Bij it Reaklif

Na de luchtwachttoren hebben we een kort bezoek gebracht aan het Mirnser Klif (Google Maps). Omdat daar op dat moment in fotografisch opzicht weinig te beleven was, sla ik dat hier over. We gaan direct door naar het hoogste van de Friese kliffen, het ca. 10 m hoge Reaklif (het Roode Klif) ten zuiden van Stavoren (Google Maps). Voor wielrenners is het de gemeenste klim in Fryslân, maar voor toeristen is het een prachtig een plekje om te genieten van een prachtig uitzicht over het IJsselmeer …

It Reaklif is ontstaan tijdens de voorlaatste ijstijd (ca. 150.000 jaar geleden), toen aan de voorkant van de gletsjers het landijs de bodem omhoog drukte. Gaasterland hield daar glooiende hellingen, een paar mooie stuwwallen en veel zwerfstenen in het landschap aan over. De oorspronkelijke keileemwand van It Reaklif is op het eind van de 19e-eeuw vergraven. Wat rest is een glooiende helling van ongeveer 10 meter hoogte …

Rond it Reaklif vond in 1345 de Slag bij Warns plaats, eigenlijk, veldslag tussen graaf Willem IV van Holland en de Friezen. De ridders van de graaf voeren vanuit Enkhuizen met een vloot over de Zuiderzee en kwamen geheel in harnas aan land tussen Laaxum en Stavoren. Ze hadden het plan om het Sint-Odulphusklooster bij Stavoren te veroveren en te gebruiken als vesting. Van daaruit zouden ze hun macht verder over Fryslân willen uitbreiden …

Onderweg naar Stavoren werden ze in aangevallen door de plaatselijke bevolking. De vissers van Laaksum en de boeren van Warns zagen hun huizen en hun bedrijven in vlammen opgaan, maar waren daarmee niet verslagen. Door de zware harnassen waren de soldaten geen partij voor de woedende boeren en vissers. De Hollanders maakten bovendien een tactische blunder door met hun zware harnassen naar het moerasachtige landschap rond it Reaklif te vluchten. De slag eindigde daardoor met een overwinning voor de Friezen en de dood van de graaf …

Ieder jaar wordt deze heroïsche strijd op de laatste zaterdag van september door een deel van de Friese gemeenschap herdacht bij de imposante steen met de tekst ‘Leaver dea as slaef’ (Liever dood dan slaaf), die op het hoogste punt van it Reaklif ligt. Bij de herdenking wordt vooral aandacht geschonken aan de Friese taal en cultuur. De laatste jaren wordt gestreefd naar verbreding en verjonging van het publiek …

In en op de luchtwachttoren

Vanaf het Oudemirdumerklif kun je op mooie dagen met een beetje geluk de luchtwachttoren1,35 km naar het noorden net tegen de bosrand zien staan. Aan de voet van de toren is een grote witte lijst te zien, die we verderop in dit logje van dichtbij zullen zien. Op de onderstaande foto kun je ook mooi iets van de lichte glooiingen van het Gaasterlandse landschap zien …

In augustus 2006 kwamen Aafje en ik samen langs de luchtwachttoren. Tot mijn verrassing stond de deur toen open. Ja, en toen kon ik het niet laten om mijn lichte hoogtevrees te weerstaan en de toren te beklimmen …

Geheel tegen mijn verwachting in besloot Aafje mee te gaan, zodat we even later samen konden genieten van het uitzicht over de zuidwest hoek van Gaasterland. We hadden de pech, dat het wat bewolkt en heiig was die dag. Ook de intussen flink gegroeide omringende bomen maakten het zicht er niet beter op. Toch was het uitzicht in de richting van het Oudemirdumerklif de moeite waard, temeer daar ik de deur van de toren sindsdien niet meer open heb aangetroffen …

Tot slot nog even wat foto’s van het duizelingwekkende trappenhuis. Echt jammer dat de eigenaren niet méér met de toren doen. …

Veilig terug op de grond, kregen we aan de andere kant van de weg ook nog even een blik op het Oudemirdumerklif door de lijst met Friese pompeblêden, die we aan het begin van dit logje vanaf datzelfde Oudemirdumerklif in de verte konden zien …

Tot slot nog een filmpje over de toren. In dit door de VPRO uitgezonden programma gaat oud-luchtwachter Teun Stoker met de huidige eigenaren van de toren, de gebroeders Jaarsma, naar boven om herinneringen op te halen …

