Gistermiddag heb ik weer eens een tijdje in de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder gezeten. Ik had gehoopt dat de lepelaars zich weer eens wat dichter bij de hut zouden laten zien, maar dat was ijdele hoop. Het waterpeil in het zuidelijke deel van de polder is momenteel zo laag, dat alle gevogelte zich ver van de hut bevindt …
Lepelaars waren er helemaal niet te zien, kieviten des te meer. Honderden zaten er …
Het lijkt alsof alle kieviten uit de verre omtrek naar de Jan Durkspolder zijn gekomen om nog een tijdje gezamenlijk te pootjebaden, voordat ze afreizen naar zuidelijker oorden. Dat laatste zal overigens nog wel even duren, het lijkt de laatste dagen dan wel herfst, voor de vogeltrek is half augustus toch wat aan de vroege kant …
Nou, laat ik het maar verklappen. Het is een sloot vol krabbenscheer, een waterplant die op Nederlandse Rode lijst van planten staat als algemeen voorkomend, maar sterk afgenomen. Krabbenscheer is de waardplant van de groene glazenmaker. De groene glazenmaker is de enige libel die zijn eitjes maar op één plant afzet, namelijk de krabbenscheer …
Ik had gehoopt hier een paar plaatjes te kunnen schieten van de groene glazenmaker, maar dat viel tegen, ik heb er geen libel gezien. Jammer, maar geen man overboord, want het zat er heerlijk in het zonnetje …
Nadat ik maandag samen met mijn fotomaatje een fotokuier aan de zuidkant van het Weinterper Skar had gemaakt, heb ik gistermiddag weer eens een kijkje genomen bij de dobbe aan de noordkant van het gebied …
Meestal is alleen de zuidelijke oever van de dobbe toegankelijk, omdat het waterpeil te hoog is om er omheen te kunnen lopen. Op de meeste foto’s die ik er maak is dan ook de spiegelende noordkant van de dobbe te zien …
De laatste keer dat ik aan de noordkant ben geweest was afgelopen winter, toen het ijs sterk genoeg was om me te dragen. Omdat het waterpeil op dit moment erg laag is, was gisteren voor het eerst sinds lange tijd de overkant weer eens bereikbaar. Makkelijk ging dat overigens niet, want het was er nog flink drassig. Het kostte me teveel kracht om er op zoek te gaan naar klein spul voor macrofoto’s, maar het stelde me wel in de gelegenheid om eens een foto te maken van de zuidkant van de dobbe …
Daar, in de zuidoosthoek, bij het paadje dat toegang biedt tot de dobbe, staat mijn zo geliefde bankje …
Toen ik enige tijd later bij het bankje arriveerde, zat er een libel – waarschijnlijk een bloedrode heidelibel – op het bankje te zonnen …
Nadat ik een paar foto’s van het beestje had gemaakt, ben ik zelf lekker op het bankje gaan zitten om er in het zonnetje te genieten van een rokertje en het uitzicht …
Juist! Eten of gegeten worden …
En zo is het ook met waterjuffers. Vlak nadat ik er eentje had geportretteerd die een cicade te pakken had gekregen, zag ik een gewone pantserjuffer die in de kleverige tentakels van een kleine zonnedauw terecht was gekomen …
De kleine zonnedauw is een wettelijk beschermd vleesetend plantje dat op de Nederlandse Rode Lijst voor planten staat als algemeen voorkomend, maar sterk afgenomen. Gelukkig tref ik de plant op een paar van de plekjes waar ik regelmatig kom nog veelvuldig aan …
Met zijn glinsterende tentakels lokt de zonnedauw allerlei insecten. Die insecten komen vast te zitten zodra ze in aanraking komen met de kleverige stof op de tentakels van de bladeren. Vervolgens vouwt de plant zijn blad om de prooi heen dicht, waarna het blad verteringsenzymen uitscheidt. De vrijkomende voedingsstoffen worden door de plant opgenomen …
Met het gevangen houden en verteren van kleinere insecten heeft de zonnedauw geen enkel probleem. Met een vlinder of een waterjuffer die in zijn tentakels terecht komt, wil het nog wel eens anders aflopen. De pantserjuffer die hier vast kwam te zitten, bleef maar vechten voor zijn vrijheid. En ik bleef daar maar verslag van doen. Toen hij zijn voorpootjes uiteindelijk had weten los te rukken, meende ik een ijzingwekkende hulpkreet te horen … Het ging me door merg en been …
Ik weet het …, je moet je niet teveel bemoeien met de loop der dingen in de natuur, maar hier kon ik geen weerstand meer aan bieden. Ik ben nu eenmaal een softie … En dus pakte ik een stukje dood hout van de grond en hield dit onder de pootjes van de juffer. Het was gelukkig een pienter type dat meteen in het snotje had dat hij zich vast moest grijpen aan het hout. Met vereende krachten lukte het daarna om het juffertje te bevrijden uit de tentakels van de zonnedauw …
