Het mysterie van Wiuwert

Vanmiddag vroeg matroos Beek in een reactie op mijn weblog of ik wel eens bij de mummies in Wiuwert was geweest. Die vraag kon ik bevestigend beantwoorden, maar dat is al zeker 40-50 jaar geleden. Maar toevallig stond er nog wel een blogje in concept klaar over de kerk van Wiuwert. Daarom vandaag even een extra editie …

Toen ik begin maart samen met fotomaatje Jetske op zoek was naar weidevogels in de buurt van Wommels, kwamen we langs de kerk. Op de terugweg stelde ik voor om daar even een tussenstop te maken. Je weet maar nooit, misschien was de deur van de kerk open. Zoals zo vaak, kwamen we ook hier echter weer voor de dichte deur. We hebben wel afgesproken om er nog eens naar toe te gaan tijdens openingstijd …

Die dag hebben we het gelaten bij een snel rondje om de kerk. De zuidgevel van de kerk, waarvan het oudste deel uit de 12e-13e eeuw stamt, ziet er prima uit. Aan de noordkant is het een ander verhaal, daar lijkt een steunbeer het (weer) begeven te hebben. Bij Omrop Fryslân is te lezen dat daar al langer en vaker problemen mee zijn geweest. ‘De kerk verzakt, maar de mummies zijn niet in gevaar …’

Toch nog maar eens een kijkje bij de mummies nemen, voordat het eeuwenoude raadsel is oplost.

‘In 1765 zijn twee timmerlieden met het interieur van de Nicolaaskerk bezig wanneer ze besluiten stiekem een kijkje te nemen in de kelder. Wat ze daar aantreffen? Elf doodskisten. Na het openen van de eerste kist, rennen ze gillend het pand uit. Maar nieuwsgierigheid neemt de overhand en zodoende keren de mannen terug … ‘ Van (NPO – 3 op Reis)

Terug in de haven

Ruim 2,5 uur nadat we waren vertrokken, voeren we opnieuw langs Hotel Princenhof …

Rechts ligt de camping met een aantal ligplaatsen, waar op dat moment o.a. een skûtsje afgemeerd lag. Links ligt het eerste deel van de jachthaven, daar legde de excursieboot aan bij de steiger die daarvoor gereserveerd is …

Met dank aan de gids en de schipper verlieten we de excursieboot ‘de Blaustirns’. Het was de eerste keer dat ik er een excursievaart had geboekt, maar ik denk niet dat het de laatste keer zal zijn …

We liepen langs een jonge vrouw die met haar hele hebben en houden aan bagage op de wal stond. Op een bootje waren twee mensen bezig. Zul je net zien dat je huisje onbereikbaar is, omdat je bootje dienst weigert …

Terug bij de auto besloten we nog even naar een plekje met zicht op de Jan Durkspolder te rijden. Daar aten we onze broodjes op en dronken we wat frisdrank. Bijna 20 km in ruim 2,5 uur, een tijd waarin we ogen en oren tekort kwamen. Het was echt mooi en leerzaam om de Alde Feanen zo vanaf het water te beleven …

Inhaalmanoeuvre van 2 skûtsjes

Terwijl ik me nog eens omdraaide naar de oversteekplek van de fietspont, zag ik dat twee aan elkaar gekoppelde skûtsjes achter ons aan kwamen …

Ze leken nogal haast te hebben. Het duurde niet lang, voordat ze aan een inhaalmanoeuvre begonnen. Het linker skûtsje was de ‘Lytse Earnewâldster’, op het andere skûtsje heb ik geen naam kunnen ontdekken …

Ze zagen er allebei tiptop uit, goed in de lak en zo te zien allebei met een nieuwe mast. Alsof ze zo van de werf kwamen na groot onderhoud …

– wordt vervolgd

Zicht op bekend terrein

We passeerden een fietspontje. Pas een minuutje later wist ik waar we waren …

We kwamen uit op een strook open water. Bij het zien van de molen aan de overkant viel het kwartje. Dat was de ‘Roekmole’ (OpenStreetMap) op It Eilân-West. We zaten hier aan beide zijden van het water – de Sitebuurster Ee – op het meest westelijke puntje van de gemeente Smallingerland. Toen we na enige tijd de steven wendden om terug te varen naar waar we vandaan kwamen, herkende ik ook het huis bij Sytebuorren (OpenStreetMap)

