De klimop in onze tuin heeft zelden zo mooi en uitbundig gebloeid als dit jaar. Dat is rond deze tijd van het jaar vaak een gewilde voedingsbron voor diverse insecten. Daarom staat de camera de laatste tijd geregeld gericht op de bloeiende hedera aan de pergola boven de vijver …
Nadat ik er de afgelopen dagen al een paar maal wat bijen, wespen of vliegen in beeld had gevangen, verscheen er vanmorgen rond koffietijd een atalanta voor de camera. Hij fladderde helaas weer weg, voordat ik wat verder kon inzoomen om hem deftig te portretteren, maar ik doe het ermee …
Vorige week maandag heb ik het er voor het eerst sinds mijn blessure aan rug en linkerbeen op gewaagd om in mijn uppie een kuier naar de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder te maken. Het was grijs en veel viel er niet te beleven, maar aan de westkant van de hut zaten van links naar rechts een buizerd, een blauwe reiger en een grote zilverreiger waar ik me even mee heb kunnen vermaken …
De grote zilverreiger paradeerde ongedurige heen en weer …
De blauwe reiger deed verwoede pogingen om een maaltje vis te vangen …
En de buizerd … de buizerd bleef onverstoorbaar in zijn boomtop zitten …
Zoals ik gisteren al schreef, begon ik de dag met een geaderd witje op de verbena. Ik zat net met de camera op het statief te luisteren naar een soundscape op mijn smartphone, toen ik hem zag landen. Het waaide nogal, dat maakte het voor de vlinder niet gemakkelijk om zich vast te blijven klampen aan de bloemen, maar het lukte hem toch wonderlijk goed …
Die wind zorgt normaal gesproken vaak voor hinderlijk windgeruis. In de nabewerking probeer ik dat meestal wat weg te werken door er een muziekje overheen te zetten. Omdat ik in dit geval via Mastodon net zat te luisteren naar de soundscape ‘Uit de zee’ van Ferrie = differentieel (https://ferrie.audio/), had ik daar in dit geval geen werk van. Terwijl de camera liep, heb ik mijn mobieltje bij de microfoon van de camera gehouden …
De tuin begint langzaam maar zeker meer naar herfst te kleuren en te geuren. De temperaturen doen echter nog geenszins aan herfst denken. Afgelopen nacht was de minimumtemperatuur in onze tuin 17,2°C. Toen ik vanmorgen rond koffietijd naar buiten liep, was het met 17,5°C zowaar lekker herfstweer …
Zoals bekend ga ik nooit zonder mijn camera naar buiten. Vanmorgen had ik mijn camera nog maar nauwelijks op het statief gezet, toen er een witje neerstreek op de verbena. Hij gaf me niet alleen de kans om een uitgebreide fotoserie te maken, maar ik kon er ook nog een mooie video-opname met bonus van maken. Maar dat is voor morgen …
Ik sluit deze blogserie over Buitenstvallaat af met een fotoserie die ik heb geleend van de site ‘Drachten terug in de tijd‘. De foto’s dateren van ca. 1920 tot 1980. Je zult zien, dat er in 100 jaar maar weinig is veranderd in de buurtschap. Er is echter één beeldbepalend landschapselement verdwenen: ongeveer 150 m ten noorden van de scheepswerf stonden tot in de jaren ’70 twee kalkovens …
Kalkovens werden lang gebruikt om schelpen met behulp van turf te verbranden tot kalk. Deze kalk werd gebruikt als bouwmateriaal en als bemesting voor het land. Kalk wordt gebruikt om de pH-waarde van de grond te verhogen en de grond dus minder zuur te maken.