Bij luchtwachttoren 6H3

Vanaf het Oudemirdumerklif zetten we koers naar het Mirnser Klif. Daarbij passeerden we de oude luchtwachttoren 6H3 aan het Huningspaad bij Oudemirdum (Google Maps). In de jaren 50 en 60 stonden er in ons land 138 van deze luchtwachttorens. Het waren uitkijkposten van het Korps Luchtwachtdienst. Zij speurden in het begin van de Koude Oorlog het Nederlandse luchtruim af naar laagvliegende Russische vliegtuigen, omdat de radarapparatuur indertijd nog niet geschikt was om snelle, laagvliegende vliegtuigen te kunnen signaleren…

De luchtwachttorens waren onderdeel van een netwerk van 276 uitkijkposten verspreid over heel Nederland. Er waren 138 posten op bestaande gebouwen, zoals op molens en fabrieken en 138 in de speciaal voor dit doel gebouwde losstaande torens. Een toren van beton was goedkoop en had lage onderhoudskosten, daarnaast was hij ook vanuit technisch oogpunt het meest geschikt. De keuze viel op een systeem van geprefabriceerde betonnen raatbouwelementen …

Luchtwachttoren 6H3 is 14,3 meter hoog en staat op een heuvel van ongeveer 12 meter hoog (vlak bij het hoogste punt van Gaasterland). Die heuvel was kostenbesparend op bouw en materiaal. Boven op de toren is het uitkijkplatform, dat bestaat uit een open ruimte van 3 bij 3 meter met een 1,5 meter hoge borstwering. De toren is in 1953 ‘ter camouflage’ tegen de bosrand gebouwd, Ooit hadden de luchtwachters hier een ruim zicht, inmiddels is het bos hoger geworden dan de luchtwachttoren …

Nadat ik de toren rondom had bekeken en gefotografeerd, heb ik de camera even voorzichtig door een van de gaten binnen de vier muren gehouden om een indruk van het binnenwerk te krijgen …

– morgen nemen we echt een kijkje in en op de toren

Koeien op ’t Klif

Je kunt je druk maken om die windturbines op het IJsselmeer, maar daar wordt de situatie niet anders van. Ik heb ze intussen geaccepteerd als een gegeven en richt mijn blik liever op andere zaken. Zoals op die passerende driemaster bijvoorbeeld …

Of op de zeilboten die in de verte heen en weer voeren voor de kust van de Noordoostpolder …

Veel vogels zijn er meestal niet te zien bij het Oudemirdumerklif. Op die dag was er een graspieper, die onze aandacht net zo lang bleef trekken, tot we een paar foto’s van hem konden maken. Een stukje in noordwestelijke richting was op een ondiepte een grote groep aalscholvers en zwanen te zien. Een paar andere zwanen zwommen al grondelend van noord naar zuid voor ons langs. Iets naar het zuiden zagen we een groepje koeien, die stond te baden in wat mogelijk ooit Minne zijn haventje was …

Terwijl we later terugliepen naar de auto, zagen we dat de koeien het zes meter hoge Oudemirdumerklif hadden beklommen om boven verder te grazen …

Langs het Minneminnespaad

Nadat we in mei een dagje in het noordoosten van Fryslân hadden doorgebracht, hebben fotomaatje Jetske en ik begin juni een ritje gemaakt naar het zuidwesten van de provincie. Vooral de kliffenkust van Gaasterland verdient een regelmatig bezoek. Met het vlakke noordoosten nog vers in het geheugen, lijkt Gaasterland ineens nog wat heuvelachtiger dan het in werkelijkheid is. De eerste stop was ook ditmaal bij het Oudemirdumerklif. En zo gaan we van het ene huisje met een bijzondere geschiedenis naar het andere …

Onze kuier naar het Oudemirdumerklif (Google Maps) begon weer bij het huisje van Minne Minnes de Vries, de laatste Zuiderzeevisser van het Klif. Zeven jaar na de afsluiting van de Zuiderzee door de Afsluitdijk, hing Minne zijn netten in 1939 voorgoed aan de wilgen. Zijn levensverhaal kun je hier lezen, intussen liepen we in rustig tempo over Minneminnespaad in de richting van het IJsselmeer …

