Jongvee bij Bethlehem

Toen we zondagmiddag onderweg waren naar vrienden in Beetsterzwaag, zag ik dat er jongvee in de wei voor het oude boerderijtje ‘Bethlehem’ liep …

Omdat ik mijn camera niet bij me had, besloot ik er maandag na de paddenstoelensessie bij Huize Olterterp nog eens lang te rijden om er wat foto’s van te maken. Tot mijn geluk zag ik dat ze nog hoorns droegen ook. En bovendien waren er ook nog eens een paar dieren met mooie lange wimpers …

Het was alleen jammer dat ze niet meer zo mooi voor het boerderijtje liepen als zondag, maar meer aan de zijkant van de weide. Vorig jaar heb ik in november ook al een logje geschreven getiteld ‘Zicht op Bethlehem’, toen wist ik nog niet hoe oud het boerderijtje is. Intussen heb ik op ‘Building ages in the Netherlands’ ontdekt dat Bethlehem dateert uit 1660.

Dat is voor geïnteresseerden een mooie site, waarop je de leeftijd van alle bouwwerken in ons land kunt vinden. Ik kom daar nog wel eens op terug …

Kikkerconcert bij het Witte Meer

De gele lis in onze tuin laat het dit jaar helaas afweten. Misschien moeten we hem eens terugbrengen naar de ingegraven emmer, waar we hem jaren geleden eens hebben geplant. Gaandeweg de tijd is hij stukje bij beetje uit die emmer ontsnapt, en heeft hij wortel geschoten in drogere grond. Bij het Witte Meer trof ik dit goedmakertje aan …

Ook zag ik tijdens mij gang over het vlonderpad een kikker op een stuk hout in het water zitten. Hij liet voorbeeldig zijn profiel zien. Hij was mooi, maar stil …

Dat geldt niet voor vele tientallen van zijn soortgenoten die elders in het meertje lagen te kwaken dat het een lieve lust was …

Juffers bij het Witte Meer

De laatste tussenstop tijdens onze tocht op fiets en iLark maakten Jetske en ik bij het Witte Meer, ook wel bekend als de ijsbaan van Beetsterzwaag. In het recente verleden moest ik eerst een kleine 500 meter lopen, voordat ik het meertje had bereikt. Tegen die tijd begonnen mijn onderdanen al flink tegen te sputteren, en bleef ik in de buurt van de bankjes aan de noordwest kant van het water. Nu ik er met de iLark kon komen, kon ik ook eindelijk een fotokuier maken over het nieuwe vlonderpad …

Dat leverde de nodige foto’s van waterjuffers en libellen op. Wat de waterjuffers betreft werd het beeld vooral bepaald door watersnuffels, zie de eerste drie foto’s hieronder. Verder heb ik nog een tangpantserjuffer en een vuurfuffer in beeld weten te vangen. Morgen komen de libellen aan de beurt … *

* naamgeving onder voorbehoud, want dat blijf ik moeilijk vinden …

Feroaring fan lucht

Vrijdag heb ik met de iLark een ritje opnieuw gemaakt naar een plekje waar ik al vele jaren niet meer was geweest. Hier speelde zich het boek ‘Feroaring fan lucht’ (‘Verandering van lucht’) af, een boek van de Friese journalist/schrijver Rink van der Velde uit 1971. Het verhaal speelt zich af in en rond een arbeidershuisje bij de Lippenhuisterbrug (Google Maps) over het Koningsdiep ten zuiden van Beetsterzwaag. Toen ik er in oktober 1989 tijdens een fietstocht langs kwam, heb ik wat foto’s van het huisje gemaakt …

Durk Lugtigheid, alias Durk Snoad, is de vader van een huishouding met twaalf kinderen, die ergens diep in de Sweachster bossen in een oud arbeidershuisje woont. Een asociale huishouding, zo zal het zaakje tegenwoordig bestempeld worden. Durk Snoad leeft het meest van de steun vanwege niet te controleren rugklachten en van de stroperij. Hij is genetisch in opstand tegen het wettelijk gezag. Weldenkende en goedmenende mensen trachten er toch nog een fatsoenlijke huishouding van te maken en weten de familie in een huurwoning in Drachten te krijgen. Durk moet aan het werk tussen de vier muren van de Philipsfabriek aan de Oliemolenstraat. Dat kan natuurlijk alleen maar verkeerd aflopen …

Het boek ligt me na aan het hart, omdat de situatie van de verhuizing van het vrije platteland naar het kleinstedelijke Drachten in de jaren 60 heel herkenbaar is. Wij verhuisden rond die tijd vanuit het kleine gehucht Echten ook naar Drachten. En ook de boerefeint van weleer kwam bij Philips terecht. Ik heb daar in 2014 een blogje over geschreven: Echten – Commissiepolle (3)

Het huisje van Durk Snoad lijkt intussen een riante woning te zijn geworden. Jammer genoeg valt er weinig meer van het huis te zien. Tussen struiken en bomen schemert een rieten dak, en wie goed kijkt, kan zien dat de naam ‘Feroaring fan lucht’, die eerst boven de deur stond, nu een prominent plekje heeft gekregen boven de klopper op de voordeur …