Ooit stonden er naar schatting 10 kalkovens in en rond Drachten. Intussen zijn ze allemaal al lang gesloopt. Deze twee bij Buitenstvallaat waren de laatsten die ik in de jaren ’60 en ’70 nog heb gezien. Ik vind het doodzonde dat deze bijzondere bouwwerken, die net als skûtsjes nauw verbonden zijn met de Drachtster geschiedenis, niet bewaard zijn gebleven …
Aan de overkant van de Drachtstervaart waren een paar dekzwabbers aan het werk op een skûtsje. En dat was niet zomaar een skûtsje, het was ‘De Jonge Trijntje’ …
Beurtschipper Jan Martens Jagersma uit Frieschepalen liet in 1909, in de periode van gedwongen schaalvergroting, een nieuw skûtsje bouwen bij Van der Werff aan het Buitenstvallaat in Drachten. Dit skûtsje werd vernoemd naar zijn enige dochter Trijntje. Hiermee onderhield Jan tot 1920 een geregelde vaste wekelijkste beurtdienst tussen Drachten en Groningen en omstreken …
Jan Pieters Wijkstra uit Leeuwarden kocht het skûtsje in 1920. De tweede naam van het skûtsje werd ‘Risico’, omdat het een periode was waarin het voor velen riskant was om een groter schip aan te schaffen. Jan Pieters bleef er eigenaar van tot ongeveer 1961-1967. Zoals vele Wijkstra’s zal ook Jan Pieters veel turf hebben vervoerd uit de venen. Het skûtsje werd verkocht en ging richting België. In 1968 voer het skûtsje verder als recreatievaartuig onder de naam ‘Zwerver’ …
Haiko van der Werff, de achterkleinzoon van Jan Oebeles, zette het bedrijf aan het Buitenstvallaat per 1 januari 2001 voort onder de naam ‘Scheepsbouw O.H. van der Werff’. Het (ver)bouwen van een skûtsje was altijd al een droom geweest van Haiko …
In 2010 werd een geschikt skûtsje gevonden in Zwolle. Meer dan een roestbak, die rijp was voor de sloop, was het niet. Maar toen het bleek te gaan om de uit België teruggekomen Bûtenstfallaatster ‘Zwerver’, besloot Haiko het skûtsje te kopen. Na een ongeveer vier jaar durende restauratie was de cirkel rond en ligt ‘De Jonge Trijntje’ weer thuis op het Buitenstvallaat in Drachten. Een authentiek skûtsje, op de originele wijze gebouwd, op de plaats waar het ruim 100 jaar geleden van de helling het water in is gegleden …
Het hele restauratieproces van ‘De Jonge Trijntje’ is stapsgewijs in beeld gebracht in een videoproductie. De voertaal is weliswaar vooral Fries, maar ik denk dat de beelden voor zich spreken. Je moet er een half uurtje voor gaan zitten, maar de liefhebbers van oude scheepsbouwtechnieken met ijzer en hout zullen het er graag voor over hebben …
Ik sluit af met een foto die ik in februari 2021 heb gemaakt van de vastgevroren Jonge Trijntje in de Drachtstervaart bij de passantenhaven in het centrum van Drachten. Daarnaast zie je en foto van het skûtsje ‘Hendrika’, dat als blikvanger op een rotonde in Drachten-noord ligt. Ook dit skûtsje is opgekalefaterd als leerwerkproject onder leiding van scheepsbouwer Oebele Haiko van de Werff …
Scheepsbouw O.H. van der Werff in Buitenstvallaat heeft een lange geschiedenis. De werf op het Buitenstvallaat is de laatste van de 4 werven, die Drachten telde in de hoogtijdagen van de skûtsjebouw. Dit was de enige Drachtster werf aan open water, waar al vroeg grotere schepen konden worden gebouwd …
Het leek Aucke Gerrijts in 1710 een prima plek om een scheepswerf te beginnen. Maar vijf jaar later verkocht Aucke zijn nieuwe werf en begon een werfje aan de pas gegraven Noorderdwarsvaart aan de andere kant van Drachten. Het bedrijfje bij het Bûtenstfallaat kwam daarna regelmatig in andere handen. In 1843 werd Haike Pieters van der Werff er werfbaas. Sindsdien is de werf in handen gebleven van de scheepsbouwfamilie Van der Werff …
Sinds 2001 wordt de werf geleid door Oebele Haike (Haiko) van der Werff. Naast nieuwbouw vindt er ook reparatie en onderhoud plaats aan pleziervaartuigen. In de afgelopen jaren is gewerkt en gebouwd aan diverse schepen en skûtsjes …
Morgen bekijken we het skûtsje ‘De Jonge Trijntje’, dat er voor anker lag. ‘De Jonge Trijntje’ is hier in 1909 is gebouwd door de ‘oerpake’ Jan Oebeles van de huidige hellingbaas Oebele Haiko van der Werff. De volledige geschiedenis van de werf op Buitenstvallaat kun je hier lezen: van 1710 tot heden …