Zodra het beestje voelde dat hij weer vrij was, vloog hij op van het stukje hout waarmee ik hem los had weten te maken. Hooguit anderhalve meter verderop zag ik hem neerstrijken op een grashalm. Toen ik nog een laatste foto van hem maakte, meende ik echt een zacht “Tige tank, maat …” te horen …
Het was ondanks de dreigende lucht een bijzonder kwartiertje daar bij het vennetje van de Merskenheide. Meer tijd had ik niet nodig om de libel in de wind, de etende pantserjuffer en de gevangen pantserjuffer te fotograferen. Drie cadeautjes op een rij. Mijn dag kon niet meer stuk. 🙂
Nadat ik de libel bij het vennetje bij de Merskenheide had vereeuwigd, was het tijd om de rug even te rechten en even te genieten van de wolken die op het wateroppervlak werden weerspiegeld. Op zoek naar een volgend onderwerp deed ik een paar stappen tussen de graspollen door. Lang hoefde ik niet te zoeken, want toevallig was ik er getuige van hoe een juffertje een smakelijk hapje ving …
Om het juffertje – volgens mij een gewone pantserjuffer – niet te storen tijdens de maaltijd, sloop ik heel voorzichtig dichterbij, zodat ik vanuit verschillende hoeken een paar fraaie portretfoto’s kon maken …
Het juffertje bleef wonderlijk genoeg rustig aan die ene grasspriet hangen, terwijl ze intussen ook haar prooi – zo te zien een groene cicade – in een stevige wurggreep hield …
Tja, zo is de natuur: eten of gegeten worden …
Hoe het afgelopen is, weet ik niet, ik had geen tijd om dat af te wachten, want ook een stukje verderop werd het diner geserveerd …
Donkere wolken waren troef in de afgelopen week. Hoewel het vaak wel mooie plaatjes oplevert, mag het wat mij betreft wel weer een paar dagen zonnig en droog blijven. De laatste keer dat ik een fotokuiertje bij de Merskenheide maakte, dreven er ook weer donkere wolkenpartijen over. Omdat licht en wind bepaald niet optimaal waren voor macrofotografie, had ik er vooraf geen hoge verwachtingen van. Dat viel echter weer alleszins mee …
Vanwege de bewolking verwachtte ik bij de heide in elk geval geen vrolijk fladderende vlinders aan te treffen. Daarom besloot ik me te beperken tot het zoeken van juffers en libellen bij het vennetje. Als snel kreeg ik een eerste slachtoffer – waarschijnlijk vrouwelijke zwarte heidelibel – in het vizier. Zekerheidshalve eerst maar even een foto met de zoomfunctie …
Daarna ben ik stapje voor stapje dichterbij geslopen om dit schijnbaar volleerde model met de macrofunctie vast te leggen …
Nog even een uitsnede waarop de libel met die prachtige voile tot in detail te zien is …
Omdat de wind onder invloed van een bui, die vlak langs de Mersken trok, alle kanten op draaide, waaiden de vleugels ineens naar achteren …
Dat gaf me de kans om met een uitsnede het kopje ook nog eens tot in detail te tonen …
En dat was nog maar het begin van deze fotokuier … 🙂
Nadat ik in juli door een groot aantal vlinders werd weerhouden van een kuiertje op de heide in het Weinterper Skar, heb ik afgelopen week een nieuwe poging ondernomen. Omdat de bloemen, waarbij het de vorige keer krioelde van de vlinders, nu waren uitgebloeid, werd ik ditmaal niet afgeleid en kon ik zo doorlopen naar de heide …
Erg veel was er niet te beleven op de heide. Omdat er donkere wolken over dreven, leken de vlinders en insecten zich allemaal schuil te houden. Na verloop van tijd kreeg ik bij de bocht van het paadje toch een vlindertje in het vizier …
Ik had gehoopt een heideblauwtje te kunnen fotograferen, maar dit lijkt me meer een boomblauwtje. Niet dat dat wat mij betreft veel uitmaakt, want ook dit is een mooi vlindertje …
Terwijl ik mijn weg vervolgde in de richting van het bankje, dat aan de rand van de heide tegen een boomwal staat, begon ik uit te kijken naar de klokjesgentiaan. Van deze prachtige bloemetjes, die op de rode lijst staan, bloeien er hier elk jaar wel een aantal. Het leek nu echter zoeken naar een speld in een hooiberg, maar uiteindelijk vond ik er toch eentje …
Het enige exemplaar dat ik kon vinden, had zijn beste tijd intussen wel gehad, want de bloem was behoorlijk aangevreten. Nee, het gaat niet goed met de klokjesgentiaan …