We voeren terug ‘de Alde Feanen’ in. Bij de fietspont stonden nu een paar fietsers die wilden oversteken vanuit de richting Drachten naar Grou. We zaten hier op het meest zuidwestelijke puntje van ‘de Alde Feanen’ waar ik met de auto ook nog wel eens naar toe rijd, in de hoop er weidevogels aan te treffen …

– wordt vervolgd

Nog wat aardige optrekjes

Als jullie het niet erg vinden, ga ik nog even door met een aantal van de mooiste optrekjes in het hart van ‘de Alde Feanen’. Om jullie verlangen naar zo’n optrekje hier en daar misschien iets te temperen, toch nog even een paar nadelen. Behalve dat deze tweede woningen alleen per boot bereikbaar zijn, is er nog iets. Ze hebben geen van allen nutsvoorzieningen. Geen gas, geen elektriciteit, geen stromend water en geen riolering. Maar wat staan ze op prachtige plekjes …

Op de eerste drie foto’s van vandaag is voor mijn gevoel het meest originele optrekje te zien. Het lijkt alsof er in de loop der jaren steeds een stukje is aan- of opgebouwd. En het is nog ruim voorzien van zonnepanelen ook. Gewoon om nog even weg te dromen nog wat van die aardige optrekjes …

Van het in mijn ogen meest originele optrekje aan het begin van dit logje, zijn we nu terechtgekomen bij het huisje met het mooiste naambordje. Na de passage van ‘de Kooi’ laten we ‘de bewoonde wereld’ van de Alde Feanen eerst weer achter ons. We gaan nog eens op zoek naar de zeearend …

– wordt vervolgd

Optrekjes in ‘de Alde Feanen’

Nadat we de zeearend twee keer in zijn boom hadden zien zitten, kwamen we tijdelijk in een soort van bewoonde wereld terecht. Dat er hier en daar wat huisjes in ‘de Alde Feanen’ staan, wist ik wel. Heel lang geleden heb ik wel eens in dit gebied gevaren en geschaatst. Dat er zoveel tweede woningen staan, variërend van simpele optrekjes tot riante paleisjes, was nieuw voor me …

Als je het hart van nationaal park ‘de Alde Feanen’ op de kaart bekijkt, dan zie je dat het een wirwar is van grote en kleinere sloten en plassen. Daar tussen liggen nog verschillende oude legakkers, stukjes moerasbos en kleine eilandjes. Met rollend vervoer kun je hier niks en ook lopend kom je niet ver, want er is nergens een weg of pad te bekennen …

De huisjes hebben allemaal een adres, dat begint met ‘Alde Feanen’ gevolgd door een nummer en zijn dus alleen per boot bereikbaar. Die optrekjes komen overigens geen van alleen in de verkoop. Elk huisje staat op een plek waar in de tijd van de vervening een arbeidershuisje stond. Door vererving kunnen die huisjes nog steeds blijven staan. Voor zover ik van onze gids heb begrepen, is overdracht op iemand anders niet mogelijk …

Omdat ik tijdens de rondvaart na verloop van tijd geen idee had waar we zaten, is een naam van een huisje als verwijzing naar het meertje waaraan het staat wel handig …

– wordt vervolgd

Bij de vogelkijkhut ‘Skrok’

Voorgaande jaren gingen Jetske en ik in het vroege voorjaar meestal naar de Ryptsjerksterpolder of de Surhuizumermieden om de eerste teruggekeerde weidevogels te fotograferen. Omdat ik die dag slechte benen had en omdat het me bij de Mieden wat was tegengevallen, opteerde ik voor een rustig ritje elders door het Friese weidegebied. Jetske stelde daarop voor om naar Skrok en Skrins te gaan. In die omgeving had ze vorig jaar goede ervaringen opgedaan …

We begonnen bij de vogelkijkhut Skrok (OpenStreepMap) aan de oever van de kunstmatige plas Swyns in het Friese oude weidegebied ten oosten van Wommels. Er staat een mooie ruime vogelkijkhut van Natuurmonumenten. Meerdere kijkopeningen op verschillende hoogten bieden aan de west- en noordkant mooi zicht op de plas …

Een eerste rondblik in westelijke richting leerde, dat de grutto’s ook hier (nog) ver van de hut bij elkaar in het water stonden. Verder waren er o.a. een paar scholeksters, maar de grootste schoonheden paradeerden op niet te lange afstand voor de hut heen en weer …

Die zijn voor morgen …