Wat een snavel!

Nadat we de zeearend hadden gespot, verlegde de excursieboot zijn koers een paar maal. Ik was het gevoel voor richting en locatie al lang kwijt. Ik weet alleen dat we weer enige tijd tussen rietvelden, petgaten en open water voeren …

Na een minuut of tien kregen we de zeearend opnieuw te zien. We waren om zijn uitkijkpost heen gevaren, zodat we hem nu van wat dichterbij konden zien. Hij zat mooi in het zonlicht, waardoor zijn grote gele snavel niet te missen viel …

Eigenlijk had de boot daar moeten blijven liggen, tot de vogel van zijn uitkijkpost op zou vliegen. Dat zat er echter niet in. Na enige tijd verlieten we de rietlanden, waarna we tijdelijk terechtkwamen in de ‘bewoonde wereld’ van de Alde Feanen …

– wordt vervolgd

Eerste zicht op de zeearend

De oude legakkers waar we langs voeren, zijn nog steeds van historisch belang. Maar de actualiteit bevond zich in de bomenrij verderop. Het geoefende oog van onze gids had daar de gestalte van een zeearend herkend …

En warempel, in de meest linkse van een groepje bomen zat een zeearend. Door wat verder in te zoomen werd de machtige vogel met die enorme snavel beter zichtbaar.

Hoewel hij nog op de rode lijst staat, gaat het goed met de zeearend in ons land. Sinds 2017 broedt hij hier met succes in de Alde Feanen, en sindsdien heeft de zeearend zich op verschillende andere plaatsen in ons land gevestigd …

Hiermee was de excursie wat mij betreft al geslaagd, we gingen op zoek naar de zeearend en we vonden hem. En daar zou het niet bij blijven. In de loop van de dag zouden we hem steeds wat beter te zien krijgen. We vervolgden onze tocht en passeerden o.a. een aalscholverkolonie. De huisvesting van de aalscholvers is goed herkenbaar aan de takken die van onder tot boven wit uitgeslagen zijn van de vogelpoep …

En voort ging de tocht. Nu eens tussen de beschutting gevende bomen van een stuk moerasbos, dan weer over open water, waar de straffe noordoostenwind het nog steeds niet aangenaam maakte. Dat was goed te zien aan de kleding van de passagiers ook. Behalve het zekerheidshalve toch maar van Aafje geleende vest, had Jetske ook de capuchon van haar eigen vest maar opgedaan …

– wordt vervolgd

Zwermende grutto’s

Gisteren liet ik hier al wat foto’s zien van weidevogels in het plasdras-land in de Surhuizumermieden. Omdat de vogels te ver weg bleven voor close-ups, ben ik me na enige tijd gaan richten op de grote groep vogels die in de verte regelmatig opvloog …

De zwerm vogels die de lucht vervolgens een tijdlang doorkliefde, bestond vooral uit grutto’s met daarbij af en toe wat kemphanen en kieviten. Hieronder een deel van de foto’s die ik daarvan heb gemaakt …

Zodra de vleugels voldoende waren gestrekt, streken ze weer neer in en rond de plas verderop in de landerijen …

Dan nog even dit …

Wie mijn rolmaatje Whilly en mij in actie wil zien tijdens ons ritje bij de Dellebuursterheide, kan daarvoor terecht op het weblog van mijn fotomaatje Jetske: De eerste kuier op wielen

Winterjuffers en de boswachter

Er stonden twee hobbyfotografen met grote toeters op de libellenvlonder, toen ik er die dag voor de tweede keer ratelend naar beneden rolde. Op mijn vraag of ze nog wat interessants hadden gezien, luidde het antwoord: ‘Geen ringslangen of hagedissen als je daar op doelde …’

‘Dan hebben we vanmorgen geluk gehad met de twee ringslangen die we hebben zien passeren,’ reageerde ik op mijn beurt. Daarna kregen we het over het enige andere levende wezen dat ik er ’s ochtends had gezien: een waterjuffer. ‘Dat binne brúne winterjuffers‘, vertelde een van mannen. Zij hadden ze zojuist ook uitgebreid geportretteerd. Toen een van de mannen me speurend naar de korte rietstengels in het water zag kijken, wees hij me op zo’n juffertje: ‘Sjoch, dêr sit der ien …’

Intussen was Jetske er ook weer bij gekomen. Terwijl de beide mannen even later vertrokken, kwam ook de gebiedsboswachter van It Fryske Gea nog even bij ons op de vlonder. Toevallig hadden Jetske en ik het er al even over gehad, dat het eigenlijk prima ging met Whilly. Alleen bij één van de twee klaphekjes moest ik even opstaan om de rolstoel door de krappe opening te helpen …

