Beter weer

Nadat ik een bezoekje had gebracht aan de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder, zag ik ze al van ver aankomen, een drietal amazones en hun begeleider op zijn scootmobiel …

Ik zette de auto bij een dam in de berm. Nadat ik was uitgestapt, begon ik wat foto’s te maken van de omgeving en de gestaag naderende groep viervoeters en die ene vierwieler. Vriendelijk groetten we elkaar terwijl ze passeerden …

Ze hadden er beter weer bij dan de vorige keer dat ik ze hier trof. Dat was vorig jaar eind juli, midden in die maar aanhoudend natte zomer, die zomer voor echte bikkels

2021 in 50 foto’s

Een terugblik op 2021 met 50 van de ca. 2.750 foto’s die ik hier in 368 logjes heb gepubliceerd …


Bij de Dyksputten

De volgende stop vond plaats bij één van drie zogenaamde ‘dyksputten’ (Google Maps). Aan de rand van de zeedijk liggen oude kleiputten, dyksputten genoemd in het Fries. De dyksputten zijn overblijfselen van de kleiwinning eind 18e, begin 19e eeuw. De opgegraven klei werd gebruikt voor de ophoging van de toenmalige zeedijk. De eerste dijkjes werden hier al rond 1200 na Christus aangelegd met gebruik van plaggen (daar waren ze weer!) en zeewier. In de eeuwen daarna zijn die dijkjes regelmatig doorgebroken, weer hersteld en opgehoogd. Pas vanaf ongeveer 1500 was er sprake van een echte aaneengesloten zeedijk …

Na de afgravingen eind 18e, begin 19e eeuw bleven lage, aflopende graslanden over. De putten waren eerst 5 tot 7 meter diep, intussen zijn ze zo ver dichtgeslibt dat er nog maximaal 3 meter water staat. In 1984 zijn de dyksputten overgedragen aan de provinciale natuurbeschermingsorganisatie It Fryske Gea

Rond het water ontstonden kleine strandjes. Plevieren en strandlopers maken dankbaar gebruik van deze strandjes tijdens hun speurtocht naar voedsel. Bij vloed en slecht weer zijn deze putten geschikt als veilig toevluchtsoord voor de vogels die de onstuimige Waddenzee verlaten. Ze doen dan ook dienst als hoogwatervluchtplaatsen. En die zullen ze afgelopen week weer nodig hebben gehad, denk ik. Met springtij en een harde noordwesten wind, er zal veel water op de kust gestaan hebben …

Terwijl ik het mezelf gemakkelijk had gemaakt op dit bijzondere bankje, scharrelde Jetske zoals gebruikelijk wat in de omgeving rond. Nadat ze weer was opgedoken uit de slootkant, besloten we weer een stukje verder te rijden …

We zaten nog maar net in de auto of er kwam alweer een kudde schapen in volle galop voorbij gesjokt …

Een zomer voor bikkels

Zelf had ik niet te klagen, ik zat net op tijd weer in de auto …

Maar dat was voor deze amazones en hun begeleider niet het geval, zij waren nog maar net onderweg …

Maar alles is betrekkelijk. Een hittegolf met temperaturen rond de 40°C zoals in Zuidoost Europa is ook niet alles …

Tútsje derop?

Onderweg naar de Jan Durkspolder zag ik maandagmiddag in een weiland aan de ‘Alle om Slachte’ een aantal paarden staan …

Ik liet de auto even in de berm uitrollen om een paar foto’s te kunnen maken. De meeste paarden stonden rustig te grazen aan de linkerkant van het boompje, een stukje naar rechts stonden nog een paar paarden …

Ik denk, dat het gevlekte paard ergens last van had en troost zocht bij de ander. Die wendde zich vervolgens naar het gevlekte paard … ‘Tútsje derop …?’ Kusje erop …?

Met Tijmen bij ’t Dijktempeltje

Rond het middaguur kwamen we aan bij het “Tempeltje van Ids”, zoals dit kunstwerk in de volksmond wordt genoemd. De Tempel van kunstenaar Ids Willemsma staat op de Friese waddendijk, dichtbij het plaatsje Marrum. De Tempel is door Willemsma ontworpen in opdracht van het Wetterskip Fryslân ter gelegenheid van het op deltahoogte brengen van de Friese zeedijken in het kader van de landelijke Deltawerken. Het kunstwerk werd in 1993 onthuld. De kunstenaar noemt het werk zelf het presenteerblad van staal waardoor de dijk als het ware wordt opgetild.

Het tempeltje is onlangs gerestaureerd.
Wie meer wil weten over het Dijktempeltje kan daarvoor bij een oud logje terecht.

We troffen het niet echt met het weer. Het was met ongeveer 15 graden weliswaar niet koud voor de tijd van het jaar, maar het was grijs en nevelig waardoor we vanuit het tempeltje geen mooi en weids zicht over het buitendijkse land kregen voorgeschoteld. Borden aan de voet van de dijk met de tekst “Doe mee – Verlos de Zee” maakten duidelijk dat we hier dicht bij zee moesten zitten, de Waddenzee in dit geval. Maar zee was er in geen velden of wegen te zien, en dat vond Tijmen maar raar. “Waarom ligt er midden in het land zo’n hoge dijk,” vroeg hij zich af …

We lieten het tempeltje achter ons en liepen een stukje in westelijke richting naar de kruin van de dijk. Daar wees ik Tijmen op een aantal dobben in het buitendijkse land, dat hier het Noorderleech wordt genoemd. In november 2006 raakte een groep van bijna tweehonderd paarden tijdens een storm bij één van die dobben door de harde wind en het hoge water ingesloten. Het zeewater stond ruim anderhalve meter diep om de verhoogde ringvormige aarden wal heen …

Er werd een grote reddingsoperatie op touw gezet, waarbij zelfs het leger met 50 man sterk werd ingezet. Alle pogingen van militairen en andere hulpverleners om de paarden vandaan te halen strandden echter. Vier jonge vrouwen uit de buurt kregen het op drie november wel voor elkaar. Het water was inmiddels al wat gezakt. De vier amazones reden op hun paarden door het water naar de dobbe toe, waarna de paarden op de dobbe in een langgerekt lint de ‘lokpaarden’ terug volgden naar de zeedijk. Een laatste paard werd opgehaald door een groep van redders, omdat die niet zelf kon oversteken. Dat dier heeft het uiteindelijk niet gered. Uiteindelijk hebben zo’n twintig paarden het buitendijkse avontuur niet overleefd.

Toen ik vertelde dat de reddingsactie van de vier jonge vrouwen epische beelden had opgeleverd, haalde Tijmen meteen zijn mobieltje tevoorschijn om alvast eens te kijken of dat op YouTube te vinden was …

Nog onder de indruk van de reddingsactie draaiden we ons om en wierpen een blik over het land dat veilig achter de dijk ligt. Het was Tijmen inmiddels duidelijk waarom die hoge dijk daar lag.
“Daar in de verte ligt Leeuwarden, niet eens zo ver weg. Bij goed weer kun je de flats vanaf de Seesykstertoer goed zien. Wat zouden we zonder die dijken moeten met het oog op de stijgende zeespiegel …?” zei ik tegen Tijmen.
“Weer op terpen wonen,” antwoordde Tijmen, “en daar moet ik binnenkort een scriptie over maken …”

“Dat komt mooi uit,” zei ik, “ben je wel eens op de hoogste terp van Fryslân geweest?”
Daar was Tijmen nog nooit geweest, en dus werd dat de derde stop van ons gezamenlijke uitstapje.

– wordt vervolgd –