Vlak nadat we de strakke horizon van het IJsselmeer in beeld kregen, zagen we een bruine kiekendief over de kustlijn zweven. Al snel streek hij neer op een paal met een bordje. Toen we halverwege het paadje de blik wat meer naar het zuiden wendden, zagen we in de verte de windturbines van het windpark bij Urk boven de horizon uit torenen. Het is altijd weer even schrikken …

Na de korte eerste schrik, ben ik echter ook steeds weer snel gewend aan het beeld. Ik heb me nooit erg druk gemaakt over die windturbines trouwens. We zullen linksom of rechtsom naar een duurzame energievoorziening moeten, wind en zon zijn nu eenmaal voor de hand liggende opties waar snel resultaten mee worden gehaald. Ik weet dat niet iedereen het daar mee eens is, want ook aan zon en wind zitten nadelen. Genoeg stof om even wat over te mijmeren op de bankjes op het Oudemirdumerklif. …

wordt vervolgd

Feroaring fan lucht

Vrijdag heb ik met de iLark een ritje opnieuw gemaakt naar een plekje waar ik al vele jaren niet meer was geweest. Hier speelde zich het boek ‘Feroaring fan lucht’ (‘Verandering van lucht’) af, een boek van de Friese journalist/schrijver Rink van der Velde uit 1971. Het verhaal speelt zich af in en rond een arbeidershuisje bij de Lippenhuisterbrug (Google Maps) over het Koningsdiep ten zuiden van Beetsterzwaag. Toen ik er in oktober 1989 tijdens een fietstocht langs kwam, heb ik wat foto’s van het huisje gemaakt …

Durk Lugtigheid, alias Durk Snoad, is de vader van een huishouding met twaalf kinderen, die ergens diep in de Sweachster bossen in een oud arbeidershuisje woont. Een asociale huishouding, zo zal het zaakje tegenwoordig bestempeld worden. Durk Snoad leeft het meest van de steun vanwege niet te controleren rugklachten en van de stroperij. Hij is genetisch in opstand tegen het wettelijk gezag. Weldenkende en goedmenende mensen trachten er toch nog een fatsoenlijke huishouding van te maken en weten de familie in een huurwoning in Drachten te krijgen. Durk moet aan het werk tussen de vier muren van de Philipsfabriek aan de Oliemolenstraat. Dat kan natuurlijk alleen maar verkeerd aflopen …

Het boek ligt me na aan het hart, omdat de situatie van de verhuizing van het vrije platteland naar het kleinstedelijke Drachten in de jaren 60 heel herkenbaar is. Wij verhuisden rond die tijd vanuit het kleine gehucht Echten ook naar Drachten. En ook de boerefeint van weleer kwam bij Philips terecht. Ik heb daar in 2014 een blogje over geschreven: Echten – Commissiepolle (3)

Het huisje van Durk Snoad lijkt intussen een riante woning te zijn geworden. Jammer genoeg valt er weinig meer van het huis te zien. Tussen struiken en bomen schemert een rieten dak, en wie goed kijkt, kan zien dat de naam ‘Feroaring fan lucht’, die eerst boven de deur stond, nu een prominent plekje heeft gekregen boven de klopper op de voordeur …

De natuur is er nog steeds prachtig. Het Alddjip of Koningsdiep meandert hier prachtig door het beekdal. Het grootste verschil met de situatie in oktober 1989 is eigenlijk nog dat de koeien nu aan de oostkant van de brug liepen te grazen, terwijl ze toen aan de westkant stonden. Zo gaan die dingen hier in the middle of nowhere

Naast de brug over het Alddjip zat een libellenkenner. Hij was hier naar toe gekomen voor de metaalglanslibel, en hij had hem intussen al op de gevoelige plaat vastgelegd. Ook de weidebeekjuffer laat zich hier tegenwoordig regelmatig zien, vertelde hij. Ik kwam die dag niet verder dan een poepende en een paar parende korenbouten (denk ik). Het zou best eens kunnen dat ik daar binnenkort nog eens wat langer neerstrijk …

Zwarte sterns bij de Leijen

Maandag liet ik hier al een aantal foto’s zien van de zwarte sterns bij de vogelkijkhut ‘de Blaustirns’ bij de Leijen. Dat was nog maar een tipje van de sluier, daarom vandaag nog een fotoserie van deze bijzondere vogel …

Er zijn nogal wat dagen geweest, waarop ik blij was om op dit plekje af en toe eens een zwarte stern te kunnen fotograferen. Maandag leek er geen eind te komen aan de vele vliegbewegingen vlak voor de kijkhut …