Passage van een skûtsje

In het logje van gisteren werden we ingehaald door twee skûtsjes die samen op één motor voeren. Er voer echter ook een skûtsje onder zeil in ‘de Alde Feanen’ …

Dit is de ‘Doeke van Martena’ een skûtsje dat in 1906 gebouwd is bij Van der Werff aan het Buitenstvallaat. De ‘Doeke van Martena’ is met zijn lengte van 14,92 m één van de kleinste skûtsjes in de IFKS-vloot en heeft als thuishaven Drachten. Misschien waren ze die dag met een groepje passagiers op het water. Het was in ieder geval mooi om ze onder zeil voorbij te zien komen …

– wordt vervolgd

Inhaalmanoeuvre van 2 skûtsjes

Terwijl ik me nog eens omdraaide naar de oversteekplek van de fietspont, zag ik dat twee aan elkaar gekoppelde skûtsjes achter ons aan kwamen …

Ze leken nogal haast te hebben. Het duurde niet lang, voordat ze aan een inhaalmanoeuvre begonnen. Het linker skûtsje was de ‘Lytse Earnewâldster’, op het andere skûtsje heb ik geen naam kunnen ontdekken …

Ze zagen er allebei tiptop uit, goed in de lak en zo te zien allebei met een nieuwe mast. Alsof ze zo van de werf kwamen na groot onderhoud …

– wordt vervolgd

Zicht op bekend terrein

We passeerden een fietspontje. Pas een minuutje later wist ik waar we waren …

We kwamen uit op een strook open water. Bij het zien van de molen aan de overkant viel het kwartje. Dat was de ‘Roekmole’ (OpenStreetMap) op It Eilân-West. We zaten hier aan beide zijden van het water – de Sitebuurster Ee – op het meest westelijke puntje van de gemeente Smallingerland. Toen we na enige tijd de steven wendden om terug te varen naar waar we vandaan kwamen, herkende ik ook het huis bij Sytebuorren (OpenStreetMap)

We voeren terug ‘de Alde Feanen’ in. Bij de fietspont stonden nu een paar fietsers die wilden oversteken vanuit de richting Drachten naar Grou. We zaten hier op het meest zuidwestelijke puntje van ‘de Alde Feanen’ waar ik met de auto ook nog wel eens naar toe rijd, in de hoop er weidevogels aan te treffen …

– wordt vervolgd

Langs molens en een reebok

Er werd nog enthousiast nagepraat over het beeld van de zeearend tussen de ganzen. Wat was dat een bijzonder gezicht! ik bleef intussen mijn ogen wel de kost geven, ook deze groep overvliegende brandganzen waren de moeite waard …

Aan het eind van de Folkertssleat kwamen we voor de tweede keer die dag langs een oeverzwaluwenwand. Het was er rustig en de meeste holletjes zaten ook nog dicht.. Bij de eerste, veel mooiere oeverzwaluwenwand was het een stuk drukker. ik kom daar begin mei nog op terug …

Terwijl ‘de Blaustirns’ geruisloos door het water bleef glijden, voeren we langs een weiland waar een mooie reebok fier om zich heen stond te kijken …

Intussen waren we ongeveer op het verste punt van onze rondvaart. We passeerden o.a. een spinnenkopmolen en een poldermolen in de verte. De zendmast op de laatste foto, moet die van Irnsum zijn, bedacht ik onderweg. Dan zou de kerktoren die van Grou moeten zijn …

– wordt vervolgd

De zeearend en de ganzen

Op de achtergrond was de skyline van Leeuwarden zichtbaar, terwijl we op een afstand van ca. 600 meter nog een laatste blik op het nest van de zeearend konden werpen …

Enkele minuten later voeren we langs eens stuk plasdras-land in de verte. Een flinke groep grauwe ganzen leek het er prima naar de zin te hebben …

Een klein stukje verderop werden we op een prachtige manier verrast. Daar stond heel rustig een nog niet volgroeide zeearend – de gids schatte hem twee jaar oud – bij de ganzen in het water …

Alsof dat nog niet gek genoeg was, schuifelde hij rustig verder naar voren. En ganzen, die deden of ze gek waren en bleven verrassend lang staan waar ze stonden …

Totdat om wat voor reden dan ook de hele groep op een bepaald moment de vleugels spreidde en de hele club de lucht in ging. De zeearend leek gezellig een stukje mee te vliegen …

Het hele spul vloog met een bocht om een groepje bomen heen, ons verbaasd achterlatend …

– wordt vervolgd

Op de grens

Als we deze mooie kleine spinnenkopmolen gepasseerd zijn, laten we het hart van ‘de Alde Feanen’ met zijn legakkers en eilandjes voorlopig weer achter ons …

We varen in westelijke richting over de Folkerssleat nog een stuk langs rietkragen en moerasbos waar niet alle water vrij toegankelijk is …

Na enige tijd bereiken we aan de westkant de grens tussen natuur en oud boerenland. We kijken op de foto hieronder aan de linkerkant uit over Laban, een oude zomerpolder. De laatste jaren is veel grasland in ‘de Alde Feanen’ aangekocht door It Fryske Gea voor toekomstige natuurontwikkeling. Voorlopig is het beheer op het behoud van het grasland gericht. Jaarlijks wordt er gemaaid (na 15 juni) en er is sprake van extensieve beweiding, dus met weinig dieren op een groot oppervlak …

Aanleggen is hier niet toegestaan, de Laban polder is een natuurreservaat dat aan het wild is voorbehouden. Het grootste vliegende wild van ‘de Alde Feanen’ heeft hier zijn domicilie. In een groepje oude bomen zit sinds een aantal jaren het nest van de familie zeearend …

In dat nest zijn dit jaar 3 eieren gelegd. Op de webcam is te zien, dat het eerste ei gisteren is uitgekomen: https://www.itfryskegea.nl/volg-de-friese-natuur/zeearend/

– Korte tijd later kregen we vanaf de boot nogmaals een zeearend te zien. De foto’s daarvan zijn voor morgen …

Nog wat aardige optrekjes

Als jullie het niet erg vinden, ga ik nog even door met een aantal van de mooiste optrekjes in het hart van ‘de Alde Feanen’. Om jullie verlangen naar zo’n optrekje hier en daar misschien iets te temperen, toch nog even een paar nadelen. Behalve dat deze tweede woningen alleen per boot bereikbaar zijn, is er nog iets. Ze hebben geen van allen nutsvoorzieningen. Geen gas, geen elektriciteit, geen stromend water en geen riolering. Maar wat staan ze op prachtige plekjes …

Op de eerste drie foto’s van vandaag is voor mijn gevoel het meest originele optrekje te zien. Het lijkt alsof er in de loop der jaren steeds een stukje is aan- of opgebouwd. En het is nog ruim voorzien van zonnepanelen ook. Gewoon om nog even weg te dromen nog wat van die aardige optrekjes …

Van het in mijn ogen meest originele optrekje aan het begin van dit logje, zijn we nu terechtgekomen bij het huisje met het mooiste naambordje. Na de passage van ‘de Kooi’ laten we ‘de bewoonde wereld’ van de Alde Feanen eerst weer achter ons. We gaan nog eens op zoek naar de zeearend …

– wordt vervolgd