De hekjes op zich zijn wel breed genoeg, maar vaak worden paadjes uitgehold door de vele mensen die er in de loop der jaren steeds één voor één langs lopen. Daardoor blijft er net wat te weinig ruimte over mijn toch bepaald niet brede rolstoel. Jetske deed het verhaal aan de boswachter. Nadat we nog een tijdje genoeglijk hadden zitten praten, nam de boswachter even later afscheid met de boodschap: ‘Ik zal daar meteen even kijken en dan maak ik er even een notitie van …’

Toen Jetske en ik korte tijd later bijna weer bij de parkeerplaats waren, kwam de boswachter stapvoets achter ons aan. Eenmaal op het parkeerterrein, draaide de boswachter het raampje van zijn auto naar beneden: ‘Ik had een schep in de auto, dus ik heb het meteen even hersteld.’ Wat een service! Nadat we hem vriendelijk hadden bedankt, heb ik Whilly soepeltjes de auto in geholpen …

Jetske en ik konden terugkijken op een mooie dag met een geslaagd debuut van Whilly. Ik denk, dat we nog wel eens vaker met elkaar op pad zullen gaan. Vanaf nu heb ik behalve een fotomaatje ook een rolmaatje (met dank aan @erna) …

Terug naar de Catspoele

Vanaf het oude bankje bij het bruggetje liepen en rolden we via dezelfde route terug. Langs de oude eik, over het lange rechte pad, door het net wat te krappe klaphekje en door het bos …

En zo kwamen we vanzelf weer langs de Catspoele. Omdat Jetske op dat moment even was achtergebleven in het bos om daar nog een paar foto’s te maken, rolde ik nog even weer naar de libellenvlonder …

Dit is voor mij een mooi moment om even de tweede ringslang van die dag te tonen. De eerste ringslang was ’s ochtends van oost naar west over gestoken. De tweede zwom korte tijd later in tegengestelde richting vlak voor de vlonder langs. Dit exemplaar liet ook een paar maal zijn tastende en ruikende tong mooi zien …

Verder was er op het eerste gezicht niet veel te zien. Maar schijn bedriegt …

wordt nog één keer vervolgd

Een bankje bij ’n bruggetje

Eenmaal voorbij de imposante eik, zagen we rechts van het pad een mooi groot ven liggen …

Van tussen de bomen maakte ik een paar foto’s van de weerspiegelingen … wat een heerlijke rust …

We liepen verder en zagen daarbij ook weer water glinsteren aan de andere kant van het pad …

We passeerden een bruggetje waar aan de andere kant een klein bankje op het pad staat …

Het oude, verweerd bankje was een mooie plekje om even te genieten van het uitzicht. Daarna zijn we omgekeerd om de terugweg te aanvaarden, want de accu van Whilly stond intussen op 60% …

– wordt vervolgd

Een kikker langs het pad

Nadat we een tijdlang lekker op de libellenvlonder hadden gezeten, vervolgde we onze tocht. Om dichter bij de Dellebuursterheide te komen, moesten we een stukje door het bos. Whilly liet hier zien dat hij ook best een stukje kan klimmen …

We kwamen uit bij een lang pad, dat in noordelijke richting langs de heide in de naar een paar andere vennetjes voerde. Voordat we die kant op gingen, besloten we hier eerst even een broodje te eten. Bij gebrek aan een bankje maakte Jetske het zich gemakkelijk op een al jaren geleden omgevallen boom …

Voordat we aan de broodjes toe waren, dook Jetske echter naar het gras. In eerste instantie zag ik niet waar ze mee bezig was, maar toen ik eens wat beter keek, zag ik dat ze een kikker had gevonden. Het was weliswaar geen mooie blauwe heidekikker, maar toch een leuk beestje …

Na het intermezzo met de kikker waren we dan toch aan onze broodjes toe. Omdat Jetske een pak tweedrank had meegenomen, hoefden we niet eens op water en brood te leven …

Daarna begonnen we aan het lange rechte pad naar het noorden. De kuilen vermijdend, had Whilly weinig problemen met dit pad. En dat was maar goed ook, want lopend zou ik er niet aan zijn begonnen. Dan was ik nog even bij de vlonder gebleven, om daar vandaan stukje bij beetje terug te gaan naar de auto …

Aan het eind van het pad werd onze weg i.v.m. de vogelbroedtijd versperd door een afsluitboom met een bord. Er zat niets anders op dan naar links te gaan. Dat was geen straf, want daar was het ook mooi. Wat te denken van deze majestueuze eik, om maar eens wat te noemen …

– wordt vervolgd