Zo traag als een slak …

… maar een stuk minder soepel. Dat typeert mijn situatie sinds enkele dagen nog het best.

Een paar weken geleden kroop deze naaktslak door de tuin. Het schijnt een rode wegslak te zijn. Ik las dat hij wel 20 cm lang kan worden, dit exemplaar schat ik op zo’n 8 cm. Soepel schoof hij langzaam vooruit, hier eens een kleine verhoging overwinnend, daar een hinderlijk grasspriet opzij duwend …

Ik beweeg me sinds eind vorige week een stuk minder soepel. Erger nog, ik kan vrijwel geen stap zetten zonder dat er ernstige pijnscheuten door mijn linkerbeen, -heup en rug schieten. Ik kan enkel met mijn wandelstok de hoogst nodige stappen binnenshuis en op het terras maken. We zijn bang voor iets van acute ischias, maar een diagnose moet nog gesteld worden. De huisarts was gisteren afwezig i.v.m. familieomstandigheden en de vervangende huisarts zat met een gebroken heup thuis. Dat heb ik dan weer!

Nog een geluk dat ik onlangs was begonnen om de mooiste macrofoto’s van de afgelopen zomer te verzamelen. Daar vermaak ik me voorlopig nog wel mee, want de enige plek waar ik momenteel bijna pijnvrij kan zitten, is mijn bureaustoel. Het moet wel gek gaan, wil mijn weblog stilvallen …

Gemoedelijke grazers

Onder een soort van oud-Hollandse lucht lagen de koeien aan It Heech onder Oudega (Google Maps) gemoedelijk in de ochtendzon te herkauwen …

Alle koeien …? Nee, niet alle koeien lagen te herkauwen, helemaal aan de rechterkant van het weiland bleef één koe stoïcijns staan …

Pas toen ik na enig aandringen haar aandacht had weten te trekken, was 95 494 bereid haar kop, nog steeds gestaag herkauwend, even om te draaien voor een vluchtig portretje …

Een reegeit in de polder

Het was er al druk toen we de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder binnen stapten. De kijkluikjes aan de luwe oostkant van de hut waren al goed bezet. Jetske schoof naar het laatste vrije plekje aan die kant, en ik nam plaats bij een luikje aan de zuidkant. Dat was niet het beste plekje, zo bleek al snel …

Aan de oostkant verscheen na enige tijd een ree, die een rondgang over het drooggevallen deel van de plas maakte. Daar had ik één keer eerder een ree gezien. Die spotte ik indertijd toen ik uit de auto stapte, eenmaal in de hut aangekomen, was de ree indertijd alweer verdwenen. Nu zat het weer niet echt mee, omdat ik bepaald geen vrij zicht had …

Er zat niets anders op dan me maar met de ellebogen naar voren te werken, want dit kansje moest me eigenlijk niet ontgaan. Met een ferme schouderduw heb ik Jetske uiteindelijk weten te bewegen een stapje opzij te doen. Maar daar hield ik dan ook echt een paar prachtige foto’s van deze plassende reegeit aan over …

Het spreekt vanzelf dat ik het heb goedgemaakt met mijn fotomaatje, zodra de ree voorgoed uit beeld was verdwenen, de middag was tenslotte nog niet om … 😉

Hoe is ’t mei jo?

‘How do you do?‘ loeide de koe

en wierp de boer van onder haar wimpers een zwoele blik toe

Hoe is ’t mei jo?‘ balte de ko

‘It hâldt net oer‘ sei de boer, ‘fan sokke soele eagen rekket men fan slach no’

Simultaan grazers

Een boer in Smalle Ee heeft zich gespecialiseerd in Lakenvelders. De Lakenvelder is een bijzonder runderras. De dieren zijn meestal roodbruin, maar ook de zwarte uitvoering komt voor. De lakenvelder is herkenbaar aan de witte band tussen de voor- en achterpoten om de buik en rug. Een paar kalveren liepen vorige week simultaan grazend door een weiland bij het strandje van Smalle Ee …

Koeien op ’t Klif

Je kunt je druk maken om die windturbines op het IJsselmeer, maar daar wordt de situatie niet anders van. Ik heb ze intussen geaccepteerd als een gegeven en richt mijn blik liever op andere zaken. Zoals op die passerende driemaster bijvoorbeeld …

Of op de zeilboten die in de verte heen en weer voeren voor de kust van de Noordoostpolder …

Veel vogels zijn er meestal niet te zien bij het Oudemirdumerklif. Op die dag was er een graspieper, die onze aandacht net zo lang bleef trekken, tot we een paar foto’s van hem konden maken. Een stukje in noordwestelijke richting was op een ondiepte een grote groep aalscholvers en zwanen te zien. Een paar andere zwanen zwommen al grondelend van noord naar zuid voor ons langs. Iets naar het zuiden zagen we een groepje koeien, die stond te baden in wat mogelijk ooit Minne zijn haventje was …

Terwijl we later terugliepen naar de auto, zagen we dat de koeien het zes meter hoge Oudemirdumerklif hadden beklommen om boven verder te grazen …

Reeën tussen de pinksterbloemen

Eind april heb ik op een vrij donkere en kille dag weer eens een ritje door de omgeving gemaakt. Eerst heb ik even een kijkje genomen in de vogelkijkhut ‘de Blaustirns’ bij de Leijen. Daar blies de wind zo venijnig naar binnen, dat ik vrijwel meteen weer rechtsomkeert heb gemaakt. Daarna ben ik even doorgereden naar de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder. Daar was de situatie niet veel beter, het voordeel was dat de luiken aan de windzijde waren gesloten, maar aan de lijzijde was er geen vogel te zien. Daar was ik dus ook snel uitgekeken …


Het gevolg was dat ik al snel weer in de auto zat. Met de kachel op ‘standje hoog’ om weer wat op te warmen, reed ik met een omweg huiswaarts. Onderweg werd mijn dag in fotografische zin alsnog goedgemaakt, omdat ik een sprong reeën tussen de pinksterbloemen trof …

Zodra ik ze zag, heb ik de auto rustig laten uitrollen in de berm. Nadat ik het raampje naar beneden laten glijden, kon het genieten die dag echt beginnen. Vooral deze kleine kluwen van vier reeën vond ik erg leuk ..