithoek voor representatieve doeleinden. Veel ruimte om er van het uitzicht is er niet, zoals je kunt zien. Maar als je er even bij kunt, dan krijg je ook een mooi zicht over de tuin en de overtuin van Lyndenstein …

Formeel krijgt Aafje pas volgend jaar februari AOW, maar met aftrek van overuren en vakantie-uren kan ze er al voor de kerstdagen een punt achter zetten. In de loop van het jaar was al snel duidelijk dat van een pensioensfeestje niets terecht zou komen. Zelfs een koffietafel of een soort staande en gaande receptie was niet mogelijk. Veel meer dan deze week min of meer toevallig passerende collega’s gedag zeggen, zit er niet in. Vier uitzwaaidagen dus, waarvan dinsdag de eerste en meest officiële was …

Toen Aafje en haar collega Taco een jaar of vijf geleden samen deze kamer toebedeeld kregen, hadden ze allebei eerst de nodige bedenkingen. Er was geen fijn daglicht en met name de dreigende warmte ’s zomers maakten het niet direct aanlokkelijk. Maar het pakte verrassend goed uit. Ja, het was er ’s zomers wel eens wat warm heet, maar wat belangrijker was: Aafje en haar collega kregen een prima klik. Omdat Huize Lyndenstein leeg loopt in de lockdown, is Taco sinds gisteren thuis aan het werk. Dinsdagmiddag was ik getuige van hun exitgesprek. Daar komt in de privésfeer zeker nog eens een vervolg op, is afgesproken …

Daarna volgde enkele deuren verderop het meer officiële moment van afscheid. Op ruime afstand van elkaar zaten we even later te smullen van koffie en gebak met Aafjes’ leidinggevende van de laatste jaren en de bestuurder van Revalidatie Friesland, Peter Visch. In een genoeglijke en ontspannen sfeer schetste Visch Aafjes’ loopbaan en de betekenis die ze heeft gehad voor de ontwikkeling van de organisatie. Als dank kreeg Aafje letterlijk en figuurlijk een fraaie ‘Chapeau’

Het was als gevolg van dat vermaledijde coronavirus dan wel niet een droomafscheid, maar het was goed zoals het was. Aafje kreeg namelijk niet alleen een mooi boeket bloemen en een prachtig cadeau van de werkgever mee naar huis. Via de zijdeur verlieten we het pand in de loop van de middag. Dat was de kortste route naar de auto, en dat leek ons bepakt en bezakt als we waren wel handig in dit geval …

Een half uurtje later waren we thuis. Daar etaleerde Aafje alle cadeaus die Taco e.a. voor haar hadden verzameld eerst maar eens uit op het tapijt in de woonkamer. Wat Aafje namelijk niet wist, is dat zo ongeveer alle collega’s met wie Aafje in meerdere of mindere mate contact heeft gehad op het naderende afscheid waren gewezen. Een regen van lieve cadeaus en warme woorden daalde op Aafje neer … dankjewel allemaal …

Op bezoek in Huize Lyndenstein

Het was regenachtig en grijs toen we gistermiddag naar Beetsterzwaag reden. Het was maar een ritje van 6 km, maar ik ben blij dat ik het koetsje had kunnen annuleren …

Tegen 14:30 uur betraden we het statige Huize Lyndenstein. Het neoclassicistisch pand is in 1821 gebouwd voor de grietman van Opsterland, Frans Godard van Lynden …

Om te komen waar we werden verwacht moesten we een paar trappen beklimmen. Er was ook wel een lift, maar t/m de tweede etage ga ik zo lang mijn onderdanen het me toestaan als ’t even kan via de trap omhoog …

Dat moest de jonge freule Cornelia Johanna Maria van Lynden, kleindochter van Frans Godaert, tenslotte ook. Zij woonde in de zomermaanden met haar ouders op Lyndenstein. Freule Cornelia toonde zich begaan met het lot van de minder bedeelden in Beetsterzwaag en omgeving. Onderweg passeerden we haar beeltenis …

In 1880 overleed ze op twintigjarige leeftijd aan tuberculose, de ziekte die ze had opgelopen door haar ziekenbezoeken. Ter nagedachtenis aan freule Cornelia werd in 1905 het huis Lyndenstein met de bijbehorende bezittingen ondergebracht in de Corneliastichting, die als eerste doelstelling had: Het kosteloos opnemen van ziekelijke, gebrekkige of behoeftige minderjarige kinderen …

Vanaf 1915 was Lyndenstein een kindersanatorium voor jeugdige tbc-patiëntjes. Daartoe werden in 1913 op het terrein twee nieuwe gebouwen ontworpen door architectenbureau Van Nieukerken uit Den Haag. Later werden poliopatiëntjes verpleegd in die nieuwe gebouwen op Lyndenstein …

In 1958 werd besloten het kinderziekenhuis om te vormen tot een revalidatiecentrum voor kinderen. Het huis Lyndenstein was verouderd en voldeed niet meer aan de eisen van die tijd. In 1960 werd begonnen met de bouw van een nieuw centrum met paviljoens voor verschillende leeftijdsgroepen. In 1985 fuseerde de Corneliastichting met de afd. Revalidatie van het Medisch Centrum Leeuwarden, en voortaan werden ook volwassenen opgenomen in Beetsterzwaag. Lyndenstein werd een begrip op het vlak van revalidatie in Fryslân …

In de periode 2002 tot 2004 werd een nieuw complex gerealiseerd. De oorspronkelijke villa fungeert vanaf die tijd als kantoor voor Revalidatie Friesland en doet tevens dienst voor representatieve doeleinden. Het hoofdgebouw en de behandelingspaviljoens in het nieuwe gedeelte zijn tegenwoordig met elkaar verbonden via een luchtbrug …

Die kant mochten wij niet op in coronatijd, want ik was hier tenslotte niet voor de behandeling van eventuele MS-perikelen. Gelukkig niet! Nee, wij bleven in huize Lyndenstein, en we hadden ons eerste doel bereikt. Hier mocht de jas uit, waarna we in de kamer rechts werden verwacht …

– morgen meer –

Ondanks de harde lockdown

Gelukkig waren we na onze virtuele vakantie net voor het ingaan van de harde lockdown weer veilig thuis …

Maar lockdown of niet, Aafje en ik gaan vanmiddag wel een deftig en bijzonder bezoek afleggen …

Er zijn nu eenmaal van die zaken die je echt niet thuis kunt afhandelen. En dit is er zo één …