De natuur is er nog steeds prachtig. Het Alddjip of Koningsdiep meandert hier prachtig door het beekdal. Het grootste verschil met de situatie in oktober 1989 is eigenlijk nog dat de koeien nu aan de oostkant van de brug liepen te grazen, terwijl ze toen aan de westkant stonden. Zo gaan die dingen hier in the middle of nowhere

Naast de brug over het Alddjip zat een libellenkenner. Hij was hier naar toe gekomen voor de metaalglanslibel, en hij had hem intussen al op de gevoelige plaat vastgelegd. Ook de weidebeekjuffer laat zich hier tegenwoordig regelmatig zien, vertelde hij. Ik kwam die dag niet verder dan een poepende en een paar parende korenbouten (denk ik). Het zou best eens kunnen dat ik daar binnenkort nog eens wat langer neerstrijk …

Een monumentale boom

Terug bij de auto, die op de bijgaande foto’s steeds keurig buiten beeld staat, ben ik eerst even neergestreken op een van de bankjes, die voor mijn gevoel al sinds mensenheugenis rond die boom staan …


Op zonnige (zon)dagen was het hier in mijn kinderjaren vaak gezellig druk, wanneer mensen vanuit Drachten e.o. een fietstochtje maakten. Er stond dan altijd een ijscokar waar vrijwel geen fietser of wandelaar aan voorbij leek te kunnen gaan zonder een versnapering te nemen. Toen ik er deze week was, zag ik een bordje bij de boom en de bankjes staan. Toen ik het opschrift las, herinnerde ik me ineens dat het een bijzondere boom is … *

Vanaf morgen neem ik jullie een paar dagen mee naar de andere kant van het onderstaande bos. Daar ergens ligt namelijk het Weinterper Skar met de dobbe waar ik jarenlang wekelijks minstens eenmaal per week te vinden was. Dat was afgelopen vorige week dinsdag na ruim 2,5 jaar een herontdekking…


*Wilhelmina was Koningin der Nederlanden van 1898 tot 1948

IJsbaan de Wite Mar

Nog zo’n plekje waar ik al enige tijd niet meer in mijn uppie naar toe gewandeld ben, is de Wite Mar (Google Maps) tussen Olterterp en Beetsterzwaag. Het Witte Meer, zoals de naam in het Nederlands luidt, is een bosmeertje dat zijn naam te denken heeft aan de witte zandlaag die de bodem bedekt …


Het grootste deel van het jaar is het er lekker rustig. Als je er in voorjaar of zomer op een bankje gaat zitten, hoor je rondom vooral het gekwinkelier van vogels en het gekwaak van de vele kikkers die zich in en rond het water ophouden. Ook komen er ca 20 verschillende soorten libellen en waterjuffers voor rond het meertje. Maar de Wite Mar is veel meer, het is vooral ook de mooiste ijsbaan van Fryslân


De Wite Mar is bij hoog water amper een meter diep en heeft een lengte van ongeveer 250 m en een breedte van 150 m. De bomen die aan alle kant rondom het ven staan, maakt er in echte winters een prachtige ijsbaan van, waar je als schaatser maar zelden last hebt van tegenwind. En ik kan het weten, want ik heb er meerdere rondjes geschaatst …

‘IJsclub iisnocht’ uit Beetsterzwaag werd al in 1875 opgericht. Bij de oprichting telde de vereniging 47 leden die ieder één gulden en zestig cent contributie afdroegen. Nu, bijna 150 jaar later, telt de vereniging ruim 700 leden …


In 2019 heeft de ijsclub het initiatief genomen om een 160 m lang vlonderpad aan te leggen langs de westelijke over. Dat maakt het voor de schaatsers makkelijker om op het ijs te komen, zonder dat het ijs langs de kant wordt vertrapt. Voor wandelaars is er daarmee een mooie nieuwe wandelroute ontstaan …

Terwijl ik er vorige week lekker op een zonnig bankje wat zat te mijmeren, trok er op enig moment een rilling over mijn rug. Het hondje en de wandelaars waren al lang weer uit zicht verdwenen. Ik was weer helemaal alleen bij de Wite Mar. Maar was ik wel alleen …?

Bij het Witte Meer

Zoals ik gisteren al vertelde, had ik gehoopt even lekker in de zon op één van de vele bankjes langs de ijsbaan te kunnen zitten, maar dat viel even lelijk tegen. Alle bankjes stonden met hun pootjes in het water. Het eerste bankje viel meteen al af …

Er was overigens ook wat nieuws te zien: er lag een vlonderpad langs de rechteroever van het Witte Meer. Hoe lang het er ligt, weet ik niet, want zo vaak kom ik hier tegenwoordig niet meer …

Terwijl ik mijn zoektocht naar een rustpuntje voortzette, liet Jetske met haar opwaaiende blonde kuif mooi zien, dat we hier voor de luwte niet naar toe hadden hoeven gaan …

Gelukkig had ik mijn hoge wandelschoenen aangetrokken ’s ochtends. Stapje voor stapje waadde ik na enige tijd toch maar voorzichtig naar een bankje. Daar kon ik, met het hoofd lekker in de zon en mijn voeten in het koele water, vooral mijn bovenbenen even tot rust laten komen …

Nadat ik voor mezelf een notitie had vastgelegd om in de loop van voorjaar of zomer nog eens terug te komen om het vlonderpad te verkennen, maakten we ons op voor de kuier terug naar de auto.